Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
Achtergrond
Prioriteit
Samenvatting
Overgangsrecht
Bijlagen
1. Het wettelijk kader
1.1. Drie vormen van witwassen
1.2. Zelfstandige grond voor vervolging
1.3. Geen verwarring met gronddelict
1.4. Veroordeling voor gronddelict niet nodig
2. Opsporing en financieel onderzoek
3. Het MOT-bevragingstraject
3.1. Het raadplegen van het Intranet Verdachte Transacties (IVT)
3.2. Het opvragen van MOT-informatie door middel van een zogeheten Lovj-sub 2 of sub 3-verzoek
3.3. Het opvragen van transactie-informatie bij buitenlandse meldpunten
4. Vervolgingsbeleid
5. Landelijk Officier van justitie inzake MOT
Overgangsrecht
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Artikel 3.2 Aanwijzing witwassen

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Let op. Deze wet is vervallen op 1 maart 2008. U leest nu de tekst die gold op 28 februari 2008.
3.2. Het opvragen van MOT-informatie door middel van een zogeheten Lovj-sub 2 of sub 3-verzoek
Op grond van artikel 12, lid 1, onder b, sub 2, van het Besluit politieregisters (Bpolr) verstrekt het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties informatie uit het register wanneer uit het informatieverzoek (het zogenaamde Lovj sub 2 verzoek) een redelijk vermoeden voortvloeit dat een bepaald persoon een misdrijf heeft begaan. Omdat artikel 12, lid 1, onder b, sub 2 Bpolr niet voorschrijft dat het verzoek door het Openbaar Ministerie moet worden ingediend, kan het verzoek worden opgesteld door de opsporingsambtenaar die met het onderzoek naar de te bevragen persoon is belast. Het meldpunt bepaalt of aan de voorwaarden van artikel 12, lid 1, onder b, sub 2 Bpolr is voldaan en of het derhalve de gevraagde informatie kan verstrekken. Er is een standaardformulier ontwikkeld waarmee een Lovj-sub 2-verzoek kan worden ingediend. Dit formulier zal worden opgenomen in het ABRIO-model 3 .
In ‘zwaardere’ onderzoeken (zie hieronder in welke gevallen hiervan sprake is) maakt de zaaksofficier van justitie gebruik van de mogelijkheid door middel van een zogenoemd Lovj sub 3-verzoek MOT-gegevens te raadplegen. Volgens artikel 12, lid 1, onder b, sub 3, Bpolr vindt (verplichte) verstrekking door het meldpunt uit het MOT register plaats:
op grond van artikel 15, lid 1, sub a, van de Wet politieregisters (Wpolr) aan leden van het OM voor zover zij deze behoeven in verband met hun gezag en zeggenschap over de politie en/of de bijzondere opsporingsdiensten;
mits
de gegevensverstrekking redelijkerwijs van belang kan zijn ter voorkoming of opsporing van misdrijven als bedoeld in artikel 1, lid 1, sub k, van de Wpolr waaruit blijkt dat het moet gaan om:
De zaaksofficier van justitie, die het onderzoek leidt waarbinnen behoefte bestaat aan informatie uit het MOT-register, dient bij de Lovj schriftelijk en gemotiveerd een sub 3 verzoek in. De Lovj controleert of er is voldaan aan de eisen die artikel 12, lid 1, onder b, sub 3, Wpolr stelt aan het verzoek. Is er inderdaad voldaan aan de eisen, dan dient de Lovj het sub 3 verzoek vervolgens in bij het meldpunt. Op grond van artikel 15, eerste lid, sub a, van de Wpolr is het meldpunt verplicht de informatie, door tussenkomst van de Lovj, te verstrekken aan de zaaksofficier van justitie die de leiding heeft over het betreffende onderzoek. Er is een standaardformulier ontwikkeld waarmee een Lovj sub 3 verzoek kan worden ingediend. Dit formulier zal worden opgenomen in het ABRIO-model 4 .
misdrijven als omschreven in artikel 67, lid 1, van het Wetboek van Strafvordering (WvSv) die in georganiseerd verband worden beraamd of gepleegd en gezien hun aard of de samenhang met andere misdrijven die in het georganiseerd verband worden beraamd of gepleegd, een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren; of
misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 8 jaar of meer is gesteld;
of
bij algemene maatregel van bestuur te omschrijven misdrijven als omschreven in artikel 67, lid 1, WvSv, die gezien hun aard of de samenhang met andere door betrokkene begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren.