Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Het recht op huurtoeslag
- Hoofdstuk 3. De hoogte van de huurtoeslag
+ Hoofdstuk 4. Wijzigingen van omstandigheden
+ Hoofdstuk 4A
+ Hoofdstuk 5. Aanpassing van bedragen
+ Hoofdstuk 6. Hulp- en informatiepunten
+ Hoofdstuk 7
+ Hoofdstuk 8
+ Hoofdstuk 9. Gemeentelijk woonlastenfonds en experimenten
+ Hoofdstuk 10. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Wet op de huurtoeslag

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Artikel 16
De basishuur is het gedeelte van de rekenhuur dat voor rekening van de huurder blijft. De basishuur is het overeenkomstig de artikelen 17, 18 en 19 berekende bedrag van de normhuur verhoogd met € 12 [Red: per 1 januari 2013: € 27,44] .
1.
Het minimum-inkomensijkpunt wordt verkregen door:
a. voor een eenpersoonshuishouden: de uitkomst van 81% van het twaalfvoud van het voor de maand januari van het berekeningsjaar geldende in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag per maand, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, te vermeerderen met € 572;
b. voor een meerpersoonshuishouden: de uitkomst van 108% van het twaalfvoud van het bedrag per maand, bedoeld in onderdeel a, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, te vermeerderen met € 144;
c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: de uitkomst van het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de Algemene Ouderdomswet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, vermeerderd met het bedrag van de bruto-vakantie-uitkering, vastgesteld overeenkomstig artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van die wet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, en de inkomensondersteuning, bedoeld in artikel 33a, eerste lid, van die wet, per kalenderjaar, zoals die inkomensondersteuning naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, te herrekenen naar een jaarinkomen in het berekeningsjaar en dat jaarinkomen te vermeerderen met € 2 340;
d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: de uitkomst van twee maal het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, vermeerderd met het bedrag van de bruto-vakantie-uitkering, vastgesteld overeenkomstig artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van die wet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, en twee maal de inkomensondersteuning, bedoeld in artikel 33a, eerste lid, van die wet, per kalenderjaar, zoals die inkomensondersteuning naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, te herrekenen naar een jaarinkomen in het berekeningsjaar en dat jaarinkomen te vermeerderen met € 2 512.
2.
Bij het minimum-inkomensijkpunt behoort een normhuur van € 204,43.
3.
De normhuur, bedoeld in het tweede lid, wordt verlaagd met:
a. € 1,82 als sprake is van een eenpersoonsouderenhuishouden, en
b. € 3,63 als sprake is van een meerpersoonsouderenhuishouden.
4.
Het in het tweede lid genoemde bedrag wordt met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig artikel 27.
1.
Het referentie-inkomensijkpunt bedraagt:
a. voor een eenpersoonshuishouden: € 22 500;
b. voor een meerpersoonshuishouden: € 29 250;
c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: € 22 800;
d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: € 30 250.
2.
Voor de toepassing van het derde lid en van artikel 19, tweede lid, worden de bedragen, genoemd in het eerste lid, onderdelen c en d, vermeerderd met € 665 onderscheidenlijk € 1 462.
3.
Bij het referentie-inkomensijkpunt behoort een normhuur van € 415,58.
4.
De normhuur, bedoeld in het tweede lid, wordt verlaagd met:
a. € 1,82 als sprake is van een eenpersoonshuishouden;
b. € 2,27 als sprake is van een eenpersoonsouderenhuishouden;
c. € 3,63 als sprake is van een meerpersoonshuishouden en
d. € 4,54 als sprake is van een meerpersoonsouderenhuishouden.
5.
De in het eerste en tweede lid genoemde bedragen worden met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig artikel 27.
1.
Voor elk rekeninkomen onder of gelijk aan het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 17, geldt de normhuur, bedoeld in artikel 17, tweede en derde lid.
2.
Voor elk rekeninkomen boven het minimum-inkomensijkpunt is, per type huishouden als bedoeld in artikel 2, de hoogte van de normhuur de uitkomst van de formule:
(a x Y 2 ) + (b x Y)
in welke formule voorstelt:
a en b: de factoren, vast te stellen bij ministeriële regeling, die, per type huishouden, worden afgeleid uit de lineaire relatie tussen de bij het minimum-inkomensijkpunt behorende normhuurquote en de bij het referentie-inkomensijkpunt behorende normhuurquote;
Y: het rekeninkomen.
3.
De overeenkomstig het tweede lid berekende normhuur wordt naar boven afgerond op hele eurocenten.
4.
Bij ministeriële regeling worden met ingang van 1 januari van elk jaar de factoren, bedoeld in het tweede lid, gewijzigd.