Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Verordening slachting, weging en classificatie slachtrunderen (PVV) 2008
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. : Algemeen
+ Hoofdstuk 2. : Identificatie van slachtrunderen
+ Hoofdstuk 3. : Tijdstip van aanvoer van runderen A
+ Hoofdstuk 4. : Gewichtsvaststelling en slachting van runderen A
+ Hoofdstuk 5. : Tijdstip van aanvoer van runderen B
+ Hoofdstuk 6. : Gewichtsvaststelling en slachting van runderen B
+ Hoofdstuk 7. : Bepalingen ingeval runderen B gekocht worden onder conditie van betaling per kg geslacht gewicht
+ Hoofdstuk 8. : Deelnemingsaanduiding voor runderen A en B
+ Hoofdstuk 9. : Classificatie runderen A en B
+ Hoofdstuk 10. : Administratie runderen A en B
+ Hoofdstuk 11. : Toezicht en handhaving
+ Hoofdstuk 12. : Bijzondere bepalingen
+ Hoofdstuk 13. : Overgangs- en slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 25 december 2011. U leest nu de tekst die gold op 24 december 2011.

Verordening slachting, weging en classificatie slachtrunderen (PVV) 2008

Verordening van het Productschap Vee en Vlees van 12 maart 2008, houdende voorschriften betreffende de slachting, weging en classificatie van slachtrunderen (Verordening slachting, weging en classificatie slachtrunderen (PVV) 2008)
Het bestuur van het Productschap Vee en Vlees,
Gelet op de artikelen 93, eerste lid, 95, 102 en 104 van de Wet op de bedrijfsorganisatie, de artikelen 10 en 11 van het Instellingsbesluit Productschap Vee en Vlees, de Verordening (EG) Nr 1183/2006 van de Raad van 24 juli 2006 tot vaststelling van het communautaire indelingsschema voor geslachte volwassen runderen (PbEU L 214), de Verordening (EEG) Nr. 1186/90 van de Raad van 7 mei 1990 tot uitbreiding van de werkingssfeer van het communautaire indelingsschema voor geslachte volwassen runderen (PbEG L 119) en de Verordening (EEG) Nr. 344/91 van de Commissie van 13 februari 1991 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) Nr. 1186/90 van de Raad tot uitbreiding van de werkingssfeer van het communautaire indelingsschema voor geslachte volwassen runderen (PbEG L 41), Verordening (EG) Nr. 700/2007 van de Raad van 11 juni 2007 inzake de afzet van vlees van runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden (PbEG L 161)
Besluit:
1.
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt verstaan onder:
2.
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt onder het slachten en het wegen tevens geacht te zijn begrepen, het doen verrichten van deze handelingen.
Artikel 2
a. de grossier : degene die voor eigen rekening en risico slachtrunderen door de be- of verwerker in taakloon laat slachten;
b. de handelaar : degene die zich, voor eigen rekening en risico, bezighoudt met de in- en verkoop van runderen van en aan de rundveehouder, een andere handelaar of de be- of verwerker;
c. de commissionair : degene die zich in opdracht van een derde en niet voor eigen rekening en risico, bezighoudt met de in- en verkoop van runderen.
1.
Deze verordening, daarvan uitgezonderd artikel 26, eerste lid, is niet van toepassing op de be- of verwerker die in het voorafgaande kalenderjaar gemiddeld op jaarbasis niet meer dan 75 slachtingen per week heeft verricht.
2.
Voor de toepassing van deze verordening wordt onder leverancier, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel l, verstaan:
1.
Onverminderd het bepaalde in de Regeling identificatie en registratie van dieren is de be- of verwerker verplicht er op toe te zien dat alle slachtrunderen, bij aanvoer, geïdentificeerd zijn met een merk. Indien slachtrunderen worden afgeleverd zonder merk, dient de be- of verwerker er direct voor zorg te dragen dat deze slachtrunderen worden geïdentificeerd met een merk, waarmee de relatie tussen de aangevoerde slachtrunderen en de leverancier of rundveehouder wordt vastgelegd.
2.
De be- of verwerker is verplicht ervoor zorg te dragen dat van het in het eerste lid bedoelde tijdstip tot en met het tijdstip van de classificatie en de weging de identificatie van het slachtrund gewaarborgd blijft.
1.
De be- of verwerker is verplicht jaarlijks aan het productschap te melden welke categorie runderen, A of B, dan wel beide, hij slacht.
2.
De be- of verwerker die zowel runderen A als runderen B slacht, is verplicht per categorie aaneengesloten te slachten en tijdig voorafgaand aan het slachten bij de toezichthoudende instantie te melden welke categorie runderen hij gaat slachten. Bij elke overschakeling op de andere categorie runderen is de be- of verwerker verplicht tijdig voorafgaand aan het slachten van de betreffende runderen de wijziging te melden bij de toezichthoudende instantie en classificatieorganisatie.
Artikel 5
De be- of verwerker is verplicht op de werkdag voorafgaande aan de dag van slachting een aanvoerschema voor die dag van slachting voorhanden te hebben, dat per leverancier de dag, de geplande tijd van aankomst en het aantal slachtrunderen bevat.
1.
De be- of verwerker is verplicht zorg te dragen voor de vervaardiging van formulieren waarop per leverancier de datum en het tijdstip van lossen van de aangevoerde slachtrunderen, door middel van een registrerende tijdklok, wordt afgestempeld.
2.
De in het vorige lid genoemde formulieren dienen tevens de naam van be- of verwerker, de naam van de desbetreffende leverancier, het aantal aangevoerde slachtrunderen en de identificatiecodes van de desbetreffende slachtrunderen te bevatten.
3.
De be- of verwerker is verplicht ervoor te zorgen dat één exemplaar van die formulieren uiterlijk gelijktijdig met het in artikel 11 bedoelde weegdocument ter beschikking komt van de leverancier.
Artikel 7
Indien wordt afgerekend op basis van werkelijk levend gewicht, moeten de volgende voorschriften in acht worden genomen:
a. De be- of verwerker is verplicht de weging van de desbetreffende op zijn bedrijf aangevoerde slachtrunderen in volgorde van aankomst en uiterlijk binnen 1½ uur na het, overeenkomstig het in artikel 6, eerste lid, vermelde werkelijke tijdstip van lossen te doen plaatsvinden.
b. Bij de weging moet gebruik worden gemaakt van een krachtens de Metrologiewet (Stb. 2006, 137) goedgekeurd weegwerktuig, voorzien van een schaalverdeling met een afleeseenheid van ten hoogste 500 gram en van een automatische bediende, afdrukinrichting met een afdrukeenheid van ten hoogste 500 gram – waarbij die afdrukinrichting per individuele weging het tijdstip in minuten en uren, de datum der weging en het merk of volgnummer moet afdrukken – terwijl het weegwerktuig in ledige toestand de nulstand moet aangeven. De afwijking van het weegwerktuig, inclusief die van de afdrukinrichting mag niet meer bedragen dan één afleeseenheid.
c. In een frequentie van ten minste eenmaal per drie jaar dienen het weegwerktuig en de toetsgewichten gecontroleerd te worden door een daartoe erkende instantie.
d. Indien er tijdens de controle van de toetsgewichten een afwijking geconstateerd wordt, dienen de toetsgewichten op het juiste gewicht gebracht te worden.
e. Het is de be- of verwerker die slachtrunderen weegt of toestaat dat slachtrunderen op zijn bedrijf worden gewogen, verboden enigerlei handeling te verrichten, waardoor het gewicht van de te wegen slachtrunderen kan verminderen.
Artikel 8
Indien wordt afgerekend op basis van geslacht gewicht, moeten de volgende voorschriften in acht worden genomen:
1.
De be- of verwerker is verplicht de weging van alle op zijn bedrijf aangevoerde slachtrunderen in volgorde van aankomst en uiterlijk binnen 4 uur na het tijdstip van lossen, met inachtneming van het in de volgende leden bepaalde, te doen plaatsvinden.
2.
a. De be- of verwerker is verplicht om voorafgaand aan de weging van het geslachte rund te verwijderen, de onderpoten afgesneden tussen het pijpbeen en het tarsaal respectievelijk het carpaal gewricht, de kop afgesneden langs de onderkaak en tussen het achterhoofdsbeen en de eerste halswervel, de halszwezerik, de huid, de prostaat, de pezerik, de milt, het aarseinde en het uiervet, het zakvet, het stuitvet en het vangvet, het hartzakje en de inhoud van de borst- en buikholte.
b. Onder de in het vorige onderdeel genoemde delen worden niet begrepen het longhaasje, de lever, de nieren en het niervet, het middenrif, het slotvet en de aorta voor zover vergroeid met de rugwervels.
c. De be- of verwerker is verplicht ervoor te zorgen, dat bij het verwijderen van in onderdeel a) bedoelde delen geen afsnijding van aangrenzend vlees of vet plaatsvindt. Hiervan is uitgezonderd het uiervet, dat mag worden verwijderd tot aan het buikzeen.
d. Indien ten gevolge van een beslissing op grond van het bij of krachtens Verordening (EG) Nr. 854/2004 bepaalde vóór de weging meer moet worden verwijderd dan op grond van het bepaalde in onderdeel a), b) en c) is toegestaan, is de be- of verwerker behoudens het in onderdeel e) bepaalde, verplicht het afgesneden gewicht van dat meerdere in aanmerking te nemen bij de vaststelling van het gewicht.
e. Indien op grond van een afkeuring als bedoeld in onderdeel d), levers onderscheidenlijk nieren worden afgekeurd, dan wel levers onderscheidenlijk nieren om andere redenen niet worden meegewogen, moet het op het in artikel 11, bedoelde weegdocument afgedrukte gewicht worden vermeerderd met de door het bestuur vastgestelde correctiefactoren.
f. Indien door de toezichthoudende instantie geconstateerd is dat voor de weging meer wordt verwijderd dan op grond van het bepaalde in onderdeel a), b) en c), is toegestaan, is de be- of verwerker, onverminderd het bepaalde in onderdeel d) en e), verplicht op het warm geslacht gewicht een door de classificateur vastgestelde correctiefactor conform de door hem te geven aanwijzingen toe te passen. Indien door het bestuur op grond van het bepaalde in onderdeel g) voor bepaalde onderdelen correctiefactoren zijn vastgesteld, worden deze gehanteerd.
g. Het bestuur kan, voor andere onderdelen van het slachtrund dan genoemd in onderdeel e), bij besluit correctiefactoren vaststellen.
3.
De be- of verwerker is verplicht de geslachte slachtrunderen binnen 45 minuten na de eerste handeling die plaatsvindt nadat de slachthaak in het karkas gestoken is te wegen.
4.
Indien het in het derde lid gestelde voorschrift niet is nageleefd, moet de be- of verwerker het, overeenkomstig de bepalingen van dit artikel vastgestelde warm geslacht gewicht van het desbetreffende slachtrund, vermeerderen met 1 kg.
5.
a. Bij de weging moet gebruik worden gemaakt van een krachtens de Metrologiewet (Stb. 2006, 137) goedgekeurd weegwerktuig, voorzien van een schaalverdeling met een afleeseenheid van ten hoogste 200 gram en van een automatische bediende afdrukinrichting met een afdrukeenheid van ten hoogste 200 gram – waarbij die afdrukinrichting per individuele weging het tijdstip in minuten en uren, de datum der weging en het individuele merk of het volgnummer moet afdrukken – terwijl het weegwerktuig met de haak tezamen in ledige toestand de nulstand moet aangeven. De gebruikte haken moeten van hetzelfde gewicht zijn. De afwijking van het weegwerktuig, inclusief die van de afdrukinrichting mag niet meer bedragen dan één afleeseenheid.
b. De be- of verwerker is verplicht om, ten behoeve van herweging door de toezichthoudende instantie, te beschikken over een voorziening om de slachtrunderen na het tijdstip van weging en voor de koeling uit te railen. Van het voor herweging aangewezen slachtrund mag tot na de herweging niets worden afgesneden.
c. In een frequentie van ten minste eenmaal per drie jaar dienen het weegwerktuig en de toetsgewichten gecontroleerd te worden door een daartoe erkende instantie.
d. Indien er tijdens de controle van de toetsgewichten een afwijking geconstateerd wordt, dienen de toetsgewichten op het juiste gewicht gebracht te worden.
6.
Voor de weging mogen op generlei wijze methoden dan wel technieken worden toegepast, ten gevolge waarvan een meer dan normale verlaging van het karkasgewicht anders dan via het natuurlijke verdampingsproces zou kunnen worden gerealiseerd.
7.
Het is de be- of verwerker die slachtrunderen geslacht weegt, onverlet het in deze verordening bepaalde, verboden enigerlei handeling te verrichten waardoor het gewicht van de te wegen slachtrunderen kan verminderen.
8.
Ter verkrijging van het koud geslacht gewicht geldt voor ieder geslacht slachtrund afzonderlijk, dan wel voor ieder per leverancier geleverd koppel, dat:
a. bij de afrekening ter zake van het overeenkomstig het in de voorgaande leden bepaalde gewicht geen administratieve afronding mag plaatsvinden;
b. op het gewicht, dat met inachtneming van het in onderdeel a, bepaalde is vastgesteld, een korting van 2% wordt toegepast.
1.
Indien de aanvoer van slachtrunderen later plaatsvindt dan volgt uit het aanvoerschema als bedoeld in artikel 5, is de be- of verwerker verplicht de slachting niet later dan op het einde van de in dat lid bedoelde werkdag te laten plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is dient de slacht bij voorrang uiterlijk op de eerstvolgende werkdag te geschieden.
2.
Indien de slachting niet meer plaats kan vinden op de dag van aanvoer, is de be- of verwerker verplicht de leverancier hiervan onverwijld telefonisch in kennis te stellen.
3.
De be- of verwerker is verplicht, indien de slachting zal plaatsvinden op de eerstvolgende werkdag als in het eerste lid bedoeld, de slachtrunderen op verantwoorde wijze te voederen.
4.
In het in het derde lid bedoelde geval worden, in afwijking van de in artikel 8, achtste lid bedoelde korting, de navolgende gewichtscorrecties toegepast:
a. indien de slachting na de dag van aanvoer plaatsvindt buiten de schuld en het risico van de be- of verwerker is deze gerechtigd het overeenkomstig het bepaalde in artikel 8 vastgestelde gewicht te verminderen met 1 kg per slachtrund;
b. indien de slachting na de dag van aanvoer plaatsvindt buiten de schuld en het risico van de leverancier is de be- of verwerker verplicht het overeenkomstig het bepaalde in artikel 8 vastgestelde gewicht te verhogen met 1 kg per slachtrund. Indien de leverancier door de be- of verwerker in taakloon laat slachten, gaat de onderhavige verplichting van de be- of verwerker over op de leverancier.
Artikel 10
De be- of verwerker is verplicht een aantal van een geldig ijkmerk voorziene toetsgewichten van 20 en 25 kg bij de weegwerktuigen, als bedoeld in de artikelen 7, onderdeel b) en 8, vijfde lid, beschikbaar te hebben tot een totaalgewicht van tenminste 250 kg.
1.
De be- of verwerker is verplicht binnen één week na de weging aan de leverancier af te geven ofte doen afgeven een weegdocument, vermeldende zijn naam en adres, de door het weegwerktuig afgedrukte datum, het tijdstip van de weging, per slachtrund de identificatiecode en per slachtrund het, met inachtneming van het in de artikelen 7 en 8 gestelde, bepaalde gewicht;
2.
De be- of verwerker is verplicht, indien toepassing is gegeven aan het in artikel 8, tweede lid, onderdeel e, bepaalde, op het in het eerste lid bedoelde weegdocument het aldaar bedoelde gewicht van de afgekeurde organen onderscheidenlijk van de om andere redenen niet meegewogen organen per geslacht rund afzonderlijk aan te geven.
3.
Het is de be- of verwerker verboden blanco of gedeeltelijk ingevulde weegdocumenten af te geven of te doen afgeven.
4.
De be- of verwerker, of in voorkomend geval de leverancier, vermeldt de kosten van het toezicht op de naleving van het bepaalde in deze verordening, alsmede de betrokken heffingen door of vanwege het productschap opgelegd, afzonderlijk dan wel tezamen op de factuur ten behoeve van de leverancier.
5.
Bedragen als bedoeld in het vorige lid die niet op de aldaar beschreven wijze op de factuur worden vermeld, mogen niet worden doorberekend.
6.
De be- of verwerker is verplicht aan de betrokken leverancier en aan de betrokken rundveehouder na verzoek daartoe, onverwijld een gewaarmerkt afschrift van de in het eerste lid, bedoelde bescheiden af te geven ofte doen afgeven mits het verzoek hem daartoe binnen 3 weken na de dag waarop de weging heeft plaatsgevonden, heeft bereikt.
1.
De slachting van de slachtrunderen moet geschieden:
a. indien zij vóór 12.00 uur op het terrein van de slachtinrichting zijn aangevoerd, op de dag waarop zij zijn aangevoerd, tenzij van tevoren anders met de leverancier is overeengekomen en dit tevoren schriftelijk bij de toezichthouder is gemeld.
b. indien zij na 12.00 uur op het terrein van de slachtinrichting zijn aangevoerd, zo spoedig mogelijk na dit tijdstip, doch bij voorrang uiterlijk vóór 12.00 uur op de eerstvolgende werkdag, tenzij van tevoren anders met de leverancier is overeengekomen en dit tevoren bij de toezichthouder is gemeld.
2.
De be- of verwerker is verplicht per leverancier het tijdstip van de aanvoer van de slachtrunderen in zijn administratie vast te leggen, onder vermelding van de betrokken identificatiecodes.
1.
Het is de be- of verwerker verboden vóór de weging delen van het geslachte rund te verwijderen, tenzij het betreft de navolgende delen:
de onderpoten – afgescheiden tussen het pijpbeen en het tarsaal – respectievelijk carpaal gewricht, de kop met tong afgesneden langs de onderkaak en tussen het achterhoofdsbeen en de eerste halswervel, de huid, de organen van de borst- en buikholte met inbegrip van het zoomvet, het hartzakje, het ruggenmerg, de geslachtsorganen van het mannelijk slachtrund, de uier, de halsslagaderen, de zwezerik, het niervet, de nieren, het slotvet, het oppervlakkig borstvet vanaf de navelinplant, het vet rond de aarsopening, het vet van de schaamnaad, het zak- of uiervet, het aangewassen vet aan de ribwand, het vet rond de halsslagaders, de staart en de longhaas.
2.
De be- of verwerker is verplicht ervoor zorg te dragen, dat bij het verwijderen of afsnijden van de in het eerste lid bedoelde delen, de afsnijdingen van vlees of vet zo gering mogelijk zijn.
3.
Het bepaalde in het eerste lid geldt niet indien en voor zover, ingevolge een beslissing op grond van het bepaalde bij of krachtens Verordening (EG) Nr. 854/2004, vóór de weging afkeuring en deswege afsnijding plaatsvindt van delen die niet zijn genoemd in het eerste lid.
4.
Onverminderd de overige, bij of krachtens deze verordening, gestelde bepalingen, is het de be- of verwerker, die slachtrunderen weegt of toestaat dat slachtrunderen op zijn bedrijf worden gewogen, verboden enigerlei handeling te verrichten, waardoor het gewicht van de te wegen slachtrunderen kan verminderen.
Artikel 14
De be- of verwerker is verplicht de geslachte slachtrunderen binnen 45 minuten na de eerste handeling die plaatsvindt nadat de slachthaak in het karkas gestoken is te wegen, behoudens het bepaalde in artikel 15, derde lid.
Artikel 15
tabel 2:
onderdeel vrouwelijke runderen mannelijke runderen
nier (per stuk) 0,2% 0,2%
staart 0,4% 0,4%
longhaas 0,4% 0,4%
halsslagader + vet 1,0% 1,0%
slotvet, oppervlakkig borstvet, vet rond de aarsopening, vet van de schaamnaad, zakvet en vet op de ribwand vetklasse 1: 2,8% vetklasse 2: 3,8% vetklasse 3: 4,8% vetklasse 4: 6,3% vetklasse 5: 7,3% vetklasse 1:1,8% vetklasse 2:2,8% vetklasse 3:3,8% vetklasse 4:5,3% vetklasse 5:6,3%
1.
Indien de be- of verwerker het geslachte rund afdoucht, mag daarvoor geen gewichtsaftrek worden toegepast.
2.
Indien, ingevolge een beslissing op grond van het bepaalde bij of krachtens Verordening (EG) Nr. 854/2004, vóór de weging afkeuring en op grond daarvan afsnijding plaatsvindt van delen van het geslachte rund die niet zijn genoemd in artikel 13, eerste lid, is de be- of verwerker verplicht het vastgestelde dan wel geschatte gewicht van deze afgekeurde delen bij het gewicht van het geslachte rund op te tellen.
3.
a. Indien de in artikel 13, eerste lid, bedoelde delen niet mogen worden verwijderd als gevolg van een uitstel van goedkeuring op grond van een beslissing bij of krachtens Verordening (EG) Nr. 854/2004, mogen bedoelde delen na de goedkeuring alsnog worden verwijderd. Na de verwijdering van deze delen vindt de weging plaats.
b. Het op basis van onderdeel a) vastgestelde warm geslacht gewicht moet verhoogd worden met 2%. In het geval van afkeuring van delen van het geslachte rund, als bedoeld in het tweede lid, is het gestelde in het tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
4.
In geval van reeds geclassificeerde runderen, is het in afwijking van het bepaalde in het derde lid, toegestaan voorafgaand aan de goedkeuring het vastgestelde gewicht – waarbij het niervet, de nieren, het slotvet, het oppervlakkig borstvet vanaf de navelinplant, vet rond de aarsopening, vet van de schaamnaad, zak- of uiervet, aangewassen vet aan de ribwand, vet rond de halsslagaders, de staart en de longhaas zijn meegewogen – als volgt te verlagen:
5.
Indien een of meer van de in het vierde lid genoemde onderdelen niet zijn meegewogen op last van de VWA, worden de in tabel 1 genoemde percentages, voor de verschillende onderdelen verminderd met de in tabel 2 genoemde percentages:
1.
Bij de weging moet gebruik worden gemaakt van een, krachtens de Metrologiewet (Stb. 2006, 137) goedgekeurd, weegwerktuig, voorzien van een schaalverdeling met een afleeseenheid van ten hoogste 200 gram, waarbij tevens de datum der weging en de identificatiecode moeten kunnen worden afgedrukt, alsmede van hulpwerktuigen, welke onderling van gelijk gewicht moeten zijn, terwijl het weegwerktuig met de hulpwerktuigen tezamen in ledige toestand, alsmede de afdrukinrichting, de nulstand moeten aangeven. De afwijking van het weegwerktuig, inclusief die van de afdrukinrichting mag niet meer bedragen dan één afleeseenheid.
2.
De be- of verwerker is verplicht ervoor zorg te dragen, dat de weging ook overigens zodanig geschiedt, dat daardoor de vaststelling van het geslachte gewicht niet onjuist wordt beïnvloed.
3.
Indien bij de weging de twee karkashelften van eenzelfde slachtrund in één keer worden gewogen, is daarbij het door de afdrukinrichting afgedrukte gewicht bepalend.
4.
Indien bij de weging de twee karkashelften van eenzelfde slachtrund afzonderlijk worden gewogen, worden deze beide gewichten bij elkaar opgeteld tot één gewogen gewicht. Na vaststelling van dit gewicht kan voor zover nodig afronding van het gewicht plaatsvinden.
5.
De be- of verwerker is verplicht om, ten behoeve van de controle van het weegwerktuig door de toezichthoudende instantie, een aantal van een geldig ijkmerk voorziene toetsgewichten van 20 en 25 kilogram bij het weegwerktuig voorhanden te hebben tot een totaalgewicht van tenminste 400 kilogram. Indien het wegen wordt uitgevoerd conform het gestelde in lid 4, is de be- of verwerker verplicht een aantal van een geldig ijkmerk voorziene toetsgewichten van 20 en 25 kilogram bij het weegwerktuig voorhanden te hebben tot een totaalgewicht van tenminste 200 kilogram.
6.
De be- of verwerker is verplicht om, ten behoeve van herweging door de toezichthoudende instantie, te beschikken over een voorziening om de slachtrunderen na het tijdstip van weging en voor de koeling uit te railen. Van het voor herweging aangewezen slachtrund mag tot na de herweging niets worden afgesneden.
7.
In een frequentie van ten minste eenmaal per drie jaar dienen het weegwerktuig en de toetsgewichten gecontroleerd te worden door een daartoe erkende instantie.
8.
Indien er tijdens de controle van de toetsgewichten een afwijking geconstateerd wordt, dienen de toetsgewichten op het juiste gewicht gebracht te worden.
1.
De be- of verwerker, of de leverancier die in taakloon laat slachten dient af te rekenen op basis van het, met inachtneming van het gestelde in de artikelen 13, 15 en 16, derde en vierde lid, bepaalde niet afgeronde gewicht,
a. verhoogd met 1% van dat gewicht, als bijtelling voor elke wachtdag, indien het gestelde in artikel 12 niet is nagekomen, doch wel het gestelde in artikel 14, eerste lid. Een gedeelte van een dag geldt voor een volle dag;
b. verhoogd met 1% van dat gewicht, indien het gestelde in artikel 14, eerste lid, niet is nagekomen, doch wel het gestelde in artikel 12;
c. verhoogd met 1% van dat gewicht, als bijtelling voor elke wachtdag en verhoogd met 1% van dat gewicht, indien het gestelde in de artikelen 12 en 14, eerste lid, niet is nagekomen. Een gedeelte van een dag geldt voor een volle dag.
2.
Bij de afrekening ter zake van het volgens het gestelde in het eerste lid verkregen gewicht, is het de be- of verwerker verboden af te ronden, tenzij de be- of verwerker delen van kilogrammen naar boven afrondt, indien het eerste cijfer van het volgens het gestelde in het eerste lid verkregen gewicht achter de komma 5 of meer bedraagt, en naar beneden afrondt, indien dit cijfer minder dan 5 bedraagt.
1.
De be- of verwerker is verplicht bij de afrekening aan zijn leverancier af te geven ofte doen afgeven een weegdocument en een gedagtekende factuur, die tezamen voldoen aan de in het tweede lid, gestelde eisen. Het weegdocument dient per leveranciers-UBN te zijn opgesteld.
2.
a. De be- of verwerker, die zijn slachtrunderen inkoopt onder conditie van betaling per kilogram geslacht gewicht, dient de volgende gegevens op te nemen in de factuur: de naam en het adres van de leverancier, de naam en het adres van de slachtinrichting, de door het weegwerktuig afgedrukte datum der weging, de volledige identificatiecodes voor alle slachtrunderen, de classificatieresultaten, het uitbetaalgewicht en, indien van toepassing, het afkeurgewicht.
b. De be- of verwerker, die zijn slachtrunderen inkoopt onder conditie van betaling, anders dan per kilogram geslacht gewicht, dient de volgende gegevens op te nemen in de factuur: de naam en het adres van de leverancier, de naam en het adres van de slachtinrichting, de door het weegwerktuig afgedrukte datum der weging en de volledige identificatiecodes voor alle slachtrunderen.
3.
De be- of verwerker is verplicht de betrokken leverancier onverwijld in het bezit te stellen van gewaarmerkte afschriften van de in het eerste lid, bedoelde bescheiden. Voor zover het betreft het weegdocument geldt deze verplichting eveneens ten opzichte van rundveehouder, mits het verzoek daartoe de be- of verwerker binnen 3 weken na de dag waarop de weging heeft plaatsgevonden heeft bereikt.
4.
a. De leverancier is verplicht een gedagtekende factuur bij de afrekening aan zijn rundveehouder af te geven ofte doen afgeven.
b. De be- of verwerker, die zijn slachtrunderen inkoopt onder conditie van betaling, anders dan per kilogram geslacht gewicht, dient de volgende gegevens op te nemen in de factuur: de naam en het adres van de leverancier, de naam en het adres van de slachtinrichting, de door het weegwerktuig afgedrukte datum der weging en de volledige identificatiecodes voor alle slachtrunderen.
5.
De leverancier die slachtrunderen aanlevert bij de be- of verwerker is verplicht de van de be- of verwerker ontvangen gegevens of bescheiden in ongewijzigde vorm aan de rundveehouder ter beschikking te stellen.
6.
De be- of verwerker, of in voorkomend geval de leverancier, dient de kosten van het toezicht op de naleving van het bepaalde in deze verordening, alsmede de betrokken heffing(en) door of vanwege het productschap opgelegd, afzonderlijk te vermelden op de factuur ten behoeve van de leverancier.
7.
Bedragen als bedoeld in het vorige lid die niet afzonderlijk op bedoelde factuur worden vermeld mogen niet worden doorberekend.
8.
Het is verboden om de administratieve kosten, die het gevolg zijn van een nabetaling naar aanleiding van controles, door te berekenen aan de leverancier.
1.
De be- of verwerker is gerechtigd en verplicht op weegdocumenten, voor zover deze aan de leverancier worden afgegeven, bonnen èn facturen of anderszins de aanduiding ‘P.V.V.-regeling slachtrunderen’ te vermelden ofte doen vermelden; tevens is hij gerechtigd en verplicht een beeldmerk, als bedoeld in het ‘Reglement op het gebruik van een collectief merk slachtrunderen’ te bezigen.
2.
Het is de be- of verwerker verboden op weegdocumenten, bonnen, facturen of anderszins, enige aanduiding van gelijke strekking als de aanduiding, bedoeld in het eerste lid, te vermelden ofte doen vermelden.
3.
Ingeval van overtreding van bepalingen uit deze verordening kan de voorzitter een be- of verwerker het recht als bedoeld in het eerste lid ontnemen. De verplichting als daar bedoeld wordt dan tot een nader te bepalen tijdstip opgeschort.
1.
De classificatie wordt namens het bestuur uitgevoerd door de classificatieorganisatie. De classificatieorganisatie wordt door het bestuur bij besluit aangewezen.
2.
Iedere be- of verwerker is verplicht er voor zorg te dragen dat, met inachtneming van het overige in deze verordening bepaalde, alle slachtrunderen direct na de slachting en uiterlijk binnen 60 minuten na het begin van het slachtproces administratief, technisch en naar leeftijd geclassificeerd worden door de classificatieorganisatie.
3.
Op verzoek van de be- of verwerker verricht de classificatieorganisatie een classificatie naar vleeskleur. De be- of verwerker van runderen A geeft aan de classificatieorganisatie aan om welke runderen A het gaat; rosé kalveren dan wel blanke kalveren.
4.
De in het tweede lid bedoelde verplichting geldt niet voor zover door de Europese Commissie een vrijstelling van de verplichtingen inzake de classificatie van slachtrunderen is gegeven.
1.
De be- of verwerker is verplicht ervoor zorg te dragen dat elk slachtrund direct na de technische en administratieve classificatie en het classificeren naar leeftijd, met in achtneming van het bepaalde in artikel 22, voorzien wordt van een classificatiemerk in de vorm van een stempel aangevende de technische kwaliteitsklasse waarin het slachtrund is ingedeeld, de leeftijdsklasse alsmede de categorie. Voor runderen A kan de be- of verwerker voor wat betreft de beoordeling van vetheid volstaan met de technische kwaliteitsklasse.
2.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het eveneens toegestaan gebruik te maken van een classificatiemerk in de vorm van een niet vervalsbaar, stevig hechtend, niet scheurbaar en goed leesbaar etiket van minimaal 5 cm bij 10 cm, ten minste aangevende de technische kwaliteitsklasse waarin het slachtrund is ingedeeld, alsmede de categorie, het nummer van de EG-erkenning van de slachtinrichting, de identificatie, de slachtdatum, het gewicht en de leeftijdsklasse van het slachtrund.
3.
De onderklassen van technische kwaliteitsklassen en in voorkomend geval de onderverdelingen van categorieën mogen niet op een dusdanige wijze met de voor de verdeling van de hoofdklassen gebruikte tekens worden aangegeven dat daardoor verwarring kan bestaan over het onderscheid tussen onderklassen en hoofdklassen.
4.
Het bestuur stelt de classificatiemerken als bedoeld in het eerste en tweede lid vast. Tevens kan het bestuur nadere voorschriften vaststellen betreffende de aanbrenging van deze classificatiemerken.
1.
De be- of verwerker is verplicht er voor zorg te dragen dat het aanbrengen van classificatiemerken geschiedt door de classificateur dan wel onder toezicht van en overeenkomstig de instructies van de classificatieorganisatie.
2.
Voor runderen A dient het classificatiemerk te worden aangebracht op elk voor- en achterspan.
3.
Voor runderen B dient het classificatiemerk te worden aangebracht op de buitenzijde van het karkas en wel op elk achtervoet op het lendestuk ter hoogte van de vierde lendewervel en op elke voorvoet op de puntborst op ongeveer 10 tot 30 cm van de sternumspleet.
4.
Het is verboden om op enig andere wijze dan in de voorgaande leden is voorzien classificatiemerken op het slachtrund aan te brengen of te doen aanbrengen.
1.
Het is verboden aangebrachte classificatiemerken te vervalsen, geheel of gedeeltelijk te verwijderen, te veranderen of onleesbaar te maken dan wel enige andere handeling te verrichten, waardoor deze niet meer als zodanig kunnen worden onderkend voordat de voor- of achtervoeten voor runderen B, dan wel het voor- of achterspan van runderen A, worden uitgebeend. Het is tevens verboden deze handelingen te doen verrichten.
2.
Onverminderd het bepaalde bij of krachtens enig ander wettelijk voorschrift gelden de in het eerste lid gestelde verbodsbepalingen niet voor de classificateur ten aanzien van een door hem aangebracht classificatiemerk, dat niet de juiste categorie of classificatieresultaten aangeeft, indien en voor zover hij daarvoor in de plaats tevens ter correctie een juist classificatiemerk aanbrengt.
1.
Het is verboden classificatiemerken, alsmede voor de aanbrenging van classificatiemerken bestemde dan wel geschikte werktuigen voorhanden of in voorraad te hebben.
2.
Onverminderd het bepaalde bij of krachtens enig ander wettelijk voorschrift gelden de in het eerste lid gestelde verbodsbepalingen niet voor:
a. de classificatieorganisatie;
b. voor de classificateur;
c. voor de be- of verwerker indien en voor zover hij bedoelde classificatiemerken of werktuigen in een bijzonderlijk tot bewaring daarvan bestemde, door de classificateur afgesloten en uitsluitend voor deze toegankelijke bergruimte of plaats voorhanden heeft.
1.
De classificateur vermeldt de categorieën en de classificatieresultaten per slachtdag op een classificatielijst, waarvan een afschrift wordt verstrekt aan de be- of verwerker en die tenminste bevat:
a. de naam en adres van de be- of verwerker en van de slachtplaats;
b. de naam en handtekening van de classificateur;
c. per geclassificeerd slachtrund:
de identificatiecode;
de categorie;
de technische en, voor zover van toepassing, de administratieve kwaliteitsklasse;
de leeftijdsklasse;
het gewicht;
de vleeskleurklasse, voor zover toepassing is gegeven aan artikel 20, lid 3.
2.
De be- of verwerker is verplicht er zorg voor te dragen dat per geslacht slachtrund de technische en, voor zover van toepassing, de administratieve kwaliteitsklasse, de leeftijdsklasse, de categorie en het gewicht alsmede, voor zover van toepassing de vleeskleurklasse, aan het productschap wordt gemeld. Het bestuur kan voorschrijven op welk wijze deze melding plaats moet vinden.
3.
De be- of verwerker is verplicht te controleren of de gegevens van de classificatielijst overeenstemmen met de in de eigen administratie vast te leggen gegevens. Ingeval verschillen worden geconstateerd is de be- of verwerker verplicht hierover in contact te treden met de classificatieorganisatie. Indien van het laatste niet is gebleken, wordt aan de classificatielijst doorslaggevend belang toegekend.
1.
Het is verboden op enigerlei wijze gegevens te verstrekken of aanduidingen te bezigen, de aanduidingen S, E, U, R, O, P, daaronder begrepen, welke kennelijk beogen kenbaar te maken dat de slachtrunderen of het vlees daarvan ingedeeld is in kwaliteitsklassen conform het in deze verordening bepaalde. Deze verbodsbepaling geldt niet voor de be- of verwerker die de classificatie heeft doen verrichten overeenkomstig hetgeen bij of krachtens deze verordening is bepaald.
2.
De be- of verwerker is verplicht zijn leverancier per slachtrund, onder vermelding van de categorie, schriftelijk in kennis te stellen van de vastgestelde technische kwaliteitsklasse en, voor zover van toepassing, de vastgestelde administratieve kwaliteitsklasse van de door hem geleverde slachtrunderen. De be- of verwerker van runderen A is voor zover hij gebruik heeft gemaakt van artikel 20, lid 3, tevens verplicht zijn leverancier per slachtrund schriftelijk in kennis te stellen van de vleeskleurklasse van de door hem geleverde slachtrunderen. Deze vermelding dient te geschieden met gebruikmaking van de door de EG uitdrukkelijk voorgeschreven aanduidingen.
3.
De in het tweede lid bedoelde verplichting geldt niet voor zover het slachtrunderen betreft die zijn aangekocht tegen een bij de verhandeling vastgestelde stuksprijs, tenzij de leverancier vooraf, bij de totstandkoming van de koop, uitdrukkelijk om deze gegevens verzoekt.
1.
De be- of verwerker is verplicht een zodanige administratie te voeren, dat te allen tijde op eenvoudige wijze inzicht kan worden verkregen in de koopcondities van de betrokken slachtrunderen. Voor alle slachtrunderen dient deze administratie in ieder geval te bevatten, de namen en adressen van leveranciers, de identificatiecodes en de conditie waaronder het desbetreffende slachtrund is gekocht.
2.
De be- of verwerker is verplicht een door de betrokken classificateur gedagtekende en voor akkoord getekende of geparafeerde classificatielijst als bedoeld in artikel 25, welk ten minste de voorgeschreven gegevens bevat, gedurende ten minste één jaar op overzichtelijke wijze te bewaren.
3.
In geval het runderen A betreft is de be- of verwerker is verplicht van elk door hem opgemaakt aanvoerschema de formulieren als in artikel 6 bedoeld en van elk weegdocument een gelijkluidend afschrift gedurende tenminste één jaar op overzichtelijke wijze te bewaren.
4.
In geval het runderen B betreft is de be- of verwerker, en in voorkomende gevallen de leverancier, is verplicht er voor zorg te dragen dat van elk weegdocument en elke factuur, een gelijkluidend afschrift op overzichtelijke wijze gedurende tenminste één jaar wordt bewaard.
5.
Het productschap is gerechtigd de in het kader van de naleving van deze verordening gevoerde administratie te onderzoeken of te doen onderzoeken op juistheid en volledigheid.
6.
De leverancier is verplicht een zodanige administratie te voeren, dat te allen tijde op eenvoudige wijze inzicht kan worden verkregen in de koopcondities van de betrokken slachtrunderen. Voor alle slachtrunderen dient deze administratie te bevatten de namen en adressen van rundveehouders en de volledige identificatiecodes.
1.
Het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften wordt namens het productschap uitgeoefend door een door het bestuur aangewezen dienst of door het bestuur aangewezen personen.
2.
Ondernemers zijn verplicht:
a. aan de door het bestuur aangewezen dienst of aan de door het bestuur aangewezen personen al die gegevens te verstrekken of te doen verstrekken, die nodig worden geacht voor de vervulling van de taak;
b. aan de door het bestuur aangewezen dienst of aan de door het bestuur aangewezen personen inzage te geven of te doen geven van die boeken en bescheiden, die nodig worden geacht voor de vervulling van de taak. Hiertoe moeten onder andere worden gerekend die boeken en bescheiden waaruit de inkoopconditie per ingekocht slachtrund blijkt;
c. aan de door het bestuur aangewezen dienst of aan de door het bestuur aangewezen personen te allen tijde toegang te geven of te doen geven tot hun bedrijfsruimten en vervoermiddelen, waar dan wel waarin voorraden, tot het bedrijf van de ondernemer behorende, zijn opgeslagen dan wel worden vervoerd;
d. te gedogen dat controleurs van de door het bestuur aangewezen dienst of de door het bestuur aangewezen personen, monsters nemen uit de voorraden, waaronder begrepen verpakkingsmateriaal, van het bedrijf van de ondernemer, ongeacht de plaats waar of waarin zich die voorraden bevinden. De ondernemer zal alsdan de van hem gevorderde medewerking verlenen overeenkomstig de aanwijzingen en het toezicht van die controleurs of aangewezen personen.
3.
De in het eerste lid bedoelde personen zijn bevoegd berechtingrapporten ten behoeve van tuchtrechtelijke afhandeling op te maken.
4.
De be- of verwerker is verplicht tot betaling van de kosten van het toezicht. Deze kosten worden door de toezichthoudende instantie in rekening gebracht.
Artikel 29
De voorzitter sluit met de classificatieorganisatie een overeenkomst voor de te verrichten werkzaamheden.
Artikel 30
De be- of verwerker is verplicht:
1. tot betaling van de kosten van de dienstverlening door de classificatieorganisatie;
2. de kosten voor het toezicht op de naleving van het in deze verordening bepaalde, alsmede voor de classificatie, door te berekenen aan zijn leverancier.
1.
De be- of verwerker is verplicht aan de toezichthoudende instantie en de classificatieorganisatie de geplande tijden van slachting te melden.
2.
De be- of verwerker is verplicht een geschikte kantoorruimte aan het de toezichthoudende instantie en de classificatieorganisatie ter beschikking te stellen, ten behoeve van de door hen in het kader van deze verordening te verricht n administratieve werkzaamheden.
3.
De be- of verwerker is verplicht zorg te dragen voor zodanige arbeidsomstandigheden dat de classificateur zijn werkzaamheden goed kan verrichten.
1.
De door het productschap uit hoofde van deze verordening verkregen gegevens omtrent ondernemingen worden in handen gesteld van de voorzitter. De gegevens worden, behoudens aan personeelsleden van het secretariaat van he productschap, alsmede ten behoeve van de handhaving van het bepaalde in deze verordening, niet verder bekend gemaakt.
2.
De door de voorzitter aangewezen dienst of personen dient respectievelijk dienen, ter bescherming van de privacy van de ondernemer, vertrouwelijk en op verantwoorde wijze om te gaan met de uit hoofde van het toezicht verkregen gegevens.
Artikel 33
Op overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening worden tuchtrechtelijke maatregelen gesteld zoals voorzien in de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 .
Artikel 34
De bij of krachtens deze verordening gestelde regelen zijn bindend voor:
a. de natuurlijke- en rechtspersonen die de ondernemingen drijven waarvoor het productschap is ingesteld en de bij die ondernemingen werkzame personen, en
b. andere dan de onder a, bedoelde natuurlijke- en rechtspersonen, voor zover deze handelingen verricht n die bedrijfsmatig in de aldaar bedoelde ondernemingen plegen te worden verricht.
1.
De voorzitter is bevoegd om op aanvraag een ontheffing te verlenen en hieraan voorschriften te verbinden of deze onder beperkingen te verlenen. De voorzitter is tevens bevoegd de ontheffing in te trekken.
2.
De voorzitter is bevoegd namens het bestuur een vrijstelling te verlenen en hieraan voorschriften te verbinden of deze onder beperkingen te verlenen. De voorzitter is tevens bevoegd de vrijstelling in te trekken.
3.
De bij of krachtens Verordening slachting, weging en classificatie slachtrunderen 2003 verleende en op dit moment van kracht zijnde ontheffingen, worden geacht te zijn verleend bij of krachtens deze verordening.
1.
De Verordening slachting, weging en classificatie slachtrunderen 2003 wordt ingetrokken.
2.
De Verordening slachting, weging en classificatie slachtrunderen 2003 blijft echter van toepassing op overtredingen die zijn begaan vóór de inwerkingtreding van deze verordening.
3.
Indien en voor zover er nog vrijwillige overeenkomsten van kracht zijn die onderwerpen betreffen die door deze verordening worden geregeld heeft het bepaalde in deze verordening doorslaggevende betekenis.
4.
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening slachting, weging en classificatie slachtrunderen (PVV) 2008.
5.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dag van dagtekening van het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin zij wordt geplaatst.
Zoetermeer, 12 maart 2008
voorzitter
secretaris