Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
- Hoofdstuk I. Premiespaarregeling
+ Hoofdstuk II. Winstdelingsspaarregelingen
+ Hoofdstuk III. Aanwijzing als spaarregeling
+ Hoofdstuk IV. Spaarloonregelingen
+ Hoofdstuk V. Uitsluiting van spaarregelingen en spaarloonregelingen
+ Hoofdstuk VI. Uitbetalingen welke in afwijking van de spaarregeling of de spaarloonregeling worden gedaan
+ Hoofdstuk VII. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Besluit bedrijfsspaarregelingen

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2005. U leest nu de tekst die gold op -.
Artikel 1
Een premiespaarregeling als is bedoeld in artikel 11, vierde en vijfde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 en artikel 6, vierde en vijfde lid van de Coördinatiewet Sociale Verzekering moet schriftelijk zijn vastgelegd en mede voldoen aan het gestelde in de artikelen 2 tot en met 19 van dit besluit.
1.
Een premiespaarregeling moet voorzien in uitkeringen - hierna te noemen: spaarpremies - die door de werkgever worden gedaan naar gelang van door hem van de werknemer op diens verzoek ingehouden besparingen - hierna te noemen: ingehouden spaargelden.
2.
De spaarpremie mag over ieder kalenderjaar waarin de werknemer overeenkomstig de regeling heeft gespaard, niet meer bedragen dan f 750.
3.
Voor de berekening van het in het tweede lid bedoelde maximum wordt de spaarpremie toegerekend aan het kalenderjaar waarin de ingehouden spaargelden ter zake waarvan de spaarpremie is toegekend, op de in artikel 3, eerste lid, bedoelde spaarrekening zijn bijgeschreven.
4.
Ingehouden spaargelden ter zake waarvan een spaarpremie is toegekend komen niet nogmaals voor een spaarpremie in aanmerking.
1.
De ingehouden spaargelden moeten door de werkgever of een in de regeling aangewezen instelling worden geadministreerd op een bijzondere rekening - hierna te noemen: spaarrekening.
2.
Als instelling bedoeld in het eerste lid, kunnen worden aangewezen spaarbanken, handelsbanken, landbouwcredietinstellingen, bouwkassen, spaarfondsen, en daarmede vergelijkbare rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid.
Artikel 4
Ter zake van ingehouden spaargelden mag een spaarpremie worden toegekend:
a. van ten hoogste 50%, nadat zij gedurende ten minste 4 kalenderjaren op de spaarrekening hebben gestaan;
b. van ten hoogste 100%, nadat zij gedurende ten minste 7 kalenderjaren op de spaarrekening hebben gestaan;
c. van ten hoogste 200%, nadat zij gedurende ten minste 10 kalenderjaren op de spaarrekening hebben gestaan.
1.
Voordat het in de spaarregeling voor toekenning van een spaarpremie bepaalde aantal kalenderjaren is vervuld, mag die spaarpremie voorlopig worden bijgeschreven op de spaarrekening.
2.
De werknemer mag over voorlopig bijgeschreven spaarpremies niet beschikken.
3.
Een voorlopig bijgeschreven spaarpremie moet ter beschikking van de werkgever of een in de regeling aangewezen derde komen, zodra vaststaat dat die spaarpremie niet meer aan de werknemer zal mogen worden toegekend.
1.
Bij beëindiging van de dienstbetrekking voordat het in de spaarregeling voor toekenning van een spaarpremie bepaalde aantal kalenderjaren is vervuld, mag voor elk kalenderjaar gedurende hetwelk de ingehouden spaargelden op de spaarrekening hebben gestaan, een evenredig deel van die spaarpremie worden toegekend.
2.
De gehele spaarpremie mag worden toegekend bij beëindiging van de dienstbetrekking door of in verband met:
a. het overlijden of de emigratie van de werknemer;
b. het reorganiseren of het staken van de onderneming door de werkgever.
Artikel 7
Met betrekking tot ten laste van de spaarrekening gekochte effecten mag:
a. het in de aankoopprijs begrepen bedrag aan ingehouden spaargelden worden gelijkgesteld met ingehouden spaargelden op de spaarrekening, zolang de effecten onbezwaard deel uitmaken van het vermogen van de werknemer;
b. bij verkoop de opbrengst tot het onder a bedoelde bedrag, voor zover dit onverwijld wordt teruggestort op de spaarrekening, worden gelijkgesteld met ingehouden spaargelden.
Artikel 8
Met betrekking tot de in artikel 7 bedoelde effecten, andere dan spaareffecten in de zin van de Beschikking bijzondere beleggingsinstellingen ( Stcrt. 1971, 249), moet:
a. de aankoop en de verkoop geschieden door bemiddeling van een in de regeling aangewezen instelling;
b. de bewaring geschieden door of onder verantwoordelijkheid van die instelling, dan wel door of onder verantwoordelijkheid van de werkgever.
1.
Met betrekking tot ten laste van de spaarrekening voldane premies welke verschuldigd zijn ingevolge een overeenkomst van levensverzekering, mag het daarin begrepen bedrag aan ingehouden spaargelden worden gelijkgesteld met ingehouden spaargelden op de spaarrekening, zolang de polis onbezwaard deel uitmaakt van het vermogen van de werknemer of van dat van zijn echtgenoot.
2.
Voor de berekening van het in de spaarregeling voor toekenning van een spaarpremie bepaalde aantal kalenderjaren wordt alleen in aanmerking genomen de tijd na de voldoening van de premies.
1.
De in artikel 9, eerste lid, bedoelde overeenkomst van levensverzekering moet:
a. zijn aangegaan met een levensverzekeraar in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 of met de Sociale verzekeringsbank;
c. door de werknemer of zijn echtgenoot zijn gesloten, hetzij op het eigen leven, hetzij op dat van zijn echtgenoot of van de kinderen waarvoor de werknemer ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet ( Stb. 1968, 24) recht op kinderbijslag had op 1 januari van het jaar waarin de premie is voldaan.
2.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, mag een polis worden overgedragen tot zekerheid van een hypothecaire lening als is bedoeld in artikel 12, letter b, indien is overeengekomen dat het verzekerde bedrag zal worden aangewend voor aflossing van die lening.
Artikel 11
Ter zake van ingehouden spaargelden die ten laste van de spaarrekening worden besteed ter verwerving van onroerende zaken door de werknemer of zijn echtgenoot mag bij de besteding een spaarpremie worden toegekend van ten hoogste 50% of, indien de spaarpremie geheel mede besteed wordt ter verwerving van onroerende zaken, van ten hoogste 200%.
Artikel 12
Voor de toepassing van artikel 11 worden als besteed ter verwerving van onroerende zaken mede aangemerkt:
a. betalingen ter verwerving van lidmaatschappen van coöperatieve verenigingen waarvan de leden enkel op grond van hun lidmaatschap het recht van uitsluitend gebruik hebben van een aan de coöperatieve vereniging in eigendom toebehorend gebouw, dan wel van een afzonderlijk gedeelte van een zodanig gebouw;
b. aflossingen op hypothecaire leningen rustende op en aangegaan ter financiering van onroerende zaken, daaronder begrepen aflossingen door een lid van een coöperatieve vereniging als is bedoeld onder a , op een hypothecaire lening voor welke het onder a bedoelde gebouw dan wel een afzonderlijk gedeelte van een zodanig gebouw is verbonden;
c. uitgaven ter zake van verbeteringen van een gebouw, waaronder worden verstaan alle technische voorzieningen aangebracht door de eigenaar van dat gebouw dan wel door het lid van een coöperatieve vereniging als is bedoeld onder a , waardoor het woongerief, indien het een woning, of de gebruikswaarde, indien het een bedrijfsruimte betreft, geacht kan worden te zijn gestegen, met inbegrip van in rechtstreeks verband met de verbetering uitgevoerde andere werkzaamheden, indien de gezamenlijke kosten van deze verbetering ten minste een bedrag van f 500 belopen.
Artikel 13
Ter zake van ingehouden spaargelden die ten laste van de spaarrekening zijn besteed ter voldoening van ingevolge een overeenkomst van levensverzekering verschuldigde premies, mag bij de besteding een spaarpremie worden toegekend van ten hoogste 50%, indien de polis onbezwaard deel uitmaakt van het vermogen van de werknemer of van dat van zijn echtgenoot.
1.
De in artikel 13 bedoelde overeenkomst van levensverzekering moet, voor zover het tijdstip van uitkering niet wordt bepaald door het overlijden van de verzekerde, voorzien in een looptijd van tenminste 5 jaren.
2.
Artikel 10 vindt overeenkomstige toepassing.
Artikel 15
Voor de toepassing van artikel 13 worden als ingevolge een overeenkomst van levensverzekering verschuldigde premies mede aangemerkt regelmatige inleggingen bij een instelling als is bedoeld in artikel 3, tweede lid, waartoe de werknemer of zijn echtgenoot zich ingevolge een overeenkomst tot sparen met levensverzekering heeft verplicht, indien
a. in de overeenkomst, voor zover het tijdstip van uitkering niet wordt bepaald door het overlijden van de verzekerde, een looptijd van ten minste 5 jaren is voorzien;
b. de rechten van de werknemer of van zijn echtgenoot uit de overeenkomst - behoudens overeenkomstige toepassing van artikel 10, tweede lid - onbezwaard deel uitmaken van het vermogen van de werknemer of van dat van zijn echtgenoot;
c. de door de instelling als is bedoeld in artikel 3, tweede lid, gesloten overeenkomst van levensverzekering voldoet aan artikel 10, eerste lid, letters a en b.
Artikel 16
Ter zake van ingehouden spaargelden die van de spaarrekening zijn opgenomen in een tijdvak dat aanvangt één jaar vóór en eindigt drie maanden na het sluiten van het huwelijk van de werknemer, mag na het sluiten van het huwelijk een spaarpremie worden toegekend van ten hoogste 50%.
Artikel 17
Het tegoed op de spaarrekening mag uitsluitend bestaan uit:
a. de ingehouden spaargelden;
b. de opbrengst bij verkoop van effecten, tot het in de aankoopprijs begrepen bedrag aan ingehouden spaargelden;
c. de voorlopig bijgeschreven spaarpremies;
d. de ingehouden toegekende spaarpremies;
e. de op het tegoed gekweekte rente.
Artikel 18
Het verloop van het tegoed op de spaarrekening moet voor iedere werknemer per kalenderjaar waarin hij overeenkomstig de regeling heeft gespaard, afzonderlijk worden geadministreerd voor zoveel betreft:
a. de ingehouden spaargelden - daaronder begrepen de opbrengst van verkochte effecten - die nog voor een spaarpremie in aanmerking kunnen komen;
b. de voorlopig bijgeschreven spaarpremies.
1.
Uit de door de werkgever gevoerde administratie moet voor iedere werknemer per kalenderjaar waarin hij overeenkomstig de regeling heeft gespaard, duidelijk blijken welke spaarpremies zijn toegekend.
2.
Uit de door de werkgever gevoerde administratie, zonodig aangevuld met door derden afgegeven bescheiden, moet met betrekking tot elke premietoekenning blijken dat deze op de spaarregeling is gegrond.