Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Universiteiten
- Hoofdstuk 3. Hogescholen
+ Hoofdstuk 4. Open universiteit
+ Hoofdstuk 5. Overgangsbepalingen; afwijking bekostiging hogescholen en universiteiten
+ Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken

Artikel 3.3 Bekostigingsbesluit WHW

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Let op. Deze wet is vervallen op 9 mei 2008. U leest nu de tekst die gold op 8 mei 2008.
1.
De onderwijsvraag van een hogeschool wordt per opleiding of groep van opleidingen die door de desbetreffende hogeschool worden aangeboden, bepaald door de onderwijsvraagfactor, bedoeld in het tweede lid, te vermenigvuldigen met het aantal studenten dat op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar aan een hogeschool ingeschreven staat. Bij ministeriële regeling wordt de indeling van de groepen van opleidingen vastgesteld.
2.
De onderwijsvraagfactor wordt berekend met de volgende formule:
In deze formule wordt verstaan onder:
A: het aantal personen aan wie blijkens het Centraal register inschrijving een getuigschrift is uitgereikt voorzover deze personen aan die hogeschool een inschrijving hebben gehad als bedoeld in het eerste lid, op meer dan 2,25 x S peildata, waarbij S de factor studielast is die op de opleiding waarvoor het getuigschrift is uitgereikt van toepassing is;
U: het aantal studenten op 1 oktober van het derde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar dat op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar geen student is aan die hogeschool en aan wie in die periode blijkens het Centraal register inschrijving door die hogeschool geen getuigschrift is uitgereikt.
Niet tot U wordt gerekend:
1°. de student die in deze periode is overleden;
2°. degene die:
S: de factor studielast, waarbij S gelijk is aan het quotiënt van de studielast van de opleiding en 240.
Ja:
a. als student was ingeschreven voor een opleiding die in deze periode is overgegaan naar een andere hogeschool en
b. die op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar voor de desbetreffende opleiding bij die andere hogeschool als student is ingeschreven;
a. voor de onder A bedoelde personen die op 1 oktober van het derde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar niet als student aan de betreffende hogeschool waren ingeschreven: per persoon 4,5 voor degene aan wie in de periode tussen 1 augustus 1991 en 1 oktober van het derde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar door die hogeschool een getuigschrift is uitgereikt en 1,35 in de overige gevallen,
b. voor de onder A bedoelde personen bij wie sprake is van herinstroom: het aantal peildata waarop zij vanaf het moment van herinstroom zonder onderbreking aan de betreffende hogeschool zijn ingeschreven geweest, per persoon vermeerderd met 4,5 voor degene aan wie in de periode tussen 1 augustus 1991 en het moment van herinstroom door die hogeschool een getuigschrift is uitgereikt en met 1,35 in de overige gevallen, en
c. voor de overige onder A bedoelde personen het aantal peildata waarop de onder A bedoelde personen aan de betreffende hogeschool als student zijn ingeschreven geweest.
Ju:
a. voor de onder U bedoelde studenten bij wie sprake is van herinstroom: het aantal peildata waarop zij vanaf het moment van herinstroom zonder onderbreking aan de betreffende hogeschool zijn ingeschreven geweest, per student vermeerderd met 4,5 voor degene aan wie in de periode tussen 1 augustus 1991 en het moment van herinstroom door die hogeschool een getuigschrift is uitgereikt en met 1,35 in de overige gevallen, en
b. voor de overige onder U bedoelde studenten het aantal peildata waarop de onder U bedoelde studenten aan de betrokken hogeschool als student zijn ingeschreven geweest.
3.
Onder het aantal studiejaren van afgestudeerden en uitvallers, bedoeld in tweede lid, zijn tevens begrepen de studiejaren gedurende welke zij aan een andere hogeschool als student zijn ingeschreven geweest, voor zover het betreft een opleiding die naar de betrokken hogeschool is overgegaan en voor zover deze studenten in het studiejaar voorafgaand aan de overgang van de opleiding aan de andere hogeschool voor die opleiding zijn ingeschreven geweest.
4.
Bij de toepassing van het tweede lid wordt verstaan onder: herinstroom: de situatie waarin een persoon op een peildatum na 30 september 1999 als student aan een hogeschool ingeschreven staat waar deze op de daaraan voorafgaande peildatum niet stond ingeschreven maar wel op een eerdere peildatum na 31 juli 1991; peildatum:
a. 15 september voor de studiejaren tot en met het studiejaar 1992/1993, en
b. 1 oktober voor de studiejaren vanaf het studiejaar 1993/1994.
5.
De in het tweede lid onder A bedoelde gegevens ten aanzien van de getuigschriften hebben betrekking op het tijdvak van 12 maanden voorafgaand aan het tijdstip genoemd in het eerste lid. De in het tweede lid onder A bedoelde gegevens ten aanzien van de studenten hebben betrekking op de situatie per 1 oktober van het derde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar.
6.
Indien de in het tweede lid onder A en U bedoelde gegevens ten aanzien van een groep van opleidingen die door de desbetreffende hogeschool wordt aangeboden, in een tijdvak als bedoeld in het tweede en vijfde lid, beide gelijk zijn aan nul, is ten aanzien van die groep artikel 3.5 van overeenkomstige toepassing in het tweede op bedoeld tijdvak volgende kalenderjaar.