Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Verordening zelfcontrole runderen op het verbod gebruik van bepaalde stoffen
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 28 februari 2009. U leest nu de tekst die gold op 27 februari 2009.

Verordening zelfcontrole runderen op het verbod gebruik van bepaalde stoffen

Verordening zelfcontrole runderen op het verbod gebruik van bepaalde stoffen
Het bestuur van het Produktschap voor Vee en Vlees heeft,
gelet op Richtlijn 96/23/EG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en in produkten daarvan en tot intrekking van de Richtlijnen 85/358/EEG en 86/469/EEG en de Beschikkingen 89/187/EEG en 91/664/EEG, alsmede op artikel 2, tweede lid, van de Regeling verbod handel met bepaalde stoffen behandelde dieren en producten,
op 14 juli 1999 vastgesteld de navolgende
VERORDENING
Artikel 1
Richtlijnen 85/358/EEG 86/469/EEG 89/187/EEG 91/664 Regeling verbod handel met bepaalde stoffen behandelde dieren en producten bijlage I artikel 1., onderdeel r., aanhef en eerste gedachtestreepje, van de Regeling identificatie en registratie van dieren 2002 Diergeneesmiddelenwet Vleeskeuringswet
1. productschap : het Produktschap voor Vee en Vlees;
2. richtlijn : Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen nummer 96/23/EG van 29 april 1996 inzake controle- maatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en in produkten daarvan en tot intrekking van de en en de Beschikkingen en (PbEG L 125);
3. regeling : ;
4. verboden stoffen : de stoffen, genoemd in bij deze verordening;
5. in de handel brengen : voorhanden of in voorraad hebben, ge- en verbruiken, vervoeren, aanvoeren, ontvangen, afleveren, te koop aanbieden, kopen of vervreemden;
6. een goed voorhanden hebben : de beschikking hebben over het gebouw, terrein of andere plaats, waar een goed zich bevindt, dan wel een goed op enigerlei wijze, hetzij direct, hetzij indirect, onder zich hebben, ongeacht of het hem al dan niet toebehoort;
7. een goed in voorraad hebben : hij, aan wie het goed toebehoort, ongeacht waar het zich bevindt;
8. runderen : landbouwhuisdieren behorende tot de familie der Bovidae en het geslacht Bos;
9. producten : vlees en vleesproducten afkomstig van runderen;
10. bedrijf : bedrijf als bedoeld in ;
11. be- of verwerker : ondernemer die zich toelegt op het slachten van runderen of de be- of verwerking van rundvlees;
12. certificeren : het toelaten van een deelnemer aan een erkend systeem van zelfcontrole welke is erkend volgens de criteria gesteld in de bijlage bij deze verordening;
13. gecertificeerd bedrijf : een bedrijf dat in het kader van deze verordening gecertificeerd is;
14. wachttermijn : de termijn die na laatste toediening van een diergeneesmiddel ingevolge het bij of krachtens de en de in acht moet worden genomen voordat het dier mag worden geslacht of producten van het dier voor consumptie mogen worden bestemd.
1.
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt verstaan onder:
1.
Ieder bedrijf dat runderen op de markt brengt en iedere natuurlijke of rechtspersoon die runderen in de handel brengt dient bij het productschap geregistreerd te zijn.
2.
Ieder bedrijf dat overeenkomstig de Verordening registratie en verstrekking van gegevens PVV 1998 of overeenkomstig de Regeling identificatie en registratie van dieren 2002 , is geregistreerd, is gekweten van de in het eerste lid bedoelde verplichting.
1.
Het is de be- of verwerker verboden runderen te aanvaarden of te doen aanvaarden, tenzij de be- of verwerker voldoet aan het bepaalde in het tweede lid,
a. opdat, zowel bij rechtstreekse leveringen, als bij leveringen via een tussenpersoon, alleen runderen worden aanvaard waarvoor de producent garandeert dat de wachttijden in acht zijn genomen;
b. om zich ervan te vergewissen dat de runderen die in de inrichting zijn gebracht geen residugehalten boven de toegestane maxima te zien geven en geen sporen van verboden omzettingsstoffen of producten vertonen.
2.
Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet indien de be- of verwerker is gecertificeerd en:
a. runderen aanvaardt die afkomstig zijn van een gecertificeerd bedrijf waar gedurende een jaar voorafgaand aan de slachtdatum geen residuen van verboden stoffen zijn aangetroffen; of
b. runderen aanvaardt die afkomstig zijn van een bedrijf uit een EU-lidstaat dat voldoet aan artikel 9 van de richtlijn en overeenkomstig artikel 3.14 van de Regeling handel levende dieren en levende producten rechtstreeks naar de be- of verwerker is vervoerd; of
c. runderen aanvaardt die afkomstig zijn van een bedijf uit een derde land en die voldoen aan artikel 3.13 van de Regeling handel levende dieren en levende producten.
d. runderen aanvaardt die afkomstig zijn van een gecertificeerd bedrijf waar gedurende een jaar voorafgaand aan de slachtdatum residuen van verboden stoffen als bedoeld in bijlage I, onder A. , zijn aangetroffen op voorwaarde dat de be- of verwerker aantoont dat ieder rund drie weken voor de afleveringsdatum individueel is bemonsterd; of
e. runderen aanvaardt die niet afkomstig zijn van een gecertificeerd bedrijf op voorwaarde dat de be- of verwerker aantoont dat ieder rund drie weken voor de afleveringsdatum individueel bemonsterd is; of
f. runderen aanvaardt die afkomstig zijn van een gecertificeerd bedrijf waar gedurende een jaar voorafgaand aan de slachtdatum residuen van verboden stoffen als bedoeld in bijlage I, onder B. , zijn aangetroffen op voorwaarde dat de be- of verwerker door middel van een bijgevoegde verklaring van de beheerder van het erkende zelfcontrolesysteem, aantoont dat bepaalde voordelen van het zelfcontrolesysteem voor het gecertificeerde bedrijf zijn vervallen.
3.
De be- of verwerker dient de individuele bemonstering, als bedoeld in het vorige lid onder d. en e., aan te tonen door middel van een bijgevoegde uitslag van de analyse van de monsters. De monsters dienen genomen te worden door een door de voorzitter erkende instantie, welke voldoet aan de door het bestuur bij besluit vastgestelde erkenningsvoorwaarden. De voorzitter kan de erkenning intrekken indien de erkende instantie niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden. De analyse van de monsters dient te geschieden door een laboratorium dat erkend is bij of krachtens de Diergeneesmiddelenwet .
1.
Het is verboden runderen en producten afkomstig van runderen in de handel te brengen.
2.
Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet indien:
a. de runderen of de produkten van runderen afkomstig zijn van een gecertificeerd bedrijf waar gedurende een jaar voorafgaand aan de verhandelingsdatum geen residuen van verboden stoffen zijn aangetroffen; of
b. de runderen of de produkten van runderen afkomstig zijn van een bedrijf uit een EU-lidstaat dat voldoet aan artikel 9 van de richtlijn; of
c. de runderen of producten van runderen afkomstig zijn van een bedrijf uit een derde land en die voldoen aan artikel 3.13 van de Regeling handel levende dieren en levende producten respectievelijk het terzake bepaalde in de Regeling keuring en handel dierlijke produkten ; of
d. de runderen of producten van runderen afkomstig zijn van een gecertificeerd bedrijf waar gedurende een jaar voorafgaand aan de verhandelingsdatum residuen van verboden stoffen als bedoeld in bijlage I, onder A. , zijn aangetroffen op voorwaarde dat ieder rund drie weken voor de afleveringsdatum aantoonbaar individueel bemonsterd is; of
e. runderen niet afkomstig zijn van een gecertificeerd bedrijf op voorwaarde dat ieder rund drie weken voor de afleveringsdatum aantoonbaar individueel bemonsterd is; of
f. de runderen of producten van runderen afkomstig zijn van een gecertificeerd bedrijf waar gedurende een jaar voorafgaand aan de verhandelingsdatum residuen van verboden stoffen als bedoeld in bijlage I, onder B. , zijn aangetroffen op voorwaarde dat door middel van een bijgevoegde verklaring van de beheerder van het erkende zelfcontrolesysteem, wordt aangetoond dat bepaalde voordelen van het zelfcontrolesysteem voor het gecertificeerde bedrijf zijn vervallen.
3.
De individuele bemonstering, als bedoeld in het vorige lid onder d. en e., dient aangetoond te worden door middel van een bijgevoegde uitslag van de analyse van de monsters. De monsters dienen genomen te worden door een door de voorzitter erkende instantie, welke voldoet aan de door het bestuur bij besluit vastgestelde erkenningsvoorwaarden. De voorzitter kan de erkenning intrekken indien de erkende instantie niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden. De analyse van de monsters dient te geschieden door een laboratorium dat erkend is bij of krachtens de Diergeneesmiddelenwet .
1.
De in de artikel 3 en 4 bedoelde gecertificeerde bedrijven dienen gecertificeerd te zijn volgens een door de voorzitter erkend certificeringssysteem, dat voldoet aan de in de Bijlage opgenomen erkenningscriteria.
2.
De voorzitter erkent een certificeringssysteem op basis van een rapportage van een erkend accreditatie-instituut.
3.
De voorzitter wijst een of meerdere instantie(s) aan die word(en)t belast met het toezicht op de naleving van de erkenningscriteria.
1.
Het bedrijf dat na de inwerkingtreding van deze verordening nog niet gecertificeerd is volgens een door de voorzitter erkend certificeringssysteem is tot 1 januari 2000 vrijgesteld van de verplichting tot certificering op voorwaarde dat:
a. het bedrijf de door de voorzitter aan te wijzen controle-instelling(en) te allen tijde toegang geeft of doet geven tot hun bedrijfsruimten;
b. het bedrijf toestaat dat controleurs van de in onderdeel a. bedoelde controle-instelling(en) monsters nemen en alsdan de gevorderde medewerking overeenkomstig de aanwijzingen en onder toezicht van die controleurs verleent;
c. het bedrijf toestaat dat de in onderdeel b. bedoelde monsters door een laboratorium geanalyseerd worden;
d. het bedrijf geen runderen afvoert voordat de uitslag van een bemonsteringsonderzoek bekend is;
e. het bedrijf toestaat dat de in onderdeel b. bedoelde monsters en analyseresultaten van de betreffende monsters kunnen worden afgegeven aan de Algemene Inspectiedienst ten behoeve van een strafrechtelijk onderzoek.
2.
Het is de be- of verwerker tot 1 januari 2000 toegestaan runderen die niet afkomstig zijn van een gecertificeerd bedrijf te aanvaarden of te doen aanvaarden indien de runderen afkomstig zijn van een bedrijf dat ingevolge het eerste lid is vrijgesteld.
3.
Het is tot 1 januari 2000 toegestaan runderen die niet afkomstig zijn van een gecertificeerd bedrijf in de handel te brengen indien de runderen afkomstig zijn van een bedrijf dat ingevolge het eerste lid is vrijgesteld.
Artikel 7
De voorzitter kan van de verboden, bedoeld in artikel 2 en 3, in noodgevallen of calamiteiten [vrijstelling verlenen en] op aanvraag, ontheffing verlenen en aan een zodanige [vrijstelling of] ontheffing beperkingen en voorschriften verbinden.
Artikel 8
Overtredingen van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn strafbare feiten.
1.
Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening zelfcontrole runderen op het verbod gebruik van bepaalde stoffen".
2.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van haar afkondiging in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
Voor het bestuur,
voorzitter
secretaris