Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Markttoegang
- Hoofdstuk 3. Bestuur, inrichting en bedrijfsuitoefening
+ Hoofdstuk 4. Financiële waarborgen
+ Hoofdstuk 5. Boekhouding en rapportage
+ Hoofdstuk 6. Bepalingen betreffende specifieke categorieën financiële ondernemingen
+ Hoofdstuk 7. Zorgvuldige dienstverlening
+ Hoofdstuk 8. Effectenverkeer
+ Hoofdstuk 9. Bestuurlijke boete
+ Hoofdstuk 10. Bijzondere prudentiële maatregelen verzekeraars
+ Hoofdstuk 11. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Besluit financiële markten BES

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
1.
De toezichtautoriteit beoordeelt de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, van de wet op basis van diens voornemens, handelingen en antecedenten.
2.
De toezichtautoriteit neemt bij de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, in ieder geval de in bijlage 1 genoemde antecedenten in aanmerking, alsmede:
a. het onderlinge verband tussen de aan een antecedent ten grondslag liggende gedraging of gedragingen en de overige omstandigheden van het geval;
b. de belangen die de wet beoogt te beschermen;
c. de overige belangen van de financiële onderneming en de betrokkene.
3.
Telkens na verloop van drie jaren vindt een nieuwe beoordeling plaats van de betrouwbaarheid van de in het eerste lid bedoelde personen.
Artikel 3:2. (antecedenten die ertoe leiden dat de betrouwbaarheid niet buiten twijfel staat)
De betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in artikel 3:1, eerste lid, staat niet buiten twijfel als deze veroordeeld is ter zake van een misdrijf, genoemd in onderdeel 1 van bijlage 1 , tenzij er sinds het onherroepelijk worden van de uitspraak acht jaren of meer zijn verstreken.
1.
De toezichtautoriteit verkrijgt inzicht in de in artikel 3:1, eerste lid, bedoelde voornemens, handelingen en antecedenten op grond van:
a. door betrokkene verstrekte gegevens en inlichtingen;
b. door de procureur-generaal uit inlichtingen van de justitiële documentatiedienst verstrekte gegevens;
c. gegevens en inlichtingen, verkregen van de rijksbelastingdienst;
d. gegevens en inlichtingen, verkregen van Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties dan wel van Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die belast zijn met het toezicht op financiële markten of op personen die op die markten werkzaam zijn;
e. ambtsberichten van het Openbaar Ministerie;
f. inlichtingen, verkregen van door betrokkene opgegeven referenties;
g. gegevens uit openbare bronnen;
h. inlichtingen, verkregen van curatoren of bewindvoerders met betrekking tot faillissementen, surseances, schuldsaneringen, bewindvoeringen of noodregelingen waarbij de in artikel 3:1, eerste lid, bedoelde persoon betrokken is geweest;
i. inlichtingen, verkregen van organisaties van huidige of voormalige beroepsgenoten van betrokkene;
j. gegevens en inlichtingen, verkregen uit andere bij regeling van Onze Minister aan te wijzen bronnen.
2.
Indien de gegevens of inlichtingen, verkregen overeenkomstig het eerste lid, de toezichtautoriteit aanleiding geven tot nader onderzoek, kan de toezichtautoriteit ook inlichtingen inwinnen en gegevens opvragen bij andere personen of instanties dan genoemd in dat lid. De toezichtautoriteit stelt de betrokkene in dat geval vooraf schriftelijk in kennis van:
a. de reden van het nadere onderzoek;
b. de personen of instanties bij wie nadere gegevens of inlichtingen zullen worden ingewonnen;
c. de aard van de nadere gegevens of inlichtingen.
Artikel 3:4. (geschiktheidstoets)
Deskundigheid in verband met de uitoefening van het bedrijf van bemiddelaar in schadeverzekeringen of levensverzekeringen, gevolmachtigd agent of ondergevolmachtigd agent wordt aangetoond door een bij regeling van Onze Minister erkend diploma.
1.
Het dagelijks beleid van een beleggingsinstelling, bewaarder, kredietinstelling, trustkantoor of verzekeraar wordt bepaald door ten minste twee natuurlijke personen.
2.
Een kredietinstelling of verzekeraar met zetel in de openbare lichamen heeft een uit ten minste drie leden bestaande raad van commissarissen dan wel gelijksoortig orgaan, belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken binnen de financiële onderneming.
3.
Indien een beleggingsinstelling met zetel in de openbare lichamen een raad van commissarissen heeft, bestaat deze uit ten minste drie leden.
4.
Ten minste een van de personen die het dagelijks beleid bepalen van een trustkantoor verricht zijn werkzaamheden in verband daarmee vanuit de openbare lichamen.
1.
Deze paragraaf is niet van toepassing op adviseurs, bemiddelaars, gevolmachtigde agenten of ondergevolmachtigde agenten, indien deze in het voorafgaande boekjaar een omzet hadden van minder dan USD 0,5 miljoen.
2.
Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder cliënt mede verstaan de persoon die kwalificeert als professionele marktpartij, en wordt met een financiële onderneming gelijkgesteld de aan een beleggingsinstelling verbonden bewaarder.
1.
Een financiële onderneming draagt zorg voor een integriteitsbewuste bedrijfscultuur, door procedures en maatregelen geïntegreerd in de bedrijfsvoering en gebaseerd op een systematische analyse van risico’s die kunnen leiden tot aantasting van de reputatie of een bestaande of toekomstige bedreiging kunnen vormen van het vermogen of het resultaat van een financiële onderneming als gevolg van een ontoereikende naleving van hetgeen bij of krachtens enig wettelijk voorschrift is voorgeschreven of handelen in strijd met de maatschappelijke betamelijkheid.
2.
Een financiële onderneming legt schriftelijk haar beleid vast met betrekking tot het bepaalde in het eerste lid en stelt alle bedrijfsonderdelen in kennis van dit beleid en de procedures en de maatregelen bedoeld in het eerste lid.
1.
Een financiële onderneming wijst ten minste één functionaris op managementniveau aan die op onafhankelijke en effectieve wijze de naleving controleert van de wettelijke voorschriften en interne regels met betrekking tot de integere uitoefening van het bedrijf en de regels bedoeld in artikel 3:15, eerste lid.
2.
De financiële onderneming draagt er zorg voor dat de functionaris, bedoeld in het eerste lid, binnen korte tijd kan beschikken over transactiegegevens, alsmede over gegevens die de financiële onderneming heeft vastgelegd ingevolge dit hoofdstuk of de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES , en andere voor zijn taak relevante gegevens.
3.
Een financiële onderneming beschikt over procedures die erin voorzien dat gesignaleerde tekortkomingen of gebreken worden gerapporteerd aan de functionaris.
4.
Een financiële onderneming beoordeelt periodiek de interne controlesystemen op hun effectiviteit en actualiteitswaarde en stelt deze zo nodig bij.
5.
Een financiële onderneming waarborgt dat kennis die wordt opgedaan bij de uitvoering van het eerste tot en met derde lid, en de resultaten van maatregelen genomen naar aanleiding van de controle, bedoeld in het eerste lid, binnen haar organisatie beschikbaar blijven.
1.
Een financiële onderneming beschikt met het oog op een integere uitoefening van het bedrijf over procedures en maatregelen met betrekking tot:
a. de acceptatie van cliënten;
b. risicoclassificaties ten aanzien van cliënten, producten en diensten;
c. de analyse van gegevens van cliënten, mede in relatie tot de door die cliënten afgenomen producten of diensten, en de detectie van afwijkende transactiepatronen.
2.
Aan de hand van de procedures en maatregelen, bedoeld in het eerste lid, bepaalt de financiële onderneming tevens de risico’s van bepaalde cliënten, producten of diensten voor de integere uitoefening van haar bedrijf.
3.
Een financiële onderneming draagt zorg voor de documentatie en vastlegging met betrekking tot de acceptatie en indeling naar risico van cliënten en de bewaking van het handelen van cliënten. Dergelijke gegevens worden bewaard tot vijf jaar na de dienstverlening dan wel het beëindigen van de relatie met de desbetreffende cliënt.
1.
De Nederlandsche Bank kan regels stellen met het oog op het door financiële ondernemingen voorkomen van misbruik van technische toepassingen voor witwassen of financiering van terrorisme.
2.
De Nederlandsche Bank kan voorts met het oog op een integere uitoefening van het bedrijf regels stellen met betrekking tot het door kredietinstellingen te voeren beleid inzake afgeschermde rekeningen en rekeningen waarop waarden worden aangehouden ten behoeve van derden.
Artikel 3:11. (back-to-back leningen)
De Nederlandsche Bank kan regels stellen met betrekking tot kredietinstrumenten waarbij de kredietnemer geld of financiële instrumenten ter beschikking krijgt, waartegenover de kredietverstrekker een zekerheid ontvangt, direct of indirect, uit eigen liquide middelen van de kredietnemer.
1.
Een kredietinstelling, verzekeraar of geldtransactiekantoor onderzoekt op verzoek van de Nederlandsche Bank, nadat deze door Onze Minister is geïnformeerd over bepaalde personen of instellingen die naar het oordeel van Onze Minister in verband met vermoede terroristische activiteiten of daarmee verband houdende activiteiten de integriteit van de financiële sector kunnen schaden, of zulke personen of instellingen in haar onderscheidenlijk zijn administratie voorkomen.
2.
De financiële onderneming verstrekt de uitkomst van het in het eerste lid bedoelde onderzoek, binnen een door de Nederlandsche Bank te stellen termijn, aan de Nederlandsche Bank.
1.
Een financiële onderneming beschikt over procedures en maatregelen ter naleving van:
a. de bij of krachtens de Sanctiewet 1977 met betrekking tot het financieel verkeer gestelde regels;
b. de bij of krachtens de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES gestelde regels.
2.
De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, hebben ten minste betrekking op een adequate controle van de administratie van de financiële onderneming op het overeenkomen van de identiteit van een relatie met een persoon of entiteit, als bedoeld in de bij of krachtens de Sanctiewet 1977 met betrekking tot het financieel verkeer gestelde regels, met het oog op het bevriezen van de financiële middelen van die relatie of het voorkomen van het ter beschikking stellen van financiële middelen of diensten aan die relatie.
3.
Voor de toepassing van het tweede lid wordt verstaan onder relatie: een ieder die betrokken is bij een financiële dienst of een financiële transactie.
1.
Een financiële onderneming beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot de omgang met en de vastlegging van incidenten. Die procedures en maatregelen voorzien in elk geval in een degelijke administratieve vastlegging van:
a. de kenmerken van het incident;
b. gegevens over de personen die het incident hebben bewerkstelligd;
c. de naar aanleiding van het incident genomen maatregelen.
2.
De financiële onderneming neemt naar aanleiding van een incident maatregelen die zijn gericht op het beheersen van de opgetreden risico’s en het voorkomen van herhaling.
3.
De financiële onderneming informeert de toezichtautoriteit onverwijld schriftelijk omtrent incidenten.
4.
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaand onder incident: gedraging of gebeurtenis die een ernstig gevaar vormt voor de integere uitoefening van het bedrijf van de desbetreffende financiële onderneming.
1.
Een financiële onderneming beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot het tegengaan van verstrengeling van haar belangen of die van haar cliënten met privé-belangen van:
a. personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen;
b. personen die het beleid bepalen van de groep waartoe de financiële onderneming behoort;
c. leden van het orgaan dat is belast met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming;
d. andere werknemers of andere personen die in haar opdracht op structurele basis werkzaamheden voor haar verrichten.
2.
De toezichtautoriteit kan ter voorkoming van belangenverstrengeling regels stellen met betrekking tot het verlenen van financiële diensten op basis van personeelscondities aan personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen en groepsbestuurders.
1.
Een financiële onderneming houdt een overzicht bij van de integriteitsgevoelige functies in haar onderneming en van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden behorende bij elk van die functies.
2.
Een financiële onderneming beschikt over procedures en maatregelen die waarborgen dat integriteitsgevoelige functies slechts worden bekleed door personen waarvan zij een onderbouwde beoordeling van de betrouwbaarheid heeft gemaakt en voortdurend blijft maken.
3.
De werkzaamheden die zijn verricht ten behoeve van de naleving van het eerste en tweede lid en de uitkomsten van die werkzaamheden worden door de financiële onderneming schriftelijk vastgelegd.
4.
De toezichtautoriteit kan categorieën functies aanwijzen die voor de toepassing van dit artikel in ieder geval kwalificeren als integriteitsgevoelig, en nadere regels stellen met betrekking tot de wijze waarop een financiële onderneming de betrouwbaarheid beoordeelt van personen als bedoeld in het tweede lid en de vastlegging van gegevens ingevolge het derde lid.
1.
Omtrent een persoon van wie zij de betrouwbaarheid heeft beoordeeld ingevolge artikel 3:16, verstrekt een financiële onderneming desgevraagd schriftelijk inlichtingen aan een andere financiële onderneming ten behoeve van de beoordeling door die andere financiële onderneming van die persoon ingevolge artikel 3:16, voor zover nodig om over de betrouwbaarheid een juist en zo volledig mogelijk beeld te geven.
2.
Een financiële onderneming onthoudt zich van handelingen waarvan zij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze een onjuist beeld kunnen doen ontstaan van een persoon als bedoeld in het eerste lid.
3.
De toezichtautoriteit kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop een financiële onderneming voldoet aan het eerste en het tweede lid.
1.
Een trustkantoor houdt op een overzichtelijke wijze ten minste de bij regeling van Onze Minister aan te wijzen bescheiden en gegevens voor de toezichtautoriteit beschikbaar.
2.
De bescheiden en gegevens, bedoeld in het eerste lid, staan onmiddellijk ter beschikking van de toezichtautoriteit, indien deze daarom verzoekt.
1.
De bedrijfsvoering van een financiële onderneming of een bewaarder omvat:
a. een duidelijke en adequate organisatiestructuur;
b. een duidelijke en adequate verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden;
c. eenduidige rapportagelijnen;
d. een adequaat systeem van informatievoorziening en communicatie;
e. een adequaat systeem van interne controle.
2.
De bedrijfsvoering, bedoeld in het eerste lid, is afgestemd op de aard, omvang, risico’s en complexiteit van de werkzaamheden van de financiële onderneming of de bewaarder en wordt op inzichtelijke wijze vastgelegd.
3.
Een beheerder richt voor iedere beleggingsinstelling die hij beheert afzonderlijk een bedrijfsvoering als bedoeld in het eerste lid in.
1.
Een bemiddelaar in effecten of vermogensbeheerder beschikt over procedures en maatregelen voor het voorkomen van en omgaan met belangenconflicten tussen zijn onderneming en zijn cliënten of tussen zijn cliënten onderling.
2.
De Autoriteit Financiële Markten kan nadere regels stellen met betrekking tot het eerste lid.
1.
Een bemiddelaar in effecten, elektronischgeldinstelling, kredietinstelling, vermogensbeheerder of verzekeraar voert beleid gericht op het beheersen van relevante financiële risico’s.
2.
Het beleid, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgelegd in procedures en maatregelen ter beheersing van relevante financiële risico’s en geïntegreerd in de bedrijfsprocessen. Een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid ziet er op systematische wijze op toe dat de procedures en maatregelen uit de eerste volzin worden nageleefd en zorgt ervoor dat gesignaleerde tekortkomingen of gebreken worden opgeheven.
3.
Een kredietinstelling of verzekeraar heeft een onafhankelijke risicobeheerfunctie die op systematische wijze een onafhankelijke risicobeheer uitvoert dat gericht is op het identificeren, meten en evalueren van de financiële risico’s waaraan de kredietinstelling of verzekeraar kan worden blootgesteld.
4.
Een financiële onderneming met zetel in het buitenland, die in de staat van zetel onder prudentieel toezicht staat, wordt vermoed te voldoen aan de in het eerste tot en met derde lid gestelde eisen, zolang zij in de staat van zetel is toegelaten tot de uitoefening van haar bedrijf.
Artikel 3:22. (risicomanagement beheerder en bewaarder)
Een beheerder of bewaarder met zetel in een openbaar lichaam, beschikt over procedures en maatregelen die waarborgen dat de omvang en samenstelling van en mutaties in de aan te houden financiële waarborgen getrouw en volledig kunnen worden vastgesteld. Artikel 3:21, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
1.
Een financiëledienstverlener als bedoeld in artikel 5:1 van de wet bewaart, indien hij een consument of cliënt adviseert, de informatie die hij overeenkomstig artikel 5:7 van de wet heeft ingewonnen, alsmede de gegevens betreffende het financiële product, de financiële dienst of de effecten, gedurende ten minste één jaar, gerekend vanaf het moment van advisering.
2.
Ten aanzien van financiëledienstverleners, niet zijnde adviseurs, is het eerste lid niet van toepassing, indien de advisering niet leidt tot het aangaan van verplichtingen door de consument onderscheidenlijk de cliënt inzake het aanbevolen financieel product, de aanbevolen financiële dienst of de aanbevolen effecten.
3.
Indien een consument of cliënt met of door bemiddeling van een financiëledienstverlener een overeenkomst aangaat waarvan de inhoud afwijkt van het advies van die financiëledienstverlener, is die financiëledienstverlener gedurende ten minste één jaar nadien in staat aan de Autoriteit Financiële Markten aan te tonen dat de consument, onderscheidenlijk de cliënt, in weerwil van het advies de keuze heeft gemaakt voor het aangaan van die overeenkomst.
Artikel 3:24. (bewaarplicht kredietovereenkomst)
Een kredietaanbieder bewaart de informatie die hij ingevolge artikel 5:14, tweede lid, van de wet heeft ingewonnen, alsmede de op schrift gestelde door hem aangeboden overeenkomst inzake krediet, indien die overeenkomst tot stand is gekomen, gedurende ten minste vijf jaren, gerekend vanaf de dag waarop die overeenkomst is afgewikkeld.
1.
Een bemiddelaar in effecten of een vermogensbeheerder bewaart de overeenkomsten met cliënten alsmede door de toezichtautoriteit aangewezen gegevens over alle door hem verleende diensten. Hij bewaart die overeenkomsten en gegevens gedurende ten minste vijf jaar.
2.
Een vermogensbeheerder bewaart de ingevolge artikel 5:8 van de wet ingewonnen informatie gedurende ten minste vijf jaren na de beëindiging van het beheer van het vermogen van de cliënt.
Artikel 3:26. (nadere regels beheerste bedrijfsuitoefening)
De toezichtautoriteit kan nadere regels stellen met betrekking tot de artikelen 3:19 tot en met 3:25.
1.
Werknemers en andere natuurlijke personen die zich onder verantwoordelijkheid van een financiële onderneming rechtstreeks bezighouden met het aanbieden van financiële producten of het verlenen van financiële diensten, beschikken over voldoende door een financiële onderneming of derde verzorgde relevante opleiding of daaraan gelijk te stellen ervaring.
2.
De Autoriteit Financiële Markten kan nadere regels stellen met betrekking tot de vereiste opleiding of ervaring, en op welke wijzen die ervaring kan worden aangetoond. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt naar de mate van zelfstandigheid van het optreden van categorieën personen.
Artikel 3:28. (erkenning exameninstituten)
Onze Minister kan exameninstituten erkennen die bevoegd zijn tot het afgeven van diploma’s waarmee de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 3:27, eerste lid, wordt aangetoond. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt tussen categorieën financiële ondernemingen. Een aanwijzing wordt gepubliceerd in de Staatscourant.
Artikel 3:29. (vakbekwaamheid leidinggevenden assurantiebemiddelaars)
Een bemiddelaar in schadeverzekeringen of levensverzekeringen draagt er zorg voor dat degenen die de feitelijke leiding hebben over een vestiging van zijn bedrijf, allen beschikken over een diploma dat ingevolge artikel 3:4 is aangewezen voor de bemiddeling in schadeverzekeringen onderscheidenlijk levensverzekeringen.
1.
Een financiële onderneming die financiële producten aanbiedt of financiële diensten verleent beschikt met het oog op een adequate behandeling van klachten van cliënten of consumenten over die producten of diensten over een behoorlijke administratie van die klachten, waarin ten minste worden vastgelegd:
a. de naam en het adres van de klager;
b. de klacht, met de daarbij behorende dagtekening van ontvangst;
c. een omschrijving van de klacht;
d. een beschrijving van de wijze waarop de financiële onderneming de klacht heeft behandeld.
2.
Een financiële onderneming bewaart de in het eerste lid bedoelde gegevens gedurende ten minste een jaar nadat de klacht door haar is afgehandeld.
Artikel 3:31. (definitie uitbesteden)
In deze paragraaf wordt onder uitbesteden verstaan: het door een financiële onderneming verlenen van een opdracht aan een derde tot het ten behoeve van die financiële onderneming verrichten van werkzaamheden:
a. die deel uitmaken van of voortvloeien uit het uitoefenen van haar bedrijf of het aanbieden van financiële producten dan wel verlenen van financiële diensten;
b. die deel uitmaken van de wezenlijke bedrijfsprocessen ter ondersteuning daarvan.
1.
Een financiële onderneming gaat niet over tot het uitbesteden van werkzaamheden indien dat een belemmering vormt voor een adequaat toezicht op de naleving van de bij of krachtens de wet gestelde regels.
2.
Een financiële onderneming besteedt de taken en werkzaamheden van personen die het dagelijks beleid bepalen, daaronder mede verstaan het vaststellen van het beleid en het afleggen van verantwoording over het gevoerde beleid, niet uit.
1.
Een financiële onderneming die werkzaamheden uitbesteedt aan een derde, draagt er zorg voor dat de derde de uitbestede werkzaamheden op adequate wijze uitvoert, de uitvoering afdoende controleert en de daaraan verbonden risico’s op adequate wijze beheerst. Zij legt de overeenkomst met de derde waaraan de werkzaamheden op structurele basis worden uitbesteed schriftelijk vast.
2.
De toezichtautoriteit kan nadere regels stellen met betrekking tot het eerste lid.
1.
Een beheerder besteedt het bepalen van het beleggingsbeleid van een beleggingsinstelling niet uit.
2.
De artikelen 3:32 en 3:33 zijn van overeenkomstige toepassing op een beheerder of bewaarder.