Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Verordening PDV certificatie GMP diervoedersector 2003
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ 1. Begripsbepalingen
+ 2. Erkenningsprocedure
+ 3. Registratie
+ 4. Gebruik van aanduidingen en collectieve beeldmerken
+ 5. Acceptatie van certificatie-instellingen
+ 6. Verplichtingen deelnemers
+ 7. Geschillenbeslechting
+ 8. Overgangs- en slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2006. U leest nu de tekst die gold op -.

Verordening PDV certificatie GMP diervoedersector 2003

Verordening van het Productschap Diervoeder van 11 april 2003 inzake een nieuwe erkenningsregeling GMP diervoedersector
Het bestuur van het Productschap Diervoeder:
Het bestuur van het Productschap Diervoeder:
Gelet op de artikelen 93 en 95 van de Wet op de bedrijfsorganisatie en de artikelen 2, 4 en 9 van de Instellingsverordening Akkerbouwproductschappen 1997;
Gelet op de noodzaak dat de diervoederketen de veiligheid van producten als voeding voor het dier en daarmee het dier en producten van het dier als voeding voor de mens zeker stelt
Gelet op de noodzaak om in dit kader een geloofwaardig en effectief kwaliteitscertificeringsysteem op te zetten voor de bedrijven in de diervoederketen, waarvan de normen en beheersmaatregelen mede adequate beoordeling en sanctionering kunnen worden gehandhaafd,
Besluit:
Artikel 1
Deze verordening neemt over de terminologie van de Richtlijnen 701524lEEG. 79/373EEG, 82/471/EEG, 90/167/EG, 92/117/EEG, 93/113/EG, 95/69/EG, 96/251/EEG, 2002/32/EG, enig nadere wettelijke regeling van de Europese Gemeenschap van toepassing voor de diervoedersector, en de Verordening PDV bevoegdheden en werkwijze organen en inrichting secretariaat 1999 en verstaat voorts onder: bijlage GMP14 bijlage GMP13 bijlage GMP15
a. GMP-standaard : Good Manufacturing/Managing Practice standaard, zijnde de voorwaarden en criteria met betrekking tot bedrijfsinrichting, bedrijfsvoering, procescondities, processen, procedures, verantwoordelijkheden en voorzieningen zoals aangegeven in de bij deze verordening, waaraan moet worden voldaan om te waarborgen dat de kwaliteit wordt gerealiseerd;
b. QC-standaard : Standard Quality Control of Feed Materials for Animal Feed, zijnde de voorwaarden en criteria met betrekking tot bedrijfsinrichting, bedrijfsvoering, procescondities, processen, procedures, verantwoordelijkheden en voorzieningen zoals aangegeven in de bij deze verordening, waaraan de goedgekeurde leverancier dient te voldoen;
c. onderneming : de aan het economisch verkeer deelnemende technisch-organisatorische eenheid die activiteiten verricht met betrekking tot op- en overslag, be- en verwerking, productie, handel dan wel vervoer van voedermiddelen, voormengsels, toevoegingsmiddelen of diervoeders (incl. mengvoeders);
d. bedrijfseenheid : iedere naar locatie of functie te onderscheiden eenheid binnen een onderneming als bedoeld onder b. waarbinnen activiteiten worden verricht waarvoor een GMP-standaard bestaat, met dien verstande dat alle locaties van een onderneming welke uitsluitend handel drijft als een bedrijfseenheid worden aangemerkt;
e. ondernemer : de natuurlijke- of rechtspersoon ongeacht nationaliteit, woon- of vestigingsplaats die een onderneming drijft als bedoeld onder c.;
f. deelnemer : de ondernemer aan wie overeenkomstig het bepaalde bij deze verordening een erkenningscertificaat is verleend;
g. kritische punten : die punten in het totale proces van voortbrenging en behandeling, die een rechtstreekse nadelige invloed hebben op de basiskwaliteit van voedermiddelen, voormengsels, toevoegingsmiddelen of diervoeders;
h. certificatie-instelling : de gespecialiseerde instelling die ingevolge van deze verordening door het productschap als zodanig is geaccepteerd;
i. basiskwaliteit : de kenmerken van toevoegingen diergeneesmiddelen, voormengsels, voedermiddelen en diervoeders, die: a. ten behoeve van de veiligheid van het dier, de consument van voedermiddelen van dierlijke oorsprong en/of het milieu in wetgeving (in Europese Unie en aanvullend nationaal) zijn vastgelegd, b. in aanvulling op a) zijn geformuleerd op basis van consensus in de diervoedersector na overleg met de organisaties van de betreffende veehouderijsectoren en daar achterliggende (verwerkende) sectoren;
j. norm : iedere norm met betrekking tot basiskwaliteit als bedoeld onder i, zoals genoemd, dan wel vastgesteld in bij deze verordening;
k. actiegrens : waarde bij overschrijding waarvan onderzoek dient te worden gedaan naar de oorzaak en corrigerende maatregelen dienen te worden genomen om de oorzaak weg te nemen of te beperken;
1. afkeurgrens : waarde bij overschrijding waarvan het product ongeschikt wordt geacht om te worden gebruikt als voedermiddel of diervoeder;
m. GMP-regeling : het geheel van voorwaarden en criteria omtrent het kwaliteitssysteem zoals vastgelegd in de GMP- standaarden, alsmede van de normen met betrekking tot basiskwaliteit en de daarbij behorende nader vastgestelde beheersingsmaatregelen, bij of krachtens deze verordening van toepassing zijnde;
n. College : het college als bedoeld in het Besluit PW College van Deskundigen Diervoedersector 2000;
o. goedgekeurde leverancier : de buitenlandse leverancier van voedermiddelen waarvan een certificatie-instelling heeft vastgesteld dat het toegepaste kwaliteitssysteem voldoet aan de Standard Quality Control of Feed Materials als opgenomen in de .
p. collectieve beeldmerken : het collectieve beeldmerk "GMP-gecertificeerd bedrijf", het collectieve beeldmerk "GMP+HACCP-gecertificeerd bedrijf", het collectieve beeldmerk "HACCP", het collectieve beeldmerk "GMP-gecertificeerd transportbedrijf', en het collectieve beeldmerk "QC-bedrijf", als opgenomen in de ;
Artikel 2
Onverminderd de normen als bedoeld in artikel 1, onderdeel j., worden toevoegings- en diergeneesmiddelen, voormengsels, voedermiddelen en diervoeders waarin stoffen aanwezig zijn die kennelijk dienen om de aanwezigheid van andere stoffen te maskeren in het kader van de GMP-regeling als ondeugdelijk aangemerkt.
Artikel 3
De ondernemer die de basiskwaliteit jegens zijn afnemers wil borgen overeenkomstig de GMP-regeling kan een erkenningscertificaat aanvragen.
1.
Een erkenningscertificaat wordt aangevraagd bij een door het productschap ingevolge artikel 10 geaccepteerde certificatie-instelling.
2.
Een erkenningscertificaat wordt afgegeven indien: -
ten genoegen van de certificatie-instelling wordt aangetoond dat in elke bedrijfseenheid alle activiteiten waarvoor een GMP-standaard of de QC-standaard van toepassing is daaraan voldoen en-
over alle wettelijk voorgeschreven registraties, erkenningen en vergunningen wordt beschikt
en-
opgave wordt gedaan van de zeggenschapsverhoudingen binnen de onderneming, alsmede het samenstel van ondernemingen waarvan de onderneming deel uitmaakt.
3.
Indien op één locatie meerdere ondernemers activiteiten uitoefenen waarvoor een GMP-standaard bestaat, dient ieder van hen voor deze activiteiten over een erkenningscertificaat te beschikken.
4.
Indien de acceptatie van de certificatie-instelling van wie de deelnemer een erkenningscertificaat heeft, wordt ingetrokken, is de deelnemer verplicht binnen drie maanden een overeenkomst met een andere geaccepteerde certificatie-instelling te sluiten. Deze CI dient vervolgens binnen 3 maanden na het sluiten van de overeenkomst een nieuw erkenningscertificaat af te geven.
1.
Indien ten genoegen van de certificatie-instelling is aangetoond dat aan de voorwaarden van de toepasselijke GMP-standaard dan wel de QC-standaard wordt voldaan, verleent de certificatie-instelling aan de ondernemer per bedrijfseenheid een erkenningscertificaat waarin de GMP-standaarden worden genoemd, die ZW beoordeeld en waaraan wordt voldaan.
2.
Het erkenningscertificaat heeft een geldigheidsduur van drie jaar. De geldigheidsduur wordt telkenmale met drie jaar verlengd tenzij:
a. de deelnemer uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van de geldigheidsduur schriftelijk te kennen heeft gegeven van verlenging af te zien, of
b. de beoordeling als bedoeld in het derde lid tot een negatieve uitkomst leidt, of
c. toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 13, eerste lid.
3.
Alvorens de certificatie-instelling tot verlenging van het erkenningscertificaat overgaat, voert hij een herbeoordeling uit ten aanzien van het voldoen aan de GMP-regeling.
1.
Een deelnemer die diervoeders produceert kan voor een niet-gecertificeerde tussenhandelaar garant staan, indien hij via deze tussenhandelaar aflevert aan een veehouder en wil waarborgen dat alle diervoeder van deze tussenhandelaar overeenkomstig de GMP-standaard GMP02 of overeenkomstig GMP04 voor zover van toepassing is geproduceerd.
2.
De in het eerste lid bedoelde tussenhandelaar mag geen etiket of begeleidend document wijzigen, geen tussenopslag in bulk en geen bulktransport verrichten en slechts overwegend van één producent diervoeders afnemen.
3.
De deelnemer houdt een lijst bij van tussenhandelaren en producten waarvoor hij garant staat en deelt iedere wijziging binnen één maand mee aan de certificatie-instelling.
1.
De certificatie-instelling doet aan de secretaris onverwijld opgave van de naam, het adres en de vestigingsplaats, voor zover nodig met vermelding van bedrijfseenheden, van elke ondernemer waaraan hij een erkenningscertificaat verleent, alsmede voor welke GMP-standaard(en) en aanvullende aanduidingen als bedoeld in artikel 7, vierde lid, dan wel de QC-standaard het erkenningscertificaat is verleend.
2.
De certificatie-instelling stelt de secretaris binnen één maand schriftelijk in kennis van iedere wijziging van de gegevens als bedoeld in het eerste lid.
3.
De certificatie-instelling stelt de secretaris binnen 24 uur schriftelijk in kennis van de namen, adressen en vestigingsplaatsen van de ondernemers waarvan het erkenningscertificaat is geschorst, ingetrokken of niet is verlengd. De secretaris is gerechtigd om belanghebbenden hierover actief te informeren.
4.
De certificatie-instelling doet aan de secretaris onverwijld opgave van de tussenhandelaren en de producten waarvoor overeenkomstig artikel 5a deelnemers garant staan.
5.
De secretaris legt de in de voorgaande leden bedoelde gegevens vast in een openbaar register.
1.
De deelnemer is gerechtigd tot het gebruik van het collectieve beeldmerk "GMP-gecertificeerd bedrijf':
a. op of bij de bedrijfseenheid waarvoor de erkenning is verleend;
b. op of bij de producten afkomstig van de onder a. bedoelde bedrijfseenheid, mits de handel in, op- en overslag, be- en verwerking dan wel productie van de producten heeft plaatsgevonden overeenkomstig de daarop van toepassing zijnde GMP-standaarden;
c. op bescheiden afgegeven door de onder a. bedoelde bedrijfseenheid.
2.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is de deelnemer die blijkens zijn erkenningscertificaat voldoet aan het bepaalde in bijlage GMP01, paragraaf 1 , gerechtigd tot het gebruik van het collectieve beeldmerk "GMP+HACCP-gecertificeerd bedrijf' en het collectieve beeldmerk "HACCP op de wijze als genoemd in het eerste lid.
3.
Onverminderd het bepaalde in het eerste en het tweede lid is de deelnemer die blijkens zijn erkenningscertificaat ten aanzien van transport voldoet aan het bepaalde in bijlage GMP07 gerechtigd tot het gebruik van het collectieve beeldmerk "GMP-gecertificeerd transportbedrijf' op de wijze als genoemd in het eerste lid.
4.
De deelnemer is gerechtigd een of meer aanvullende aanduidingen te vermelden, indien hij voldoet aan de desbetreffende aanvullende criteria voor productkenmerken vermeld in bijlage GMP14 .
5.
De goedgekeurde leverancier is gerechtigd tot het gebruik van het collectieve beeldmerk "QC-bedrijf' opgenomen in bijlage GMP15 op de wijze als genoemd in het eerste lid.
Artikel 8
Iedere deelnemer is gerechtigd de collectieve beeldmerken in een vertaalde versie in het Duits, Engels, Frans, Grieks, Italiaans of Spaans te gebruiken. De vertaalde beeldmerken moeten overeenkomen met de beeldmerken, afgebeeld in bijlage GMP15 bij deze verordening.
1.
Iedere gebruiker van één van de collectieve beeldmerken is verplicht iedere inbreuk die hem ter kennis komt mede te delen aan zijn certificatie-instelling, of het productschap.
2.
Onverminderd de bevoegdheid van het productschap is iedere certificatie-instelling zelfstandig bevoegd tot het instellen van een vordering tegen een ieder die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, gebruik maakt van een collectief beeldmerk of van een daarmee overeenstemmend teken.
3.
Iedere gebruiker van één van de collectieve beeldmerken is bevoegd om zich te voegen of tussen te komen in een geding als bedoeld in het tweede lid.
1.
Het verzoek tot acceptatie als certificatie-instelling wordt ingediend bij het productschap.
2.
Het bestuur stelt, gehoord het College, bij besluit de procedure en voorwaarden voor acceptatie van een certificatie-instelling vast.
3.
Na indiening van de aanvraag tot acceptatie beoordeelt het productschap binnen een termijn van drie maanden of de certificatie-instelling voldoet aan de voorwaarden bedoeld in het tweede lid.
4.
De acceptatie van een certificatie-instelling wordt namens het bestuur verleend door de secretaris bij wederzijdse overeenkomst met een duur van vier jaren.
5.
Bij acceptatie verkrijgt de certificatie-instelling het niet exclusieve recht, onder de bij de in het vierde lid genoemde overeenkomst nader te stellen voorwaarden, met inachtneming van het bepaalde in paragraaf 2 aan ondernemers in de diervoedersector erkenningscertificaten te verlenen.
6.
De namen, adressen en vestigingsplaatsen van de geaccepteerde certificatie instellingen worden door de secretaris vastgelegd in een openbaar register.
7.
Bij wijziging van de naam, het adres of de vestigingsplaats dan wel bij opheffing is de certificatie-instelling verplicht het productschap binnen één maand vooraf daarvan in kennis te stellen.
8.
De certificatie-instelling die een verzoek tot acceptatie indient als bedoeld in het eerste lid, is aan het productschap een door het bestuur vast te stellen vergoeding verschuldigd. De geaccepteerde certificatie-instellingen zijn jaarlijks een door het bestuur vast te stellen licentievergoeding aan het productschap verschuldigd, dat bestaat uit een vast bedrag per certificatie-instelling en een bedrag per door deze erkende deelnemer.
1.
Een certificatie-instelling neemt bij de beoordeling van ondernemers, alsmede bij de verlening, verlenging, opschorting en intrekking van een erkenningscertificaat strikt in acht het bepaalde in deze verordening, alsmede de door het bestuur, gehoord het College, bij besluit vastgestelde richtlijnen voor beoordeling en certificatie.
2.
Het Bureau Coördinatie Diervoedercertificatie en -controle houdt toezicht op de naleving door de certificatie-instellingen van de verplichtingen bedoeld in het voorgaande lid.
3.
Het productschap neemt bij de beoordeling van certificatie-instellingen strikt in acht het bepaalde in deze verordening, alsmede de door het bestuur, gehoord het College, bij besluit vastgestelde richtlijnen voor beoordeling en sanctionering van certificatie-instellingen.
4.
Indien de certificatie-instelling de verplichtingen in of krachtens deze verordening niet naleeft, kan de secretaris namens het bestuur: -
geen verlenging van de erkenning, als bedoeld in artikel 10, vierde lid, verlenen, of-
de erkenning schorsen of-
de erkenning intrekken
en dit besluit bekend maken.
1.
De deelnemer is verplicht alle medewerking te verlenen aan de controle bedoeld in artikel 11 en aan het toezicht door of vanwege het productschap op de naleving van de voorwaarden en voorschriften bij of krachtens deze verordening gesteld.
2.
De deelnemer is verplicht het bepaalde bij of krachtens deze verordening na te leven.
3.
De deelnemer dient bij wijziging van de GMP-regeling binnen één jaar na bekendmaking daarvan aan de wijziging te voldoen, tenzij het bestuur, gehoord het College, een kortere termijn bepaalt.
1.
Indien de deelnemer de verplichtingen uit artikel 12 niet naleeft, dan wel bij de herbeoordeling als bedoeld in artikel 4, derde lid, niet aan de voorwaarden en criteria van de GMP-regeling blijkt te voldoen, kan de certificatieinstelling: -
geen verlenging van het certificaat, betrekking hebbend op alle voor de onderneming van toepassing zijnde GMP-standaarden en QC-standaard als bedoeld in artikel 4, tweede lid, verlenen, of-
het certificaat, betrekking hebbend op alle voor de onderneming van toepassing zijnde GMP-standaarden en QC-standaard, schorsen voor de duur van maximaal drie maanden, en-
het certificaat, betrekking hebbend op alle voor de onderneming van toepassing zijnde GMP-standaarden en QC-standaard, intrekken indien na afloop van de in het voorgaande gedachtestreepje genoemde schorsing de tekortkomingen niet ten genoegen van de certificatie-instelling aantoonbaar zijn opgeheven.
2.
Na het intrekken dan wel het niet verlengen van een erkenning is de ondernemer gedurende een periode van een jaar uitgesloten van de mogelijkheid tot het aanvragen van een erkenning.
3.
Indien daartoe naar het oordeel van het productschap gehoord het College aanleiding bestaat, kan de in het voorgaande lid bedoelde uitsluiting tevens iedere andere ondernemer betreffen waarin al dan niet middellijk en op welke wijze ook beslissende zeggenschap wordt uitgeoefend of verkregen door: -
de uitgesloten ondernemer, of-
een rechtspersoon die in de uitgesloten ondernemer al dan niet middellijk en op welke wijze ook beslissende zeggenschap uitoefent of in de erkenningsperiode heeft uitgeoefend, of-
een natuurlijke persoon die in de uitgesloten ondernemer al dan niet middellijk en op welke wijze ook beslissende zeggenschap uitoefent of in de erkenningsperiode heeft uitgeoefend.
Het bepaalde in artikel 6, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
4.
Op grond van redelijkheid en billijkheid kan de certificatie-instelling besluiten de niet-verlenging, schorsing of intrekking van het certificaat, als bedoeld in het eerste lid, op één of meer GMP-standaarden betrekking te laten hebben.
Artikel 14
In aanvulling op de eigen geschillenregeling van de certificatie-instelling is op geschillen tussen deelnemers en certificatie-instellingen inzake het gebruik door de certificatieinstelling van zijn bevoegdheden ingevolge artikel 5, eerste lid en artikel 13, eerste lid, van toepassing het als bijlage GMP16 bij deze verordening opgenomen geschillenreglement.
1.
De voorzitter is bevoegd, namens het bestuur, bij besluit bijlage 1 bij de "GMP- standaard wegtransport diervoedersector, GMP 07 " te wijzigen.
2.
De voorzitter is bevoegd, namens het bestuur, bij besluit de bijlage " Productnormen GMP-regeling diervoedersector, GMP 14 " te wijzigen, indien het gaat om normen of verboden producten die reeds nationaal of communautair bij een wettelijke regeling geregeld zijn.
3.
Besluiten van het bestuur en de voorzitter als bedoeld in artikel 10, tweede lid, artikel 11, eerste lid en artikel 15, eerste en tweede lid, alsmede de besluiten bedoeld in de bijlagen bij deze verordening, worden bekendgemaakt in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en treden in werking op de tweede dag na publicatie, tenzij het betreffende besluit anders bepaalt.
Artikel 16
De volgende verordeningen en besluiten worden ingetrokken:-
Verordening PDV erkenningsregeling GMP diervoedersector 2000;-
Verordening Vvr regeling diervoeders voor de productie van varkensvlees volgens Japanstandaard 1994;-
Besluit WR erkenningsregeling laboratoria bedrijfsinterne controle diervoedersector 1996;-
Besluit PDV normen GMP diervoedersector 1999;-
Besluit Vvr regeling leveranciers voeders voor scharreldieren 1995;-
Besluit Vvr regeling leveranciers voeders voor grasmerk 1995;-
Besluit PDV transport diervoeders GMP 2000;-
Besluit PDV gebruik en toezicht collectieve beeldmerken GMP diervoedersector 2001;-
Besluit Vvr nadere voorschriften GMP-erkenning;-
Besluit PDV beoordelings- en toezichtsprocedure GMP diervoedersector 1998;-
Besluit PDV gebruik Quality Control beeldmerk 2002 .
Artikel 17
De op de dag van inwerkingtreding van deze verordening bestaande erkenningen op grond van de Verordening PDV erkenningsregeling GMP diervoedersector 2000 blijven van kracht en erkenningen die vanaf 1 december 2002 tot de dag van inwerkingtreding zijn verlopen worden geacht te zijn verlengd met één jaar, onder voorwaarde dat de deelnemer vóór 1 augustus 2003 een overeenkomst met een geaccepteerde certificatie-instelling sluit voor uitvoering van een beoordeling als bedoeld in artikel 11, eerste lid.
Artikel 18
Deze verordening wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en treedt in werking met ingang van 1 juli 2003. Bij publicatie op of na 30 juni 2003 treedt deze verordening in werking op de tweede dag na publicatie en werkt terug tot en met 1 juli 2003.
Artikel 19
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening PDV certificatie GMP diervoedersector 2003.
Den Haag, 11 april 2003
voorzitter
secretaris