Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
Achtergrond
Samenvatting
Opsporing en vervolging
1. Vordering krachtens art. 11.7 WLv
1.1. Algemeen
1.2. Procedure met betrekking tot de invordering
1.3. Inhouding bewijs van bevoegdheid door de officier van justitie
1.4. Teruggave van het bewijs van bevoegdheid door de officier van justitie
1.5. Vermiste en gestolen bewijzen van bevoegdheid
1.6. Afstemming tussen het ressortsparket en het arrondissementsparket
2. Het vliegen onder invloed ( art. 11.7, eerste lid WLv)
2.1. Criteria aangaande de vordering tot overgifte
2.2. Ontbreken van een resultaat van ademanalyse
2.3. Bloed- c.q. urineproef
2.4. Beslissing tot inhouding van het bewijs van bevoegdheid
Overgangsrecht
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Artikel 1.4 Aanwijzing invordering bewijzen van bevoegdheid in het kader van de Wet luchtvaart

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Let op. Deze wet is vervallen op 1 februari 2008. U leest nu de tekst die gold op 31 januari 2008.
1.4. Teruggave van het bewijs van bevoegdheid door de officier van justitie
Het bewijs van bevoegdheid wordt onverwijld teruggegeven indien:
a. het bewijs van bevoegdheid ten onrechte is ingevorderd, of
b. de officier van justitie niet binnen tien dagen na de dag van invordering omtrent de inhouding heeft beslist (met inachtneming van de Algemene termijnenwet ), of
c. na een beslissing tot inhouding het onderzoek van de zaak op de terechtzitting niet tijdig is aangevangen (waarbij moet worden aangetekend dat die misdrijven zoals genoemd in art. 11.7 WLv uiterlijk zes maanden na de dag van invordering op de terechtzitting moeten zijn aangebracht ), of
d. ernstig rekening dient te worden gehouden met de mogelijkheid dat geen onvoorwaardelijke ontzegging wordt opgelegd, of
e. ernstig rekening dient te worden gehouden met de mogelijkheid dat een kortere onvoorwaardelijke ontzegging dan de tijd dat het bewijs van bevoegdheid ingevorderd of ingehouden is geweest, zal worden opgelegd, dan wel
f. de vastgestelde inhoudingtermijn is verstreken.
Bij het onder d. en e. genoemde moet met name worden gedacht aan bewijzen van bevoegdheid van verdachten die nooit eerder een ontzegging opgelegd hebben gekregen en die om klemmende redenen van persoonlijke aard hun bewijs van bevoegdheid niet kunnen missen.
Het bewijs van bevoegdheid blijft ingehouden totdat door de officier van justitie bepaalde inhoudingstermijn verstreken is. De officier van justitie dient in ieder geval het bewijs van bevoegdheid terug te geven na het verstrijken van de termijn als aangegeven bij de beslissing tot inhouding, ook in die gevallen dat het onderzoek van de zaak op de terechtzitting wel binnen zes maanden na de dag van invordering is aangevangen, doch nog niet heeft geleid tot een vonnis. Indien de rechter in eerste aanleg een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid heeft opgelegd, dient bij het instellen van hoger beroep het bewijs van bevoegdheid pas te worden teruggegeven als de termijn van deze ontzegging is verstreken. De beslissing omtrent de teruggave wordt namens de officier van justitie door de bewijs van bevoegdheidmedewerker op het parket onverwijld gemeld aan de beheerder van het register. De houder van het bewijs van bevoegdheid wordt ten spoedigste van de beslissing tot teruggave en van de mogelijkheid het bewijs van bevoegdheid ten parkette in ontvangst te nemen, in kennis gesteld.