Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
+ TITEL II. TOEPASSING VAN TITEL I VAN HET VERDRAG (ALGEMENE BEPALINGEN)
+ TITEL III. SAMENTELLING VAN TIJDVAKKEN VAN VERZEKERING
- TITEL IV. TOEPASSING VAN TITEL III VAN HET VERDRAG
+ TITEL V. FINANCIËLE BEPALINGEN
+ TITEL VI. DIVERSE BEPALINGEN
+ TITEL VII. SLOTBEPALINGEN
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Administratieve Schikking voor de toepassing van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van Rijnvarenden (herzien), Straatsburg, 26-11-1987

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
(authentiek: nl)
1.
Om in aanmerking te komen voor verstrekkingen krachtens artikel 40, eerste lid, sub a)i) van het Verdrag legt de in loondienst zijnde rijnvarende die zich voor het vervullen van zijn dienstbetrekking op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij dan de bevoegde Staat bevindt, aan het orgaan van de verblijfplaats zo spoedig mogelijk een verklaring over welke door de werkgever of diens vertegenwoordiger is afgegeven in de loop van de kalendermaand van voorlegging of in de twee daaraan voorafgaande kalendermaanden. In deze verklaring wordt met name de datum vermeld sedert welke de betrokkene voor rekening van bedoelde werkgever werkt, alsmede de naam en de plaats van vestiging van het bevoegde orgaan. Wanneer bedoelde rijnvarende deze verklaring heeft overgelegd, wordt hij geacht te voldoen aan de voorwaarden voor het ingaan van het recht op verstrekkingen. Indien hij niet in staat is zich voor de medische behandeling tot het orgaan van de verblijfplaats te wenden, ontvangt hij niettemin deze behandeling op vertoon van bedoelde verklaring, alsof hij bij dat orgaan verzekerd was.
2.
Het orgaan van de verblijfplaats richt zich onverwijld tot het bevoegde orgaan, teneinde te vernemen of de belanghebbende aan de voorwaarden voor het ingaan van het recht op verstrekkingen voldoet. Het is verplicht deze verstrekkingen te verlenen totdat antwoord van het bevoegde orgaan is ontvangen en ten hoogste gedurende dertig dagen.
3.
Het bevoegde orgaan zendt het orgaan van de verblijfplaats antwoord binnen tien dagen na ontvangst van het verzoek van dit orgaan. Indien dit antwoord bevestigend luidt, zet het orgaan van de verblijfplaats het verlenen van bedoelde verstrekkingen voort.
4.
In plaats van de verklaring, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, kan de rijnvarende aan het orgaan van de verblijfplaats het in artikel 45, eerste lid van deze Schikking bedoelde bewijs overleggen. In dit geval zijn de voorgaande leden van dit artikel niet van toepassing.
5.
Bij opneming in een ziekenhuis bericht het orgaan van de verblijfplaats, zodra het zulks heeft vernomen, aan het bevoegde orgaan de datum van opneming in het ziekenhuis, de vermoedelijke verblijfsduur en de datum van ontslag. Deze mededeling behoeft evenwel niet te worden gedaan wanneer de kosten van de verstrekkingen met een vast bedrag worden vergoed aan het orgaan van de verblijfplaats of wanneer een vergoeding wordt afgezien.
6.
Het orgaan van de verblijfplaats stelt het bevoegde orgaan vooraf in kennis van iedere beslissing die betrekking heeft op het verlenen van belangrijke verstrekkingen. Het bevoegde orgaan kan hiertegen onder opgave van redenen binnen vijftien dagen, gerekend vanaf de verzending van deze mededeling, verzet aantekenen. Het orgaan van de verblijfplaats verleent de verstrekkingen als na het verstrijken van deze termijn geen verzet is aangetekend. In onmiskenbare spoedgevallen verleent het orgaan van de verblijfplaats de verstrekkingen onverwijld en stelt het het bevoegde orgaan hiervan onmiddellijk op de hoogte. Dit verzet onder opgave van redenen behoeft evenwel niet te worden aangetekend wanneer de kosten van de verstrekkingen met een vast bedrag worden vergoed aan het orgaan van de verblijfplaats of wanneer van vergoeding wordt afgezien.
7.
Het Administratief Centrum stelt de lijst op van de in het vorige lid bedoelde verstrekkingen.
1.
Om in aanmerking te komen voor verstrekkingen krachtens artikel 40, eerste lid, sub a)i) van het Verdrag, behalve in het geval waarin van de in artikel 44, eerste lid van deze Schikking bedoelde veronderstelling wordt uitgegaan, legt de rijnvarende aan het orgaan van de verblijfplaats een bewijs over waarin wordt verklaard dat hij recht op verstrekkingen heeft. Dit bewijs wordt op verzoek van de belanghebbende door het bevoegde orgaan afgegeven voordat hij het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waarop hij woont, verlaat. Indien de belanghebbende dit bewijs niet overlegt, verzoekt het orgaan van de verblijfplaats het bevoegde orgaan daarom.
2.
Artikel 44, vijfde en zesde lid van deze Schikking is van overeenkomstige toepassing.
1.
Om in aanmerking te komen voor verstrekkingen krachtens artikel 40, eerste lid, sub b)i) van het Verdrag, legt de rijnvarende aan het orgaan van de woonplaats een bewijs over waarin wordt verklaard dat hij het recht op deze verstrekkingen mag behouden. In dit bewijs, dat op verzoek van de belanghebbende door het bevoegde orgaan voor zijn vertrek wordt afgegeven, wordt in voorkomend geval met name de maximumduur vermeld waarover volgens de wetgeving van de bevoegde staat verstrekkingen mogen worden verleend. Het bewijs kan op verzoek van de belanghebbende na diens vertrek worden afgegeven, wanneer het wegens overmacht niet voordien kon worden opgemaakt.
2.
Artikel 44, vijfde en zesde lid van deze Schikking is van overeenkomstige toepassing.
3.
Het eerste lid van dit artikel is van overeenkomstige toepassing in het geval bedoeld in artikel 40, eerste lid, sub c)i) van het Verdrag.
1.
Om krachtens artikel 40, eerste lid, sub a)ii) van het Verdrag in aanmerking te komen voor andere uitkeringen dan renten, wendt de rijnvarende zich binnen drie dagen na het begin van de arbeidsongeschiktheid tot het orgaan van de verblijfplaats en legt, indien de wetgeving die door het bevoegde orgaan of het orgaan van de verblijfplaats wordt toegepast hierin voorziet, een door de behandelende arts afgegeven bewijs van arbeidsongeschiktheid over. Bovendien deelt hij zijn adres in het land waar hij verblijft mede, alsmede de naam en het adres van het bevoegde orgaan.
2.
Wanneer de behandelende artsen van het land van de verblijfplaats geen bewijzen van arbeidsongeschiktheid afgeven, wendt de rijnvarende zich rechtstreeks tot het orgaan van de verblijfplaats binnen de termijn welke is gesteld in de door dit orgaan toegepaste wetgeving. Dit orgaan laat onmiddellijk de arbeidsongeschiktheid medisch vaststellen en het in het vorige lid bedoelde bewijs uitschrijven.
3.
Het orgaan van de verblijfplaats zendt de in de voorgaande leden van dit artikel bedoelde documenten onverwijld door aan het bevoegde orgaan, onder vermelding van de vermoedelijke duur van de arbeidsongeschiktheid.
4.
Zo spoedig mogelijk oefent het orgaan van de verblijfplaats de medische en administratieve controle op de rijnvarende uit en deelt het resultaat daarvan onverwijld mede aan het bevoegde orgaan, dat de bevoegdheid houdt belanghebbende voor eigen rekening te doen onderzoeken door een arts van eigen keuze. Indien laatstbedoeld orgaan besluit de uitkeringen te weigeren, omdat de rijnvarende de controlevoorschriften niet heeft nageleefd, stelt dit orgaan hem in kennis van deze beslissing en zendt het gelijktijdig een afschrift daarvan aan het orgaan van de verblijfplaats.
5.
Onverwijld wordt de rijnvarende van het einde van de arbeidsongeschiktheid in kennis gesteld door het orgaan van de verblijfplaats dat daaromtrent het bevoegde orgaan onmiddellijk inlicht. Wanneer laatstbedoeld orgaan zelf beslist dat de rijnvarende weer arbeidsgeschikt is geworden, stelt het hem in kennis van deze beslissing en zendt het gelijktijdig een afschrift daarvan aan het orgaan van de verblijfplaats.
6.
Indien, in hetzelfde geval, voor het einde van de arbeidsongeschiktheid twee verschillende data zijn vastgesteld onderscheidenlijk door het orgaan van de verblijfplaats en door het bevoegdeorgaan, wordt de door het bevoegde orgaan vastgestelde datum aangehouden.
7.
Wanneer de rijnvarende het werk hervat, geeft hij hiervan bericht aan het bevoegde orgaan, indien de door dit orgaan toegepaste wetgeving hierin voorziet.
8.
Het bevoegde orgaan betaalt de uitkeringen met behulp van alle daartoe aangewezen middelen, met name per internationale postwissel, en stelt het orgaan van de verblijfplaats hiervan in kennis. Indien de uitkeringen door het orgaan van de verblijfplaats voor rekening van het bevoegde orgaan worden verleend, stelt het bevoegde orgaan de rijnvarende van zijn rechten in kennis op de wijze als voorzien in de door dit orgaan toegepaste wetgeving en geeft gelijktijdig het orgaan aan dat de uitkeringen zal uitbetalen. Tegelijkertijd doet het bevoegde orgaan het orgaan van de verblijfplaats mededeling van het bedrag van de uitkeringen, de data waarop zij moeten worden betaald en de maximumduur waarover zij ingevolge de wetgeving van de bevoegde Staat worden toegekend.
9.
Twee of meer Verdragsluitende Partijen of de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen kunnen, voor zover het hun aangaat, na advies van het Administratief Centrum, een andere wijze van toepassing overeenkomen dan die welke is voorzien in de voorgaande leden van dit artikel.
1.
Om in aanmerking te komen voor verstrekkingen krachtens artikel 41, eerste lid, sub a) van het Verdrag, legt de rijnvarende aan het orgaan van de woonplaats een bewijs over waarin wordt verklaard dat hij recht op verstrekkingen heeft. Dit bewijs wordt afgegeven door het bevoegde orgaan, eventueel na kennisneming van door de werkgever verstrekte inlichtingen. Indien de wetgeving van de bevoegde Staat daarin voorziet, legt de rijnvarende bovendien aan het orgaan van de woonplaats een bericht van ontvangst van de aangifte van het arbeidsongeval of de beroepsziekte over. Indien hij deze stukken niet overlegt, verzoekt het orgaan van de woonplaats het bevoegde orgaan daarom en verleent hem in afwachting daarvan verstrekkingen van de ziekteverzekering, voor zover hij recht heeft op dergelijke verstrekkingen.
2.
Het in het vorige lid bedoelde bewijs blijft geldig zolang het orgaan van de woonplaats terzake geen kennisgeving van intrekking heeft ontvangen.
3.
Bij iedere aanvraag om verstrekkingen legt de aanvrager de bewijsstukken over welke krachtens de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan hij woont, gewoonlijk voor het verlenen van verstrekkingen vereist worden.
4.
Artikel 44, vijfde en zesde lid van deze Schikking is van overeenkomstige toepassing.
5.
De rijnvarende is verplicht het orgaan van de woonplaats in kennis te stellen van iedere verandering in zijn omstandigheden waardoor het recht op verstrekkingen kan worden gewijzigd, in het bijzonder van iedere beëindiging of verandering van dienstbetrekking of beroepswerkzaamheden of iedere overbrenging van de woon- of verblijfplaats. Het bevoegde orgaan en het orgaan van de woonplaats stellen elkaar in kennis van iedere verandering die het recht op verstrekkingen van de rijnvarende kan wijzigen.
1.
Om in aanmerking te komen voor andere uitkeringen dan renten krachtens artikel 41, eerste lid, sub b) van het Verdrag, wendt de rijnvarende zich binnen drie dagen na het begin van de arbeidsongeschiktheid tot het orgaan van de woonplaats onder overlegging van een kennisgeving van arbeidsonderbreking of, indien de wetgeving die door het bevoegde orgaan of het orgaan van de woonplaats wordt toegepast hierin voorziet, een door de behandelende arts afgegeven bewijs van arbeidsongeschiktheid. Bovendien is hij verplicht alle andere krachtens de wetgeving van de bevoegde Staat vereiste documenten over te leggen, naar gelang van de aard van de aangevraagde uitkeringen.
2.
Wanneer de behandelende artsen van het land van de woonplaats geen bewijzen van arbeidsongeschiktheid afgeven, is artikel 47, tweede lid van deze Schikking van overeenkomstige toepassing.
3.
Het orgaan van de woonplaats zendt de in de voorgaande leden van dit artikel bedoelde documenten onverwijld door aan het bevoegde orgaan, onder vermelding van de vermoedelijke duur van de arbeidsongeschiktheid.
4.
Artikel 47, vierde tot en met negende lid van deze Stichting is van overeenkomstige toepassing.
1.
De artikelen 45, 46 en 48 van deze Schikking zijn van overeenkomstige toepassing voor het verlenen van verstrekkingen aan de werkloos geworden rijnvarende die op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij dan de bevoegde Staat verblijft of woont.
2.
De artikelen 47 en 49 van deze Schikking zijn van overeenkomstige toepassing voor het verlenen van uitkeringen aan de werkloos geworden rijnvarende die op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij dan de bevoegde Staat verblijft of woont.
1.
Wanneer het arbeidsongeval of de beroepsziekte zich heeft voorgedaan op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij dan de bevoegde Staat, moet de desbetreffende aangifte worden gedaan overeenkomstig de wetgeving van de bevoegde Staat, in voorkomend geval onverminderd alle wettelijke bepalingen welke gelden op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waarop het ongeval of de ziekte zich heeft voorgedaan en die in een dergelijk geval van toepassing moeten blijven. Deze aangifte wordt aan het bevoegde orgaan gericht en aan het orgaan van de woonplaats wordt eventueel een afschrift gezonden.
2.
Het orgaan van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan zich het arbeidsongeval of de beroepsziekte heeft voorgedaan zendt het bevoegde orgaan de op dit grondgebied opgestelde medische verklaringen in tweevoud toe en verstrekt op verzoek van laatstbedoeld orgaan alle terzake dienende inlichtingen.
3.
De verklaring welke aangeeft dat de getroffene genezen is of dat een blijvende toestand is ingetreden moet eventueel de toestand van de betrokkene nauwkeurig beschrijven en aanwijzingen bevatten omtrent de blijvende gevolgen van het arbeidsongeval of de beroepsziekte. De honoraria hiervoor worden naar gelang van het geval betaald door het orgaan van de woonplaats, dan wel het orgaan van de verblijfplaats, overeenkomstig het door dit orgaan toegepaste tarief en voor rekening van het bevoegde orgaan.
4.
Het bevoegde orgaan stelt naar gelang van het geval het orgaan van de woonplaats, dan wel het orgaan van de verblijfplaats in kennis van de beslissing waarin de datum van genezing of consolidatie wordt vastgesteld, alsook eventueel van de beslissing betreffende de toekenning van een rente.
1.
Wanneer het betrokken orgaan betwist dat in het in artikel 40, eerste lid of artikel 41, eerste lid van het Verdrag bedoelde geval, de wetgeving inzake arbeidsongevallen of beroepsziekten van toepassing is, stelt dit orgaan het orgaan van de verblijfplaats of het orgaan van de woonplaats dat de verstrekkingen heeft verleend, hiervan onmiddellijk in kennis; de verstrekkingen worden dan als verstrekkingen van de ziekteverzekering beschouwd en worden verder uit dien hoofde verleend, voorzover de belanghebbende recht heeft op dergelijke verstrekkingen.
2.
Wanneer naar aanleiding van dit geschil een definitieve beslissing is genomen, stelt het bevoegde orgaan het orgaan van de verblijfplaats of het orgaan van de woonplaats dat de verstrekkingen heeft verleend, hiervan onmiddellijk in kennis. Indien het geen arbeidsongeval of beroepsziekte betreft, gaat dit orgaan voort met het verlenen van de verstrekkingen van de ziekteverzekering, voorzover de belanghebbende recht heeft op deze verstrekkingen. In het tegenovergestelde geval, indien het wel een arbeidsongeval of beroepsziekte betreft, worden de door de rijnvarende genoten verstrekkingen van de ziekteverzekering beschouwd als verstrekkingen wegens arbeidsongeval of beroepsziekte.
1.
In het in artikel 44, eerste lid van het Verdrag bedoelde geval wordt de aangifte van de beroepsziekte gezonden hetzij aan het voor beroepsziekten bevoegde orgaan van de Verdragsluitende Partij onder de wetgeving waarvan de getroffene laatstelijk werkzaamheden heeft verricht waardoor de betreffende beroepsziekte kon ontstaan, hetzij aan het orgaan van de woonplaats, dat de aangifte aan eerstbedoeid orgaan doorzendt.
2.
Wanneer het orgaan waarbij de aangifte is ingediend vaststelt dat werkzaamheden waardoor de betreffende beroepsziekte kon ontstaan, het laatst onder de wetgeving van een andere Verdragsluitende Partij zijn uitgeoefend, zendt het de aangifte en de daarbij gevoegde stukken door aan het overeenkomstige orgaan van deze Partij en licht het hierover tegelijkertijd de belanghebbende in.
3.
Wanneer het orgaan van de Verdragsluitende Partij onder de wetgeving waarvan de getroffene laatstelijk werkzaamheden heeft verricht, waardoor de betreffende beroepsziekte kon ontstaan, vaststelt dat de getroffene of zijn nagelaten betrekkingen niet voldoen aan de voorwaarden van deze wetgeving, rekening houdende met artikel 44, tweede, derde en vierde lid van het Verdrag
a) zendt bedoeld orgaan de aangifte en alle daarbij gevoegde stukken met inbegrip van de bevindingen en verslagen van het geneeskundig onderzoek dat door het eerste orgaan is verricht, alsmede een afschrift van de in de volgende alinea bedoelde beslissing, onverwijld door aan het orgaan van de Verdragsluitende Partij onder de wetgeving waarvan de getroffene voordien werkzaamheden heeft verricht waardoor de betreffende beroepsziekte kon ontstaan;
b) stelt bedoeld orgaan de belanghebbende gelijktijdig in kennis van zijn beslissing, onder vermelding van de redenen tot weigering van de uitkeringen, de rechtsmiddelen en beroepstermijnen, alsmede de datum waarop het dossier aan het in de vorige alinea bedoelde orgaan werd doorgezonden.
4.
Eventueel kan volgens dezelfde procedure verder worden teruggegaan tot aan het overeenkomstige orgaan van de Verdragsluitende Partij onder de wetgeving waarvan de getroffene het eerst werkzaamheden heeft verricht waardoor de betreffende beroepsziekte kon ontstaan.
1.
Indien beroep wordt ingesteld tegen een afwijzende beslissing van het orgaan van een Verdragsluitende Partij onder de wetgeving waarvan de getroffene werkzaamheden heeft verricht waardoor de betreffende beroepsziekte kon ontstaan, is dit orgaan verplicht het orgaan waaraan de aangifte volgens de procedure van artikel 53, derde lid van deze Schikking werd doorgezonden hierop in kennis te stellen en het later op de hoogte te stellen van de definitieve beslissing.
2.
Indien krachtens de wetgeving, toegepast door het orgaan waaraan de aangifte volgens de procedure van artikel 53, derde lid van deze Schikking werd doorgezonden, met inachtneming van artikel 44, tweede, derde en vierde lid van het Verdrag, recht op uitkeringen is ingegaan, betaalt dit orgaan de belanghebbende voorschotten waarvan de hoogte wordt vastgesteld in overleg met het orgaan tegen de beslissing waarvan beroep werd ingesteld. Indien het ingestelde beroep tot gevolg heeft dat laatstbedoeld orgaan de uitkeringen moet verlenen, stort dit het bedrag der betaalde voorschotten terug aan eerstbedoeld orgaan en houdt een gelijk bedrag in op de aan de belanghebbende verschuldigde uitkeringen.
Artikel 55. Verergering van een beroepsziekte
In het in artikel 45 van het Verdrag bedoelde geval is de rijnvarende verplicht aan het orgaan van de Verdragsluitende Partij, waarbij hij aanspraak op uitkeringen maakt, alle inlichtingen te verstrekken omtrent vroeger voor de betreffende beroepsziekte toegekende uitkeringen en door hem sedert het genot van deze uitkeringen verrichte beroepswerkzaamheden. Dit orgaan kan zich, ter verkrijging van de inlichtingen welke het nodig acht, wenden tot elk ander orgaan dat vroeger bevoegd is geweest.
Artikel 56. Bewijs betreffende de gezinsleden die in aanmerking moeten worden genomen
Om in aanmerking te komen voor toepassing van artikel 46, tweede lid van het Verdrag legt de belanghebbende aan het bevoegde orgaan een bewijs over met betrekking tot zijn gezinsleden die op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij dan de bevoegde Staat wonen. Dit bewijs wordt afgegeven door het voor de ziekteverzekering bevoegde orgaan van de woonplaats van deze gezinsleden of door een ander orgaan dat is aangewezen door de bevoegde autoriteit van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan deze gezinsleden wonen. Artikel 18, tweede lid van deze Schikking is van overeenkomstige toepassing.
1.
Voor de beoordeling van de mate van ongeschiktheid in het in artikel 48, vijfde lid van het Verdrag bedoelde geval, verstrekt de rijnvarende aan het bevoegde orgaan van de Verdragsluitende Partij, aan de wetgeving waarvan hij was onderworpen toen het arbeidsongeval of de beroepsziekte zich heeft voorgedaan, alle inlichtingen omtrent de arbeidsongevallen of beroepsziekten waardoor hij reeds eerder werd getroffen, terwijl hij aan de wetgeving van enige andere Verdragsluitende partij was onderworpen, ongeacht welke mate van ongeschiktheid door deze vroegere arbeidsongevallen of beroepsziekten is ontstaan.
2.
Het bevoegde orgaan kan zich, ter verkrijging van de inlichtingen welke het nodig acht, wenden tot elk ander orgaan dat vroeger bevoegd is geweest.
1.
Wanneer een rijnvarende of diens nagelaten betrekkingen, die op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij wonen, in het genot wensen te komen van een krachtens de wetgeving van een andere Verdragsluitende Partij toe te kennen rente of uitkering ter aanvulling van een rente, richten zij hun aanvraag voorzover een dergelijke aanvraag vereist is, hetzij tot het bevoegde orgaan, hetzij tot het orgaan van de woonplaats, dat deze aan het bevoegde orgaan doorzendt. Voor het indienen van de aanvraag gelden de volgende regels:
a) de aanvraag dient vergezeld te gaan van de vereiste bewijsstukken en te zijn opgesteld volgens de formaliteiten voorzien in de wetgeving van de bevoegde Staat;
b) de juistheid van de door de aanvrager verstrekte gegevens moet worden aangetoond door bij de aanvraag gevoegde officiële stukken of worden bevestigd door de bevoegde instanties van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan hij woont.
2.
Het bevoegde orgaan geeft de aanvrager rechtstreeks of door bemiddeling van het verbindingsorgaan van de bevoegde Staat kennis van zijn beslissing; het zendt een afschrift van deze kennisgeving aan het verbindingsorgaan van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan de aanvrager woont.
Artikel 59. Administratieve en medische controle
Wanneer een rechthebbende op een rente op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij dan de bevoegde Staat verblijft of woont, worden de administratieve en medische controle, alsmede de medische onderzoeken welke nodig zijn bij herziening van renten, op verzoek van het bevoegde orgaan verricht door het orgaan van de of verblijf- of woonplaats, op de wijze als bepaald in de door laatstbedoeld orgaan toegepaste wetgeving. Het bevoegde orgaan blijft evenwel bevoegd de rechthebbende voor eigen rekening te laten onderzoeken door een arts naar eigen keuze.
Artikel 60. Betaling van renten
Met betrekking tot de betaling van de renten welke door het orgaan van een Verdragsluitende Partij verschuldigd zijn aan rechthebbenden die op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij wonen, zijn de artikelen 42 en 43 van deze Schikking van overeenkomstige toepassing.