Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
- Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Markttoegang
+ Hoofdstuk 3. Bestuur, inrichting en bedrijfsuitoefening
+ Hoofdstuk 4. Financiële waarborgen
+ Hoofdstuk 5. Boekhouding en rapportage
+ Hoofdstuk 6. Bepalingen betreffende specifieke categorieën financiële ondernemingen
+ Hoofdstuk 7. Zorgvuldige dienstverlening
+ Hoofdstuk 8. Effectenverkeer
+ Hoofdstuk 9. Bestuurlijke boete
+ Hoofdstuk 10. Bijzondere prudentiële maatregelen verzekeraars
+ Hoofdstuk 11. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Besluit financiële markten BES

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Artikel 1:1. (begripsbepalingen)
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder:
bewaarder: een aan een beleggingsinstelling verbonden bewaarder als bedoeld in artikel 4:4, eerste lid, van de wet;
kredietvereniging: een kredietinstelling met de rechtsvorm van een coöperatie die ten doel heeft zijn leden behulpzaam te zijn bij het sparen en verlenen van kredieten;
wet: Wet financiële markten BES .
Artikel 1:2. (professionele marktpartijen)
Bij regeling van Onze Minister kunnen personen die voldoen aan in die regeling vast te stellen criteria met betrekking tot aard en omvang van hun activiteiten, worden aangewezen als professionele marktpartij.
Artikel 1:3. (uitgezonderde adviseurs)
De wet is met betrekking tot het optreden als adviseur niet van toepassing op adviseurs die een andere hoofdberoepswerkzaamheid hebben dan het verlenen van financiële diensten of het aanbieden van financiële producten en uit hoofde van die hoofdberoepswerkzaamheid inzicht hebben in de financiële situatie van een consument of cliënt, voor zover zij, zonder daarvoor van de aanbieder provisie te ontvangen, het aanbevolen product aan te bieden of andere financiële diensten te verlenen met betrekking tot het aanbevolen product, die consument of cliënt adviseren en de door hen verstrekte adviezen in het verlengde liggen van hun hoofdberoepswerkzaamheid.
1.
De hoofdstukken 2 tot en met 5 van de wet, met uitzondering van de artikelen 2:21 en 2:22 en de paragrafen 4 en 5 van hoofdstuk 5, zijn niet van toepassing op:
a. beleggingsinstellingen die uitsluitend rechten van deelneming aanbieden in een besloten kring dan wel aan professionele marktpartijen;
b. beheerders en bewaarders voor zover zij de in onderdeel a bedoelde beleggingsinstellingen beheren of belast zijn met de bewaring van de activa van deze beleggingsinstellingen;
c. beleggingsinstellingen die aan de volgende vereisten voldoen:
1°. in de beleggingsinstelling kunnen ten hoogste 25 natuurlijke personen deelnemen;
2°. per deelnemer wordt niet meer dan USD 10.000 ingelegd;
3°. de beleggingsinstelling gaat geen verplichtingen aan waardoor voor de deelnemers een verplichting kan ontstaan tot bijbetaling;
4°. de gelden of andere goederen worden niet gevraagd, dan wel de rechten van deelneming worden niet aangeboden door natuurlijke of rechtspersonen die beroeps- of bedrijfsmatig handelen of beleggen in effecten of andere beleggingen;
d. beleggingsinstellingen waarvan het balanstotaal voor minder dan 50% uit beleggingen bestaat en waarvan de totale gerealiseerde opbrengsten voor minder dan 50% worden gegenereerd uit beleggingen.
2.
Een beleggingsinstelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, die een prospectus verkrijgbaar stelt, vermeldt daarin dat zij niet onder toezicht staat van de Autoriteit Financiële Markten.
Artikel 1:5. (uitgezonderde bemiddelaars in goederenkrediet)
De hoofdstukken 2 tot en met 5 van de wet, met uitzondering van de artikelen 2:21, 2:22, 4:40, derde lid, 5:2, 5:3 en 5:4 en de paragrafen 4 en 5 van hoofdstuk 5, zijn niet van toepassing op bemiddelaars in goederenkrediet dat dient ter verschaffing van het genot van een roerende zaak dan wel het verlenen van een dienst, indien de looptijd van het goederenkrediet niet langer is dan de verwachte economische levensduur van de verschafte roerende zaak of dan de periode van dienstverlening, en de bemiddelaar in goederenkrediet:
a. de consument niet adviseert over het goederenkrediet; en
b. een andere hoofdberoepswerkzaamheid heeft dan bemiddeling in goederenkrediet.
Artikel 1:6. (uitgezonderde elektronischgeldinstellingen)
De wet is niet van toepassing op de uitgifte van elektronisch geld dat uitsluitend kan worden gebruikt:
a. hetzij in door de onderneming of instelling door of namens wie het elektronisch geld is uitgegeven gebruikte bedrijfsgebouwen;
b. hetzij op grond van een handelsovereenkomst met de in onderdeel a genoemde onderneming of instelling binnen een beperkt netwerk van dienstverleners;
c. hetzij voor een beperkte reeks goederen dan wel diensten.
1.
De wet is met betrekking tot het optreden als adviseur niet van toepassing op adviseurs, voor zover zij adviseren over andere financiële producten dan krediet aan consumenten die bij hen werkzaam zijn of anderszins onder hun verantwoordelijkheid vallen.
2.
De wet is met betrekking tot het optreden als bemiddelaar niet van toepassing op bemiddelaars, voor zover zij bemiddelen over andere financiële producten dan krediet ten behoeve van consumenten die bij hen werkzaam zijn of anderszins onder hun verantwoordelijkheid vallen.
3.
De wet is met betrekking tot het optreden als gevolmachtigd of ondergevolmachtigd agent niet van toepassing op gevolmachtigd of ondergevolmachtigd agenten, voor zover zij verzekeringen sluiten met consumenten die bij hen in dienst zijn of anderszins onder hun verantwoordelijkheid vallen.
a. het verlenen van financiële diensten of het aanbieden van financiële producten, niet zijnde rechten van deelneming in beleggingsinstellingen, door pensioenfondsen voor zover zij die financiële diensten verlenen of die financiële producten aanbieden aan de bedrijfstak of onderneming waarmee zij zijn verbonden;
b. het optreden als vermogensbeheerder ten behoeve van pensioenfondsen of daaraan gelieerde fondsen door personen die zijn verbonden aan het fonds waaraan deze financiële dienst wordt verleend.
1.
De wet is niet van toepassing op:
a. het door een werkgever als nevenactiviteit aanbieden van krediet aan uitsluitend zijn werknemers of het verlenen van een financiële dienst met betrekking tot dat krediet:
1°. rentevrij of tegen een lagere dan de op de markt gebruikelijke rentevoet;
2°. tegen een rentevoet die niet hoger is dan de op de markt gebruikelijke rentevoet en onder voorwaarden die voor de consument gunstiger zijn dan de op de markt gebruikelijke voorwaarden;
b. het aanbieden van krediet, of het verlenen van een financiële dienst met betrekking tot zodanig krediet, dat binnen drie maanden dient te worden afgelost en ter zake waarvan slechts onbetekenende kosten aan de consument in rekening worden gebracht.
2.
De wet , met uitzondering van de artikelen 5:3, 5:4 en 5:15, is niet van toepassing op het aanbieden van, of het verlenen van financiële diensten met betrekking tot, een geoorloofde debetstand waarbij de consument is gehouden binnen een maand af te lossen.
Artikel 1:10. (uitgezonderde natura-uitvaartverzekeraars)
De hoofdstukken 2 tot en met 5 van de wet, met uitzondering van de artikelen 2:21 en 2:22 en de paragrafen 4 en 5 van hoofdstuk 5, zijn niet van toepassing op natura-uitvaartverzekeraars met minder dan 200 verzekerden.
1.
De toezichtautoriteit brengt de ingevolge artikel 1:5, derde lid, of 1:6, derde lid, van de wet onder haar toezicht staande financiële ondernemingen jaarlijks een bedrag in rekening ter gedeeltelijke vergoeding van de kosten, bedoeld in artikel 1:10, tweede lid, van de wet, overeenkomstig de daartoe ingevolge artikel 1:10, derde lid, van de wet vastgestelde tarieven.
2.
De hoogte van de in het eerste lid bedoelde tarieven wordt voor de naar aard en omvang van hun activiteiten te onderscheiden categorieën financiële ondernemingen verschillend vastgesteld. Tevens kan bij de vaststelling onderscheid worden gemaakt tussen financiële ondernemingen met zetel in een openbaar lichaam en financiële ondernemingen met zetel in het buitenland.
3.
Betaling van het ingevolge het eerste lid verschuldigde bedrag geschiedt op door de toezichtautoriteit te bepalen wijze en binnen een door haar te bepalen termijn.
2.
De Autoriteit Financiële Markten kan slechts ontheffing verlenen van artikel 4:14, tweede lid, van de wet, indien de werkzaamheden worden voortgezet in een besloten kring.