*

Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl maakt u wegwijs.

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen
+ Hoofdstuk II. De coördinatie van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten
+ Hoofdstuk III. De diensten en hun taak
+ Hoofdstuk IV. Organisatie, werkwijze en beheer van de diensten
- Hoofdstuk V. De samenwerking van het openbaar ministerie en de politie met de diensten
+ Hoofdstuk VI. Geheimhouding
+ Hoofdstuk VII. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Snel een vertaling nodig?
Bent u opzoek naar een beëdigde vertaling? Wilt u een contract, brief of een zakelijk document laten vertalen door een professionele vertaler? Neemt u dan gerust vrijblijvend contact met ons op.
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 29 mei 2002. U leest nu de tekst die gold op 28 mei 2002.

Artikel 22 Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten

1.
De leden van het openbaar ministerie doen, door tussenkomst van het College van procureurs-generaal, mededeling van de te hunner kennis gekomen gegevens, die zij voor een dienst van belang achten, aan die dienst.
2.
De ambtenaren van politie, van de grensbewaking en van de Koninklijke marechaussee doen mededeling van de te hunner kennis gekomen gegevens, die zij voor een dienst van belang achten, aan hun korpschef, onderscheidenlijk aan de in artikel 18, eerste lid, bedoelde ambtenaar. Deze zendt de gegevens, indien hij dat van belang acht, aan die dienst.
3.
Steeds wanneer de vervulling van de taak van het openbaar ministerie en van een dienst daartoe aanleiding geeft, plegen een lid van het College van procureurs-generaal en het hoofd van de betrokken dienst overleg.