Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
1. Inleiding
2. Pensioengevend loon
2.1. Salaris in geld
2.2. Eindloonstelsel: Salarisstijgingen in de 5 jaren vóór de pensioeningangsdatum. Niet-regelmatig genoten salaris
2.3. Pensioengevend loon in geval van niet-regelmatig genoten salaris
2.4. Niet in geld genoten salaris (verstrekkingen)
2.5. Vrije vergoedingen en verstrekkingen
2.6. Niet-vrije vergoedingen en verstrekkingen
2.7. Ingehouden premies voor pensioen, vervroegde uittreding (hierna: VUT), werknemersverzekeringen en verlofsparen
2.8. Eindheffingsbestanddelen
3. Ruil van beloningsbestanddelen
3.1. Verlaging van het pensioengevend loon
3.2. Geen verlaging van het pensioengevend loon
3.3. Goedkeuring
4. Nadere toelichting op onderdeel 3.3
4.1. Driekwarteis
4.2. Beloningsbestanddelen
4.3. Aow-inbouw
4.4. Deeltijd
4.5. 30%-regeling
4.6. Gebruikelijk loon en cafetariasystemen. Gebruikelijkheidstoets
5. Misbruik en oneigenlijk gebruik
6. Inwerkingtreding
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Artikel 3.3 Begrip pensioengevend loon, onregelmatig salaris, cafetariasystemen

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Let op. Deze wet is vervallen op 24 september 2008. U leest nu de tekst die gold op 23 september 2008.
3.3. Goedkeuring
De onder 3.1 bedoelde verlagingen van het pensioengevend loon kunnen leiden tot omvangrijke en bewerkelijke administratieve aanpassingen bij inhoudingsplichtigen, pensioenfondsen en -?verzekeraars, hetgeen bij tijdelijke omzettingen vaak als extra bezwaarlijk wordt beschouwd. Indien sprake is van een eindloonregeling heeft een dergelijke aanpassing van het pensioengevend loon bovendien ook slechts een tijdelijk effect indien de werknemer na een of meer jaren weer zijn oorspronkelijke salaris in geld gaat genieten. In verband hiermee heb ik besloten voor alle soorten pensioenstelsels goed te keuren dat een op grond van onderdeel 3.1 geboden verlaging van het pensioengevend loon bij een verlaging van het fiscale loon achterwege blijft voor zover is voldaan aan de volgende voorwaarden:
1. Er is sprake van een schriftelijk vastgelegde regeling waaraan de deelname openstaat voor ten minste driekwart van de werknemers van de inhoudingsplichtige.
2. Het betreft een regeling waarbij het fiscale loon tijdelijk, derhalve niet structureel, wordt verlaagd. De werknemer moet tenminste één keer per jaar de keuze hebben om de samenstelling van zijn beloning te wijzigen.
3. Het betreft de ruil van salaris in geld tegen een of meer van de volgende beloningsbestanddelen:
vrije vergoedingen en/of verstrekkingen van vakliteratuur als bedoeld in artikel 15a, eerste lid, onderdeel c, van de Wet LB;
vrije vergoedingen en/of verstrekkingen van cursussen, congressen, symposia, excursies, studiereizen en dergelijke als bedoeld in artikel 15a, eerste lid, onderdeel e, van de Wet LB;
vrije vergoedingen en/of verstrekkingen van muziekinstrumenten, geluidsapparatuur, gereedschap, tekstverwerkers, schrijf- en rekenmachines, computers en andere dergelijke apparatuur, alsmede beeldapparatuur, als bedoeld in artikel 15a, eerste lid, onderdeel f, van de Wet LB;
vrije vergoedingen en/of verstrekkingen van een verhuizing, als bedoeld in artikel 15a, eerste lid, onderdeel g, van de Wet LB;
vrije vergoedingen en/of verstrekkingen van een opleiding of studie met het oog op het inkomen uit werk en woning, als bedoeld in artikel 15a, eerste lid, onderdeel h, van de Wet LB;
vrije vergoedingen en/of verstrekkingen van reizen per openbaar vervoer, als bedoeld in artikel 15a, eerste lid, onderdeel i, van de Wet LB;
vrije vergoedingen en/of verstrekkingen in verband met extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst (extraterritoriale kosten), als bedoeld in artikel 15a, eerste lid, onderdeel k, van de Wet LB, een en ander met inachtneming van het bepaalde in het Besluit van 26 november 2001, nr. CPP2001/2970M;
vergoedingen, verstrekkingen en/of terbeschikkingstellingen van computers en bijbehorende apparatuur, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel q, van de Wet LB;
vergoedingen, verstrekkingen en/of terbeschikkingstellingen van inrichting van de werkruimte, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel r, van de Wet LB;
uitkeringen als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel s, van de wet LB;
verminderingen van de arbeidstijd binnen het kalenderjaar tot een maximum van 10% van de overeengekomen arbeidsduur;
vrije vergoedingen en/of verstrekkingen van kinderopvang, als bedoeld in artikel 16c van de Wet LB;
vrije vergoedingen en/of verstrekkingen van bedrijfsfitness, voor zover is voldaan aan de voorwaarden van artikel 29 van de URLB;
vrije vergoedingen en/of verstrekkingen van een fiets, voor zover is voldaan aan de voorwaarden van artikel 37 van de URLB.
4. Het verschil tussen het in onderdeel 2 van dit besluit omschreven pensioengevend loon op basis van het privaatrechtelijke salaris zonder toepassing van de regeling (hierna: het oorspronkelijke pensioengevend loon) en het verlaagde pensioengevend loon zoals dat zou dienen te worden vastgesteld op basis van onderdeel 3.1 bedraagt niet meer dan 30% van het oorspronkelijke pensioengevend loon (hierna te noemen: de cafetariaruimte). Voor werknemers die gebruik maken van de deeltijd- en demotieregeling van artikel 10b, derde lid, van het UBLB geldt als grondslag voor de berekening van de cafetariaruimte niet het oorspronkelijke pensioengevend loon vóór toepassing van de deeltijd- en demotieregeling, maar het lagere pensioengevend loon zoals dat na toepassing van de regeling zou gelden indien artikel 10b, derde lid, van het UBLB geen toepassing zou vinden.
5. Het verschil tussen het gebruikelijke loon in de zin van artikel 19 van de Wet LB en het feitelijk genoten loon in de zin van dat artikel mag als gevolg van de toepassing van de regeling niet meer bedragen dan 30% van het gebruikelijke loon (hierna te noemen: de gebruikelijkheidsruimte).