Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Werkbeursregeling schrijvers (nieuwe stijl)
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Inleiding
Wie kunnen werkbeurzen aanvragen??
Indienen van een aanvraag
Beoordeling
I. Inhoudelijke factoren
II. Formele factoren
III. En al wat verder van belang kan zijn voor het nemen van een zorgvuldige beslissing.
Hoogte werkbeurzen en mogelijkheid tot gespreide opname
Besluiten
Het aanvragen van een nieuwe werkbeurs
Uitbetaling
Definitieve vaststelling
Regeling bij overlijden
Algemeen Reglement en Huishoudelijk Reglement
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2013. U leest nu de tekst die gold op -.

Werkbeursregeling schrijvers (nieuwe stijl)

Werkbeursregeling schrijvers (nieuwe stijl)
Inleiding
Een werkbeurs is een projectsubsidie, waarmee het Fonds voor de Letteren beoogt bij te dragen aan de totstandkoming van nieuw literair Nederlands- en Friestalig werk dat wordt uitgegeven bij een erkende uitgever in een redelijke oplage en dat in de reguliere boekhandel verkrijgbaar is. De werkbeurs bedraagt minimaal 10.000 gulden en maximaal 150.000 gulden en wordt bestemd voor het totale werkplan of een onderdeel daarvan. De werkbeurs kan over maximaal vier jaar verspreid worden opgenomen tot een maximum bedrag van 75.000 gulden per jaar.
Deze regeling is een deelreglement als bedoeld in artikel 5 lid 2 van het Algemeen Reglement van het Fonds voor de Letteren.
Wie kunnen werkbeurzen aanvragen??
De werkbeursregeling is bestemd voor schrijvers van Nederlands- en Friestalig literair werk, zoals proza (fictie en non-fictie), poëzie, kinder- en jeugdliteratuur en toneel.
Om een werkbeurs te kunnen aanvragen, dienen van de schrijver - op het moment van indienen van de aanvraag - minimaal twee literaire boeken in het Nederlands of Fries te zijn gepubliceerd 1 , of twee toneelstukken openbaar te zijn gemaakt door een professioneel theatergezelschap. Aanvragen van schrijvers die niet aan deze eis voldoen, worden niet in behandeling genomen.
Indien een werkbeurs wordt aangevraagd ten behoeve van een bewerking, bepaalt het bestuur of de bewerker als schrijver in de zin van deze regeling kan worden aangemerkt.
Toekenning van een werkbeurs is gebonden aan een door het bestuur vast te stellen inkomensgrens. Het belastbaar inkomen in het jaar waarin (voorschotten van) een werkbeurs wordt/worden opgenomen, mag niet hoger zijn dan de vastgestelde inkomensgrens (zie ook hieronder: indienen van een aanvraag en definitieve vaststelling).
Een niet-Nederlandstalige schrijver, die in het Nederlands wordt uitgegeven kan gedurende een beperkte termijn aanspraak maken op werkbeurzen van het Fonds voor de Letteren, wanneer naast de algemene voorwaarden voor behandeling, zoals in deze regeling vermeld, aan de volgende criteria wordt voldaan:
- Het werk is bedoeld voor c.q. gericht op de Nederlandstalige markt;
- De eerste boekpublicatie van het voorgenomen werk zal in de Nederlandse taal zijn;
- Het werk wordt uitgegeven door een uitgever van oorspronkelijk Nederlandstalig werk;
- De schrijver heeft de intentie zelf in het Nederlands te gaan schrijven.
Indienen van een aanvraag
Werkbeurzen moeten door de schrijver zelf worden aangevraagd door middel van bijgaand aanvraagformulier. De aanvraagformulieren dienen vóór 15 januari volledig ingevuld, gedateerd en ondertekend in het bezit te zijn van het Fonds voor de Letteren. Voor auteurs aan wie het jaar voorafgaand aan de aanvraag stimuleringsbeurzen, overbruggingsbeurzen en projectwerkbeurzen werden toegekend, en auteurs die niet eerder in aanmerking kwamen voor een werkbeurs, wordt een tweede aanvraagronde gehouden waarvan de inzendtermijn afloopt op 15 juni. Aanvragen die het Fonds voor de Letteren na de genoemde uiterste inzenddata bereiken, worden niet in behandeling genomen.
Om een aanvraag goed te kunnen beoordelen, is het belangrijk dat deze in ieder geval de volgende informatie bevat:
Een werkplan waarin het project of de verschillende projecten zo concreet mogelijk is/zijn omschreven. Gevraagd wordt aan te geven: de omvang en het genre van het te schrijven werk, een korte inhoudelijke synopsis of omschrijving van thematiek of literaire intenties; de aanvrager positioneert daarbij het voorgenomen werk binnen zijn oeuvre. Zo mogelijk dient informatie gegeven te worden over de werkwijze. Ook het voorgenomen tijdstip van afronding van (onderdelen van) het werkplan dient te worden vermeld;
Een volledig overzicht van boekpublicaties en/of opgevoerd toneelwerk (plaats, jaar, uitgever of theatergezelschap);
Een verslag van de realisering van het laatst gehonoreerde werkplan, voorzover van toepassing;
Inkomensgegevens: de meest recente definitieve aanslag inkomstenbelasting of (andere) bewijsstukken die inzage geven in het inkomen over het jaar voorafgaand aan het jaar waarin een werkbeurs wordt aangevraagd én een prognose over het inkomen in de periode waarvoor een werkbeurs wordt aangevraagd;
Een gemotiveerde financiële planning; deze is in ieder geval noodzakelijk indien het inkomen in het jaar of de jaren waarop de werkbeursaanvraag betrekking heeft hoger zal zijn, dan wel in de buurt komt van de inkomensgrens;
Vijf exemplaren van de meest recente boekpublicatie, tenzij dit werk reeds voor subsidie aan het Fonds voor de Letteren werd voorgelegd. In dat geval kan men volstaan met verwijzing daarnaar;
Informatie over een eventueel af te sluiten contract dan wel een intentieverklaring namens een uitgever.
Het secretariaat kan, indien de aanvraag daartoe aanleiding geeft, de aanvrager om nadere informatie verzoeken.
De aanvrager is verantwoordelijk voor een juiste en volledige informatieverstrekking op grond waarvan het Fondsbestuur redelijkerwijs tot een besluit kan komen. Indien de aanvraag, na gelegenheid tot reparatie, onvolledig is wordt deze niet ontvankelijk verklaard.
Beoordeling
Nadat is vastgesteld dat de aanvraag aan alle voorwaarden voor behandeling voldoet, wordt de beoordeling ervan voorbereid door de Advies-commissie Werkbeurzen Schrijvers die uit minimaal drie en maximaal vijf leden van de Adviesraad van het Fonds voor de Letteren bestaat.
De Adviescommissie kan daarbij gebruik maken van (pre)adviezen van externe deskundigen.
Bij het nemen van de beslissingen wordt rekening gehouden met de volgende (combinatie van) factoren, waarbij de literaire kwaliteit van het werk voorop staat:
I. Inhoudelijke factoren
De verwachtingen die het Fonds voor de Letteren heeft ten aanzien van het resultaat, gebaseerd op:
literaire kwaliteit van het in boekvorm gepubliceerde werk, c.q. het opgevoerde toneelwerk;
kwalitatieve ontwikkeling van het werk;
werkplan;
(mate van) realisering van eerdere werkplannen;
publicatieritme.
inkomensgegevens en eventuele financiële planning van het werkplan;
financiële middelen verstrekt door andere subsidiegevers, opdrachtgevers e.d.;
aanwezigheid van contract of intentieverklaring namens de uitgever.
Hoogte werkbeurzen en mogelijkheid tot gespreide opname
Werkbeurzen worden per werkplan vastgesteld. Het bestuur kan besluiten slechts een onderdeel van het werkplan te honoreren. De hoogte van de toekenning is afhankelijk van bovengenoemde factoren. Het bedrag voor een werkplan dat werk voor meerdere jaren omvat kan in minimaal 2 jaar en maximaal 4 jaar tot een maximum van 75.000 gulden per jaar worden opgenomen.
Indien zich omstandigheden voordoen op grond waarvan in redelijkheid niet van het bestuur verwacht mag worden dat het de hoogte van de werkbeurs handhaaft, kan het bestuur een eerder besluit herzien.
Besluiten
Het bestuur stelt de aanvrager binnen vier maanden na de sluitingstermijn voor het indienen van de aanvragen schriftelijk van zijn beslissing in kennis.
Subsidieverplichtingen De toekenning van een werkbeurs is gebonden aan de verplichting dat de schrijver vóór het einde van het boekjaar schriftelijk te kennen geeft de werkbeurs te aanvaarden, bijvoorbeeld door het aanvragen van een voorschot. Wanneer binnen de genoemde periode geen bericht wordt ontvangen, dan wordt de subsidieverlening ingetrokken en vervalt de aanspraak op de werkbeurs.
Schrijvers dienen het bestuur tijdig op de hoogte te stellen van ingrijpende wijzigingen in het werkplan waarvoor de subsidie is toegezegd.
Schrijvers die er niet in zijn geslaagd om (onderdelen van) het werkplan te voltooien binnen 1 jaar na het in de aanvraag vermelde tijdstip van afronding, zijn gehouden de redenen hiervoor aan het bestuur kenbaar te maken. Het bestuur beslist daarop of het reeds toegekende voorschot al dan niet teruggevorderd zal worden c.q. het eventueel nog resterende bedrag van de werkbeurs uitgekeerd zal worden.
Wanneer een schrijver een werkbeurs heeft ontvangen van het Fonds voor de Letteren en er in slaagt meerdere subsidies of andere geldelijke middelen voor hetzelfde werkplan te verwerven, dient hij het bestuur daarvan in kennis te stellen. Het bestuur kan daarop besluiten de hoogte van de werkbeurs te herzien en de reeds uitbetaalde voorschotten terug te vorderen of te verrekenen met nog toe te kennen voorschotten.
Boeken die met een werkbeurs van het Fonds voor de Letteren zijn geschreven dienen direct na publicatie in vijfvoud toegezonden te worden aan het Fonds; het Fonds voor de Letteren dient in de publicatie genoemd te worden als subsidieverstrekker.
Het aanvragen van een nieuwe werkbeurs
Indien een eerdere werkbeursaanvraag is afgewezen omdat er onvoldoende positieve verwachtingen waren op grond van de literaire kwaliteit van het reeds verschenen werk, dan kan pas een nieuwe aanvraag worden ingediend als er een nieuwe boekpublicatie of nieuw toneelwerk kan worden beoordeeld.
Schrijvers van wie een eerdere werkbeursaanvraag door het Fonds is gehonoreerd, kunnen in de regel pas een volgende werkbeurs aanvragen wanneer het gehonoreerde (al dan niet tussentijds gewijzigde) werkplan geheel of, als dat werkplan uit meerdere projecten bestaat, daarvan tenminste één project is afgerond en ondergebracht bij een uitgever. Dit moet worden aangetoond met een contract of een intentieverklaring van de uitgever. Bij uitzondering kan het bestuur besluiten om een schrijver, die er niet in slaagt (een onderdeel van) een gehonoreerd werkplan te voltooien, toch in de gelegenheid te stellen een nieuwe aanvraag in te dienen. De schrijver dient in dat geval de reden voor het niet kunnen voltooien van het werkplan toe te lichten.
Aanvragers die ook bij het Vlaams Fonds voor de Letteren een werkbeurs hebben aangevraagd en wier aanvraag door beide instanties wordt gehonoreerd, dienen er rekening mee te houden dat geen dubbele subsidies worden uitgekeerd voor hetzelfde werkplan.
Uitbetaling
Nadat de subsidieverlening heeft plaatsgevonden, kan de betreffende schrijver, in afwachting van de definitieve vaststelling door het bestuur, schriftelijk verzoeken om betaling van een terugvorderbaar voorschot. Het minimum op te nemen voorschot bedraagt 10.000 gulden. Een verzoek om een volgend voorschot dient vergezeld te gaan van een voortgangsrapportage en (wanneer in bezit) de definitieve aanslag inkomstenbelasting van het jaar waarin het voorgaande voorschot is uitgekeerd. Het bestuur kan besluiten de betaling van voorschotten op te schorten tot de gevraagde definitieve belastingaanslagen zijn ontvangen.
Definitieve vaststelling
Een werkbeurs kan pas definitief worden vastgesteld wanneer door de subsidie-ontvanger is aangetoond dat zijn belastbaar inkomen, gedurende de periode waarin hij (voorschotten van) een werkbeurs heeft ontvangen, onder de inkomensgrens van het Fonds voor de Letteren viel. De definitieve belastingaanslag(en) van het jaar of de jaren waarin een (voorschot op de) werkbeurs is uitbetaald is/zijn hiervoor noodzakelijk.
Na definitieve vaststelling van de hoogte van de werkbeurs wordt het aldus vastgestelde bedrag minus het voorschot uitbetaald.
Indien het uitbetaalde voorschot het bedrag van de definitieve werkbeurs overstijgt, is de subsidie-ontvanger verplicht het te veel uitgekeerde terug te betalen. Het bestuur behoudt zich het recht voor om een vordering uit hoofde van een te hoog of ten onrechte betaald voorschot te compenseren met andere toegekende subsidies bestemd voor de betreffende schrijver.
Wanneer niet binnen twee jaar na de laatste bevoorschotting de gevraagde definitieve aanslag(en) inkomstenbelasting of andere verklaringen inzake het inkomen zijn verstrekt, kan het bestuur besluiten het subsidiebedrag definitief vast te stellen op nihil. Reeds uitbetaalde voorschotten kunnen dan worden teruggevorderd of gecompenseerd met andere toegekende subsidies bestemd voor de betreffende schrijver.
Regeling bij overlijden
Werkbeurzen zijn strikt persoonlijk en kunnen niet worden aangevraagd door erfgenamen van de schrijver. Resterende voorschotten kunnen niet opgevraagd worden door de erfgenamen. Reeds uitgekeerde voorschotten worden bij overlijden niet teruggevorderd.
Algemeen Reglement en Huishoudelijk Reglement
Van toepassing op deze regeling is het Algemeen Reglement van het Fonds voor de Letteren waarin algemene bepalingen inzake de subsidieverdeling zijn omschreven, zoals de aanvraagprocedure, de criteria, voorwaarden en de bezwaarprocedure. Eveneens van toepassing is het Huishoudelijk Reglement waarin de interne organisatie van het Fonds voor de Letteren wordt geregeld. Beide reglementen zijn op verzoek verkrijgbaar bij het secretariaat.