Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
- Hoofdstuk I. Beheer van winningsafvalstoffen
+ Hoofdstuk II. Wijzigingen andere besluiten
+ Hoofdstuk III. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Besluit beheer winningsafvalstoffen

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
1.
Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften, inhoudende de verplichting:
a. dat het winningsafvalbeheersplan wordt gewijzigd in geval van ingrijpende wijzigingen in de exploitatie van de afvalvoorziening of in de gestorte afvalstoffen;
b. dat het winningsafvalbeheersplan elke vijf jaar wordt herzien;
c. dat een wijziging of herziening van het winningsafvalbeheersplan aan het bevoegd gezag wordt gemeld.
2.
In het eerste lid, onder a, wordt onder een ingrijpende wijziging verstaan: een wijziging in de structuur of de exploitatie van een afvalvoorziening die, naar het oordeel van het bevoegd gezag, belangrijke negatieve gevolgen kan hebben voor de menselijke gezondheid of het milieu.
1.
In een vergunning wordt door het bevoegd gezag aangegeven of een afvalvoorziening is ingedeeld in categorie A overeenkomstig de in bijlage III bij de richtlijn beheer winningsafval bedoelde criteria, alsmede overeenkomstig de criteria, bedoeld in de artikelen 1 tot en met 9 van de beschikking indeling afvalvoorzieningen.
2.
Indien degene die de afvalvoorziening drijft, van oordeel is dat die afvalvoorziening niet in categorie A behoeft te worden ingedeeld, verstrekt hij bij de aanvraag:
a. zodanige gegevens of beschrijvingen dat deze classificatie ten genoegen van het bevoegd gezag wordt aangetoond;
b. een identificatie van mogelijke gevaren in geval van een ongeval.
Artikel 6
Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften ten aanzien van de vakbekwaamheid van degene die de afvalvoorziening drijft en ten aanzien van de technische ontwikkeling en de opleiding van de in de afvalvoorziening werkzame personen.
1.
Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften, inhoudende de verplichting:
a. dat de afvalvoorziening overeenkomstig het bij de aanvraag overgelegd en door het bevoegd gezag goedgekeurd ontwerp wordt aangelegd of gebouwd;
b. dat na de oplevering van de afvalvoorziening en vóór de ingebruikneming daarvan aan het bevoegd gezag een opleveringsrapportage wordt overgelegd, waarin in elk geval zijn opgenomen:
1°. de wijze waarop de directievoering op de aanleg of bouw heeft plaatsgevonden;
2°. de tijdens het werk ten opzichte van het bestek doorgevoerde afwijkingen en de op die afwijkingen betrekking hebbende revisietekeningen;
3°. een door een deskundige met aantoonbare expertise uitgevoerde controle op de deugdelijkheid en fysische stabiliteit van de opgeleverde afvalvoorziening en of wordt voldaan aan de voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden.
2.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing bij een verandering van de afvalvoorziening.
1.
Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften, inhoudende de verplichting:
a. dat de afvalvoorziening op een zodanige wijze wordt beheerd en onderhouden dat de fysische stabiliteit is verzekerd en verontreiniging of besmetting van bodem, lucht, oppervlaktewaterlichamen of grondwater en schade aan het landschap zoveel mogelijk wordt voorkomen, dan wel zoveel mogelijk wordt beperkt, voor zover zij niet kunnen worden voorkomen;
b. dat verontreinigd water of percolaat wordt opgevangen, verzameld en gezuiverd of afgevoerd op een zodanige wijze dat geen gevaar bestaat voor verontreiniging van de bodem of het grondwater;
c. dat erosie door water of wind wordt tegengegaan, voor zover dat technisch mogelijk en economisch haalbaar is;
d. tot periodieke monitoring en inspectie van de afvalvoorziening door binnen de inrichting werkzame personen, die beschikken over de voor die werkzaamheden benodigde vakbekwaamheid, om te verzekeren dat de voorziening voldoet aan de voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden;
e. tot het treffen van maatregelen indien de resultaten van die monitoring en de inspectie wijzen op instabiliteit of verontreiniging van het water of de bodem.
2.
Het bevoegd gezag verbindt voorts aan de vergunning het voorschrift, inhoudende de verplichting dat de gegevens van de monitoring en inspecties, samen met de vergunningdocumentatie, worden bewaard om de passende overdracht van informatie te verzekeren in het geval de vergunning zal gaan gelden voor een ander dan de vergunninghouder.
1.
Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften, inhoudende de verplichting dat degene die de afvalvoorziening drijft, ten minste eenmaal per jaar op basis van verzamelde gegevens een verslag toezendt aan het bevoegd gezag:
a. om aan te tonen dat aan de voorschriften van de vergunning wordt voldaan, en
b. om de kennis van het gedrag van de afvalstoffen en de afvalvoorziening te vergroten.
2.
Naar aanleiding van dit verslag kan het bevoegd gezag degene die de afvalvoorziening drijft, verplichten de gegevens, op basis waarvan het verslag is opgesteld, te laten valideren door een onafhankelijke deskundige.
1.
Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften, inhoudende de verplichting dat:
a. overeenkomstig het bepaalde bij de kaderrichtlijn water, verslechtering van de toestand van het water wordt voorkomen, onder meer door:
1°. de potentiële percolaatvorming te evalueren, met inbegrip van de verontreinigde bestanddelen van het percolaat, vanuit de gestorte afvalstoffen zowel tijdens de bedrijfsuitoefening als tijdens de fase na de sluiting van de afvalvoorziening, en de waterbalans van de afvalvoorziening te bepalen;
2°. te voorkomen, dan wel zoveel mogelijk te beperken, voor zover dit niet kan worden voorkomen, dat percolaat wordt gegenereerd en oppervlaktewaterlichamen, grondwater of de bodem door de afvalstoffen worden verontreinigd;
3°. het verontreinigde water en percolaat van de afvalvoorziening te verzamelen en te behandelen totdat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde normen van lozing ervan;
b. degene die de afvalvoorziening drijft, de noodzakelijke maatregelen neemt om stof- en gasemissies zoveel mogelijk te voorkomen, dan wel zoveel mogelijk te beperken, voor zover deze emissies niet kunnen worden voorkomen;
c. indien winningsafvalstoffen worden teruggeplaatst in een afvalvoorziening die na de sluiting mag volstromen, degene die deze afvalvoorziening drijft:
1°. de noodzakelijke maatregelen treft om verslechtering van de toestand van het water en bodemverontreiniging zoveel mogelijk te voorkomen dan wel zoveel mogelijk te beperken, voor zover dit niet kan worden voorkomen;
2°. het bevoegd gezag voorziet van de informatie die noodzakelijk is om te verzekeren dat wordt voldaan aan richtlijn 2006/11/EG, het Activiteitenbesluit milieubeheer en de kaderrichtlijn water.
2.
Het bevoegd gezag kan van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, onder a, onderdelen 2° of 3°, afwijken indien op basis van een beoordeling van de milieurisico’s en rekening houdend met richtlijn 2006/11/EG, het Activiteitenbesluit milieubeheer en de kaderrichtlijn water, wordt vastgesteld dat:
a. het verzamelen en behandelen van percolaat niet nodig is, of
b. de afvalvoorziening geen potentieel gevaar voor de bodem, het grondwater of een oppervlaktewaterlichaam vormt.
3.
Aan een vergunning als bedoeld in artikel 6.2 van de Waterwet voor het storten van winningsafvalstoffen in een ontvangend waterlichaam, niet zijnde een waterlichaam dat is aangelegd voor de verwijdering van winningsafvalstoffen, wordt de verplichting verbonden dat degene die de afvalvoorziening drijft:
a. voldoet aan de toepasselijke voorschriften van richtlijn 2006/11/EG en de kaderrichtlijn water;
b. het bevoegd gezag voorziet van de informatie die noodzakelijk is om te verzekeren dat wordt voldaan aan de onder a bedoelde voorschriften.