Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
- Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Bepalingen die op de in het douanegebied van de Unie binnengebrachte goederen van toepassing zijn tot deze een douanebestemming hebben gekregen
+ Hoofdstuk 3. Verboden en beperkingen
+ Hoofdstuk 4. Vrije zones en vrije entrepots
+ Hoofdstuk 5. Goederen die het douanegebied van de Unie verlaten
+ Hoofdstuk 6. De begunstigde verrichtingen
+ Hoofdstuk 7. Douaneschuld
+ Hoofdstuk 8. Beroep in een eerste fase (bezwaar) en beroep in een tweede fase (beroep)
+ Hoofdstuk 9. Bestuurlijke boeten
- Hoofdstuk 10. Strafrechtelijke bepalingen
+ Hoofdstuk 11. Algemene bepalingen van strafvordering
+ Hoofdstuk 12. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Algemene douanewet

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
1.
Degene die goederen het douanegebied van de Unie binnenbrengt in strijd met de artikelen 38 en 39 van het Communautair douanewetboek of goederen in andere delen van het douanegebied van de Unie binnenbrengt in strijd met artikel 177 van het Communautair douanewetboek, dan wel binnengebrachte goederen in strijd met de artikelen 40 en 41 van het Communautair douanewetboek niet bij de inspecteur aanbrengt of van de overeenkomstig artikel 40 van het Communautair douanewetboek aangebrachte goederen in strijd met de artikelen 36bis en 36ter van het Communautair douanewetboek of artikel 186 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek geen summiere aangifte doet, of zonder toestemming van de inspecteur goederen wegvoert in strijd met het bepaalde in artikel 47 van het Communautair douanewetboek, wordt gestraft met geldboete van de derde categorie, of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de rechten bij invoer die ter zake van de goederen zijn verschuldigd.
2.
Degene die een der in het eerste lid omschreven feiten begaat met het oogmerk de rechten bij invoer die ter zake van de goederen zijn verschuldigd, te ontduiken of de ontduiking daarvan te bevorderen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van die rechten.
3.
Degene die uit zee of door de lucht goederen aanvoert ten aanzien waarvan het in artikel 2:2 genoemde tegenbewijs niet wordt geleverd, wordt geacht die goederen uit zee, onderscheidenlijk door de lucht, binnen het douanegebied van de Unie te hebben gebracht.
4.
Degene die uit hoofde van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1889/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende de controle van liquide middelen die de Gemeenschap binnenkomen of verlaten verplicht is tot het doen van aangifte en deze aangifte niet, onvolledig of onjuist doet, wordt gestraft met geldboete van de derde categorie.
5.
Degene die een der in het vierde lid omschreven feiten opzettelijk begaat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.
6.
Met betrekking tot de in het vierde en vijfde lid strafbaar gestelde feiten is artikel 10:15, tweede lid, onderdeel d, niet van toepassing.
Artikel 10:2
Degene die goederen in strijd met de douanewetgeving niet aanbrengt bij een douanekantoor van uitgang, of goederen buiten het douanegebied van de Unie voert in strijd met artikel 183 van het Communautair douanewetboek, of van de buiten het douanegebied te brengen goederen in strijd met de artikelen 182bis, 182quater en 182quinquies van het Communautair douanewetboek geen summiere aangifte doet, wordt gestraft met een geldboete van de derde categorie.
1.
Degene die goederen waarvoor een in de douanewetgeving voorziene aangifte niet is gedaan, lost, laadt, vervoert, in enig gebouw, erf of besloten terrein inslaat, voorhanden heeft of daaruit uitslaat, koopt, verkoopt, te koop aanbiedt of aflevert, wordt gestraft met geldboete van de derde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de rechten bij invoer die ter zake van de goederen zijn verschuldigd.
2.
Degene die een der in het eerste lid omschreven feiten begaat terwijl hij weet of vermoedt dat de rechten bij invoer ter zake van de in dat lid bedoelde goederen niet zijn voldaan, noch de heffing van die rechten overeenkomstig de douanewetgeving is verzekerd, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van die rechten.
1.
Degene die in strijd met de douanewetgeving goederen waarvoor vrijstelling van rechten bij invoer wordt genoten, gebruikt of doet gebruiken op een wijze of voor doeleinden waarvoor de vrijstelling niet geldt, of aan goederen die in het vrije verkeer zijn gebracht met toepassing van een verlaagd recht bij invoer of van een nulrecht uit hoofde van hun bijzondere bestemming, een bestemming heeft gegeven die afwijkt van die met het oog waarop het verlaagde recht bij invoer of het nulrecht is toegepast, wordt gestraft met geldboete van de derde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de ter zake van die goederen te weinig geheven rechten bij invoer.
2.
Degene die een der in het eerste lid omschreven feiten opzettelijk begaat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven rechten bij invoer.
1.
Degene die:
a. een ingevolge de douanewetgeving vereiste aangifte onjuist of onvolledig doet;
b. ingevolge de douanewetgeving verplicht is tot:
1°. het verstrekken van inlichtingen, gegevens of aanwijzingen, en deze niet, onjuist of onvolledig verstrekt;
2°. het vertonen, overgeven of voor raadpleging beschikbaar stellen van bepaalde gegevensdragers, of de inhoud daarvan, en een zodanige verplichting niet nakomt;
3°. het vertonen, overgeven of voor raadpleging beschikbaar stellen van bepaalde gegevensdragers, of de inhoud daarvan, en valse of vervalste gegevensdragers vertoont, overgeeft of voor raadpleging beschikbaar stelt, dan wel de inhoud daarvan in valse of vervalste vorm voor dit doel beschikbaar stelt;
4°. het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de douanewetgeving gestelde eisen, en een zodanige administratie niet voert;
5°. het bewaren van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers, en deze niet bewaart; wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.
2.
Degene die opzettelijk een der feiten begaat, omschreven in het eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2°, 4° of 5°, wordt, indien het feit ertoe strekt dat te weinig rechten bij invoer worden geheven, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven rechten.
3.
Degene die opzettelijk een der feiten begaat, omschreven in het eerste lid, onderdeel a of b, onder 3°, wordt, indien het feit ertoe strekt dat te weinig rechten bij invoer worden geheven, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven rechten.
4.
Indien het feit, ter zake waarvan de verdachte kan worden vervolgd, zowel valt onder een van de bepalingen van het tweede of het derde lid, als onder die van artikel 225, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, is strafvervolging op grond van genoemd artikel 225, tweede lid, uitgesloten.
5.
Dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van de invordering van de rechten bij invoer.
Artikel 10:6
Degene die niet voldoet aan een hem bij of krachtens, artikel 1:11, 1:23, 1:24, derde lid, 1:27, eerste lid, 1:28, tweede of derde lid, of  1:32, tweede lid, van deze wet, dan wel artikel 14 of 69, tweede lid, van het Communautair douanewetboek opgelegde verplichting, wordt gestraft met geldboete van de derde categorie.
Artikel 10:7
Degene die niet voldoet aan de hem bij artikel 1:34 opgelegde verplichting, wordt gestraft met geldboete van de tweede categorie.
1.
Degene die een tot stand gebrachte identificatiemaatregel met betrekking tot een vervoermiddel, bergingsmiddel, verpakkingsmiddel, goederen, werktuig, leiding, gebouw of terrein, of deel daarvan, in strijd met de douanewetgeving schendt, wordt gestraft met geldboete van de derde categorie.
2.
Degene die een van de in het eerste lid omschreven feiten opzettelijk begaat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.
3.
Degene die, nadat hij door de inspecteur in kennis is gesteld van diens voornemen om een identificatiemaatregel als bedoeld in het eerste lid tot stand te brengen, er geen zorg voor draagt dat de inspecteur deze maatregel op een deugdelijke wijze tot stand kan brengen, alsmede degene die, behoudens indien zich al dan niet in het kader van een douaneregeling gevallen voordoen als bedoeld in artikel 72, tweede lid, van het Communautair douanewetboek, er geen zorg voor draagt dat de door de inspecteur tot stand gebrachte identificatiemaatregel in stand blijft, wordt gestraft met geldboete van de derde categorie.
4.
Degene die anders dan als inspecteur bevoegd is om een identificatiemaatregel tot stand te brengen en er geen zorg voor draagt dat de maatregel op een deugdelijke wijze tot stand wordt gebracht, wordt gestraft met geldboete van de derde categorie.
5.
Ten aanzien van de in het derde en in het vierde lid omschreven feiten kan voor de betrokkene niet het bestaan van overmacht worden aangenomen, indien hij niet onverwijld nadat hem bekend is geworden dat een identificatiemaatregel niet op deugdelijke wijze is tot stand gebracht of een identificatiemaatregel niet in stand is gebleven, daarvan aan de inspecteur mededeling doet.
1.
Degene die van goederen waaraan herkenningsmiddelen of denatureringsmiddelen zijn toegevoegd, die herkenningsmiddelen of denatureringsmiddelen daarvan geheel of ten dele afscheidt, de werking ervan geheel of ten dele opheft of verandert, wordt gestraft met geldboete van de derde categorie.
2.
Degene die een der in het eerste lid omschreven feiten opzettelijk begaat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven rechten bij invoer.
Artikel 10:10
Overtreding van krachtens deze wet bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde bepalingen wordt, voorzover die overtreding is aangemerkt als strafbaar feit, gestraft met geldboete van de derde categorie.
Artikel 10:11
Overtreding van krachtens deze wet bij regeling van Onze Minister wie het aangaat vastgestelde bepalingen, voorzover die overtreding is aangemerkt als strafbaar feit, gestraft met geldboete van de tweede categorie.
Artikel 10:13
De bij deze wet strafbaar gestelde feiten waarop gevangenisstraf is gesteld, zijn misdrijven. De overige bij deze wet strafbaar gestelde feiten, alsmede de in de op deze wet berustende bepalingen strafbaar gestelde feiten, zijn overtredingen.
Artikel 10:14
Ter zake van de bij deze wet of de daarop berustende bepalingen strafbaar gestelde feiten vindt artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht geen toepassing.
1.
Ten aanzien van bij deze wet of de daarop berustende bepalingen strafbaar gestelde feiten met betrekking tot welke het proces-verbaal niet overeenkomstig artikel 11:3, tweede lid, in handen van de officier van justitie is gesteld, kan in afwijking van de artikelen 257a, 257b en 257ba van het Wetboek van Strafvordering, uitsluitend de inspecteur een strafbeschikking uitvaardigen. Bij regeling van Onze minister van Financiën kunnen functionarissen worden aangewezen die deze bevoegdheid namens de inspecteur kunnen uitoefenen.
2.
In deze strafbeschikking kan een geldboete worden opgelegd. Voorts kan deze strafbeschikking aanwijzingen bevatten waaraan de verdachte moet voldoen. De aanwijzingen kunnen inhouden:
a. afstand van voorwerpen die in beslag zijn genomen en vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer;
b. uitlevering, of voldoening aan de staat van de geschatte waarde, van voorwerpen die vatbaar zijn voor verbeurdverklaring;
c. voldoening aan de Staat van een geldbedrag gelijk aan of lager dan het geschatte voordeel – met inbegrip van besparing van kosten – door de verdachte verkregen door middel van of uit het strafbare feit;
d. het alsnog voldoen aan een uit de douanewetgeving voortvloeiende verplichting.
3.
Een strafbeschikking waarin een geldboete wordt opgelegd van meer dan € 2000, wordt, in afwijking van artikel 257c, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, slechts uitgevaardigd indien de verdachte daaraan voorafgaand is gehoord.
4.
Een geldboete wordt, in zoverre in afwijking van artikel 257g van het Wetboek van Strafvordering, ingevorderd op de wijze, voorzien in de Invorderingswet 1990 . Daartoe wordt een afschrift van de strafbeschikking aan de ontvanger ter hand gesteld. De inspecteur of de aangewezen functionaris bepaalt voorts de termijn binnen welke aan de gegeven aanwijzingen moet zijn voldaan en zo nodig tevens de plaats waar zulks moet geschieden. De gestelde termijn kan voor de afloop daarvan eenmaal worden verlengd.
5.
In afwijking van artikel 257h, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering verstrekt de inspecteur desgevraagd een afschrift van een strafbeschikking aan ieder ander dan de verdachte of zijn raadsman, tenzij verstrekking naar het oordeel van het bestuur ter bescherming van de belangen van degene ten aanzien van wie de strafbeschikking is uitgevaardigd of van de derden die in de strafbeschikking worden genoemd, geheel of gedeeltelijk dient te worden geweigerd. In het laatste geval kan de inspecteur een geanonimiseerd afschrift van de strafbeschikking verstrekken.
6.
Indien binnen veertien dagen geen afschrift dan wel een geanonimiseerd afschrift wordt verstrekt, kan de verzoeker een klaagschrift indienen bij de inspecteur. Deze stelt het klaagschrift, de strafbeschikking en het proces-verbaal in handen van de officier van justitie, welke het klaagschrift en de processtukken onverwijld ter kennis brengt van de rechtbank, tenzij hij alsnog aan het verzoek tegemoetkomt. De procesdeelnemers zijn, in afwijking van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet bevoegd van de inhoud van de processtukken kennis te nemen dan voor zover de rechtbank zulks toestaat.
7.
Artikel 552ab van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.
1.
Medeplichtigheid aan de in de artikelen 10:1, eerste lid, 10:2, 10:3, eerste lid, en 10:5, eerste lid, onderdeel a, vermelde overtredingen is strafbaar. Te dien aanzien vinden de artikelen 48 en 49 van het Wetboek van Strafrecht overeenkomstige toepassing.
2.
Poging tot de in artikel 10:3, eerste lid, vermelde overtreding is strafbaar. Te dien aanzien vindt artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht overeenkomstige toepassing.
Artikel 10:17
De Nederlandse strafwet is ook van toepassing op ieder die zich buiten het gebied waarop deze wet ingevolge artikel 1:2 van toepassing is, schuldig maakt aan:
a. enig in deze wet omschreven misdrijf;
b. de in artikel 10:5, eerste lid, onderdeel b, onder 3°, omschreven overtreding.
Artikel 10:18
Bij veroordeling wegens een der in de artikelen 10:1, 10:2, 10:3, 10:4 en 10:5, eerste lid, onderdeel a, omschreven strafbare feiten kunnen de in artikel 33a, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van het Wetboek van Strafrecht genoemde voorwerpen ook worden verbeurdverklaard, indien zij niet aan de in dat artikel bedoelde persoon toebehoren.