Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Wet melding ongebruikelijke transacties BES
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties
+ Hoofdstuk III. De meldingsplicht
+ Hoofdstuk IV. Commissie meldingsplicht ongebruikelijke transacties
+ Hoofdstuk V. Geheimhouding
+ Hoofdstuk VI. Toezicht en handhaving
+ Hoofdstuk VII. Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 juli 2012. U leest nu de tekst die gold op 30 juni 2012.

Wet melding ongebruikelijke transacties BES

Wet melding ongebruikelijke transacties BES
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. dienst: het in of vanuit Bonaire, Sint Eustatius of Saba:
1°. in bewaring nemen van effecten, bankbiljetten, munten, muntbiljetten, edele metalen en andere waarden;
2°. openstellen van een rekening waarop een saldo in geld, effecten, edele metalen of andere waarden kan worden aangehouden;
3°. verhuren van een safe-loket;
4°. verrichten van een uitbetaling ter zake van het verzilveren van coupons of vergelijkbare stukken van obligaties of vergelijkbare waardepapieren;
5°. sluiten van een levensverzekeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf BES alsmede het daarbij verlenen van bemiddeling;
6°. doen van een uitkering uit hoofde van een levensverzekeringsovereenkomst als bedoeld sub 5°;
7°. crediteren of debiteren dan wel doen crediteren of debiteren van een rekening waarop een saldo in geld, effecten, edele metalen of andere waarden kan worden aangehouden;
8°. wisselen van lokale of vreemde valuta;
9°. verlenen van andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen diensten;
b. cliënt: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan of ten behoeve van wie een dienst wordt verleend, alsmede in geval van een dienst als bedoeld onder a, sub 5° en 6° die de premie betaalt alsmede degene ten behoeve van wie de uitkering wordt gedaan;
c. transactie: een handeling of samenstel van handelingen van of ten behoeve van een cliënt in verband met het afnemen van één of meer diensten;
d. ongebruikelijke transactie: een transactie die aan de hand van de ingevolge artikel 10 bepaalde indicatoren als zodanig wordt aangemerkt;
e. melding: een melding als bedoeld in artikel 11;
f. Meldpunt: het Meldpunt, bedoeld in artikel 2;
g. commissie: de commissie, bedoeld in artikel 16;
h. witwassen van geld: een gedraging als strafbaar gesteld in de artikelen 435a tot en met 435c van het Wetboek van Strafrecht BES;
i. financieren van terrorisme:
1°. het opzettelijk verwerven of voorhanden hebben van voorwerpen van geldswaarde, bestemd tot het begaan van een misdrijf als bedoeld in artikel 84a van het Wetboek van Strafrecht BES;
2°. het opzettelijk verschaffen van middelen van geldswaarde tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 84a van het Wetboek van Strafrecht BES;
3°. het verlenen van geldelijke steun, alsmede het werven van geld ten behoeve van een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht BES.
Artikel 2
Er is een Meldpunt Ongebruikelijke Transacties, ressorterende onder Onze Minister van Justitie en staande onder leiding van een hoofd.
1.
Het Meldpunt heeft tot taak:
a. het verzamelen, registreren, bewerken en analyseren van de gegevens die het verkrijgt, teneinde te bezien of deze gegevens van belang kunnen zijn voor de voorkoming en opsporing van het witwassen van geld of het financieren van terrorisme.
en de hieraan ten grondslag liggende misdrijven;
b. het verstrekken van gegevens in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet bepaalde;
c. degene die overeenkomstig artikel 11 een melding heeft gedaan met het oog op de juiste naleving van de meldingsplicht, te berichten over de afdoening van de melding;
d. het verrichten van onderzoek naar ontwikkelingen op het gebied van het witwassen van geld of het financieren van terrorisme en naar de verbetering van de methoden om het witwassen van geld of het financieren van terrorisme te voorkomen en op te sporen;
e. het geven van aanbevelingen voor de relevante bedrijfstakken omtrent de invoering van passende procedures voor interne controle en communicatie en andere te treffen maatregelen tot voorkoming van het gebruik van de relevante bedrijfstakken voor het witwassen van geld of het financieren van terrorisme;
f. het geven van voorlichting omtrent de verschijningsvormen en de voorkoming van het witwassen van geld of het financieren van terrorisme;
g. het geven van inlichtingen aangaande het meldgedrag van degenen die beroeps- of bedrijfsmatig diensten verlenen aan de personen die krachtens artikel 22, eerste lid, zijn belast met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde alsmede aan bij ministeriële regeling aan te wijzen instanties in het Koninkrijk onder bij die regeling te stellen voorwaarden;
h. het jaarlijks uitbrengen van een verslag van zijn werkzaamheden en van zijn voornemens voor het komende jaar aan Onze Minister van Justitie en het ter kennis brengen van dit verslag aan Onze Minister van Financiën.
2.
Op de verwerking van persoonsgegevens door het Meldpunt zijn de artikelen 1, 2, 3, eerste en tweede lid, 4, 5, 6, 7, 15, 17, 22 en 23, 25 tot en met 30, 33, 36d, eerste lid, 36e, tweede lid, en artikel 36f van de Wet politiegegevens van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor het Meldpunt als verantwoordelijke wordt aangemerkt Onze Minister van Justitie.
1.
Het Meldpunt houdt een register. Onze Minister van Justitie is beheerder van het register.
2.
Onze Minister van Justitie stelt een reglement op voor het register en is verantwoordelijk voor de juiste werking ervan.
3.
Het register bevat slechts gegevens die noodzakelijk zijn voor het doel waarvoor het is aangelegd.
4.
Uit het register worden geen gegevens verstrekt, tenzij bij of krachtens deze wet of de Wet politiegegevens gestelde regels hierin voorzien.
1.
Het Meldpunt is bevoegd voor zover noodzakelijk ten behoeve van zijn taakuitoefening de registers van de instanties en ambtenaren die met de opsporing en vervolging van strafbare feiten zijn belast te raadplegen.
2.
De in het eerste lid genoemde instanties en ambtenaren zijn verplicht het Meldpunt de raadpleging, bedoeld in het eerste lid, toe te staan.
1.
Het Meldpunt is verplicht de volgende gegevens te verstrekken aan de instanties en ambtenaren die met de opsporing en vervolging van misdrijven zijn belast, alsmede aan door Onze Minister van Justitie aan te wijzen instanties:
1°. gegevens waaruit een redelijk vermoeden voortvloeit dat een bepaald persoon zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van geld of het financieren van terrorisme of aan een hieraan ten grondslag liggend misdrijf;
2°. gegevens waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij van belang zijn voor de opsporing van het witwassen van geld of het financieren van terrorisme of van de hieraan ten grondslag liggende misdrijven;
3°. gegevens waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij van belang zijn voor de voorkoming of opsporing van toekomstige misdrijven, die aan het witwassen van geld of het financieren van terrorisme ten grondslag kunnen liggen en die, gezien hun ernst of frequentie dan wel het georganiseerd verband waarin zij zullen worden gepleegd, een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren.
2.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de indiening en behandeling van verzoeken tot het verstrekken van gegevens. Daarbij kan worden bepaald dat het verzoek wordt behandeld door tussenkomst van een bij die regeling aan te wijzen persoon.
1.
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de verstrekking van gegevens uit het register van het Meldpunt en de voorwaarden waaronder, aan van overheidswege aangewezen instanties in of buiten het Koninkrijk die een vergelijkbare taak hebben als het Meldpunt.
2.
De in het eerste lid bedoelde gegevensverstrekking aan instanties buiten het Koninkrijk geschiedt alleen op basis van een verdrag of een administratief akkoord.
Artikel 8
Benoeming, schorsing en ontslag van het hoofd van het Meldpunt geschiedt, gehoord de commissie, bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën.
Artikel 9
Onze Minister van Justitie bepaalt in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, gehoord de commissie, de begroting en formatie van het Meldpunt.
1.
Bij algemene maatregel van bestuur worden, zo nodig per daarbij te onderscheiden categorieën transacties, indicatoren vastgesteld aan de hand waarvan wordt beoordeeld of een transactie wordt aangemerkt als een ongebruikelijke transactie.
2.
Indien spoedeisend belang dat vereist, kunnen bij regeling van Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie gezamenlijk de indicatoren, bedoeld in het eerste lid, worden vastgesteld voor een termijn van ten hoogste zes maanden.
1.
Een ieder die beroeps- of bedrijfsmatig een dienst verleent, is verplicht een daarbij verrichte of voorgenomen ongebruikelijke transactie onverwijld te melden aan het Meldpunt.
2.
Een melding bevat, voor zover mogelijk, de volgende gegevens:
a. de identiteit van de cliënt;
b. de aard en het nummer van het identiteitsbewijs van de cliënt;
c. de aard, het tijdstip en de plaats van de transactie;
d. de omvang en bij een financiële dienst als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 7°, de bestemming en de herkomst van de bij de transactie betrokken gelden, effecten, edele metalen of andere waarden;
e. de omstandigheden op grond waarvan de transactie als ongebruikelijk wordt aangemerkt;
f. aanvullende, bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen, gegevens.
1.
Het Meldpunt is bevoegd bij degene die een melding heeft gedaan, alsmede bij degene die door het verlenen van een financiële dienst als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 7°, bij een transactie is betrokken waarover het Meldpunt gegevens heeft verzameld, nadere gegevens of inlichtingen te vragen, teneinde te kunnen beoordelen of de verzamelde gegevens dienen te worden verstrekt op grond van zijn taak, bedoeld in artikel 3, onder b.
2.
Degene aan wie overeenkomstig het eerste lid deze gegevens of inlichtingen zijn gevraagd, is verplicht deze aan het Meldpunt schriftelijk, alsmede in naar het oordeel van het Meldpunt spoedeisende gevallen mondeling, te verstrekken binnen de door het Meldpunt gestelde termijn.
Artikel 13
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de wijze waarop een melding moet worden gedaan, respectievelijk gegevens en inlichtingen, gevraagd op grond van artikel 12, eerste lid, moeten worden verstrekt.
1.
Gegevens of inlichtingen die in overeenstemming met de artikelen 11 of 12, tweede lid, zijn verstrekt, kunnen niet dienen als grondslag voor of ten behoeve van een opsporingsonderzoek of een vervolging wegens verdenking van, of als bewijs terzake van een telastelegging wegens, het witwassen van geld of het financieren van terrorisme of een hieraan ten grondslag liggend misdrijf door degene die deze gegevens of inlichtingen heeft verstrekt.
2.
Gegevens of inlichtingen die zijn verstrekt in de redelijke veronderstelling dat uitvoering wordt gegeven aan artikel 11 of 12, kunnen niet dienen als grondslag voor of ten behoeve van een opsporingsonderzoek of een vervolging wegens verdenking van, of als bewijs ter zake van een tenlastelegging wegens, overtreding van artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht BES door de degene die deze gegevens of inlichtingen heeft verstrekt.
3.
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op personen die werkzaam zijn voor degene die gegevens of inlichtingen heeft verstrekt als omschreven in het eerste of tweede lid, en die daaraan hebben meegewerkt.
1.
Degene die tot een melding op de voet van artikel 11 is overgegaan, is niet aansprakelijk voor schade die een cliënt of een derde dientengevolge lijdt, tenzij die schade het gevolg is van opzettelijk handelen of grove nalatigheid van degene die heeft gemeld.
2.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de persoon die werkzaam is voor degene die in overeenstemming met artikel 11 gegevens of inlichtingen heeft verstrekt of daaraan heeft meegewerkt.
Artikel 15a
Een ieder die beroeps- of bedrijfsmatig een dienst verleent, draagt er zorg voor dat zijn werknemers, voor zover relevant voor de uitoefening van hun taken, bekend zijn met de bepalingen van deze wet en opleidingen genieten die hen in staat stellen een ongebruikelijke transactie te herkennen.
1.
Er is een Commissie meldingsplicht ongebruikelijke transacties.
2.
De commissie bestaat uit ten hoogste twaalf leden en bepaalt haar eigen werkwijze.
1.
De commissie bestaat uit vertegenwoordigers van:
a. Onze Minister van Financiën;
b. Onze Minister van Justitie;
c. de bedrijfstakken die onder de werking van deze wet vallen;
d. de toezichthoudende autoriteit voor de bedrijfstakken die onder de werking van deze wet vallen;
e. het openbaar ministerie.
2.
De leden en plaatsvervangende leden van de commissie worden op voordracht van de in het eerste lid bedoelde instanties door Onze Minister van Justitie benoemd en ontslagen. De benoeming geldt voor drie jaren. Zij kunnen éénmaal worden herbenoemd. Bij de samenstelling van de commissie streeft Onze Minister van Justitie naar een evenwichtige vertegenwoordiging van vernoemde instanties.
3.
Een vertegenwoordiger van Onze Minister van Justitie bekleedt het voorzitterschap van de commissie.
Artikel 18
De commissie heeft tot taak:
a. het Meldpunt in zijn functioneren te begeleiden;
b. het ter beschikking stellen aan het Meldpunt van haar kennis en deskundigheid;
c. het desgevraagd of uit eigen beweging adviseren van Onze Minister van Financiën of Onze Minister van Justitie over onder meer:
1°. de wijze waarop het Meldpunt zijn taak verricht;
2°. de vaststelling van de indicatoren, bedoeld in artikel 10;
3°. de effectiviteit van de meldingsplicht.
Artikel 19
De commissie kan ten behoeve van een goede uitvoering van haar taak gegevens opvragen bij het Meldpunt. Het Meldpunt is verplicht deze gegevens te verstrekken. Persoonsgegevens worden verstrekt in geanonimiseerde vorm.
1.
Het is aan een ieder die uit hoofde van de toepassing van deze wet of van krachtens deze wet genomen besluiten enige taak vervult of heeft vervuld verboden van gegevens of inlichtingen, die ingevolge deze wet zijn verstrekt of ontvangen, verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitoefening van zijn taak of door deze wet wordt geëist.
2.
Indien de personen die met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast bij de uitoefening van hun taak feiten ontdekken die kunnen duiden op witwassen of financieren van terrorisme, lichten zij, zo nodig in afwijking van wettelijke geheimhoudingsbepalingen, het meldpunt in.
1.
Degene die ingevolge artikel 11 een melding doet of die ingevolge artikel 12, tweede lid, nadere gegevens of inlichtingen verstrekt, alsmede een ieder die daarvan uit hoofde van zijn functie kennis neemt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover uit de doelstelling van deze wet de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.
2.
Degene die ingevolge artikel 3, onder c, gegevens of inlichtingen verkrijgt, is verplicht tot geheimhouding daarvan.
1.
Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de daartoe bij besluit van Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie gezamenlijk aangewezen personen.
2.
Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
3.
Afdeling 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing, met uitzondering van de artikelen 5.18 en 5.19.
4.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van taakuitoefening van de in het eerste lid bedoelde personen.
Artikel 23
Een krachtens artikel 22 aangewezen toezichthouder kan degene die niet voldoet aan een ingevolge de artikelen 11 tot en met 13 op hem op rustende verplichting, door middel van een aanwijzing verplichten om binnen een bij die aanwijzing te bepalen termijn een bepaalde gedragslijn te volgen aangaande:
a. de ontwikkeling van interne procedures en controles ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme;
b. de opleiding van werknemers als bedoeld in artikel 15a.
1.
Bij besluit van Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie gezamenlijk kan worden bepaald dat een krachtens artikel 22 aangewezen toezichthouder bevoegd is degene die niet of niet tijdig voldoet aan een uit deze wet voortvloeiende verplichting, een geldboete op te leggen.
2.
De hoogte van de boete voor de verscheidene overtredingen wordt bepaald bij algemene maatregel van bestuur, met dien verstande dat de boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste USD 250.000 bedraagt.
3.
Alvorens over te gaan tot het opleggen van een boete stelt de toezichthouder betrokkene schriftelijk op de hoogte van het voornemen hem een boete op te leggen, onder vermelding van de gronden waarop dat voornemen berust.
1.
Overtreding van het bij of krachtens de artikelen 11, 12, tweede lid, 13, 20, of 21, eerste lid, bepaalde is, voor zover opzettelijk begaan, een misdrijf en wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.
2.
Overtreding van de bepalingen, bedoeld in het eerste lid is, voor zover niet opzettelijk begaan, een overtreding en wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de vijfde categorie.
1.
Met de opsporing van de in deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, naast de in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES bedoelde ambtenaren, belast de daartoe bij besluit van Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister van Financiën aangewezen ambtenaren. Zij kunnen te allen tijde inzage vorderen van alle bescheiden waarvan naar hun redelijk oordeel inzage voor de vervulling van hun taak noodzakelijk is.
2.
Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Artikel 27
Deze wet wordt aangehaald als: Wet melding ongebruikelijke transacties BES.