Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
1. Inleiding
2. Aanspraak
3. Gevolgen opeisbaarheid aanspraak in 2000
4. Niet-activeren
5. Uitkering bij praktijkbeëindiging
6. Praktijkassociatie
7. Voorschotten
8. Verpanding
9. Vermogensbelasting
10. Inlichtingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Artikel 3 Aanspraken op de stichting Goodwillfonds voor Huisartsen

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Let op. Deze wet is vervallen op 24 december 2006. U leest nu de tekst die gold op 23 december 2006.
3. Gevolgen opeisbaarheid aanspraak in 2000
Op grond van de wijziging van de reglementen van de Stichting d.d. 22 november 2000 wordt de uitkering reeds in het jaar 2000 opeisbaar. Het gevolg hiervan is dat de uitkering in het belastbaar inkomen over 2000 zal worden begrepen en wel voor de nominale waarde van de aanspraak, inclusief het rendement tot volledige uitbetaling in 2003. Met betrekking tot de belastingheffing over het inkomen 2000 zullen, ook zonder dat sprake is van praktijkbeëindiging, het bijzondere tarief ex artikel 57, eerste lid, onderdeel b, van de Wet IB 1964 alsmede (afhankelijk van de omstandigheden: het nog niet benutte deel van) de stakingsvrijstelling ex artikel 8, eerste lid, onderdeel d, van de Wet IB 1964, van toepassing zijn.
Indien de belastingplichtige in het jaar 2000 kan aantonen dat bij latere praktijkbeëindiging vanwege het ontbreken van stille reserves geen gebruik meer kan worden gemaakt van de hierboven vermelde stakingsvrijstelling, wordt de in 2000 geldende franchise toegepast, waarbij de verhoogde stakingsvrijstelling alleen dan van toepassing is indien de belastingplichtige op 31 december 2000 de 55-jarige leeftijd heeft bereikt. Bij latere praktijkbeëindiging kan de (tijdelijk verhoogde) stakingsaftrek niet van toepassing zijn, ook niet in de situatie dat nadien nog stille reserves zijn ontstaan. Om die reden dient de betrokken huisarts bij de aangifte over het jaar 2000 te verklaren dat hij in de toekomst afziet van de stakingsfaciliteiten (zowel stakingsaftrek als -vrijstelling).
Indien de belastingplichtige niet kan aantonen dat er geen stille reserves zijn, wordt op de stakingsvrijstelling f 8.000 in mindering gebracht. Van deze resterende f 8.000 kan gebruik gemaakt worden bij latere staking.
De Stichting zal begin 2001 aan de begunstigden een voorschot uitkeren teneinde hen in staat te stellen in zoverre de (nadere voorlopige) aanslag over 2000 te voldoen. De Stichting keert het restant van de aanspraak in 2003 uit en blijft dit tot 2003 rentedragend schuldig aan de begunstigden. Voor de huisarts (IB-ondernemer) behoort deze vordering op de Stichting tot het ondernemingsvermogen en het rendement op de vordering zal derhalve belast worden op basis van Hoofdstuk 3 van de Wet IB 2001. Wellicht ten overvloede merk ik op dat deze vordering voor de toepassing van paragraaf 3.2.3 (oudedagsreserve) van de Wet IB 2001 deel uitmaakt van het ondernemingsvermogen.
Voor de huisarts (IB-ondernemer) vormen de uit de Stichting beschikbaar gekomen middelen privé-vermogen. Belastingheffing hierover zal plaatsvinden op basis van Hoofdstuk 5 van de Wet IB 2001.
De onderdelen 4 tot en met 9 van dit besluit hebben slechts betekenis tot en met het belastingjaar 2000.