Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
+ TITEL II. TOEPASSING VAN TITEL I VAN HET VERDRAG (ALGEMENE BEPALINGEN)
+ TITEL III. SAMENTELLING VAN TIJDVAKKEN VAN VERZEKERING
+ TITEL IV. TOEPASSING VAN TITEL III VAN HET VERDRAG
+ TITEL V. FINANCIËLE BEPALINGEN
- TITEL VI. DIVERSE BEPALINGEN
+ TITEL VII. SLOTBEPALINGEN
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Administratieve Schikking voor de toepassing van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van Rijnvarenden (herzien), Straatsburg, 26-11-1987

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
(authentiek: nl)
Artikel 82. Communicatie tussen de organen onderling en tussen rechthebbenden en organen
Ieder orgaan van een Verdragsluitende Partij, alsmede elke persoon, die op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij woont of verblijft, kan zich rechtstreeks of door bemiddeling van de verbindingsorganen tot het orgaan van een andere Verdragsluitende Partij wenden.
Artikel 83. Administratieve bijstand bij het terugvorderen van onverschuldigde prestaties
Het orgaan van de woonplaats van een persoon die ten onrechte uitkeringen heeft genoten of het orgaan dat is aangewezen door de bevoegde autoriteit van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan deze persoon woont, verleent zijn goede diensten aan het orgaan van elke andere Verdragsluitende Partij dat deze uitkeringen heeft verstrekt, indien laatstbedoeld orgaan verhaal op de betrokken persoon wil nemen.
1.
Niettegenstaande het bepaalde in artikel 82 van het Verdrag, kan, indien bij de vaststelling of de herziening van de uitkeringen bij invaliditeit, ouderdom of overlijden (pensioenen) krachtens Titel III, Hoofdstuk 2 van het Verdrag, het orgaan van een Verdragsluitende Partij aan een rechthebbende op uitkeringen een hoger bedrag heeft uitbetaald dan waarop deze recht heeft, dit orgaan aan het orgaan van enige andere Verdragsluitende Partij dat overeenkomstige uitkeringen aan deze rechthebbende verschuldigd is, verzoeken het te veel betaalde bedrag in te houden op de aan bedoelde rechthebbende verschuldigde achterstallige termijnen voor zover de door dit orgaan toegepaste wetgeving zulks mogelijk maakt. Laatstgenoemd orgaan maakt het aldus ingehouden bedrag over aan het orgaan dat de vorderingen heeft.
2.
Wanneer het orgaan van een Verdragsluitende Partij een voorschot op uitkeringen heeft uitbetaald voor een periode gedurende welke de rechthebbende recht had op overeenkomstige uitkeringen krachtens de wetgeving van een andere Verdragsluitende Partij, kan dit orgaan het orgaan van de andere Partij verzoeken het bedrag van genoemd voorschot in te houden op de bedragen, welke het orgaan over hetzelfde tijdvak verschuldigd is aan genoemde rechthebbende. Laatstbedoeld orgaan houdt het bedrag in en maakt het aldus ingehouden bedrag over aan het orgaan dat de vorderingen heeft.
Artikel 85. Verhaal door sociale bijstandsinstellingen
Wanneer een persoon op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij sociale bijstand heeft genoten gedurende een tijdvak waarover hij krachtens de wetgeving van een andere Verdragsluitende Partij recht op uitkeringen had, kan de instelling welke de sociale bijstand heeft verleend, indien deze een wettelijk verhaalsrecht heeft op uitkeringen welke verschuldigd zijn aan personen die sociale bijstand genieten, aan het orgaan van enige andere Verdragsluitende Partij dat uitkeringen aan de betrokken persoon verschuldigd is, verzoeken het bedrag van de over genoemd tijdvak verleende sociale bijstand in te houden op de bedragen welke het aan bedoelde persoon betaalt. Laatstbedoeld orgaan gaat, in voorkomend geval, tot deze inhouding over op de wijze en binnen de grenzen als bepaald bij de wetgeving die door dit orgaan wordt toegepast alsof het door dit orgaan zelf teveel betaalde bedragen betreft en maakt het aldus ingehouden bedrag over aan de instelling welke de vordering heeft.
Artikel 86. Voorlopige betaling van uitkeringen bij geschil over de toepasselijke wetgeving of over het orgaan dat de prestaties moet verlenen
Ingeval tussen de organen of de bevoegde autoriteiten van twee of meer Verdragsluitende Partijen een geschil bestaat hetzij over de wetgeving welke krachtens Titel II van het Verdrag moet worden toegepast, hetzij over de vaststelling van het orgaan dat prestaties moet verlenen, ontvangt de belanghebbende die aanspraak op prestaties zou kunnen maken indien dit geschil niet bestond, voorlopig de prestaties welke in de door het orgaan van de woonplaats toegepaste wetgeving zijn voorzien of, indien de belanghebbende niet op het grondgebied van een der betrokken Verdragsluitende Partijen woont, de prestaties welke zijn voorzien in de wetgeving van de Verdragsluitende Partij waaraan de belanghebbende laatstelijk onderworpen is geweest. Nadat het geschil is beslecht, komen de prestaties welke voorlopig zijn verleend, voor rekening van het orgaan dat bevoegd is verklaard voor het verlenen van de prestaties.
Artikel 87. Voorschriften voor medisch onderzoek dat op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij dan de bevoegde staat wordt verricht
Het orgaan van de woon- of verblijfplaats dat krachtens artikel 81 van het Verdrag een medisch onderzoek moet verrichten gaat hiertoe over volgens de voorschriften die zijn gegeven door het bevoegde orgaan of indien geen voorschriften zijn gegeven, volgens de voorschriften die zijn voorzien in de door dit orgaan toegepaste wetgeving.
1.
Wanneer de datum waarop de verzekerde gebeurtenis heeft plaatsgevonden voor de datum van inwerkingtreding van het Verdrag ligt en er op grond van de aanvraag om pensioen of rente voor die datum nog geen uitkering werd vastgesteld, dan moeten er voor deze aanvraag twee uitkeringen worden vastgesteld, voor zover naar aanleiding van deze verzekerde gebeurtenis uitkeringen moeten worden gedaan voor het aan laatstbedoelde datum voorafgaande tijdvak:
a) voor het aan de toepassingsdatum van het Verdrag voorafgaande tijdvak: een uitkering overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag van 13 februari 1961 betreffende de sociale zekerheid van Rijnvarenden (herzien);
b) voor het tijdvak vanaf de toepassingsdatum van het Verdrag: een uitkering overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag.
Indien evenwel het bedrag dat is berekend krachtens de sub a) bedoelde bepalingen hoger is dan het bedrag dat is berekend krachtens de sub b) bedoelde bepalingen, blijft betrokkene in aanmerking komen voor het bedrag dat is berekend krachtens de sub a) bedoelde bepalingen.
2.
Indien vanaf de toepassingsdatum van het Verdrag bij een orgaan van een Verdragsluitende Partij een aanvraag om invaliditeitsuitkeringen, ouderdomsuitkeringen of uitkeringen aan nagelaten betrekkingen wordt ingediend, leidt dit, overeenkomstig het bepaalde in het Verdrag ambtshalve tot herziening van de uitkeringen die door het orgaan of de organen van een of meer andere Verdragsluitende Partijen voor deze datum voor hetzelfde geval werden vastgesteld. In geen geval zal een dergelijke herziening mogen leiden tot vermindering van eerdere rechten van belanghebbenden.
Artikel 89. Mededeling aan het Administratief Centrum van bilaterale of multilaterale toepassingsovereenkomsten die tussen Verdragsluitende Partijen zijn gesloten
Van de overeenkomsten welke worden gesloten krachtens artikel 84, derde lid en artikel 85, tweede lid van het Verdrag, alsmede krachtens artikel 81, tweede lid van deze Schikking wordt binnen drie maanden nadat ze in werking zijn getreden mededeling gedaan aan het Administratief Centrum.
1.
De bijlagen bedoeld in artikel 3 van deze Schikking, zijn daarvan een wezenlijk bestanddeel.
2.
Van elke wijziging van de bijlagen van deze Schikking zal door de bevoegde autoriteit van elke belanghebbende Verdragsluitende Partij kennisgeving worden gedaan aan het Administratief Centrum, die hiervan mededeling zal doen aan andere Verdragsluitende Partij en, aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en aan de Centrale Commissie voor de Rijnvaart.
3.
Ter zake van een voorstel tot wijziging van bijlage 5, is de in artikel 88, tweede en derde lid van het Verdrag voorgeschreven procedure van overeenkomstige toepassing.