Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
+ TITEL II. TOEPASSING VAN TITEL I VAN HET VERDRAG (ALGEMENE BEPALINGEN)
+ TITEL III. SAMENTELLING VAN TIJDVAKKEN VAN VERZEKERING
- TITEL IV. TOEPASSING VAN TITEL III VAN HET VERDRAG
+ TITEL V. FINANCIËLE BEPALINGEN
+ TITEL VI. DIVERSE BEPALINGEN
+ TITEL VII. SLOTBEPALINGEN
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Administratieve Schikking voor de toepassing van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van Rijnvarenden (herzien), Straatsburg, 26-11-1987

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
(authentiek: nl)
1.
Om in aanmerking te komen voor toepassing van artikel 60 van het Verdrag legt de belanghebbende aan het bevoegde orgaan een bewijs over waarin de tijdvakken van dienstbetrekking of beroepsarbeid zijn vermeld, welke zijn vervuld krachtens de wetgeving van de Verdragsluitende Partij waaraan de rijnvarende laatstelijk onderworpen is geweest en verstrekt hij alle verdere inlichtingen welke op grond van de door dit orgaan toegepaste wetgeving vereist zijn.
2.
Het in het vorige lid bedoelde bewijs wordt op verzoek van de belanghebbende verstrekt, hetzij door het voor gezinsuitkeringen bevoegde orgaan van de Verdragsluitende Partij aan de wetgeving waaraan de rijnvarende laatstelijk onderworpen is geweest, hetzij door een ander door de bevoegde autoriteit van deze Partij aangewezen orgaan. Indien de belanghebbende genoemd bewijs niet overlegt, verzoekt het bevoegde orgaan hierom aan het orgaan dat bevoegd is het bewijs af te geven.
3.
Indien het nodig is met vroeger krachtens de wetgeving van enige andere Verdragsluitende Partij vervulde tijdvakken van dienstbetrekking of beroepsarbeid rekening te houden om aan de in de wetgeving van de bevoegde Staat gestelde voorwaarden te voldoen, zijn de voorgaande leden van dit artikel van overeenkomstige toepassing.
1.
Om in aanmerking te komen voor gezinsbijslagen krachtens artikel 62, eerste lid, sub b) van het Verdrag, richt de belanghebbende een aanvraag tot het bevoegde orgaan, dat hem een verklaring afgeeft waarin het recht op deze bijslagen wordt bevestigd en waarin wordt aangegeven vanaf welke datum ze zijn verschuldigd. Bovendien, laten de gezinsleden zich inschrijven bij het orgaan van hun woonplaats, onder overlegging van de bewijsstukken welke krachtens de door dit orgaan toegepaste wetgeving gewoonlijk vereist worden voor de toekenning van gezinsbijslagen, alsmede van genoemd bewijs. Indien de gezinsleden dit bewijs niet overleggen verzoekt het orgaan van de woonplaats het bevoegde orgaan daarom.
2.
Het in het vorige lid genoemde bewijs blijft geldig zolang het orgaan van de woonplaats geen kennisgeving van intrekking heeft ontvangen.
3.
Het bevoegde orgaan stelt het orgaan van de woonplaats van de gezinsleden onmiddellijk in kennis van de datum met ingang waarvan de rijnvarende niet langer recht op bijslagen heeft of zijn woonplaats van het grondgebied van een Verdragsluitende Partij naar dat van een andere Verdragsluitende Partij overbrengt. Het orgaan van de woonplaats van de gezinsleden kan te allen tijde aan het bevoegde orgaan verzoeken alle inlichtingen te verstrekken omtrent het recht van de rijnvarende op bijslagen.
4.
De gezinsleden zijn verplicht het orgaan van hun woonplaats in kennis te stellen van elke verandering in hun omstandigheden waardoor het recht op bijslagen kan worden gewijzigd, met name van elke overbrenging van hun woonplaats. Het orgaan van de woonplaats deelt deze inlichtingen mede aan het bevoegde orgaan.
1.
Artikel 69 van deze Schikking is van overeenkomstige toepassing op de in artikel 63, eerste lid van het Verdrag bedoelde werkloos geworden rijnvarende.
2.
In geval dat het bevoegde orgaan een wetgeving toepast krachtens welke het recht op gezinsbijslagen afhankelijk gesteld wordt van het recht op werkloosheidsuitkeringen, richt de werkloos geworden rijnvarende, om in aanmerking te komen voor gezinsbijslagen krachtens artikel 63, eerste lid van het Verdrag, een aanvraag tot het bevoegde orgaan, dat hem een bewijs afgeeft waarin wordt bevestigd dat hij werkloosheidsuitkeringen geniet krachtens de wetgeving die zij toepast en dat hij recht zou hebben op gezinsbijslagen indien hij met zijn gezinsleden op het grondgebied van de bevoegde Staat woonde. Dit bewijs wordt afgegeven hetzij door het voor werkloosheid bevoegde orgaan van laatstbedoelde Staat, hetzij door een ander door de bevoegde autoriteit van deze Staat aangewezen orgaan. Als de gezinsleden dit bewijs niet overleggen, verzoekt het orgaan van de woonplaats het bevoegde orgaan daarom.
3.
In het in het vorige lid genoemde geval zijn artikel 69, tweede, derde en vierde lid en artikel 72, eerste en derde lid van deze Schikking, van overeenkomstige toepassing.
1.
Om in aanmerking te komen voor kinderbijslag krachtens artikel 64 van het Verdrag, richt de rijnvarende eventueel door bemiddeling van zijn werkgever een aanvraag tot het bevoegde orgaan.
2.
Ter ondersteuning van zijn aanvraag overlegt de rijnvarende een bewijsstuk betreffende de gezinsleden die hun woonplaats hebben op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij dan die waar het bevoegde orgaan gevestigd is. Dit bewijsstuk wordt afgegeven hetzij door de inzake de burgerlijke stand bevoegde autoriteiten van deze Partij, hetzij door het orgaan dat is aangewezen door de bevoegde autoriteit van deze Partij. Het bewijsstuk moet jaarlijks worden vernieuwd.
3.
Bovendien verstrekt de rijnvarende, eventueel op verzoek van het bevoegde orgaan, de gegevens aan de hand waarvan kan worden vastgesteld aan wie de kinderbijslag kan worden uitbetaald op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waar de gezinsleden wonen.
4.
De rijnvarende dient, eventueel door bemiddeling van zijn werkgever, het bevoegde orgaan in kennis te stellen van elke verandering in de omstandigheden van zijn gezinsleden waardoor het recht op kinderbijslag kan worden beïnvloed.
5.
De voorgaande leden van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing op de werkloos geworden rijnvarende bedoeld in artikel 65, eerste lid van het Verdrag.
1.
Indien de gezinsleden in de loop van een kalendermaand of kalenderkwartaal hun woonplaats overbrengen van het grondgebied van een Verdragsluitende Partij naar dat van een andere Verdragsluitende Partij, worden de gezinsbijslagen verleend volgens de volgende regels:
a) indien beide wetgevingen of indien alleen de wetgeving van de eerste Verdragsluitende Partij voorziet in toekenning van maandelijkse of driemaandelijkse bijslagen, gaat het orgaan, belast met het verlenen van bijslagen aan het begin van de maand of van het kwartaal, door met het verlenen hiervan tot het einde van de periode waarom het gaat. Het orgaan van de nieuwe woonplaats begint de gezinsbijslagen te verlenen vanaf het begin van de kalendermaand of het kalenderkwartaal daaropvolgend, naar gelang het geval;
b) indien de wetgeving van de eerste Verdragsluitende Partij voorziet in toekenning van gezinsbijslagen per dag, worden de bijslagen achtereenvolgens verleend krachtens de wetgeving van elk van deze Verdragsluitende Partijen, naar verhouding van de duur van het wonen van deze gezinsleden op het grondgebied van de betrokken Verdragsluitende Partij gedurende de betreffende maand of het betreffende kwartaal.
2.
Het vorige lid is van overeenkomstige toepassing op het verlenen van gezinsbijslagen aan de in artikel 62, eerste lid, sub a) van het Verdrag bedoelde gezinsleden, indien zij het vaartuig aan boord waarvan zij zich met de rijnvarende bevonden, verlaten om hun woonplaats te vestigen op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij dan de bevoegde Staat.
3.
Indien het orgaan van een Verdragsluitende Partij de gezinsbijslagen heeft verleend voor een periode, terwijl deze bijslagen voor rekening van het orgaan van een andere Verdragsluitende Partij kwamen, zullen de door het eerste orgaan ten onrechte verleende bijslagen worden vergoed.
1.
Indien de rijnvarende in de loop van een kalendermaand of kalenderkwartaal achtereenvolgens onderworpen is geweest aan de wetgeving van twee Verdragsluitende Partijen, wordt de toekenning van gezinsbijslagen waarop hij aanspraak kan maken krachtens de wetgeving van elk van deze Partijen volgens de volgende regels vastgesteld:
a) indien een van deze Verdragsluitende Partijen wordt vermeld in Bijlage VII, afdeling 2, van het Verdrag of indien zij, hoewel zij vermeld wordt in afdeling 1 van genoemde bijlage, de gezinsbijslagen per dag toekent worden de gezinsbijslagen die ten laste komen van het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij vastgesteld naar verhouding van de duur gedurende welke de rijnvarende aan de wetgeving van die Verdragsluitende Partij onderworpen is geweest ten opzichte van de door bedoelde wetgeving voorziene duur van de maandelijkse of drie-maandelijkse periode;
b) in alle andere gevallen blijven de gezinsbijslagen voor de duur van de maand of het kwartaal voor rekening van het bevoegde orgaan ten laste waarvan de gezinsbijslagen aan het begin van de betreffende maand of het betreffende kwartaal kwamen, naar gelang de wetgeving die door genoemd orgaan wordt toegepast voor de toekenning van gezinsbijslagen in een maandelijkse dan wel in een drie-maandelijkse periode voorziet.
2.
Indien het orgaan van een Verdragsluitende Partij de gezinsbijslagen heeft verleend voor een periode, terwijl deze bijslagen voor rekening van het orgaan van een andere Verdragsluitende Partij kwamen, zullen de door het eerste orgaan ten onrechte verleende bijslagen worden vergoed.
1.
Om in aanmerking te komen voor bijslagen krachtens artikel 66, artikel 67 of artikel 68 van het Verdrag richt de belanghebbende een aanvraag tot het bevoegde orgaan. Indien de aanvrager op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij woont dan die waar het bevoegde orgaan gevestigd is, kan hij zijn aanvraag ook richten tot het orgaan van zijn woonplaats, dat de aanvraag aan het bevoegde orgaan doorzendt onder opgave van de datum waarop de aanvraag werd ingediend. Deze datum wordt beschouwd als de datum waarop de aanvraag bij het bevoegde orgaan werd ingediend.
2.
Ter ondersteuning van zijn aanvraag overlegt de belanghebbende een bewijsstuk betreffende de gezinsleden die hun woonplaats hebben op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij dan die waar het bevoegde orgaan zich bevindt. Dit bewijsstuk wordt afgegeven hetzij door de inzake burgerlijke stand bevoegde autoriteiten van deze Partij, hetzij door een orgaan dat is aangewezen door de bevoegde autoriteit van genoemde Partij. Het bewijsstuk moet jaarlijks worden vernieuwd.
3.
Het vorige lid is van overeenkomstige toepassing op wezen die hun woonplaats hebben op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij dan die waar het bevoegde orgaan zich bevindt.
4.
In de gevallen genoemd in artikel 66, derde lid, sub b) of artikel 67, derde lid, sub b) van het Verdrag, zendt het orgaan van de woonplaats de aanvraag vergezeld van alle noodzakelijke stukken en gegevens onverwijld door aan het orgaan van de Verdragsluitende Partij, aan de wetgeving waarvan de rechthebbende op een pensioen of rente of de overleden rijnvarende het langst onderworpen is geweest. Er moet, onder dezelfde voorwaarden, eventueel worden teruggegaan tot het orgaan van de Verdragsluitende Partij aan de wetgeving waarvan de rechthebbende op een pensioen of rente of overleden rijnvarende het kortst onderworpen is geweest.
Artikel 75. Het op verzoek van het bevoegde orgaan verstrekken van gegevens
De belanghebbende verstrekt, eventueel op verzoek van het bevoegde orgaan, gegevens aan de hand waarvan kan worden vastgesteld aan wie de kinderbijslagen kunnen worden uitbetaald op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waarop de kinderen of de wezen wonen.
1.
Voor de betaling van de krachtens de artikelen 66, 67 of 68 van het Verdrag verschuldigde bijslagen is artikel 42 van deze Schikking van overeenkomstige toepassing.
2.
Zonodig wijzen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen het voor het betalen van de krachtens de artikelen 66, 67 of 68 van het Verdrag verschuldigde bijslagen bevoegde orgaan aan.
Artikel 77. Inlichtingen over wijzigingen die zich in de omstandigheden voordoen
Een ieder aan wie krachtens de artikelen 66, 67 of 68 van het Verdrag bijslagen worden betaald voor de gezinsleden van een rechthebbende op een pensioen of rente of voor wezen, is verplicht het orgaan dat deze bijslagen verschuldigd is in kennis te stellen van iedere verandering in de omstandigheden van de gezinsleden of de wezen waardoor het recht op bijslagen kan worden gewijzigd.