Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Scheepstechnicus
- Hoofdstuk III. Bemanningseisen
+ Hoofdstuk IV. Diensttijd
+ Hoofdstuk V. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Bemanningseisenbesluit

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2014. U leest nu de tekst die gold op -.
1.
In afwijking van het daaromtrent bepaalde in het Besluit zeevaartdiploma's en in de artikelen 110, 111 en 112 van het Schepenbesluit 1965 ( Stb. 367) kan een schip, indien het naar het redelijk oordeel van de inspecteur-generaal daartoe geschikt is, worden bemand overeenkomstig een van de in dit besluit opgenomen bemanningssamenstellingen. De reder dient daartoe, onder opgaaf van de bemanningssamenstelling die hij wenst, een verzoek in bij de inspecteur-generaal.
2.
In afwijking van het bepaalde in de artikelen 10 tot en met 20 met betrekking tot het bezit van diploma's en bewijzen van diensttijd, kan worden volstaan met het bezit van een verklaring van geschiktheid en bekwaamheid, uitgereikt op grond van artikel 119 van het Schepenbesluit 1965, waaruit blijkt dat de houder bevoegd is de desbetreffende functie te vervullen.
1.
Aan boord van een vrachtschip met een bruto-tonnage van 9000 of meer kan de volgende bemanning dienst doen:
a. bemanningssamenstelling I
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart;
3°. een tweede stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's;
4°. een derde stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart;
5°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma C als scheepswerktuigkundige;
6°. een tweede scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma B als scheepswerktuigkundige;
7°. een derde scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma A als scheepswerktuigkundige;
8°. een vierde scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver, met dien verstande dat deze vervangen mag worden door een scheepstechnicus en dat de vierde scheepswerktuigkundige niet vereist is aan boord van schepen met een voortstuwingsvermogen van minder dan 8000 kW en
9°. vier ongediplomeerde scheepsgezellen;
of
b. bemanningssamenstelling II
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart;
3°. een tweede stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's;
4°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma C als scheepswerktuigkundige;
5°. een tweede scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma B als scheepswerktuigkundige;
6°. twee maritieme officieren specialisatie navigatie dan wel specialisatie werktuigkunde;
7°. een scheepstechnicus en
8°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen;
of
c. bemanningssamenstelling III
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart;
3°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma C als scheepswerktuigkundige;
4°. een maritiem officier specialisatie werktuigkunde in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 17, in verband met artikel 22;
5°. twee maritieme officieren specialisatie navigatie of specialisatie werktuigkunde, waarvan één een diensttijd heeft behaald van ten minste twee jaren als maritiem officier aan boord van vrachtschepen met een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer;
6°. twee scheepstechnici en
7°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen;
of
d. bemanningssamenstelling IV
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart;
2°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma C als scheepswerktuigkundige;
3°. een maritiem officier specialisatie navigatie die een diensttijd heeft behaald van ten minste vier jaren als maritiem officier aan boord van vrachtschepen met een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer;
4°. een maritiem officier specialisatie werktuigkunde in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27;
5°. twee maritieme officieren specialisatie navigatie dan wel specialisatie werktuigkunde, waarvan één een diensttijd heeft behaald van ten minste twee jaren als maritiem officier aan boord van vrachtschepen met een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer;
6°. twee scheepstechnici en
7°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen;
of
e. bemanningssamenstelling V
1°. een kapitein, zijnde maritiem officier specialisatie werktuigkunde, dan wel specialisatie navigatie in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 23;
2°. een eerste officier, zijnde maritiem officier specialisatie navigatie, dan wel specialisatie werktuigkunde en in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 25, met dien verstande dat de specialisatie van de eerste officier een andere dient te zijn dan de specialisatie van de kapitein;
3°. een maritiem officier specialisatie werktuigkunde in het bezit van het bewijs van diensttijd bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27;
4°. een maritiem officier specialisatie navigatie in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27;
5°. twee maritieme officieren specialisatie navigatie dan wel specialisatie werktuigkunde;
6°. twee scheepstechnici en
7°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen.
2.
De maritieme officieren specialisatie navigatie dan wel specialisatie werktuigkunde, genoemd in het eerste lid, onder b , 6°, onder c , 5°, onder d , 5°, en onder e , 5°, mogen worden vervangen door een middelbaar maritiem officier A, met dien verstande dat aan boord van schepen met een voortstuwingsvermogen van minder dan 8000 kW ook een middelbaar maritiem officier M dienst mag doen.
Artikel 11
Aan boord van een vrachtschip met een bruto-tonnage van 6000 of meer, doch minder dan 9000 en een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer, doch minder dan 8000 kW kan de volgende bemanning dienst doen:
a. bemanningssamenstelling I
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als tweede stuurman voor de grote handelsvaart;
3°. een tweede stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's;
4°. een derde stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart;
5°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma B als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's;
6°. een tweede scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma A als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 18 van het Besluit zeevaartdiploma's;
7°. een derde scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver, met dien verstande dat in plaats van een derde scheepswerktuigkundige ook een scheepstechnicus dienst mag doen en
8°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen;
of
b. bemanningssamenstelling II
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als tweede stuurman voor de grote handelsvaart;
3°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma B als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's;
4°. een tweede scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma A als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 18 van het Besluit zeevaartdiploma's;
5°. twee middelbaar maritieme officieren M, waarvan één een diensttijd heeft behaald van ten minste twee jaren als maritiem officier aan boord van vrachtschepen met een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer;
6°. een scheepstechnicus en
7°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen;
of
c. bemanningssamenstelling III
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als tweede stuurman voor de grote handelsvaart;
3°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma B als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's;
4°. een middelbaar maritiem officier A in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22 in verband met artikel 27;
5°. twee middelbaar maritieme officieren M, waarvan één in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27;
6°. een scheepstechnicus en
7°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen;
of
d. bemanningssamenstelling IV
1°. een kapitein, zijnde maritiem officier specialisatie werktuigkunde, dan wel specialisatie navigatie in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 23;
2°. een eerste officier, zijnde maritiem officier met specialisatie navigatie, dan wel met specialisatie werktuigkunde in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 25, met dien verstande dat de specialisatie van de eerste officier een andere dient te zijn dan de specialisatie van de kapitein;
3°. een middelbaar maritiem officier A in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27;
4°. twee middelbaar maritieme officieren M, waarvan een in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27;
5°. een scheepstechnicus en
6°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen.
Artikel 12
Aan boord van een vrachtschip met een bruto-tonnage van 4000 of meer, doch minder dan 6000 en een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer, doch minder dan 6000 kW kan de volgende bemanning dienst doen:
a. bemanningssamenstelling I
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's;
3°. een tweede stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's;
4°. een derde stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart;
5°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma A als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's;
6°. een tweede scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma A als scheepswerktuigkundige en
7°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen;
of
b. bemanningssamenstelling II
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's;
3°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma A als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's;
4°. een middelbaar maritiem officier A in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27;
5°. een middelbaar maritiem officier M;
6°. een scheepstechnicus en
7°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen;
of
c. bemanningssamenstelling III
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's;
2°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma A als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's;
3°. twee middelbaar maritieme officieren A, beiden in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27;
4°. een middelbaar maritiem officier M;
5°. een scheepstechnicus en
6°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen;
of
d. bemanningssamenstelling IV
1°. een kapitein, zijnde middelbaar maritiem officier A, in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 23;
2°. een eerste officier, zijnde middelbaar maritiem officier A, in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 25;
3°. een middelbaar maritiem officier A in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27;
4°. een middelbaar maritiem officier M;
5°. een scheepstechnicus en
6°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen.
Artikel 13
Aan boord van een vrachtschip met een bruto-tonnage van 4000 of meer, doch minder dan 6000 en een voortstuwingsvermogen van minder dan 3000 kW kan de volgende bemanning dienst doen:
a. bemanningssamenstelling I
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's;
3°. een tweede stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's;
4°. een derde stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart;
5°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met 17 van het Besluit zeevaartdiploma's;
6°. een tweede scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver, met dien verstande dat de tweede scheepswerktuigkundige niet vereist is aan boord van schepen met een voortstuwingsvermogen van minder dan 1500 kW en
7°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen;
of
b. bemanningssamenstelling II
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's;
3°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's;
4°. twee middelbaar maritieme officieren M, waarvan een in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27;
5°. een scheepstechnicus en
6°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen;
of
c. bemanningssamenstelling III
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's;
2°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's;
3°. drie middelbaar maritieme officieren M, waarvan twee in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27;
4°. een scheepstechnicus en
5°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen;
of
d. bemaningssamenstelling IV
1°. een kapitein, zijnde middelbaar maritiem officier M, in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 23;
2°. een eerste officier, zijnde middelbaar maritiem officier M, in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 25;
3°. twee middelbaar maritieme officieren M, waarvan een in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27;
4°. een scheepstechnicus en
5°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen.
Artikel 14
Aan boord van een vrachtschip met een bruto-tonnage van 2000 of meer, doch minder dan 4000 en een voortstuwingsvermogen van minder dan 3000 kW kan de volgende bemanning dienst doen:
a. bemanningssamenstelling I
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's;
3°. een tweede stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart;
4°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's;
5°. een tweede scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver, met dien verstande dat de tweede scheepswerktuigkundige niet vereist is aan boord van schepen met een voortstuwingsvermogen van minder dan 1500 kW en
6°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen;
of
b. bemanningssamenstelling II
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's;
3°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's;
4°. een middelbaar maritiem officier M;
5°. een scheepstechnicus en
6°. een ongediplomeerde scheepsgezel;
of
c. bemanningssamenstelling III
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's;
2°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's;
3°. twee middelbaar maritieme officieren M, waarvan een in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27;
4°. een scheepstechnicus en
5°. een ongediplomeerde scheepsgezel;
of
d. bemanningssamenstelling IV
1°. een kapitein, zijnde middelbaar maritiem officier M, in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 23;
2°. een eerste officier, zijnde middelbaar maritiem officier M, in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 25;
3°. een middelbaar maritiem officier M in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27;
4°. een scheepstechnicus en
5°. een ongediplomeerde scheepsgezel.
Artikel 15
Aan boord van een vrachtschip met een bruto-tonnage van minder dan 2000 en een voortstuwingsvermogen van 1500 kW of meer doch minder dan 3000 kW kan de volgende bemanning dienst doen:
a. bemanningssamenstelling I
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's;
3°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's;
4°. een tweede scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver en
5°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen;
of
b. bemanningssamenstelling II
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's;
2°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's;
3°. een middelbaar maritiem officier M in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27;
4°. een scheepstechnicus en
5°. een ongediplomeerde scheepsgezel;
of
c. bemanningssamenstelling III
1°. een kapitein, zijnde middelbaar maritiem officier M, in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 23;
2°. een eerste officier, zijnde middelbaar officier M, in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 25;
3°. een middelbaar maritiem officier M;
4°. een scheepstechnicus en
5°. een ongediplomeerde scheepsgezel.
Artikel 16
Aan boord van een vrachtschip met een bruto-tonnage van minder dan 2000 en een voortstuwingsvermogen van 750 kW of meer doch minder dan 1500 kW kan de volgende bemanning dienst doen:
a. bemanningssamenstelling I
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's;
3°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's en
4°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen;
of
b. bemanningssamenstelling II
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's;
2°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's;
3°. een middelbaar maritiem officier M in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27 en
4°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen;
of
c. bemanningssamenstelling III
1°. een kapitein, zijnde middelbaar maritiem officier M, in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 23;
2°. een eerste officier, zijnde middelbaar maritiem officier M, in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 25;
3°. een middelbaar maritiem officier M en
4°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen.
Artikel 17
Aan boord van een vrachtschip met een bruto-tonnage van minder dan 2000 en een voorststuwingsvermogen van minder dan 750 kW kan de volgende bemanning dienst doen:
a. bemanningssamenstelling I
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's en
3°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen, waarvan een scheepsgezel in het bezit van een verklaring als bedoeld in artikel 112 van het Schepenbesluit 1965;
of
b. bemanningssamenstelling II
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's;
2°. een middelbaar maritiem officier M in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27 en
3°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen;
of
c. bemanningssamenstelling III
1°. een kapitein, zijnde middelbaar maritiem officier M, in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 23;
2°. een middelbaar maritiem officier M in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27 en
3°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen.
Artikel 18 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Aan boord van een bevoorradingsschip of een sleepboot met een bruto-tonnage van minder dan 4000 en een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer, doch minder dan 8000 kW kan de volgende bemanning dienst doen:
a. bemanningssamenstelling I
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's;
3°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma A als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's;
4°. een tweede scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma A als scheepswerktuigkundige en
5°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen;
of
b. bemanningssamenstelling II
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's;
2°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma A als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's;
3°. een middelbaar maritiem officier A in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 28;
4°. een middelbaar maritiem officier M;
5°. een scheepstechnicus en
6°. een ongediplomeerde scheepsgezel;
of
c. bemanningssamenstelling III
1°. een kapitein, zijnde middelbaar maritiem officier A, in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 24;
2°. een eerste officier, zijnde middelbaar maritiem officier A, in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 26;
3°. een middelbaar maritiem officier M in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 28;
4°. een scheepstechnicus en
5°. een ongediplomeerde scheepsgezel.
Artikel 19 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Aan boord van een bevoorradingsschip of een sleepboot met een bruto-tonnage van minder dan 2000 en een voortstuwingsvermogen van 750 kW of meer, doch minder dan 3000 kW kan de volgende bemanning dienst doen:
a. bemanningssamenstelling I
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's;
3°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's;
4°. een tweede scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver, met dien verstande dat de tweede scheepswerktuigkundige niet vereist is aan boord van schepen met een voortstuwingsvermogen van minder dan 1500 kW en
5°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen;
of
b. bemanningssamenstelling II
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's;
2°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's;
3°. een middelbaar maritiem officier M die een diensttijd heeft behaald van ten minste zes maanden als maritiem officier aan boord van bevoorradingsschepen of sleepboten;
4°. een scheepstechnicus, met dien verstande dat aan boord van schepen met een voortstuwingsvermogen van minder dan 1500 kW ook een ongediplomeerd scheepsgezel dienst mag doen en
5°. een ongediplomeerde scheepsgezel;
of
c. bemanningssamenstelling III
1°. een kapitein, zijnde middelbaar maritiem officier M, in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 24;
2°. een eerste officier, zijnde middelbaar maritiem officier M, in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 26;
3°. een middelbaar maritiem officier M;
4°. een scheepstechnicus, met dien verstande dat aan boord van bevoorradingsschepen of sleepboten met een voortstuwingsvermogen van minder dan 1500 kW ook een ongediplomeerde scheepsgezel dienst mag doen en
5°. een ongediplomeerde scheepsgezel.
Artikel 20
Aan boord van een bevoorradingsschip of een sleepboot met een bruto-tonnage van minder dan 2000 en een voortstuwingsvermogen van minder dan 750 kW kan de volgende bemanning dienst doen:
a. bemanningssamenstelling I
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's en
3°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen, waarvan een scheepsgezel in het bezit van een verklaring als bedoeld in artikel 112 van het Schepenbesluit 1965;
of
b. bemanningssamenstelling II
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's;
2°. een middelbaar maritiem officier M in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 28 en
3°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen;
of
c. bemanningssamenstelling III
1°. een kapitein, zijnde middelbaar maritiem officier M, in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 24;
2°. een middelbaar maritiem officier M in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 28 en
3°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen.
1.
Onze Minister kan, na overleg met de naar zijn oordeel representatieve organisaties van werkgevers en werknemers in de zeevaart, zonodig onder nader te stellen voorschriften of beperkingen, het bezit van een ander bewijs van bekwaamheid toestaan.
2.
De inspecteur-generaal kan aanvulling van de bemanning ingevolge dit besluit voorschrijven, indien de inrichting, de uitrusting, de bruto-tonnage, het voortstuwingsvermogen of de bestemming van het schip hem daartoe aanleiding geven.