Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Verordening slachting, weging en classificatie slachtrunderen (PVV) 2011
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Identificatie van slachtrunderen
+ Hoofdstuk 3. Tijdstip van aanvoer van runderen A
+ Hoofdstuk 4. Slachting en gewichtsvaststelling van runderen A
+ Hoofdstuk 5. Tijdstip van aanvoer van runderen B
+ Hoofdstuk 6. Slachting en gewichtsvaststelling van runderen B
+ Hoofdstuk 7. Bepalingen ingeval runderen B gekocht worden onder conditie van betaling per kg geslacht gewicht
+ Hoofdstuk 8. Deelnemingsaanduiding voor runderen A en B
+ Hoofdstuk 9. Classificatie slachtrunderen
+ Hoofdstuk 10. Administratie slachtrunderen
+ Hoofdstuk 11. Controle
+ Hoofdstuk 12. Toezicht en handhaving
+ Hoofdstuk 13. Bijzondere bepalingen
+ Hoofdstuk 14. Overgangs- en slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2015. U leest nu de tekst die gold op -.

Verordening slachting, weging en classificatie slachtrunderen (PVV) 2011

Verordening van het Productschap Vee en Vlees van 26 oktober 2011, houdende voorschriften betreffende de slachting, weging en classificatie van slachtrunderen (Verordening slachting, weging en classificatie slachtrunderen (PVV) 2011)
Het bestuur van het Productschap Vee en Vlees;
Gelet op de artikelen 93, 102 en 104, tweede lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie, de artikelen 10 en 11 van het Instellingsbesluit Productschap Vee en Vlees;
Gelet op Verordening (EG) Nr. 1249/2008 van de Commissie van 10 december 2008 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor de communautaire indelingsschema's voor runder-, varkens- en schapenkarkassen en voor de mededeling van de prijzen daarvan (Pb L 337), en Verordening (EG) Nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten ("integrale-GMO-verordening") (Pb L 299);
Gehoord de Adviescommissie Runderen en de Adviescommissie Kalveren;
Besluit:
Artikel 1
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt verstaan onder: artikelen 6, eerste lid 11, tweede lid artikel 10, eerste lid artikel 1, onder v artikel 8, eerste lid, van de Regeling identificatie en registratie van dieren Bijlage I Bijlage I Bijlage III artikel 20 Bijlage II
a. productschap : Productschap Vee en Vlees;
b. bestuur : bestuur van het productschap;
c. voorzitter : voorzitter van het productschap;
d. secretaris : secretaris van het productschap;
e. ondernemer : degene die een onderneming drijft waarvoor het productschap is ingesteld;
f. rundveehouder : ondernemer die een onderneming drijft waarin slachtrunderen worden gehouden;
g. be- of verwerker : ondernemer die slachtrunderen slacht of doet slachten en vervolgens weegt;
h. leverancier : ondernemer die slachtrunderen aan de be- of verwerker verkoopt of aanlevert, dan wel degene die de slachtrunderen door de be- of verwerker in taakloon laat slachten;
i. slachtrunderen : voor onmiddellijke slachting bestemde dieren, behorende tot de familie der Bovidae en het geslacht Bos;
j. rund A : slachtrund van ten minste één maand oud en niet ouder dan twaalf maanden;
k. rund B : slachtrund, ouder dan twaalf maanden;
l. blank kalf : rund A dat gedurende zijn leven hoofdzakelijk met melk of melkvervangende preparaten is gevoederd;
m. rosé kalf : rund A dat gedurende zijn leven hoofdzakelijk met andere dan melk of melkvervangende preparaten is gevoederd;
n. kalf V : rund A dat niet ouder is dan acht maanden;
o. kalf Z : rund A dat ouder is dan acht maanden;
p. wachtdagen : dagen gedurende welke slachtrunderen overliggen;
q. weegdocument : de afdrukinrichting van een weegwerktuig als bedoeld in de en , geproduceerd document, bevattende het resultaat van één weging of een aantal opeenvolgende wegingen;
r. afkeurgewicht : gewicht van de delen van het geslachte rund B dat op last van de nVWA, onder afgifte van een afkeurbewijs, wordt afgekeurd en niet in , van deze verordening wordt genoemd;
s. uitbetaalgewicht : warm geslacht gewicht van het geslachte rund B, inclusief correcties op last van de controleorganisatie in verband met foutieve afsnijdingen, exclusief het afkeurgewicht;
t. afkeurbewijs : al dan niet digitale lijst waarop de gewichten van de op last van de nVWA afgesneden delen van het geslachte rund B vermeld staan en die door of namens de nVWA wordt afgetekend;
u. volgnummers : nummers die per dag de volgorde aangeven waarin slachtrunderen na de slacht worden gewogen;
v. merk : merk, ter identificatie van het slachtrund, als bedoeld in , en (Stcrt. 2002, 248);
w. identificatiecode : code waarvan het merk is voorzien;
x. classificatieorganisatie : organisatie die door het bestuur is belast met de classificatie van slachtrunderen als bedoeld in deze verordening;
y. classificateur : degene, die door of vanwege de classificatieorganisatie met het classificeren is belast;
z. technisch classificeren : indelen van geslachte slachtrunderen in technische kwaliteitsklassen, met inachtneming van het bij of krachtens deze verordening bepaalde;
aa. technische kwaliteitsklasse : kwaliteitsklasse gevormd door een combinatie van een indeling in hoofdstuk A, kolom I en hoofdstuk B, kolom I, van van deze verordening;
bb. administratief classificeren : indelen van geslachte slachtrunderen in administratieve kwaliteitsklassen, met inachtneming van het bij of krachtens deze verordening bepaalde;
cc. administratieve kwaliteitsklasse : kwaliteitsklasse gevormd door een combinatie van een indeling in hoofdstuk A, kolom II en hoofdstuk B, kolom II, van van deze verordening;
dd. leeftijdscategorie : de leef tijdsindeling van slachtrunderen A, als bedoeld in Bijlage I, van Verordening (EG) Nr. 700/2007 van de Raad inzake de afzet van vlees van runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden (Pb L 161);
ee. naar vleeskleur classificeren : indelen van geslachte slachtrunderen naar vleeskleur, met inachtneming van het bij of krachtens deze verordening bepaalde;
ff. vleeskleurschaal : schaal als bedoeld in behorende bij deze verordening;
gg. classificatiemerk : merk als bedoeld in , bestaande uit een label of stempel waaruit de administratieve kwaliteitsklasse blijkt;
hh. categorie : categorie, als bedoeld in Bijlage V, van Verordening (EG) Nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten ("integrale-GMO-verordening") (Pb L 299), en opgenomen in , behorende bij deze verordening;
ii. EG-erkenning : erkenning van een slachtinrichting overeenkomstig Verordening (EG) Nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004, houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (Pb L 226);
jj. nVWA : nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit;
kk. Verordening (EG) Nr. 854/2004 : Verordening (EG) Nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (Pb L 226);
ll. controleorganisatie : organisatie die door het bestuur is belast met de dagelijkse controle op slachting en weging in de slachterijen en met de administratieve controles waarin deze verordening voorziet;
mm. Verordening (EG) Nr. 1249/2008 : Verordening (EG) Nr. 1249/2008 van de Commissie van 10 december 2008 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor communautaire indelingsschema's voor runder-, varkens-, en schapen karkassen en voor de mededeling van de prijzen daarvan (Pb L 337);
nn. NMi : Nederlands Meetinstituut N. V.
Artikel 2
a. de grossier : ondernemer die voor eigen rekening en risico slachtrunderen door de be- of verwerker in taakloon laat slachten;
b. de handelaar : ondernemer die zich, voor eigen rekening en risico, bezighoudt met de in- en verkoop van runderen van en aan de rundveehouder, een andere handelaar of de be- of verwerker;
c. de commissionair : ondernemer die zich in opdracht van een derde en niet voor eigen rekening en risico, bezighoudt met de in- en verkoop van runderen.
1.
Deze verordening, daarvan uitgezonderd artikel 25, eerste lid, is niet van toepassing op de be- of verwerker die in het voorafgaande kalenderjaar op jaarbasis gemiddeld niet meer dan 75 slachtingen per week heeft verricht.
2.
Voor de toepassing van deze verordening wordt onder leverancier, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h., verstaan:
1.
Onverminderd het bepaalde in de Regeling identificatie en registratie van dieren is de be- of verwerker gehouden er op toe te zien dat alle slachtrunderen, bij aanvoer, geïdentificeerd zijn met een merk. Indien slachtrunderen worden afgeleverd zonder merk, dient de be- of verwerker er direct voor zorg te dragen dat deze slachtrunderen worden geïdentificeerd met een merk waarmee de relatie tussen de aangevoerde slachtrunderen en de leverancier of rundveehouder wordt vastgelegd.
2.
De be- of verwerker is gehouden ervoor zorg te dragen dat vanaf het moment van aanvoer tot en met het tijdstip van de classificatie en de weging de identificatie van het slachtrund gewaarborgd blijft.
Artikel 4
De be- of verwerker is gehouden per leverancier de dag en het tijdstip van de aanvoer van de slachtrunderen in zijn administratie vast te leggen onder vermelding van de betrokken identificatiecodes.
Artikel 5
Indien wordt afgerekend op basis van geslacht gewicht, moeten de volgende voorschriften in acht worden genomen:
1.
a. De be- of verwerker is gehouden om voorafgaand aan de weging van het geslachte rund te verwijderen, de onderpoten afgesneden tussen het pijpbeen en het tarsaal respectievelijk het carpaal gewricht, de kop afgesneden langs de onderkaak en tussen het achterhoofdsbeen en de eerste halswervel, de halszwezerik, de huid, de prostaat, de pezerik, de milt, het aarseinde en het uiervet, het zakvet, het stuitvet en het vangvet, het hartzakje en de inhoud van de borst- en buikholte.
b. Onder de in het vorige onderdeel genoemde delen worden niet begrepen de lever, de nieren, het niervet, het longhaasje, het middenrif, het slotvet en de aorta voor zover vergroeid met de rugwervels.
c. De be- of verwerker is gehouden ervoor te zorgen, dat bij het verwijderen van in onderdeel a. bedoelde delen geen afsnijding van aangrenzend vlees of vet plaatsvindt. Hiervan is uitgezonderd het uiervet, dat mag worden verwijderd tot aan het buikzeen.
d. Indien ten gevolge van een beslissing op grond van het bij of krachtens Verordening (EG) Nr. 854/2004 bepaalde vóór de weging meer moet worden verwijderd dan op grond van het bepaalde in onderdeel a., b. en c. is toegestaan, is de be- of verwerker gehouden het afgesneden gewicht van dat meerdere in aanmerking te nemen bij de vaststelling van het gewicht.
e. Indien op grond van een afkeuring als bedoeld in onderdeel d., levers of nieren worden afgekeurd dan wel levers of nieren om andere redenen niet worden meegewogen, moet het op het in artikel 8, eerste lid, bedoelde weegdocument afgedrukte gewicht worden vermeerderd met de door het bestuur vastgestelde correctiefactoren.
f. Indien door de controleorganisatie geconstateerd is dat voor de weging meer wordt verwijderd dan op grond van het bepaalde in onderdeel a., b. en c., is toegestaan, is de be- of verwerker gehouden op het warm geslacht gewicht een door de classificateur vastgestelde correctiefactor conform de door hem te geven aanwijzingen toe te passen. Indien door het bestuur op grond van het bepaalde in onderdeel g. voor bepaalde onderdelen correctiefactoren zijn vastgesteld, worden deze gehanteerd.
g. Het bestuur kan ook voor andere onderdelen van het slachtrund dan genoemd in onderdeel e., bij besluit correctiefactoren vaststellen.
2.
Indien de slacht niet meer plaats kan vinden op de dag van aanvoer, dan dient deze bij voorrang uiterlijk de eerstvolgende werkdag plaats te vinden.
3.
Indien de slacht zal plaatsvinden op de eerstvolgende werkdag als bedoeld in het vorige lid, is de be- of verwerker gehouden de slachtrunderen op verantwoorde wijze te voederen en te drenken.
4.
De be- of verwerker is gehouden de geslachte slachtrunderen binnen 45 minuten na de eerste handeling die plaatsvindt nadat de slachthaak in het karkas gestoken is te wegen.
5.
De be- of verwerker is gehouden de weging van alle op zijn bedrijf aangevoerde slachtrunderen in volgorde van aankomst en uiterlijk binnen 4 uur na het tijdstip van . lossen, met inachtneming van het in de volgende leden bepaalde, te doen plaatsvinden.
1.
Bij de weging wordt gebruik gemaakt van een krachtens de Metrologiewet (Stb. 2006, 137) goedgekeurd weegwerktuig uit de klasse III. De automatisch bediende afdrukinrichting moet per individuele weging het tijdstip in minuten en uren, de datum der weging en het individuele merk of het volgnummer afdrukken, terwijl het weegwerktuig met de haken tezamen in ledige toestand de nulstand moet aangeven. De gebruikte haken moeten alle van hetzelfde gewicht zijn.
2.
De be- of verwerker is gehouden om, ten behoeve van herweging door de controleorganisatie, te beschikken over een voorziening om de slachtrunderen na het tijdstip van weging en voor de koeling uit te railen. Van het voor herweging aangewezen slachtrund mag tot na de herweging niets worden afgesneden.
3.
Ten minste éénmaal per drie jaar dient het weegwerktuig gecontroleerd te worden door het NMi of door een door het NMi erkende instantie.
4.
De be- of verwerker is gehouden een aantal van een geldig ijkmerk voorziene toetsgewichten van 20 en 25 kg bij het weegwerktuig als bedoeld in het eerste lid, beschikbaar te hebben tot een totaalgewicht van ten minste 250 kg.
5.
Ten minste eenmaal per drie jaar dienen de toetsgewichten gecontroleerd te worden door een hiertoe geaccrediteerde instantie.
6.
Indien er tijdens de onder het derde en vijfde lid, bedoelde controles onregelmatigheden ten aanzien van het weegwerktuig of de toetsgewichten geconstateerd worden, dan is de be- of verwerker gehouden tot onverwijld herstel van deze onregelmatigheden.
7.
De be- of verwerker stelt de controleorganisatie onverwijld in het bezit van een afschrift van het kalibratierapport waaruit volgt dat geen onregelmatigheden zijn geconstateerd, dan wel dat eventueel geconstateerde onregelmatigheden zijn hersteld.
1.
Voor de weging mogen op generlei wijze methoden dan wel technieken worden toegepast, ten gevolge waarvan een meer dan normale verlaging van het karkasgewicht anders dan via het natuurlijke verdampingsproces zou kunnen worden gerealiseerd.
2.
Het is de be- of verwerker die slachtrunderen geslacht weegt, behoudens het in deze verordening bepaalde, niet toegestaan enigerlei handeling te verrichten waardoor het gewicht van de te wegen slachtrunderen kan verminderen.
3.
Indien het in artikel 5, vierde lid, gestelde voorschrift niet is nageleefd, moet de be- of verwerker het, overeenkomstig de bepalingen van dit artikel vastgestelde warm geslacht gewicht van het desbetreffende slachtrund, vermeerderen met 1 kg.
4.
In het in artikel 5, derde lid, bedoelde geval worden, in afwijking van de hierna in het vijfde lid, bedoelde korting, de navolgende gewichtscorrecties toegepast:
a. indien de slacht na de dag van aanvoer plaatsvindt buiten de schuld en het risico van de be- of verwerker is deze gerechtigd het overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 vastgestelde gewicht te verminderen met 1 kg per slachtrund;
b. indien de slacht na de dag van aanvoer plaatsvindt buiten de schuld en het risico van de leverancier is de be- of verwerker gehouden het overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 vastgestelde gewicht te verhogen met 1 kg per slachtrund. Indien de leverancier door de be- of verwerker in taakloon laat slachten, gaat de onderhavige verplichting van de be- of verwerker over op de leverancier.
5.
Ter verkrijging van het koud geslacht gewicht geldt voor ieder geslacht slachtrund afzonderlijk, dan wel voor ieder per leverancier geleverd koppel, dat:
a. bij de afrekening ter zake van het overeenkomstig het in de voorgaande leden bepaalde gewicht geen administratieve afronding mag plaatsvinden;
b. op het gewicht, dat met inachtneming van het in onderdeel a., bepaalde is vastgesteld, een korting van 2% wordt toegepast.
1.
a. De be- of verwerker is gehouden binnen één week na de weging een weegdocument aan de leverancier af te geven, vermeldende zijn naam en adres, de door het weegwerktuig afgedrukte datum, het tijdstip van de weging, per slachtrund de identificatiecode en per slachtrund het, met inachtneming van het in de artikelen 5 en 7 gestelde, bepaalde gewicht.
b. De leverancier is gehouden het weegdocument in ongewijzigde vorm aan de rundveehouder af te geven.
2.
De be- of verwerker is gehouden op het in het eerste lid bedoelde weegdocument het aldaar bedoelde gewicht van de afgekeurde organen onderscheidenlijk van de om andere redenen niet meegewogen organen per geslacht rund afzonderlijk aan te geven.
3.
Het is de be- of verwerker niet toegestaan blanco of gedeeltelijk ingevulde weegdocumenten af te geven of te doen afgeven.
4.
De be- of verwerker en de leverancier vermelden op de factuur de kosten van de controle op de naleving van het bepaalde in deze verordening, de kosten van de classificatie en de betrokken heffingen door of vanwege het productschap opgelegd.
5.
Bedragen als bedoeld in het vorige lid die niet op de factuur worden vermeld, mogen niet worden doorberekend.
6.
De be- of verwerker is gehouden aan de betrokken leverancier en aan de betrokken rundveehouder na verzoek daartoe, onverwijld een gewaarmerkt afschrift van de in het eerste lid, bedoelde bescheiden af te geven of te doen afgeven mits het verzoek hem daartoe binnen 3 weken na de dag waarop de weging heeft plaatsgevonden, heeft bereikt.
1.
De be- of verwerker is gehouden per leverancier de dag en het tijdstip van de aanvoer van de slachtrunderen in zijn administratie vast te leggen, onder vermelding van de betrokken identificatiecodes.
2.
De slachting van de slachtrunderen moet geschieden:
a. indien zij vóór 12.00 uur op het terrein van de slachtinrichting zijn aangevoerd, op de dag waarop zij zijn aangevoerd, tenzij van tevoren anders met de leverancier is overeengekomen en dit tevoren schriftelijk bij de controleorganisatie is gemeld.
b. indien zij na 12.00 uur op het terrein van de slachtinrichting zijn aangevoerd, zo spoedig mogelijk na dit tijdstip, doch bij voorrang uiterlijk vóór 12.00 uur op de eerstvolgende werkdag, tenzij van tevoren anders met de leverancier is overeengekomen en dit tevoren bij de controleorganisatie is gemeld.
1.
De be- of verwerker is gehouden om voorafgaand aan de weging van het geslachte rund te verwijderen, de onderpoten - afgescheiden tussen het pijpbeen en het tarsaal - respectievelijk carpaal gewricht, de kop met tong afgesneden langs de onderkaak en tussen het achterhoofdsbeen en de eerste halswervel, de huid, de organen van de borst- en buikholte met inbegrip van het zoomvet, het hartzakje, het ruggenmerg, de geslachtsorganen van het mannelijk slachtrund, de uier, de halsslagaderen, de zwezerik, het niervet, de nieren, het slotvet, het oppervlakkig borstvet vanaf de navelinplant, het vet rond de aarsopening, het vet van de schaamnaad, het zak- of uiervet, het aangewassen vet aan de ribwand, het vet rond de halsslagaders, de staart en de longhaas.
2.
De be- of verwerker is gehouden ervoor zorg te dragen dat bij het verwijderen of afsnijden van de in het eerste lid bedoelde delen, de afsnijdingen van vlees of vet zo gering mogelijk zijn.
3.
Het bepaalde in het eerste lid geldt niet indien en voor zover, ingevolge een beslissing op grond van het bepaalde bij of krachtens Verordening (EG) Nr. 854/2004, vóór de weging afkeuring en deswege afsnijding plaatsvindt van delen die niet zijn genoemd in het eerste lid.
4.
Onverminderd de overige, bij of krachtens deze verordening, gestelde bepalingen, is het de be- of verwerker, die slachtrunderen weegt of toestaat dat slachtrunderen op zijn bedrijf worden gewogen, niet toegestaan enigerlei handeling te verrichten, waardoor het gewicht van de te wegen slachtrunderen kan verminderen.
5.
Indien de slacht niet meer plaats kan vinden op de dag van aanvoer, dan dient deze bij voorrang uiterlijk de eerstvolgende werkdag plaats te vinden.
6.
Indien de slacht zal plaatsvinden op de eerstvolgende werkdag als bedoeld in het vorige lid, is de be- of verwerker gehouden de slachtrunderen op verantwoorde wijze te voederen en te drenken.
1.
De be- of verwerker is gehouden de geslachte slachtrunderen binnen 45 minuten na de eerste handeling die plaatsvindt nadat de slachthaak in het karkas gestoken is te wegen, behoudens het bepaalde in artikel 12, derde lid.
2.
Bij de weging wordt gebruik gemaakt van een krachtens de Metrologiewet (Stb. 2006, 137) goedgekeurd weegwerktuig uit de klasse III. De automatisch bediende afdrukinrichting moet per individuele weging het tijdstip in minuten en uren, de datum der weging en het individuele merk of het volgnummer afdrukken, terwijl het weegwerktuig met de haken tezamen in ledige toestand de nulstand moet aangeven. De gebruikte haken moeten alle van hetzelfde gewicht zijn.
3.
De be- of verwerker is gehouden om, ten behoeve van herweging door de controleorganisatie, te beschikken over een voorziening om de slachtrunderen na het tijdstip van weging en voor de koeling uit te railen. Van het voor herweging aangewezen slachtrund mag tot na de herweging niets worden afgesneden.
4.
Ten minste éénmaal per drie jaar dient het weegwerktuig gecontroleerd te worden door het NMi of door een door het NMi erkende instantie.
5.
De be- of verwerker is gehouden om, ten behoeve van de controle van het weegwerktuig door de toezichthouder, een aantal van een geldig ijkmerk voorziene toetsgewichten van 20 en 25 kilogram bij het weegwerktuig voorhanden te hebben tot een totaalgewicht van ten minste 400 kilogram. Indien het wegen wordt uitgevoerd conform het gestelde in het tiende lid, is de be- of verwerker gehouden een aantal van een geldig ijkmerk voorziene toetsgewichten van 20 en 25 kilogram bij het weegwerktuig voorhanden te hebben tot een totaalgewicht van ten minste 200 kilogram.
6.
Ten minste eenmaal per drie jaar dienen de toetsgewichten gecontroleerd te worden door een hiertoe geaccrediteerde instantie.
7.
Indien er tijdens de onder het vierde en zesde lid, bedoelde controles onregelmatigheden ten aanzien van het weegwerktuig of de toetsgewichten geconstateerd worden, dan is de be- of verwerker gehouden tot onverwijld herstel van deze onregelmatigheden.
8.
De be- of verwerker stelt de controleorganisatie onverwijld in het bezit van een afschrift van het kalibratierapport waaruit volgt dat geen onregelmatigheden zijn geconstateerd, dan wel dat eventueel geconstateerde onregelmatigheden zijn hersteld.
9.
De be- of verwerker is gehouden ervoor zorg te dragen, dat de weging ook overigens zodanig geschiedt, dat daardoor de vaststelling van het geslachte gewicht niet onjuist wordt beïnvloed.
10.
Indien bij de weging de twee karkashelften van eenzelfde slachtrund in één keer worden gewogen, is daarbij het door de afdrukinrichting afgedrukte gewicht bepalend.
11.
Indien bij de weging de twee karkashelften van eenzelfde slachtrund afzonderlijk worden gewogen, worden deze beide gewichten bij elkaar opgeteld tot één gewogen gewicht. Na vaststelling van dit gewicht kan voor zover nodig afronding van het gewicht plaatsvinden.
Artikel 12
tabel 2:
onderdeel vrouwelijke runderen mannelijke runderen
nier (per stuk) 0,2% 4,0%
staart 0,4% 5,0%
longhaas 0,4% 6,0%
halsslagader + vet 1,0% 7,5%
slotvet, oppervlakkig borstvet, vet rond de aarsopening, vet van de schaamnaad, zakvet en vet op de ribwand vetklasse 1: 2,8% vetklasse 2: 3,8% vetklasse 3: 4,8% vetklasse 4: 6,3% vetklasse 5: 7,3% vetklasse 1: 1,8% vetklasse 2: 2,8% vetklasse 3: 3,8% vetklasse 4: 5,3% vetklasse 5: 6,3%
1.
Indien de be- of verwerker het geslachte rund afdoucht, mag daarvoor geen gewichtsaftrek worden toegepast.
2.
Indien, ingevolge een beslissing op grond van het bepaalde bij of krachtens Verordening (EG) Nr. 854/2004, vóór de weging afkeuring en op grond daarvan afsnijding plaatsvindt van delen van het geslachte rund die niet zijn genoemd in artikel 10, eerste lid, is de be- of verwerker gehouden het vastgestelde dan wel geschatte gewicht van deze afgekeurde delen bij het gewicht van het geslachte rund op te tellen.
3.
a. Indien de in artikel 10, eerste lid, bedoelde delen niet mogen worden verwijderd als gevolg van een uitstel van goedkeuring op grond van een beslissing bij of krachtens Verordening (EG) Nr. 854/2004, mogen bedoelde delen na de goedkeuring alsnog worden verwijderd. Na de verwijdering van deze delen vindt de weging plaats.
b. Het op basis van onderdeel a., vastgestelde warm geslacht gewicht moet verhoogd worden met 2 %. In het geval van afkeuring van delen van het geslachte rund, als bedoeld in het tweede lid, is het gestelde in het tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
4.
In geval van reeds geclassificeerde runderen, is het in afwijking van het bepaalde in het derde lid, toegestaan voorafgaand aan de goedkeuring het vastgestelde gewicht - waarbij het niervet, de nieren, het slotvet, het oppervlakkig borstvet vanaf de navelinplant, vet rond de aarsopening, vet van de schaamnaad, zak- of uiervet, aangewassen vet aan de ribwand, vet rond de halsslagaders, de staart en de long haas zijn meegewogen - als volgt te verlagen:
5.
Indien een of meer van de in het vierde lid genoemde onderdelen niet zijn meegewogen op last van de nVWA, worden de in tabel 1 genoemde percentages, voor de verschillende onderdelen verminderd met de in tabel 2 genoemde percentages:
1.
De be- of verwerker, of de leverancier die in taakloon laat slachten dient af te rekenen op basis van het, met inachtneming van het gestelde in de artikelen 10, 11, tiende en elfde lid, en 12, bepaalde niet afgeronde gewicht,
a. verhoogd met 1 % van dat gewicht, als bijtelling voor elke wachtdag, indien het gestelde in artikel 9 niet is nagekomen, doch wel het gestelde in artikel 11, eerste lid. Een gedeelte van een dag geldt voor een volle dag;
b. verhoogd met 1 % van dat gewicht, indien het gestelde in artikel 11, eerste lid, niet is nagekomen, doch wel het gestelde in artikel 9;
c. verhoogd met 1 % van dat gewicht, als bijtelling voor elke wachtdag en verhoogd met 1 % van dat gewicht, indien het gestelde in de artikelen 9 en 11, eerste lid, niet is nagekomen. Een gedeelte van een dag geldt voor een volle dag.
2.
Indien de slacht na de dag van aanvoer plaatsvindt buiten de schuld en risico van de be- of verwerker, daar vereiste documenten niet tijdig zijn meegeleverd, is deze gerechtigd de in het eerste lid, onder a., bepaalde correctie niet toe te passen.
3.
Bij de afrekening ter zake van het volgens het gestelde in het eerste lid verkregen gewicht, is het de be- of verwerker niet toegestaan af te ronden, tenzij de be- of verwerker delen van kilogrammen naar boven afrondt, indien het eerste cijfer van het volgens het gestelde in het eerste lid verkregen gewicht achter de komma 5 of meer bedraagt, en naar beneden afrondt, indien dit cijfer minder dan 5 bedraagt.
1.
a. De be- of verwerker is gehouden bij de afrekening aan zijn leverancier onverwijld gewaarmerkte afschriften af te geven of te doen afgeven van het weegdocument en de gedagtekende factuur, die tezamen voldoen aan de in het tweede lid, gestelde eisen. Het weegdocument dient per leveranciers-UBN te zijn opgesteld. Indien van toepassing dient tevens het afkeurbewijs te worden overgelegd.
b. De verplichting als bedoeld onder a., voor zover dit betrekking heeft op het weegdocument, geldt eveneens indien de rundveehouder hierom verzoekt en het verzoek de be- of verwerker binnen 3 weken na de dag waarop de weging heeft plaatsgevonden heeft bereikt.
2.
a. De be- of verwerker, die zijn slachtrunderen inkoopt onder conditie van betaling per kilogram geslacht gewicht, dient de volgende gegevens op te nemen in de factuur: de naam en het adres van de leverancier, de naam en het adres van de slachtinrichting, de door het weegwerktuig afgedrukte datum der weging, de volledige identificatiecodes voor alle slachtrunderen, de classificatieresultaten, het uitbetaalgewicht en, indien van toepassing, het afkeurgewicht.
b. De be- of verwerker, die zijn slachtrunderen inkoopt onder conditie van betaling, anders dan per kilogram geslacht gewicht, dient de volgende gegevens op te nemen in de factuur: de naam en het adres van de leverancier, de naam en het adres van de slachtinrichting, de door het weegwerktuig afgedrukte datum der weging en de volledige identificatiecodes voor alle slachtrunderen.
3.
a. De leverancier is gehouden een gedagtekende factuur bij de afrekening aan zijn rundveehouder af te geven of te doen afgeven.
b. De leverancier van slachtrunderen, die zijn ingekocht onder conditie van betaling per kilogram geslacht gewicht, dient de volgende gegevens in de factuur op te nemen: de naam en het adres van de leverancier, de volledige identificatiecodes voor alle slachtrunderen, de classificatieresultaten, het uitbetaalgewicht en, indien van toepassing, het afkeurgewicht.
c. De leverancier van slachtrunderen, die zijn ingekocht onder conditie van betaling anders dan per kilogram geslacht gewicht, dient in de factuur de volgende gegevens op te nemen: de naam en het adres van de leverancier en de volledige identificatiecodes voor alle slachtrunderen.
4.
De leverancier die slachtrunderen aanlevert bij de be- of verwerker is gehouden de van de be- of verwerker ontvangen gegevens of bescheiden in ongewijzigde vorm aan de rundveehouder ter beschikking te stellen.
5.
De be- of verwerker en de leverancier vermelden op de factuur de kosten van de controle op de naleving van het bepaalde in deze verordening, de kosten van de classificatie en de betrokken heffingen door of vanwege het productschap opgelegd.
6.
Bedragen als bedoeld in het vorige lid die niet op de factuur worden vermeld, mogen niet worden doorberekend.
7.
Het is niet toegestaan om de administratieve kosten, die het gevolg zijn van een nabetaling naar aanleiding van controles, door te berekenen aan de leverancier.
1.
De be- of verwerker is gerechtigd en gehouden op weegdocumenten, voor zover deze aan de leverancier worden afgegeven, op bonnen en facturen of anderszins de aanduiding "P.V.V.-regeling slachtrunderen" te vermelden of te doen vermelden; tevens is hij gerechtigd en gehouden een beeldmerk, als bedoeld in het "Reglement op het gebruik van een collectief merk slachtrunderen" te bezigen.
2.
Het is de be- of verwerker niet toegestaan op weegdocumenten, bonnen, facturen of anderszins, enige aanduiding van gelijke strekking als de aanduiding, bedoeld in het eerste lid, te vermelden of te doen vermelden.
3.
Ingeval van overtreding van bepalingen uit deze verordening kan de voorzitter een be- of verwerker het recht als bedoeld in het eerste lid ontnemen. De verplichting als daar bedoeld wordt dan tot een nader te bepalen tijdstip opgeschort.
1.
Iedere be- of verwerker is gehouden er voor zorg te dragen dat, met inachtneming van het in deze verordening bepaalde, alle slachtrunderen direct na de slachting en uiterlijk binnen 60 minuten na het begin van het slachtproces administratief en technisch geclassificeerd worden door de classificatieorganisatie.
2.
Op verzoek van de be- of verwerker verricht de classificatieorganisatie een classificatie naar vleeskleur. De be- of verwerker van runderen A geeft aan de classificatieorganisatie aan of het gaat om rosé kalveren of blanke kalveren.
3.
De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet voor zover door de Europese Commissie een vrijstelling van de verplichtingen inzake de classificatie van slachtrunderen is gegeven.
4.
De classificatie wordt namens het bestuur uitgevoerd door een classificatieorganisatie die door het bestuur bij besluit is aangewezen.
1.
De be- of verwerker is gehouden de geplande tijden van slachting aan de classificatieorganisatie te melden.
2.
De be- of verwerker die zowel runderen A als runderen B slacht, is gehouden per categorie aaneengesloten te slachten en tijdig voorafgaand aan het slachten bij de classificatieorganisatie te melden welke categorie runderen hij gaat slachten. Bij elke overschakeling op de andere categorie runderen is de be- of verwerker gehouden tijdig voorafgaand aan het slachten van de betreffende runderen de wijziging bij de classificatieorganisatie te melden.
3.
De be- of verwerker is gehouden een geschikte kantoorruimte aan de classificatieorganisatie ter beschikking te stellen, ten behoeve van de door hen in het kader van deze verordening te verrichten administratieve werkzaamheden.
4.
De be- of verwerker is gehouden zorg te dragen voor zodanige arbeidsomstandigheden dat de classificateur zijn werkzaamheden goed kan verrichten.
1.
De be- of verwerker is gehouden tot betaling van de kosten die voortvloeien uit de dienstverlening door de classificatieorganisatie.
2.
De be- of verwerker berekent de in het eerste lid bedoelde kosten door aan zijn leverancier.
Artikel 19
De voorzitter sluit met de classificatieorganisatie een overeenkomst voor de te verrichten werkzaamheden.
1.
De be- of verwerker is gehouden ervoor zorg te dragen dat elk slachtrund direct na de technische en administratieve classificatie, met in achtneming van het bepaalde in artikel 21, voorzien wordt van een classificatiemerk in de vorm van een stempel aangevende de administratieve kwaliteitsklasse waarin het slachtrund is ingedeeld, de leeftijdscategorie in het geval het runderen A betreft, of de categorie in het geval het runderen B betreft. Voor runderen A kan de be- of verwerker voor wat betreft de beoordeling van vetheid volstaan met de technische vetheidsklasse.
2.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, is het eveneens toegestaan gebruik te maken van een classificatiemerk in de vorm van een niet vervalsbaar, stevig hechtend, niet scheurbaar en goed leesbaar etiket van minimaal 50 cm 2 , ten minste aangevende de administratieve kwaliteitsklasse waarin het slachtrund is ingedeeld, de leeftijdscategorie in het geval het runderen A betreft, of de categorie in het geval het runderen B betreft, het nummer van de EG-erkenning van de slachtinrichting, de identificatie, de slachtdatum en het gewicht van het slachtrund.
3.
De onderklassen van technische kwaliteitsklassen en in voorkomend geval de onderverdelingen van categorieën mogen niet op een dusdanige wijze met de voor de verdeling van de hoofdklassen gebruikte tekens worden aangegeven dat daardoor verwarring kan bestaan over het onderscheid tussen onderklassen en hoofdklassen.
4.
Het bestuur stelt de classificatiemerken als bedoeld in het eerste en tweede lid vast. Tevens kan het bestuur nadere voorschriften vaststellen betreffende de aanbrenging van deze classificatiemerken.
1.
De be- of verwerker is gehouden er voor zorg te dragen dat het aanbrengen van classificatiemerken geschiedt door de classificateur dan wel onder toezicht van en overeenkomstig de instructies van de classificatieorganisatie.
2.
Voor runderen A dient het classificatiemerk te worden aangebracht op elk voor- en achterspan.
3.
Voor runderen B dient het classificatiemerk te worden aangebracht op de buitenzijde van het karkas en wel op elke achtervoet op het lendestuk ter hoogte van de vierde lendewervel en op elke voorvoet op de puntborst op ongeveer 10 tot 30 cm van de sternumspleet.
4.
Het is niet toegestaan om op enig andere wijze dan in de voorgaande leden is voorzien classificatiemerken op het slachtrund aan te brengen of te doen aanbrengen.
1.
Het is niet toegestaan aangebrachte classificatiemerken te vervalsen, geheel of gedeeltelijk te verwijderen, te veranderen of onleesbaar te maken dan wel enige andere handeling te verrichten, waardoor deze niet meer als zodanig kunnen worden onderkend voordat de voor- of achtervoeten voor runderen 8, dan wel het voor- of achterspan van runderen A, worden uitgebeend. Ook is het niet toegestaan deze handelingen te doen verrichten.
2.
Onverminderd het bepaalde bij of krachtens enig ander wettelijk voorschrift gelden de in het eerste lid gestelde verbodsbepalingen niet voor de classificateur ten aanzien van een door hem aangebracht classificatiemerk, dat niet de juiste categorie of classificatieresultaten aangeeft, indien en voor zover hij daarvoor in de plaats tevens ter correctie een juist classificatie merk aanbrengt.
1.
Met uitzondering van de classificatieorganisatie is het eenieder verboden de voor de aanbrenging van classificatiemerken bestemde werktuigen te gebruiken.
2.
Onverminderd het bepaalde bij of krachtens enig ander wettelijk voorschrift geldt het in het eerste lid bepaalde niet voor de be- of verwerker die deze werktuigen onder toezicht van de classificatieorganisatie gebruikt.
1.
De classificateur vermeldt per slachtdag op een classificatielijst de leeftijdscategorieën in het geval het runderen A betreft, de categorieën in het geval het runderen 8 betreft en de classificatieresultaten. Een afschrift hiervan wordt verstrekt aan de be- of verwerker. De classificatielijst bevat ten minste:
a. de naam en adres van de be- of verwerker en van de slachtplaats;
b. de naam en handtekening van de classificateur;
c. per geclassificeerd slachtrund:-
de identificatiecode;-
de identificatiecode;-
de technische en, voor zover van toepassing, de administratieve kwaliteitsklasse;-
de leeftijdscategorie indien het betreft een rund A;-
het gewicht;-
de vleeskleurklasse, voor zover toepassing is gegeven aan artikel 16, lid 3.
2.
De be- of verwerker is gehouden per geslacht slachtrund de technische kwaliteitsklasse, de leeftijdscategorie in het geval het runderen A betreft, of de categorie in het geval het runderen 8 betreft en het gewicht aan het productschap te melden. Voor zover van toepassing dienen eveneens de administratieve kwaliteitsklasse en de vleeskleurklasse aan het productschap te worden gemeld. Het bestuur stelt hiervoor bij besluit nadere voorschriften vast.
3.
De be- of verwerker is gehouden te controleren of de gegevens van de classificatielijst overeenstemmen met de in de eigen administratie vast te leggen gegevens. Ingeval verschillen worden geconstateerd is de be- of verwerker gehouden hierover in contact te treden met de classificatieorganisatie. Indien van het laatste niet is gebleken, wordt aan de classificatielijst doorslaggevend belang toegekend.
1.
Het is niet toegestaan op enigerlei wijze gegevens te verstrekken of aanduidingen te bezigen, de aanduidingen S, E, U, R, O, P, daaronder begrepen, welke kennelijk beogen kenbaar te maken dat de slachtrunderen of het vlees daarvan ingedeeld is in kwaliteitsklassen conform het in deze verordening bepaalde. Deze verbodsbepaling geldt niet voor de be- of verwerker die de classificatie heeft doen verrichten overeenkomstig hetgeen bij of krachtens deze verordening is bepaald.
2.
De be- of verwerker is gehouden zijn leverancier per slachtrund, onder vermelding van de categorie, schriftelijk in kennis te stellen van de vastgestelde technische kwaliteitsklasse en, voor zover van toepassing, de vastgestelde administratieve kwaliteitsklasse van de door hem geleverde slachtrunderen. De be- of verwerker van runderen A is voor zover hij gebruik heeft gemaakt van artikel 16, lid 3, tevens gehouden zijn leverancier per slachtrund schriftelijk in kennis te stellen van de vleeskleurklasse van de door hem geleverde slachtrunderen. Deze vermelding dient te geschieden met gebruikmaking van de communautair voorgeschreven aanduidingen.
3.
De in het tweede lid bedoelde verplichting geldt niet voor zover het slachtrunderen betreft die zijn aangekocht tegen een bij de verhandeling vastgestelde stuksprijs, tenzij de leverancier vooraf, bij de totstandkoming van de koop, uitdrukkelijk om deze gegevens verzoekt.
1.
De be- of verwerker is gehouden een zodanige administratie te voeren, dat te allen tijde op eenvoudige wijze inzicht kan worden verkregen in de koopcondities van de betrokken slachtrunderen. Voor alle slachtrunderen dient deze administratie in ieder geval te bevatten, de namen en adressen van leveranciers, de identificatiecodes en de conditie waaronder het desbetreffende slachtrund is gekocht.
2.
De be- of verwerker is gehouden een door de betrokken classificateur gedagtekende en voor akkoord getekende of geparafeerde classificatielijst als bedoeld in artikel 21, eerste lid, welke ten minste de voorgeschreven gegevens bevat, gedurende ten minste één jaar op overzichtelijke wijze te bewaren.
3.
De be- of verwerker en de leverancier zijn gehouden er voor zorg te dragen dat van elk weegdocument en elke factuur een gelijkluidend afschrift op overzichtelijke wijze gedurende ten minste één jaar wordt bewaard.
4.
De leverancier is gehouden een zodanige administratie te voeren, dat te allen tijde op eenvoudige wijze inzicht kan worden verkregen in de koopcondities van de betrokken slachtrunderen. Voor alle slachtrunderen dient deze administratie te bevatten de namen en adressen van rundveehouders en de volledige identificatiecodes.
5.
Het productschap is gerechtigd de in het kader van de naleving van deze verordening gevoerde administratie te onderzoeken of te doen onderzoeken op juistheid en volledigheid.
1.
Ten aanzien van de verplichtingen die voortvloeien uit het bepaalde in deze verordening worden namens het productschap controles uitgeoefend door de controleorganisatie die hiervoor door het bestuur bij besluit is aangewezen.
2.
De be- of verwerker draagt zorg voor het inschakelen van de controleorganisatie als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot de dagelijkse controle op de slachting en weging in de slachterijen.
3.
Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de administratieve controles waarin de verordening voorziet.
4.
De be- of verwerker draagt er zorg voor dat de resultaten van de controle ten spoedigste in handen van de voorzitter worden gesteld.
Artikel 28
Het bepaalde in de artikelen 17 en 18 is op overeenkomstige wijze van toepassing ten aanzien van de controleorganisatie, onderscheidenlijk de controleur.
1.
Het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt namens het productschap uitgeoefend door toezichthouders die hiervoor door het bestuur bij besluit zijn aangewezen.
2.
Ondernemers zijn gehouden de in het eerste lid bedoelde toezichthouders:
a. al die gegevens te verstrekken of te doen verstrekken, die nodig worden geacht voor de vervulling van hun taak;
b. inzage te geven of te doen geven in de boeken en bescheiden, die nodig zijn voor de vervulling van hun taak. Hiertoe moeten onder andere worden gerekend die boeken en bescheiden waaruit de inkoopconditie per ingekocht slachtrund blijkt;
c. te allen tijde toegang te geven of te doen geven tot hun bedrijfsruimten en vervoermiddelen, waar dan wel waarin voorraden, tot het bedrijf van de ondernemer behorende, zijn opgeslagen dan wel worden vervoerd;
d. toe te staan om monsters nemen uit de voorraden, waaronder begrepen verpakkingsmateriaal, van het bedrijf van de ondernemer, ongeacht de plaats waar of waarin zich die voorraden bevinden. De ondernemer zal alsdan de van hem gevorderde medewerking verlenen overeenkomstig de aanwijzingen van de toezichthouder en de controleur;
e. voor het overige alle medewerking te verlenen ter vervulling van de aan hun opgedragen taak.
3.
De in het eerste lid bedoelde toezichthouders zijn bevoegd berechtingsrapporten op te maken ten behoeve van tuchtrechtelijke afhandeling van overtredingen van het bij of krachtens deze verordening bepaalde.
Artikel 30
Op overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening worden tuchtrechtelijke maatregelen gesteld zoals voorzien in de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 .
Artikel 31
De bij of krachtens deze verordening gestelde regelen zijn bindend voor:
a. de natuurlijke- en rechtspersonen die de ondernemingen drijven waarvoor het productschap is ingesteld en de bij die ondernemingen werkzame personen, en
b. andere dan de onder a, bedoelde natuurlijke- en rechtspersonen, voor zover deze handelingen verrichten die bedrijfsmatig in de aldaar bedoelde ondernemingen plegen te worden verricht.
1.
De door het productschap uit hoofde van deze verordening verkregen gegevens omtrent ondernemingen worden in handen gesteld van de voorzitter. De gegevens worden, behoudens aan personeelsleden van het secretariaat van het productschap, alsmede ten behoeve van de handhaving van het bepaalde in deze verordening, niet verder bekend gemaakt.
2.
De door de voorzitter aangewezen dienst of personen dient respectievelijk dienen, ter bescherming van de privacy van de ondernemer, vertrouwelijk en op verantwoorde wijze om te gaan met de uit hoofde van het toezicht verkregen gegevens.
1.
De voorzitter kan namens het bestuur in uitzonderlijke gevallen en voor zo ver het doel van de verordening zich daartegen niet verzet, vrijstelling of op aanvraag ontheffing verlenen van de verplichtingen bedoeld in de artikelen 5, 7, 10, 12 en 13.
2.
Aan een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het eerste lid kunnen voorschriften of voorwaarden worden verbonden.
3.
Een verleende ontheffing als bedoeld in het eerste lid kan te allen tijde door de voorzitter worden ingetrokken.
4.
De bij of krachtens Verordening slachting, weging en classificatie slachtrunderen 2008 verleende en van kracht zijnde ontheffingen, worden geacht te zijn verleend bij of krachtens deze verordening.
1.
De Verordening slachting, weging en classificatie slachtrunderen (PVV) 2008 wordt ingetrokken.
2.
De Verordening slachting, weging en classificatie slachtrunderen (PVV) 2008 blijft van toepassing op overtredingen die zijn begaan vóór de inwerkingtreding van deze verordening.
1.
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening slachting, weging en classificatie slachtrunderen (PVV) 2011.
2.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dag van dagtekening van het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin zij wordt geplaatst.
Zoetermeer, 26 oktober 2011
voorzitter
secretaris