Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen
Hoofdstuk II. Inkomstenbelasting
Hoofdstuk III. Loonbelasting
+ Hoofdstuk IV. Vastgoedbelasting
+ Hoofdstuk V. Opbrengstbelasting
+ Hoofdstuk VI. Algemene bestedingsbelasting
+ Hoofdstuk VII. Overdrachtsbelasting
+ Hoofdstuk VIIa. Kansspelbelasting
+ Hoofdstuk VIII. Formeel belastingrecht en invordering van bes belastingen
- Hoofdstuk IX. Spaartegoeden
+ Hoofdstuk X. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Belastingwet BES

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Artikel 9.1
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. bevoegde autoriteit: de door Onze Minister aan te wijzen instantie;
b. lidstaat: het in Europa gelegen deel van het Koninkrijk en iedere andere Staat waarmee het Koninkrijk een overeenkomst is overeengekomen ten behoeve van het voormalige land de Nederlandse Antillen betreffende automatische gegevensuitwisseling inzake inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling, die nog van kracht is;
c. bevoegde autoriteit in de lidstaat: de door een lidstaat tot het uitwisselen van inlichtingen aangewezen persoon of instantie;
d. Richtlijn: Richtlijn 2003/48/EG van de Raad van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling (PbEU 2003, L 157);
e. uiteindelijke gerechtigde: elke natuurlijke persoon die in een lidstaat woont en een rentebetaling ontvangt, of ten gunste van wie een rentebetaling wordt bewerkstelligd door een uitbetalende instantie, tenzij deze aantoont dat de rentebetaling niet te zijner gunste is ontvangen of toegekend;
f. marktdeelnemer: ieder lichaam dat rentebetalingen verricht of iedere natuurlijke persoon die in het kader van de uitoefening van zijn onderneming of beroep rentebetalingen verricht;
g. uitbetalende instantie: elke op de BES eilanden gevestigde marktdeelnemer die rente uitbetaalt of een rentebetaling bewerkstelligt ten onmiddellijke gunste van de uiteindelijk gerechtigde, ongeacht of deze marktdeelnemer de debiteur is van het rentedragende schuldinstrument of de marktdeelnemer die door de debiteur of de belastingplichtige is belast met het uitbetalen van de rente of het bewerkstelligen van de rentebetaling;
h. instelling voor collectieve belegging in effecten:
1°. een instelling waaraan een vergunning is verleend overeenkomstig de algemene vereisten van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) (PbEU 2009, L 302);
2°. een entiteit die in zijn lidstaat van vestiging gebruik heeft gemaakt van de keuzemogelijkheid, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Richtlijn;
3°. een in een Mogendheid als bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel i, van de Richtlijn, Anguilla, Aruba, de Britse Maagdeneilanden, Curaçao, het Eiland Man, Guernsey, Jersey, de Kaaimaneilanden, Montserrat, Sint Maarten of Turks & Caicos Eilanden gevestigde bij ministeriële regeling aan te wijzen entiteit;
4°. een niet op het grondgebied van de lidstaten of de in landen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel i, van de Richtlijn, Anguilla, Aruba, de Britse Maagdeneilanden, Curaçao, het Eiland Man, Guernsey, Jersey, de Kaaimaneilanden, Montserrat, Sint Maarten of Turks & Caicos Eilanden gevestigde instelling voor collectieve belegging in effecten;
i. rentebetaling:
1°. rente, uitbetaald of bijgeschreven op een rekening, die, met in achtneming van de overgangsregeling van artikel 15 van de Richtlijn, is terug te voeren op enigerlei schuldvordering, al dan niet gedekt door hypotheek of voorzien van een winstdelingsclausule, en met name de opbrengsten van overheidspapier en obligatieleningen, inclusief daaraan gehechte premies en prijzen; boete voor te late betaling wordt niet als rentebetaling aangemerkt;
2°. rente die is aangegroeid of gekapitaliseerd op het moment van verkoop, terugbetaling of aflossing van schuldvorderingen, bedoeld onder 1°.
j. belastingjaar: het kalenderjaar.
1.
Een op de BES eilanden gevestigde entiteit, waaraan rente wordt uitbetaald of een rentebetaling wordt bewerkstelligd ten onmiddellijke gunste van de uiteindelijk gerechtigde, wordt op het tijdstip van het verrichten of bewerkstelligen van die rentebetaling eveneens als uitbetalende instantie aangemerkt.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing indien de op de BES eilanden of in een lidstaat gevestigde marktdeelnemer op basis van de door de entiteit overlegde officiële bewijsstukken reden heeft om aan te nemen dat de entiteit:
a. een rechtspersoon is, met uitzondering van de in artikel 4, vijfde lid, van de Richtlijn vermelde rechtspersonen, of
b. volgens de algemene belastingregels voor ondernemingen wordt belast over de winst, of
c. een instelling voor collectieve belegging in effecten is, als bedoeld in artikel 9.1, onderdeel h, onder 1°.
1.
De entiteit die op grond van artikel 9.2, eerste lid, eveneens als uitbetalende instantie wordt aangemerkt, heeft de mogelijkheid om voor toepassing van dit hoofdstuk te kiezen voor een behandeling als instelling voor collectieve belegging in effecten.
2.
De entiteit, bedoeld in het eerste lid, die voor een behandeling als bedoeld in genoemd lid in aanmerking wil komen, kan een verzoek bij de bevoegde autoriteit indienen voor afgifte van een daartoe strekkende verklaring.
3.
De bevoegde autoriteit doet binnen een termijn als bedoeld in artikel 8.93 na ontvangst van het verzoek, bedoeld in het tweede lid, uitspraak bij voor bezwaar vatbare beschikking.
4.
De beschikking, bedoeld in het derde lid, wordt door de entiteit aan de marktdeelnemer overhandigd.
1.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder rentebetaling mede verstaan:
a. inkomsten uit rentebetalingen, hetzij rechtstreeks, hetzij via een entiteit als bedoeld in artikel 9.2, uitgekeerd door instellingen voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 9.1, onderdeel h, en artikel 9.3 die meer dan vijftien percent van hun vermogen in schuldvorderingen beleggen;
b. inkomsten die zijn gerealiseerd bij de verkoop, terugbetaling of aflossing van aandelen of bewijzen van deelneming in instellingen voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 9.1, onderdeel h, en artikel 9.3, indien deze rechtstreeks of middellijk via een andere instelling voor collectieve belegging in effecten meer dan veertig percent van hun vermogen in schuldvorderingen beleggen. De inkomsten, bedoeld in de vorige volzin, worden slechts als rentebetaling aangemerkt voor zover deze inkomsten rechtstreeks of middellijk afkomstig zijn van rentebetalingen in de zin van artikel 9.1, onderdeel i.
2.
Indien een uitbetalende instantie voor de toepassing van het eerste lid, geen informatie heeft over het deel van de inkomsten dat voortkomt uit rentebetalingen, wordt het volledige bedrag aan inkomsten als rentebetaling aangemerkt.
3.
De in het eerste lid genoemde percentages worden bepaald aan de hand van de beleggingspolitiek zoals die in het fondsenreglement of de statuten van de betrokken instellingen voor collectieve belegging in effecten is neergelegd of bij ontstentenis daarvan op basis van de feitelijke samenstelling van de beleggingsportefeuille van de instellingen voor collectieve belegging in effecten. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter bepaling van de in de eerste volzin bedoelde percentages.
4.
Niettegenstaande het derde lid wordt het percentage, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a respectievelijk onderdeel b, geacht meer dan vijftien percent respectievelijk veertig percent te bedragen, indien de uitbetalende instantie de in het eerste lid genoemde percentages niet kan of wil bepalen.
1.
Indien rente als omschreven in artikel 9.1, onderdeel i, en in artikel 9.4, eerste lid, wordt uitbetaald aan, of bijgeschreven op een rekening op naam van een op de BES eilanden gevestigde entiteit als bedoeld in artikel 9.2, die geen gebruik heeft gemaakt van de keuzemogelijkheid in artikel 9.3, en daarnaast meer dan vijftien percent van het vermogen in schuldvorderingen heeft belegd, wordt, voor zover een uiteindelijk gerechtigde hiertoe is gerechtigd, de uitbetaalde of bijgeschreven rente op het moment van ontvangst aangemerkt als een door deze entiteit verrichte rentebetaling.
2.
Indien een op de BES eilanden gevestigde marktdeelnemer rente als omschreven in artikel 9.1, onderdeel i, en in artikel 9.4, eerste lid, uitbetaalt aan, of bijschrijft op een rekening die op naam staat van een in een lidstaat gevestigde entiteit als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Richtlijn, die geen gebruik heeft gemaakt van de in die lidstaat geldende keuzemogelijkheid als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Richtlijn, wordt de uitbetaalde of bijgeschreven rente aangemerkt als een door de marktdeelnemer verrichte rentebetaling aan een uiteindelijk gerechtigde.
1.
Voor de vaststelling door de uitbetalende instantie van de identiteit en de woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde is de Wet identificatie bij financiële dienstverlening BES van overeenkomstige toepassing.
2.
Niettegenstaande het bepaalde in artikel 6 van de Wet identificatie bij financiële dienstverlening BES legt de uitbetalende instantie voor nieuwe contractuele betrekkingen de identiteit van de belastingplichtige eveneens vast aan de hand van, indien dit bestaat, het door de fiscale woonstaat van de belastingplichtige aan hem toegekende fiscaal identificatienummer. Indien het fiscale identificatienummer niet bestaat, wordt de identiteit aangevuld met de vermelding van de geboorteplaats en geboortedatum van de belastingplichtige.
1.
Een uitbetalende instantie verstrekt de bevoegde autoriteit binnen drie maanden na het verstrijken van het belastingjaar waarin de uitbetalende instantie een rentebetaling als bedoeld in artikel 9.1, onderdeel i, in artikel 9.4, eerste lid, en in artikel 9.5, eerste lid, heeft verricht of bewerkstelligd aan een uiteindelijk gerechtigde, de navolgende gegevens:
a. de identiteit en woonplaats van de belastingplichtige zoals die overeenkomstig artikel 9.6 zijn vastgesteld;
b. de naam en het adres van de uitbetalende instantie;
c. het rekeningnummer van de belastingplichtige of, bij ontstentenis daarvan, een eenduidige omschrijving van het schuldinstrument;
d. het totale bedrag van de rentebetaling.
2.
Een marktdeelnemer verstrekt de bevoegde autoriteit binnen drie maanden na het verstrijken van het belastingjaar waarin de marktdeelnemer een rentebetaling als bedoeld in artikel 9.5, tweede lid, heeft verricht of bewerkstelligd aan een in artikel 9.5, tweede lid, bedoelde entiteit, de navolgende gegevens:
a. de naam en het adres van de entiteit;
b. het totale bedrag van de rente die aan de entiteit is uitbetaald of de rentebetaling die voor de entiteit is bewerkstelligd.
1.
De bevoegde autoriteit verstrekt de in artikel 9.7 bedoelde gegevens aan de bevoegde autoriteit in de lidstaat waar de belastingplichtige woonachtig is.
2.
De gegevensverstrekking geschiedt automatisch en eenmaal per jaar, binnen zes maanden na afloop van het belastingjaar voor alle gedurende dat jaar verrichte rentebetalingen.
1.
De bevoegde autoriteit verstrekt op verzoek van een op de BES eilanden wonende belastingplichtige als bedoeld in de Wet inkomstenbelasting BES binnen twee maanden nadat dit verzoek is ingediend, een verklaring met daarin de navolgende gegevens:
a. de naam, het adres en het op de BES eilanden gangbare fiscaal identificatienummer van de in de aanhef bedoelde belastingplichtige;
b. de naam en het adres van de in het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg of de Republiek Oostenrijk gevestigde uitbetalende instantie, bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, van de Richtlijn;
c. het rekeningnummer van de in de aanhef bedoelde belastingplichtige of, bij ontstentenis daarvan, een eenduidige omschrijving van het schuldinstrument.
2.
De in het eerste lid bedoelde verklaring wordt aangemerkt als een voor bezwaar vatbare beschikking die na afgifte ten hoogste drie jaren geldig is en die wordt afgegeven aan elke in het eerste lid bedoelde belastingplichtige die hiertoe een verzoek indient.
Artikel 9.10
Op het bezwaar en beroep inzake de op grond van dit hoofdstuk genomen beschikkingen is hoofdstuk VIII, titel 8, van overeenkomstige toepassing.