Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Verordening PT vakheffing bloembollen leverbaar oogstjaar 2003
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ § 1. Begripsbepalingen
+ § 2. Heffingsplicht
+ § 3. Handelskaarthouder
+ § 4. Grondslag en hoogte
+ § 5. Oplegging en inning
+ § 6. Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken

Verordening PT vakheffing bloembollen leverbaar oogstjaar 2003

Besluit van het bestuur van het Productschap Tuinbouw van 2 december 2003, houdende de vaststelling van een aan telers van en handelaren in bloembollen (leverbaar) op te leggen heffing voor het oogstjaar 2003 (Verordening PT vakheffing bloembollen leverbaar oogstjaar 2003)
HET BESTUUR VAN HET PRODUCTSCHAP TUINBOUW,
gelet op de artikelen 95, 100 en 126 van de Wet op de bedrijfsorganisatie, en
gelet op de artikelen 14, 15 en 19 van de Instellingsverordening Productschap Tuinbouw 1998;
gehoord de Sectorcommissie voor bollen, knollen en wortelstokken van bloemgewassen;
BESLUIT:
1.
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen worden overgenomen de begripsbepalingen van de artikelen 1 en 2 van de Instellingsverordening Productschap Tuinbouw 1998.
2.
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
3.
Deze verordening is niet van toepassing indien het betreft:
a. bloembollen, waarvan wordt aangetoond door overlegging van aankoopnota's dat deze in Nederland zijn geïmporteerd en nadien niet in Nederland zijn opgeplant;
b. transacties waarbij partijen groen te velde worden verhandeld en die de koper direct accepteert en waarvan hij het telen voortzet;
c. bloembollen plantgoed als bedoeld in de Verordening PT vakheffing bloembollen plantgoed oogstjaar 2003 .
1.
De koper en verkoper van bloembollen-leverbaar zijn aan het productschap een heffing verschuldigd, ten behoeve van de algemene kosten van het productschap, alsmede ten behoeve van aangelegenheden als milieu-aangelegenheden, onderzoek, kwaliteitscontrole en voorlichtings-, promotionele en marketingsactiviteiten.
2.
De heffing als bedoeld in het eerste lid, wordt opgelegd bij wege van een aanslag, met in achtneming van het in de volgende artikelen bepaalde.
1.
Ter uitvoering van artikel 2 doen de koper en verkoper bij het productschap aangifte van de door hen gekochte, respectievelijk verkochte bloembollen-leverbaar.
2.
De opgave als bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan op een door het productschap te verstrekken aangifteformulier, met inachtneming van de daarop gestelde vragen en gegeven aanwijzingen.
1.
In de periode 15 juli t/m 15 augustus van ieder kalenderjaar stelt het productschap handelaren in bloembollen in de gelegenheid een handelskaart aan te vragen.
2.
Een handelskaart wordt slechts uitgereikt indien de aanvrager:
a. bij het productschap is geregistreerd, hetzij in de groep binnenlandse handelaren in bloembollen, hetzij in de groep exporteurs van bloembollen;
b. kan aantonen dat hij als exporteur of als handelaar bloembollen staat ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken in het rayon waar de onderneming van aanvrager gevestigd is;
c. kan aantonen dat hij in het koopseizoen onmiddellijk voorafgaand aan het seizoen waarvoor de aanvrage geldt, bloembollen heeft ingekocht voor een waarde van meer dan € 113.000,=, en deze bloembollen heeft ingekocht anders dan voor opplant ten behoeve van vermeerdering of broeierij, dan wel bloembollen heeft uitgevoerd voor meer dan € 113.000,=;
d. heeft voldaan aan de hem in het vijfde lid opgelegde verplichting.
3.
Een handelskaart wordt uitgereikt vóór 1 september van het kalenderjaar waarin de aanvrage heeft plaatsgevonden en geldt uitsluitend voor het op het moment van uitreiking lopende koopseizoen.
4.
Een handelskaart vermeldt de naam, eventueel de firmanaam, het adres en de plaats van vestiging van de onderneming van de desbetreffende handelaar alsmede het nummer waaronder hij bij het productschap is geregistreerd en het koopseizoen, waarvoor de handelskaart geldig is.
5.
De ondernemer, die voor enig koopseizoen een handelskaart wil aanvragen, is verplicht het productschap in het daaraan voorafgaande koopseizoen, twee maal, op een namens het bestuur door de voorzitter bij besluit vast te stellen wijze en tijdstippen, in het bezit te stellen van een door hem naar waarheid ingevulde en ondertekende aangifte van de in het najaar onderscheidenlijk voorjaar door hem beteelde oppervlakte bloembollen.
1.
De heffing die de koper en verkoper van bloembollen-leverbaar zijn verschuldigd, wordt over iedere transactie opgelegd
2.
De heffing als bedoeld in het eerste lid, bedraagt: 2,1% van het factuurbedrag.
3.
Het bestuur kan door middel van een besluit het percentage als bedoeld in het tweede lid, verlagen.
1.
Degene die bloembollen-leverbaar verkoopt of heeft verkocht door tussenkomst van een veiling, is aan het productschap een heffing verschuldigd over iedere transactie.
2.
De heffing als bedoeld in het eerste lid, bedraagt: 2,1% van het factuurbedrag.
3.
De in het eerste lid bedoelde heffing wordt door de verkoper betaald aan de desbetreffende veiling, die -voor het productschap -het heffingsbedrag inhoudt op de aan de verkoper toekomende koopsom.
De aldus geïncasseerde heffing wordt rechtstreeks aan het productschap overgemaakt. Door deze laatste betaling voldoet de verkoper aan de heffingsplicht, bedoeld in het eerste lid.
4.
Het tweede lid laat onverlet de bevoegdheid van het productschap om in voorkomende gevallen zelf tot oplegging en invordering van de ingevolge het eerste lid verschuldigde heffing over te gaan.
1.
Degene die, niet-handelskaarthouder zijnde, bloembollen-leverbaar koopt of heeft gekocht door tussenkomst van een veiling is aan het productschap een heffing verschuldigd over iedere transactie.
2.
De heffing als bedoeld in het eerste lid, bedraagt: 2,1 %van het factuurbedrag,
3.
De heffing als bedoeld in het eerste lid wordt door de koper betaald aan de desbetreffende veiling, die daartoe -voor het productschap - het heffingsbedrag inhoudt.
De aldus geïncasseerde heffing wordt rechtstreeks aan het productschap overgemaakt. Door deze laatste betaling voldoet de koper aan de heffingsplicht, bedoeld in het eerste lid.
4.
Het derde lid laat onverlet de bevoegdheid van het productschap om in voorkomende gevallen zelf tot oplegging en invordering van de ingevolge het eerste lid verschuldigde heffing over te gaan.
1.
Degene die zonder tussenkomst van een veiling bloembollen-leverbaar verkoopt of heeft verkocht aan handelskaarthouders, is aan het productschap een heffing verschuldigd over iedere transactie.
2.
De heffing als bedoeld in het eerste lid, bedraagt: 2,1% van het factuurbedrag.
3.
De in het eerste lid bedoelde heffing dient door de verkoper te worden betaald aan de desbetreffende handelskaarthouder, die daartoe namens het productschap het betrokken heffingsbedrag inhoudt op de aan de verkoper toekomende koopsom en de aldus geïncasseerd heffing, tegelijk met inzending van het aangifteformulier aan het productschap overmaakt; door deze betaling voldoet de verkoper aan de heffingsplicht, bedoeld in het eerste lid.
4.
Het derde lid laat onverlet de bevoegdheid van het productschap om in voorkomende gevallen zelf tot oplegging en invordering van de ingevolge het eerste lid verschuldigde heffing over te gaan.
5.
Het bestuur van het productschap stelt vast, na advies van de Normen en prijzencommissie, indien daartoe termen aanwezig zijn, dat bij de toepassing van het eerste lid als factuurbedrag worden aangemerkt de marktwaarde van de desbetreffende bloembollen-leverbaar op het tijdstip van verkoop.
1.
Degene die, niet-handelskaarthouder zijnde, door hem geteelde bloembollen-leverbaar zonder tussenkomst van een veiling verkoopt of heeft verkocht aan niet-handelskaarthouders, is aan het productschap een heffing verschuldigd over iedere transactie.
2.
De heffing als bedoeld in het eerste lid, bedraagt 4,2% van het factuurbedrag.
3.
Artikel 8, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
1.
De handelskaarthouder die bloembollen-leverbaar inkoopt voor de verkoop of voor aanwending in het eigen bloemkwekerij- en/of bloembollenteeltbedrijf, is aan het productschap een heffing verschuldigd over iedere transactie.
2.
De heffing bedoeld in het eerste lid bedraagt: 2,1% van het factuurbedrag.
3.
Artikel 8, vijfde lid is van overeenkomstige toepassing.
1.
De handelskaarthouder is aan het productschap een heffing verschuldigd ter grootte van 4,2% over de door de in artikel 8, vierde lid bedoelde prijzencommissie vastgestelde inkoopwaarde van de bloembollen-leverbaar te verkrijgen van de door hem beteelde oppervlakte bloembollen.
2.
Bij de vaststelling van de inkoopwaarde van de bloembollen-leverbaar, worden buiten beschouwing gelaten de bloembollen-leverbaar, welke naar het oordeel van de prijzencommissie zullen worden aangewend om binnen het eigen bedrijf te worden opgeplant.
Artikel 12 [Materieel uitgewerkt per 01-06-2004]
Degene die, anders dan in de hoedanigheid van detaillist, zonder tussenkomst van een veiling bloembollen-leverbaar verkoopt aan niet-handelskaarthouders, is verplicht: 2,1 % van het factuurbedrag van de door hem aldus verkochte bollen aan de desbetreffende kopers door te berekenen.
1.
Degene die bloembollen-leverbaar afkomstig uit eigen kraam aanwendt voor de teelt van bolbloemen is over die bloembollen-leverbaar aan het productschap een heffing verschuldigd.
2.
De heffing als bedoeld in het eerste lid bedraagt: 2,1% van de verkoopwaarde van de desbetreffende bloembollen.
3.
De verkoopwaarde van de bloembollen-leverbaar wordt vastgesteld door het bestuur, na advies van de Normen en prijzencommissie.
1.
Degene die, niet-handelskaarthouder zijnde, aantoont:
a. dat hij door hem in een verkoopseizoen ingekochte bloembollen-leverbaar in dat zelfde seizoen door tussenkomst van een veiling of aan een handelskaarthouder heeft doorverkocht en
b. dat hij de over deze inkoop en verkoop op grond van de bepalingen van deze verordening verschuldigde vakheffing heeft voldaan,
ontvangt van het productschap een restitutie.
De restitutie bedraagt het dubbele van het percentage als bedoeld in artikel 5, tweede lid, dan wel bij toepassing, derde lid, berekend over het verkoop-factuurbedrag van de bloembollen- leverbaar
2.
Aanvragen tot restituties dienen bij het productschap te worden ingediend binnen twee jaar na de datum van de betaling van de betreffende bloembollen-leverbaar.
1.
Ingeval van verkoop van groen te velde verhandelde bollen van tulpen of narcissen, anders dan de in artikel 1, derde lid, onder b. bedoelde partijen, wordt de heffing berekend voor zover het betreft:
a. tulpen over de helft, en
b. narcissen: over 4/5 gedeelte,
van het factuurbedrag van de desbetreffende partij.
2.
Ingeval van verkoop van mud- en kilogramgoed van tulpen of narcissen, normaal aflopend ongeraapt, wordt de heffing berekend:
a. voor zover het betreft tulpen indien:
1. daarin de maten zift 10, zift 11 en zift 12/op aanwezig zijn over 50%
2. daaraan de maat zift 12/op ontbreekt over 30% en
3. van het factuurbedrag van de desbetreffende partij;
daaraan de maten zift 11 en zift 12/op ontbreken: over 10%,
b. voor zover het betreft narcissen:
over 80%,
van het factuurbedrag van de desbetreffende partij.
3.
Ingeval van mud- en kilogramgoed van krokussen en/of irissen, normaal aflopend ongeraapt, wordt de heffing berekend voor zover het betreft:
a. krokussen: over 80%, en
b. irissen: over 50%,
van het factuurbedrag van de desbetreffende partij.
4.
Ingeval van mud- en kilogramgoed van monbretia's , nat van het veld en normaal aflopend ongeraapt, wordt de heffing berekend over 40% van het factuurbedrag van de desbetreffende partij.
1.
De handelskaarthouder, die bloembollen-leverbaar verkoopt door tussenkomst van een veiling dan wel rechtstreeks aan andere handelskaarthouders, ontvangt een restitutie van 4,2% over het factuurbedrag van de betreffende bloembollen.
2.
De handelskaarthouder, die aantoont dat hij uit de door hem geteelde bloembollen-leverbaar verkregen bolbloemen al dan niet door tussenkomst van een bloemenveiling heeft verkocht, ontvangt een restitutie van 4,2% over de ingevolge artikel 11 vastgestelde inkoopwaarde van deze bloembollen-leverbaar, welke wordt gerelateerd aan de hiervoor benutte oppervlakte bloembollen.
3.
Het tweede lid is niet van toepassing indien de bloembollen-leverbaar, waarvan de bolbloemen zijn verkregen, zijn of zullen worden verkocht.
4.
De benutte oppervlakte, bedoeld in het tweede lid wordt berekend op basis van normen vastgesteld door het bestuur na advies van de Normen en prijzencommissie.
1.
In die gevallen dat de heffing niet is voldaan op de wijze bedoeld in de artikelen 6, derde lid, 7, derde lid en 8, derde lid, vindt de oplegging van de krachtens deze verordening verschuldigde heffing plaats na afloop van het jaar waarover de heffing verschuldigd is en geschiedt deze door toezending of uitreiking aan de heffingsplichtige van een heffingsnota.
2.
Iedere heffingsnota is gedagtekend en bevat:
a. naam en adres van de heffingsplichtige;
b. een specificatie of toelichting omtrent de wijze waarop de heffing is berekend;
c. het totaal van de heffing.
3.
In afwijking van het eerste lid kan de heffingsplichtige een voorlopige heffing worden opgelegd tot het bedrag waarop de heffing vermoedelijk zal worden vastgesteld. De voorlopige heffing wordt verrekend met de krachtens deze verordening verschuldigde heffing.
Artikel 18 [Materieel uitgewerkt per 01-06-2004]
Indien een heffingsplichtige gegevens die hem krachtens de Verordening PT algemene bepalingen ten behoeve van de onderhavige verordening of krachtens deze verordening zijn gevraagd niet, niet tijdig of niet volledig verstrekt, wordt de heffing berekend over de dan te ramen omvang van de grondslag die op de heffingsplichtige ingevolge deze verordening van toepassing, welke heffing in dat geval verhoogd wordt met € 40 in verband met administratiekosten.
Artikel 19 [Materieel uitgewerkt per 01-06-2004]
Indien uit de ter beschikking gekomen gegevens blijkt dat de verstrekking van de gegevens of een raming, niet in overeenstemming met de werkelijkheid, kan een opgelegde heffing aan de hand van deze gegevens worden herzien en opnieuw worden opgelegd.
1.
Betaling geschiedt binnen 30 dagen na dagtekening van de heffingsnota.
2.
In afwijking van het eerste lid is de nota terstond invorderbaar zodra:
a. het faillissement van de heffingsplichtige is aangevraagd;
b. zodra de ondernemer het drijven van de onderneming beëindigt of van het voornemen daartoe blijkt;
c. de ondernemer zich metterwoon in het buitenland heeft gevestigd of van het voornemen daartoe blijkt.
Artikel 21 [Materieel uitgewerkt per 01-06-2004]
Aan de heffingsplichtige, die niet of niet geheel binnen de in artikel 20 bedoelde termijn heeft betaald, kunnen de daaruit voortvloeiende extra kosten van € 22,50 in rekening worden gebracht, alsmede de wettelijke interest over het niet betaalde bedrag, te berekenen vanaf de dag waarop de betaling diende te zijn verricht ingevolge de aanmaning bedoeld in artikel 127, tweede lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie.
Artikel 22 [Materieel uitgewerkt per 01-06-2004]
Een koper of verkoper van bloembollen-leverbaar wordt geacht, indien hij bloembollen-leverbaar door tussenkomst van een veiling verhandelt, aan zijn verplichtingen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 ten aanzien van de op vorenbedoelde wijze verhandelde producten te hebben voldaan, indien hij de desbetreffende veiling heeft gemachtigd namens hem aan het productschap de door hem verschuldigde heffing te voldoen en deze heffing door het productschap is ontvangen.
Artikel 23 [Materieel uitgewerkt per 01-06-2004]
De invorderingskosten voortvloeiend uit het niet betalen binnen de gestelde termijn als bedoeld in artikel 20 en 21, zijn voor rekening en risico van de ondernemer.
Artikel 24 [Materieel uitgewerkt per 01-06-2004]
De voorzitter is belast met de oplegging en inning van de heffing en de daarmee samenhangende kosten als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 23.
1.
De gegevens verkregen uit hoofde van het bepaalde in deze verordening dienen in handen van de voorzitter of door deze aan te wijzen personen van het secretariaat van het productschap te worden gesteld.
2.
Deze gegevens mogen slechts worden gebezigd voor de vervulling van de taak van het productschap.
1.
Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juni 2003.
2.
Deze verordening treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
Artikel 27 [Materieel uitgewerkt per 01-06-2004]
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening PT vakheffing bloembollen leverbaar oogstjaar 2003.
Zoetermeer, 2 december 2003
voorzitter
secretaris