Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Begripsomschrijvingen
- Hoofdstuk II. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk III. Afwijkende bepalingen voor bijzondere groepen zelfstandigen
+ Hoofdstuk IV. Verplichtingen verbonden aan de bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal en maatregelen bij het niet nakomen van deze verplichtingen
+ Hoofdstuk V. Vermogensvaststelling
+ Hoofdstuk VI. Aangewezen gemeenten voor de bijstandverlening aan ondernemers in de binnenvaart
+ Hoofdstuk VII
+ Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken

Besluit bijstandverlening zelfstandigen

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2004. U leest nu de tekst die gold op -.
1.
Aan een zelfstandige wordt bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal verleend met toepassing van paragraaf 2 van dit hoofdstuk.
2.
Aan een zelfstandige wordt bijstand ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan verleend met toepassing van paragraaf 3 van dit hoofdstuk.
3.
Indien aan een zelfstandige bijstand wordt verleend zowel ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal als ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, wordt de bijstand verleend met toepassing van de artikelen 5, 6, 8 en 9.
Artikel 3
Bijstand in de vorm van een bedrag om niet als bedoeld in artikel 22, tweede lid en artikel 23, tweede en derde lid, van de wet en de artikelen 7, 8 en 10 van dit besluit:
a. wordt niet verleend indien het eigen vermogen meer bedraagt dan f 282 000 [Red: per 1 januari 2003: € 156.240,00]
b. wordt, indien het eigen vermogen meer bedraagt dan f 77 800 [Red: per 1 januari 2003: € 37.177,00] doch minder dan f 282 000 [Red: per 1 januari 2003: € 156.240,00] slechts verleend indien dit eigen vermogen niet meer bedraagt dan 30 procent van het totaal vermogen.
Artikel 4
De bijstand, die wordt verleend in de vorm van een bedrag om niet met toepassing van de artikelen 7, 8, eerste lid, 10, tweede lid en 13, derde lid, wordt verhoogd met een forfaitair bedrag dat overeenkomt met de loonbelasting en de premies volksverzekeringen, bedoeld in artikel 26, vierde lid, van de wet.
Artikel 5
Bijstand in de vorm van een geldlening ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt verleend met inachtneming van het volgende:
a. de geldlening bedraagt voor een zelfstandige die reeds gedurende een redelijke termijn als zodanig werkzaam is geweest ten hoogste f 300 000 [Red: per 1 januari 2003: € 162.344,00] ; dit bedrag geldt per bedrijf of zelfstandig beroep;
b. de rente van de geldlening bedraagt 7 procent [Red: per 1 juli 2003: 5,0 procent.] per jaar gedurende de gehele looptijd van de geldlening;
c. de looptijd van de geldlening is ten hoogste tien jaar.
Artikel 6
Bijstand in de vorm van borgtocht ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt verleend met inachtneming van het volgende:
a. de borgtocht kan worden aangegaan voor een zelfstandige die reeds gedurende een redelijke termijn als zodanig werkzaam is geweest tot ten hoogste f 300 000 [Red: per 1 januari 2003: € 162.344,00] ; dit bedrag geldt per bedrijf of zelfstandig beroep;
b. de borgtocht heeft geen betrekking op de rente en kosten van die geldlening waarvoor borgtocht wordt aangegaan;
c. de looptijd van de geldlening waarvoor borgtocht wordt aangegaan is ten hoogste tien jaar;
d. de borgtocht kan alleen worden aangegaan met een bank;
e. het bedrag dat de zelfstandige na uitwinning verschuldigd is, wordt aangemerkt als een lening, waarop de artikelen 20 tot en met 23 van toepassing zijn;
f. uitwinning door de bank kan slechts plaatsvinden na toestemming van burgemeester en wethouders.
Artikel 7
Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal in de vorm van een bedrag om niet als bedoeld in artikel 22, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de wet, wordt verleend tot ten hoogste f 15 000 [Red: per 1 januari 2003: € 8.117,00] ; dit bedrag geldt per bedrijf of zelfstandig beroep. Deze bijstand gaat niet samen met bijstand als bedoeld in de artikelen 5 en 6.
1.
De op grond van artikel 5 verleende bijstand wordt ambtshalve geheel of gedeeltelijk omgezet in een bedrag om niet, indien het netto inkomen in het boekjaar van de aanvraag dan wel in het daaraan voorafgaande jaar lager is dan de jaarnorm. Het bedrag om niet bedraagt het verschil tussen de jaarnorm en het netto inkomen doch ten hoogste het verschil tussen het eigen vermogen en de toepasselijke vermogensgrens bedoeld in artikel 3. De zelfstandige bepaalt het boekjaar waarover de bijstand wordt omgezet in een bedrag om niet.
2.
De op grond van artikel 5 verschuldigde rente wordt ambtshalve kwijtgescholden en reeds betaalde rente terugbetaald, indien het netto inkomen in een of beide boekjaren volgend op het boekjaar van de aanvraag, lager is dan de jaarnorm. Het bedrag is ten hoogste de voor dat boekjaar geldende renteverplichting op grond van artikel 5, doch niet meer dan het verschil tussen de jaarnorm en het netto inkomen in het boekjaar.
3.
Indien de bijstand is verleend in de vorm van borgtocht op grond van artikel 6, zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing op de door de bank verstrekte lening. De aldus berekende bedragen worden verstrekt als een bedrag om niet. Aan deze bijstand wordt de voorwaarde verbonden dat het wordt aangewend ter aflossing of tot rentebetaling op de door de bank verstrekte lening.
4.
Het bedrag van de op grond van het eerste lid in een bedrag om niet omgezette bijstand, of het bedrag van de op grond van het tweede lid kwijtgescholden of terugbetaalde rente dan wel het op grond van het derde lid berekende bedrag om niet, kan tezamen met de over hetzelfde boekjaar verleende bijstand ingevolge paragraaf 3 van dit hoofdstuk, niet meer bedragen dan de jaarnorm.
Artikel 9
Burgemeester en wethouders geven de bestemming aan van bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal.
1.
Burgemeester en wethouders nemen een nadere beslissing met betrekking tot de verleende bijstand, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet, nadat zij het netto inkomen uit bedrijf of zelfstandig beroep definitief hebben vastgesteld aan de hand van de administratie. De zelfstandige legt deze binnen 6 maanden na afloop van het boekjaar over aan burgemeester en wethouders.
2.
Indien de verleende bijstand, vermeerderd met het in het desbetreffende boekjaar behaalde netto inkomen:
a. minder is dan de jaarnorm, wordt ambtshalve voor het verschil bijstand verleend, met dien verstande dat de in totaal te verlenen bijstand niet meer bedraagt dan de jaarnorm berekend naar evenredigheid over de periode waarin over het desbetreffende boekjaar bijstand is verleend. De als geldlening verstrekte bijstand wordt omgezet in een bedrag om niet;
b. gelijk is aan de jaarnorm, wordt de als geldlening verstrekte bijstand omgezet in een bedrag om niet;
c. meer is dan de jaarnorm, wordt de bijstand ter grootte van het verschil teruggevorderd en wordt de rest van de als geldlening verstrekte bijstand omgezet in een bedrag om niet.
Artikel 11
In afwijking van artikel 10 wordt, voor zover het eigen vermogen de vermogensgrens, genoemd in artikel 3 of 13, tweede lid, overschrijdt, de renteloze geldlening gehandhaafd na afloop van het tijdvak waarin bijstand is verleend. Met ingang van het jaar volgend op het laatste jaar van de bijstandverlening wordt hierop een jaarlijkse aflossing van tenminste 10 procent voldaan. Voor zover de zelfstandige, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, een deel van de verschuldigde aflossing niet kan voldoen, wordt uitstel van betaling verleend.