Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Wegvervoer
+ Hoofdstuk 3. Spoorvervoer
+ Hoofdstuk 4. Luchtvaart
+ Hoofdstuk 5. Binnenvaart
- Hoofdstuk 6. Zeevaart
+ Hoofdstuk 6A. Zeevisserij
+ Hoofdstuk 7. Registerloodsen
+ Hoofdstuk 8. Overtredingen en daarmee samenhangende bepalingen
+ Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Arbeidstijdenbesluit vervoer

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Artikel 6.1:1
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. zeeschip:
2º. de havensleepboot gedurende de tijd dat er in havensleepdienst dienst wordt gedaan.
b. havensleepdienst: het geheel van werkzaamheden en activiteiten ten behoeve van het assisteren bij het meren, ontmeren en verhalen van zeeschepen die gebruik maken van eigen voortstuwing, inkomend van of uitgaand naar zee.
c. pleziervaartuig: een schip dat uitsluitend anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf wordt gebruikt.
Artikel 6.1:2
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
jeugdige zeevarende: zeevarende van 16 of 17 jaar;
kapitein: zeevarende die het gezag over een zeeschip voert;
scheepsbeheerder: scheepsbeheerder als bedoeld in de Wet zeevarenden ;
zeevarende: zeevarende als bedoeld in de Wet zeevarenden , met dien verstande dat personen die op grond van artikel 1, tweede lid, van die wet zijn uitgezonderd, niet als zeevarende worden aangemerkt.
Artikel 6.1:3
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder rusttijd een periode van ten minste 1 uur waarin geen arbeid wordt verricht.
1.
De paragrafen 4.1 en 4.4 en hoofdstuk 5 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn niet van toepassing op arbeid, verricht door een zeevarende van 18 jaar of ouder, aan boord van:
a. reddingsvaartuigen gedurende de tijd dat daarmee reddingswerkzaamheden worden verricht;
b. pleziervaartuigen die uitsluitend als zodanig worden gebezigd voor zover zij geen passagiers tegen vergoeding vervoeren.
2.
De paragrafen 4.1 en 4.4 en hoofdstuk 5 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn niet van toepassing op arbeid, verricht door een scheepsarts.
Artikel 6.2:2
Paragraaf 5.1 van de wet en – voorzover aangeduid als overtredingen – de paragrafen 5.2 tot en met 5.5. van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op de kapitein die zonder werknemer te zijn in de zin van de wet arbeid verricht aan boord van zeeschepen.
1.
Met uitsluiting van hetgeen in het Arbeidstijdenbesluit is bepaald zijn dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen uitsluitend van toepassing op arbeid, verricht door zeevarenden aan boord van zeeschepen die te boek staan in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek of die zijn ingeschreven in het rompbevrachtingsregister, bedoeld in artikel 2 van de Wet nationaliteit zeeschepen in rompbevrachting.
2.
In afwijking van het eerste lid is dit hoofdstuk niet van toepassing op duikwerkzaamheden op het continentaal plat, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Mijnbouwwet.
Artikel 6.3:2
Dit hoofdstuk is niet van toepassing op arbeid, verricht aan boord van installaties, opgericht op of boven de bodem van de zee.
1.
De kapitein zorgt ervoor dat aan boord van een zeeschip op een voor alle zeevarenden toegankelijke plaats een werkrooster aanwezig is, waarin het arbeidstijdpatroon van de zeevarenden is vastgesteld en waarin de wettelijk voorgeschreven arbeidstijden en rusttijden worden vermeld.
2.
Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu wordt een model voor een werkrooster vastgesteld. Bij die regeling kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de invulling van het werkrooster.
3.
Het werkrooster bevat ten minste de gegevens opgenomen in het model bedoeld in het tweede lid, en is gesteld in de werktaal of in de werktalen van het schip en in de Engelse taal.
1.
De kapitein zorgt ervoor dat de daadwerkelijke arbeidstijden en rusttijden van elke zeevarende uiterlijk na een week op een werklijst zijn geregistreerd. De volledig ingevulde werklijst wordt door de desbetreffende zeevarende en door of namens de kapitein geaccordeerd. De kapitein zorgt ervoor dat elke zeevarende een afschrift ontvangt van zijn werklijst.
2.
De kapitein zorgt ervoor dat de werklijsten uiterlijk 8 weken na de vaststelling ervan ter beschikking van de scheepsbeheerder worden gesteld.
3.
De scheepsbeheerder zorgt ervoor dat de werklijsten zorgvuldig worden bijgehouden.
4.
Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu wordt een model vastgesteld voor een werklijst voor de registratie van arbeidstijden en rusttijden. Bij die regeling kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de invulling van de werklijst.
5.
De werklijst bevat ten minste de gegevens opgenomen in het in het tweede lid bedoelde model en is gesteld in de werktaal of in de werktalen van het schip en in de Engelse taal.
Artikel 6.4:3
De scheepsbeheerder bewaart de werklijsten ten minste 3 jaren, gerekend vanaf het einde van de periode waarop de werklijsten betrekking hebben.
Artikel 6.5:1
In plaats van paragraaf 5.2 van de wet wordt deze paragraaf toegepast op arbeid, verricht aan boord van een zeeschip als bedoeld in artikel 6.1:1, onderdeel a, onder 1°, met uitzondering van de tijd waarin dit zeeschip in havensleepdienst dienst doet.
1.
De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat de rusttijd van de zeevarenden van 18 jaar en ouder; ten minste 10 uren bedraagt in elke periode van 24 achtereenvolgende uren, te rekenen vanaf het begin van de rusttijd.
2.
De rusttijd kan worden verdeeld in niet meer dan twee perioden, waarvan één periode een onafgebroken rusttijd van ten minste 6 uren omvat. In dat geval wordt de periode van 24 uren, bedoeld in het eerste lid, berekend vanaf het begin van de langste genoten rusttijd. De tijd tussen twee op elkaar volgende perioden van rust mag niet meer dan 14 uren bedragen.
3.
De kapitein organiseert de arbeid zodanig, dat de rusttijd van de zeevarenden van 18 jaar en ouder; ten minste 77 uren bedraagt in elke periode van 7 dagen.
1.
De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat de jeugdige zeevarende:
a. in elke periode van 24 achtereenvolgende uren ten hoogste 8 uren arbeid verricht;
b. in elke periode van 24 achtereenvolgende uren een rusttijd heeft van ten minste 12 uren, waarvan ten minste 9 uren aaneengesloten en waarin de periode tussen 00.00 en 5.00 uur is begrepen;
c. per week ten hoogste 40 uren arbeid verricht;
d. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 36 uren in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren;
e. op zondag in beginsel geen arbeid verricht.
2.
De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat de jeugdige zeevarende een pauze krijgt van ten minste, zo mogelijk aaneengesloten, 30 minuten ingeval de dagelijkse arbeidstijd langer is dan 4,5 uur.
3.
In afwijking van het eerste lid, onderdelen a en b, mag de jeugdige zeevarende:
a. in elke periode van 24 achtereenvolgende uren gedurende ten hoogste 12 uren arbeid verrichten indien hij uit hoofde van de wachtindeling gedurende die uren feitelijk wacht loopt;
b. arbeid verrichten tussen 00.00 en 05.00 uur indien dit in verband met zijn opleiding noodzakelijk is.
Artikel 6.5:4
De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat de arbeid van de zeevarende telkens na ten hoogste 6 uur wordt afgewisseld door een pauze.
1.
Indien de zeevarende tijdens consignatie arbeid moet verrichten krijgt hij, met inachtneming van de artikelen 6.5:2, eerste en tweede lid, en 6.5:3, eerste lid, voldoende rusttijd of pauze ter compensatie.
2.
De arbeid die voortvloeit uit een oproep als bedoeld in het eerste lid wordt voor de toepassing van de artikelen 6.5:2, 6.5:3, uitgezonderd het eerste lid, onder a, b en c, en 6.5:4 buiten beschouwing gelaten.
Artikel 6.5:6
De kapitein organiseert de wettelijk voorgeschreven oefeningen en appèls zodanig dat zij zo min mogelijk inbreuk maken op de rusttijden en geen oververmoeidheid veroorzaken.
1.
De kapitein kan afwijken en doen afwijken van de arbeids- en rusttijden om arbeid te verrichten indien dit noodzakelijk is in verband met de onmiddellijke veiligheid van het schip, de personen aan boord, de lading of het milieu, of bij het geven van hulp aan andere schepen of personen in nood.
2.
Zodra de noodsituatie, bedoeld in het eerste lid, voorbij is, zorgt de kapitein er voor dat de zeevarende die arbeid heeft verricht in een rustperiode, voldoende rusttijd ter compensatie krijgt.
Artikel 6.6:1
In plaats van paragraaf 5.2 van de wet wordt deze paragraaf toegepast op arbeid, verricht aan boord van een zeeschip als bedoeld in artikel 6.1:1, onderdeel a, onder 1°, gedurende de tijd waarin dit zeeschip in havensleepdienst dienst doet, alsmede, in aanvulling op artikel 6.3:1, eerste lid, op arbeid, verricht aan boord van een sleepboot als bedoeld in artikel 1 van het Binnenvaartbesluit, gedurende de tijd waarin deze havensleepboot in havensleepdienst dienst doet.
1.
De zeevarenden van 18 jaar of ouder hebben een ononderbroken rusttijd van hetzij ten minste 36 uren in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren, hetzij ten minste 72 uren in elke aaneengesloten periode van 10 maal 24 uren.
2.
Uitsluitend bij collectieve regeling kan van het eerste lid worden afgeweken. Elk beding waarin op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het eerste lid, is nietig.
3.
De in het eerste lid bedoelde perioden vangen aan op het eerste tijdstip van de dag waarop de zeevarenden arbeid verrichten.
1.
De kapitein organiseert de arbeid zodanig, dat hij en de overige zeevarenden van 18 jaar of ouder in elke periode van 24 achtereenvolgende uren een rusttijd hebben van ten minste 10 uren.
2.
De zeevarenden van 18 jaar of ouder hebben in elke periode van 24 achtereenvolgende uren een onafgebroken rusttijd van 8 uren.
3.
Uitsluitend bij collectieve regeling kan, met inachtneming van het vierde lid, worden afgeweken van het tweede lid. Elk beding waarin op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het tweede lid, is nietig.
4.
De kapitein organiseert de arbeid zodanig, dat de onafgebroken rusttijd van 8 uren, bedoeld in het tweede lid, ten hoogste 3 maal per week wordt ingekort tot ten minste 6 uren onafgebroken rusttijd.
5.
De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat hij en de overige zeevarenden van 18 jaar en ouder in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren een totale rusttijd hebben van ten minste 77 uren.
6.
De in het eerste, tweede en vijfde lid, bedoelde periode van 24 uren wordt berekend vanaf het begin van de langste genoten rusttijd. De tijd tussen twee op elkaar volgende perioden van rust mag niet meer dan 14 uren bedragen.
Artikel 6.6:4
De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat de zeevarenden van 18 jaar of ouder in elke periode van 13 achtereenvolgende weken gemiddeld ten hoogste 48 uren per week arbeid verrichten.
1.
De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat een jeugdige zeevarende:
a. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 36 uren in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren, waarin de zondag is begrepen;
b. in elke periode van 24 uren een rusttijd heeft van ten minste 12 uren, waarvan ten minste 9 uren aaneengesloten en waarin de periode tussen hetzij 22.00 en 06.00 uur hetzij tussen 23.00 en 07.00 begrepen is.
2.
De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat een jeugdige zeevarende:
a. in elke periode van 24 achtereenvolgende uren ten hoogste 8 uren arbeid verricht;
b. in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren ten hoogste 40 uren arbeid verricht.
3.
De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat de arbeid van een jeugdige zeevarende indien hij meer dan 4,5 uur arbeid verricht wordt afgewisseld door een pauze van ten minste, zo mogelijk aaneengesloten, 30 minuten.
4.
In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, mag een jeugdige zeevarende tussen 22.00 uur en 06.00 uur dan wel tussen 23.00 uur en 07.00 uur arbeid verrichten indien dit in het kader van de opleiding noodzakelijk is.
1.
Indien een zeevarende van 18 jaar of ouder tijdens consignatie arbeid moet verrichten krijgt hij, met inachtneming van artikel 6.6:3, eerste en vijfde lid, voldoende rusttijd of pauze ter compensatie. Deze compensatie is ten minste gelijk aan de resterende rusttijd onderscheidenlijk pauze op het ogenblik van de oproep, en wordt toegevoegd aan de eerstvolgende periode van rust onderscheidenlijk pauze.
2.
De arbeid die voortvloeit uit een oproep als bedoeld in het eerste lid wordt voor de toepassing van de artikelen 6.6:2, eerste lid en 6.6:3, tweede en vierde lid, buiten beschouwing gelaten.
3.
De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat hij en de overige zeevarenden van 18 jaar of ouder in elke periode van 4 achtereenvolgende weken:
a. ten minste 14 maal gedurende een periode van 24 achtereenvolgende uren geen consignatie worden opgelegd en
b. ten minste 2 maal gedurende een aaneengesloten periode van 48 uren geen arbeid verrichten noch consignatie worden opgelegd.
Artikel 6.6:7
De artikelen 6.4:1, eerste lid, 6.4:2, eerste tot en met derde lid, 6.4:3 voor zover het betreft de bewaartermijn, 6.5:4, 6.5:6 en 6.5:7 zijn van overeenkomstige toepassing.
1.
De scheepsbeheerder zorgt er voor dat de zeevarenden aan boord van het zeeschip geen arbeid verrichten in strijd met dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen.
2.
De scheepsbeheerder verschaft de kapitein de middelen en gegevens die deze nodig heeft om aan de hem in dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen opgelegde verplichtingen te voldoen.
3.
De scheepsbeheerder zorgt er voor dat aan boord de tekst van de wet en van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen en van de van toepassing zijnde collectieve regeling beschikbaar zijn.
1.
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan ontheffing verlenen van artikel 6.5:2, eerste en tweede lid, en artikel 6.5:3, eerste lid, onderdelen a en b.
2.
De scheepsbeheerder en de kapitein leven de aan de ontheffing verbonden voorschriften na.
3.
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan regels stellen omtrent de wijze waarop de aanvraag om een ontheffing moet worden ingediend en de gegevens die door de aanvrager moeten worden verstrekt.