Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Verordening vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Artikel 14
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2015. U leest nu de tekst die gold op -.

Verordening vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur

Verordening vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur
Het College van Afgevaardigden;
Overwegende dat vakbekwaamheidseisen dienen te worden gesteld aan de advocaat bij de Hoge Raad, in eerste instantie aan de advocaat bij de Hoge Raad in civiele zaken;
Gelet op de artikelen 9j en 28 van de Advocatenwet;
Gelet op het voorstel met toelichting van de Algemene Raad;
Gelet op de adviezen van de Raad van Advies en van de Adviescommissie Regelgeving;
Stelt de navolgende verordening vast:
Artikel 1
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. de advocaat: de in Nederland ingeschreven advocaat die in het bezit is van een stageverklaring als bedoeld in artikel 10 van de Stageverordening 2005, alsmede de advocaat als bedoeld in artikel 16h van de Advocatenwet;
b. de advocaat bij de Hoge Raad: de advocaat als bedoeld in artikel 9j, eerste lid, van de Advocatenwet die civiele cassatiezaken behandelt;
c. de Algemene Raad: de Algemene Raad als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Advocatenwet;
d. de secretaris: de secretaris als bedoeld in artikel 34 van de Advocatenwet;
e. het tableau: het tableau als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Advocatenwet;
f. de Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur: de Commissie als bedoeld in artikel 9 van deze verordening;
g. de Commissie van toezicht en advies civiele cassatieadvocatuur: de Commissie als bedoeld in artikel 10 van deze verordening.
1.
Op schriftelijk verzoek van de advocaat gaat de secretaris over tot diens voorlopige inschrijving, inschrijving of tot verlenging van de inschrijving als advocaat bij de Hoge Raad.
2.
De voorlopige inschrijving, de inschrijving of de verlenging van de inschrijving als advocaat bij de Hoge Raad bestaat uit een aantekening op het tableau met vermelding van de termijn waarvoor de voorlopige inschrijving, de inschrijving of de verlengde inschrijving van de advocaat bij de Hoge Raad geldt.
3.
Voorlopige inschrijving vindt pas plaats nadat de advocaat de verklaring omtrent het examen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, heeft overgelegd. De voorlopige inschrijving heeft een geldingsduur van drie jaar.
4.
De secretaris bericht de voorlopig ingeschreven advocaat ten hoogste zes en uiterlijk drie maanden voor het verlopen van de voorlopige inschrijving dat deze zal verlopen.
5.
Inschrijving vindt plaats nadat de advocaat uiterlijk een maand voor het verlopen van de voorlopige inschrijving de verklaring omtrent de proeve van bekwaamheid als bedoeld in artikel 5, tweede lid, en de verklaring omtrent de beoordeling als bedoeld in artikel 6, tweede lid, heeft overgelegd. De inschrijving heeft een geldingsduur van drie jaar.
6.
De secretaris bericht de ingeschreven advocaat ten hoogste zes en uiterlijk drie maanden voor het verlopen van de inschrijving dat deze zal verlopen.
7.
Verlenging van de inschrijving vindt pas plaats nadat de advocaat uiterlijk een maand voor het verlopen van de inschrijving de verklaring als bedoeld in artikel 6, tweede lid, heeft overgelegd. De inschrijving wordt voor de duur van drie jaar verlengd.
8.
Indien de advocaat niet tijdig het verzoek tot inschrijving of verlenging van de inschrijving doet, kan de Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur besluiten dat de advocaat de proeve van bekwaamheid als bedoeld in artikel 5 opnieuw moet afleggen.
Artikel 3
Onverminderd het bepaalde in artikel 2 gaat de secretaris pas tot voorlopige inschrijving, inschrijving of verlenging van de inschrijving over nadat de advocaat eveneens een verklaring van de Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur heeft overgelegd, waaruit blijkt dat hij een op voorstel van die Commissie door de Algemene Raad vast te stellen aantal punten per jaar als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Verordening op de vakbekwaamheid heeft behaald door het volgen of geven van door die Commissie aangewezen opleidingen of cursussen dan wel door het publiceren van artikelen in voor de (cassatie)rechtspraktijk of rechtswetenschap relevante boeken of tijdschriften.
1.
Het examen ten behoeve van de voorlopige inschrijving omvat toetsing door ten minste twee leden van de Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur van de kennis die nodig is voor de behoorlijke uitoefening van de civiele cassatiepraktijk. Het examen wordt mondeling afgenomen.
2.
De Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur geeft de advocaat die het examen met goed gevolg heeft afgelegd, daarvan een verklaring af.
1.
De proeve van bekwaamheid ten behoeve van de inschrijving bestaat uit toetsing door ten minste twee leden van de Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur van het vermogen zelfstandig naar behoren cassatieadviezen, cassatiemiddelen en cassatieverweren op te stellen. Bedoelde stukken worden opgesteld aan de hand van door die Commissie verschafte dossiers van ten minste twee cassatiezaken dan wel van een gelijk aantal door de advocaat aangebrachte en door die Commissie goedgekeurde cassatiedossiers. Van de proeve maakt een mondelinge nabespreking van de opgestelde stukken deel uit.
2.
De Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur geeft de advocaat die de proeve met goed gevolg heeft afgelegd, daarvan een verklaring af.
1.
De advocaat die inschrijving of verlenging van de inschrijving als advocaat bij de Hoge Raad verzoekt, dient gedurende de aan het verzoek voorafgaande periode van drie jaar zelfstandig ten minste twaalf civiele cassatiezaken te hebben behandeld, waarvan ten minste zes zaken tot een beoordeling door de Hoge Raad hebben geleid. Hierbij worden niet meegerekend zaken waarin het cassatieberoep op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie niet-ontvankelijk is verklaard.
2.
De Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur beoordeelt of aan de in het vorige lid gestelde eis is voldaan en geeft in het bevestigend geval de advocaat daarvan een verklaring af.
3.
De Algemene Raad kan, gehoord de Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur en de Commissie van toezicht en advies civiele cassatieadvocatuur, in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen van het in het eerste lid vereiste aantal van twaalf respectievelijk zes cassatiezaken.
Artikel 7
De secretaris gaat over tot doorhaling van de voorlopige inschrijving, inschrijving of verlengde inschrijving als advocaat bij de Hoge Raad:
a. op verzoek van de advocaat;
b. indien de geldigheidsduur van de voorlopige inschrijving, inschrijving, of de verlenging van de inschrijving is verstreken;
c. ter uitvoering van de onherroepelijk geworden beslissing als bedoeld in artikel 9k, eerste lid, van de Advocatenwet van de raad van discipline respectievelijk het hof van discipline tot doorhaling van de inschrijving als advocaat bij de Hoge Raad.
Artikel 8
De Algemene Raad stelt, op voorstel van de Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur en gehoord de Commissie van toezicht en advies civiele cassatieadvocatuur, het Reglement vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur vast. Hierin worden ten minste regels gesteld over:
a. de inrichting, omvang en leerstof van het examen, alsmede de inrichting, omvang, en voorwaarden van de proeve van bekwaamheid;
b. de tijden waarop het examen en de proeve van bekwaamheid kunnen worden afgelegd;
c. de mogelijkheid van het opnieuw afleggen van het examen en van de proeve van bekwaamheid;
d. de mogelijkheid van vrijstelling voor bepaalde onderdelen van de in de artikelen 3 tot en met 5 gestelde eisen;
e. het in rekening te brengen bedrag voor
de verklaring als bedoeld in artikel 3
het afleggen van het examen, van de proeve van bekwaamheid
het verkrijgen van de verklaring nodig voor voorlopige inschrijving, inschrijving of verlenging van de inschrijving;
f. opleidingsverplichtingen voortvloeiend uit het bepaalde in artikel 3.
1.
Er is een Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur.
2.
De Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur heeft tot taak:
a. het afnemen van het examen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, en van de proeve van bekwaamheid als bedoeld in artikel 5, eerste lid;
b. de beoordeling of voldaan is aan het bepaalde in de artikelen 3 tot en met 6, eerste lid, en het op basis daarvan afgeven van de desbetreffende verklaringen;
c. het nemen van besluiten over verzoeken tot vrijstelling voor bepaalde onderdelen van de in de artikelen 3 tot en met 5 gestelde eisen;
d. het doen van een voorstel voor het Reglement vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur als bedoeld in artikel 8 van deze verordening;
e. het zo nodig organiseren of doen organiseren van onderwijs op het gebied van de civiele cassatiepraktijk;
f. al het nodige te doen ter uitvoering van deze verordening, waaronder begrepen het nemen van besluiten krachtens mandaat van de Algemene Raad, alsmede het adviseren van de Algemene Raad;
g. het verschaffen van alle gewenste inlichtingen aan de Commissie van toezicht en advies civiele cassatieadvocatuur.
3.
De Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur bestaat uit ten minste vijf op het terrein van de civiele cassatie deskundige leden.
4.
De Algemene Raad benoemt, gehoord de Commissie van toezicht en advies civiele cassatieadvocatuur, de voorzitter en leden van de Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur voor een periode van ten hoogste vier jaar. Herbenoeming voor ten hoogste vier jaar is een maal mogelijk. De Algemene Raad voorziet in het secretariaat.
5.
De Algemene Raad draagt de door de Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur gemaakte kosten. De leden ontvangen vacatiegeld op de voet van de Regeling vacatiegelden en reis- en verblijfkosten Nederlandse Orde van Advocaten.
6.
De Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur stelt een huishoudelijk reglement op, dat de goedkeuring van de Algemene Raad, gehoord het advies van de Commissie van toezicht en advies civiele cassatieadvocatuur, behoeft.
7.
De leden en de secretaris van de Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur die niet tevens advocaat zijn, zijn tot geheimhouding gehouden ten aanzien van hun in die functie ter kennis gekomen gegevens die onder de geheimhoudingsplicht van de advocaat vallen.
8.
De Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur brengt jaarlijks een verslag van haar werkzaamheden uit aan de Algemene Raad, die dit ter kennis van het College van Afgevaardigden brengt. Het jaarverslag is openbaar en wordt op de website van de Nederlandse Orde van Advocaten gepubliceerd.
1.
Er is een Commissie van toezicht en advies civiele cassatieadvocatuur.
2.
De Commissie van toezicht en advies civiele cassatieadvocatuur houdt toezicht op de wijze waarop de Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur haar taken uitoefent en adviseert de Algemene Raad over een ingevolge artikel 11, eerste lid, ingediend bezwaar. De Commissie van toezicht en advies civiele cassatieadvocatuur rapporteert en, zo nodig, adviseert over haar toezichthoudende taak aan de Algemene Raad onder gelijktijdige toezending van haar rapportage of advies aan de Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur.
3.
De Commissie van toezicht en advies civiele cassatieadvocatuur bestaat uit ten minste drie en ten hoogste vijf leden, van wie de meerderheid bestaat uit leden die bij de civiele cassatiepraktijk zijn betrokken. De leden zijn niet tegelijkertijd lid van de Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur.
4.
De Algemene Raad benoemt de voorzitter en de leden voor een periode van ten hoogste vier jaar. Herbenoeming voor ten hoogste vier jaar is een maal mogelijk. De Algemene Raad voorziet in het secretariaat.
5.
Artikel 9, vijfde, zevende en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
1.
Ter zake van de beslissing van de Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur inhoudende dat de advocaat respectievelijk de advocaat bij de Hoge Raad het examen of de proeve van bekwaamheid niet met goed gevolg heeft afgelegd, of niet heeft voldaan aan de eisen gesteld in de artikelen 3 tot en met 6, eerste lid tot het verkrijgen van een verklaring als bedoeld in deze artikelen, alsmede tegen de beslissing tot weigering van een verzoek om vrijstelling voor bepaalde onderdelen van de in de artikelen 3 tot en met 5 gestelde eisen, kan de advocaat respectievelijk de advocaat bij de Hoge Raad binnen zes weken een bezwaarschrift indienen bij de Algemene Raad.
2.
De Algemene Raad beslist op het bezwaar met inachtneming van het door de Commissie van toezicht en advies civiele cassatieadvocatuur over het bezwaar uitgebrachte advies.
3.
Het bepaalde in de vorige leden is van overeenkomstige toepassing op de beslissing van de Algemene Raad, inhoudende de gehele of gedeeltelijke weigering van de vrijstelling als bedoeld in artikel 6, derde lid.
Artikel 12
De advocaat bij de Hoge Raad adviseert de cliënt zo tijdig mogelijk schriftelijk over:
a. de kansen van een principaal of incidenteel cassatieberoep dan wel -verweer,
b. de daaraan verbonden kosten en risico’s en
c. de opportuniteit van het cassatieberoep dan wel het cassatieverweer gelet op de na vernietiging en eventuele verwijzing of terugverwijzing te verwachten rechtsgang.
1.
De advocaat die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening gedurende de daaraan voorafgaande periode van drie jaar zelfstandig ten minste twaalf civiele cassatiezaken heeft behandeld, waarvan ten minste zes zaken tot een beoordeling door de Hoge Raad hebben geleid, is vrijgesteld van het afleggen van het examen als bedoeld in artikel 4 en wordt op diens verzoek voorlopig ingeschreven als advocaat bij de Hoge Raad. Een voorlopige inschrijving op deze grond is twee jaar geldig.
2.
Artikel 6, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
1.
Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur.
3.
Evaluatie van de werking van deze verordening, mede met het oog op regels voor het optreden bij de Hoge Raad in strafzaken en belastingzaken, vindt plaats uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding.