Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Paragraaf 1. Algemeen
+ Paragraaf 2. Kwaliteit kindercentra
- Paragraaf 3. Kwaliteit gastouderbureaus en gastouderopvang
+ Paragraaf 4. Kwaliteit gastouders
+ Paragraaf 5. Kwaliteit peuterspeelzalen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2012. U leest nu de tekst die gold op -.
1.
Ter uitvoering van artikel 1.49, derde lid, van de wet beschikt een gastouderbureau over een pedagogisch beleidsplan, waarin de voor dat gastouderbureau kenmerkende visie op de omgang met kinderen is beschreven.
2.
Een pedagogisch beleidsplan bevat in duidelijke en observeerbare termen ten minste een beschrijving van:
a. de wijze waarop de emotionele veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd, de mogelijkheden voor kinderen tot de ontwikkeling van hun persoonlijke en sociale competentie en de wijze waarop de overdracht van normen en waarden aan kinderen plaatsvindt;
b. de samenstelling van het aantal kinderen dat door een gastouder wordt opgevangen, met dien verstande, dat een gastouder ten hoogste zes kinderen opvangt, waaronder begrepen de eigen kinderen tot de leeftijd van 10 jaar;
c. de eisen die aan de opvangadres worden gesteld, welke in elk geval overeenkomen met de eisen, bedoeld in artikel 15c.
3.
De in het tweede lid, onder c, bedoelde eisen worden jaarlijks door de houder getoetst op naleving tijdens een bezoek op het opvangadres.
4.
Het gastouderbureau informeert de vraagouder over de inhoud van het pedagogisch beleidsplan, bedoeld in het eerste lid.
1.
Ter uitvoering van artikel 1.49, tweede lid, van de wet voert de houder van een gastouderbureau een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en de gezondheid van de op te vangen kinderen op het opvangadres door de gastouder zoveel mogelijk is gewaarborgd.
2.
De houder van een gastouderbureau legt vóór aanvang van de opvang en daarna jaarlijks in een risico-inventarisatie vast welke veiligheids- en gezondheidsrisico’s de opvang van kinderen in alle voor kinderen toegankelijke ruimtes met zich brengt. Dit gebeurt samen met de gastouder. Daartoe draagt de houder van een gastouderbureau er zorg voor dat elke ruimte op het opvangadres ten minste één keer per jaar wordt bezocht door een bemiddelingsmedewerker werkzaam bij het gastouderbureau.
3.
De administratie van het gastouderbureau bevat een door de bemiddelingsmedewerker en de gastouder ondertekend origineel van de risico-inventarisatie, bedoeld in het tweede lid.
4.
Op het opvangadres wordt door de houder van een gastouderbureau in een samen met de gastouder opgesteld plan van aanpak aangegeven welke maatregelen binnen welke termijn zijn respectievelijk worden genomen in verband met de in het tweede lid bedoelde risico’s.
5.
De risico-inventarisatie, bedoeld in het eerste lid, is tevens inzichtelijk voor de vraagouders.
6.
Artikel 8, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de in het tweede lid bedoelde risico-inventarisatie.
1.
De houder van een gastouderbureau draagt er zorg voor dat per gastouder wordt beoordeeld of de samenstelling van de groep kinderen die wordt opgevangen, bedoeld in artikel 15d. verantwoord is.
2.
De houder van een gastouderbureau toont aan dat de bemiddelingsmedewerkers, die de inhoudelijke begeleiding op het gebied van opvang en pedagogiek voor hun rekening nemen, voldoen aan opleidingseisen, bedoeld in artikel 14.
3.
Het gastouderbureau draagt er zorg voor dat er per aangesloten gastouder op jaarbasis tenminste 16 uur wordt besteed aan begeleiding en bemiddeling. Hieronder wordt in ieder geval verstaan:
1°. Het intake-gesprek, bedoeld in artikel 15, vijfde lid;
2°. Werving van de gastouder;
3°. Het intake-gesprek, bedoeld in artikel 15, eerste lid;
4°. Scholing en begeleiding van de gastouder;
5°. Het begeleiden van de GGD-toetsing;
6°. De koppeling van gastouder en vraagouder;
7°. Het koppelingsgesprek, bedoeld in artikel 15, tweede lid;
8°. Het evaluatiegesprek, bedoeld in artikel 15, vierde lid;
9°. Vraagbaak voor gastouders;
10°. De bezoeken, bedoeld in artikel 15, zesde lid;
11°. Interne/externe opleiding/training; en
12°. Intern en extern overleg op het gebied van begeleiding en bemiddeling.
4.
De houder van een gastouderbureau draagt er zorg voor dat het gastouderbureau goed bereikbaar is voor de vraag- en de gastouder en informeert deze hierover.
5.
Voor een werknemer die als uitzendkracht werkzaam is, geldt de verplichting van artikel 56, derde lid, van de wet de eerste maal voordat deze persoon zijn werkzaamheden bij een gastouderbureau aanvangt.
6.
Stagiaires die langer dan drie maanden worden ingezet bij een gastouderbureau, zijn in het bezit van een verklaring als bedoeld in artikel 1.50, derde lid, van de wet of is voor hen bij aanvang van de stageperiode een dergelijke verklaring aangevraagd.
Artikel 14. Opleidingseisen bemiddelingsmedewerkers werkzaam bij een gastouderbureau
Aan de bemiddelingsmedewerker, werkzaam bij een gastouderbureau en belast met het tot stand brengen en begeleiden van gastouderopvang, wordt de eis van een pedagogische opleiding op mbo-niveau, bedoeld in de CAO Kinderopvang, gesteld. Onder het tot stand brengen en begeleiden wordt in ieder geval verstaan het verzorgen van de huisbezoeken, bedoeld in artikel 15, en de inhoudelijke begeleiding op het gebied van opvang en pedagogiek van de gastouder, bedoeld in de artikelen 11 en 12.
1.
Het gastouderbureau draagt er zorg voor dat een intake-gesprek met de gastouder plaatsvindt op het opvangadres. De intake bij gastouder wordt persoonlijk uitgevoerd door de bemiddelingsmedewerker van het gastouderbureau.
2.
De houder van een gastouderbureau draagt er zorgt voor dat een koppelingsgesprek plaatsvindt bij elke nieuwe koppeling tussen een vraag- en een gastouder. Het koppelingsgesprek vindt plaats op het opvangadres door een bemiddelingsmedewerker werkzaam bij het gastouderbureau.
3.
Het gastouderbureau draagt er zorg voor dat tenminste jaarlijks een voortgangsgesprek met de gastouder op het opvangadres plaatsvindt. Dit gesprek wordt gevoerd door de bemiddelingsmedewerker.
4.
De houder van een gastouderbureau draagt er zorg voor dat jaarlijks mondeling de gastouderopvang met de vraagouders wordt geëvalueerd en legt deze schriftelijk vast.
5.
De houder van een gastouderbureau draagt er zorg voor dat een intake-gesprek met de vraagouder plaatsvindt.
6.
Het gastouderbureau draagt er zorg voor dat een bemiddelingsmedewerker in ieder geval twee maal per jaar het opvangadres bezoekt.
Artikel 15a. Protocol kindermishandeling
Artikel 10a is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor ‘een beroepskracht of een andere, bij het kindercentrum werkzame persoon’ wordt gelezen: een persoon, werkzaam bij het gastouderbureau, een gastouder of een volwassen huisgenoot van de gastouder.