Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Verordening op de praktijkuitoefening in dienstbetrekking
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ I. Verordening op de praktijkuitoefening in dienstbetrekking
II. Deze Verordening treedt in de plaats van de Verordening op de advocaat in dienstbetrekking van 17 juni 1977.
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2015. U leest nu de tekst die gold op -.

Verordening op de praktijkuitoefening in dienstbetrekking

Verordening op de praktijkuitoefening in dienstbetrekking
Het College van Afgevaardigden van de Nederlandse Orde van Advocaten,
Overwegende dat het gewenst is gebleken nieuwe regels te stellen met betrekking tot de praktijkuitoefening door advocaten in dienstbetrekking;
Gelet op artikel 28 van de Advocatenwet;
Gelet op het ontwerp van de Algemene Raad met bijbehorende toelichting;
Stelt de navolgende verordening vast:
Artikel 1
In deze Verordening wordt verstaan onder:
a. Advocaat: de in Nederland ingeschreven advocaat, alsmede de advocaat bedoeld in artikel 16h van de Advocatenwet.
b. Werkgever: degene tot wie de advocaat in privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking staat.
Indien de werkgever deel uitmaakt van een groep rechtspersonen en vennootschappen worden alle overige groepsmaatschappijen van die groep mede aangemerkt als werkgever. Het in de vorige volzin bepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van overheidslichamen en daarmee verbonden vennootschappen en rechtspersonen.
c. beoefenaar van een toegelaten vrij beroep: de beoefenaar van een vrij beroep met wie het de advocaat ingevolge de Samenwerkingsverordening 1993 is toegestaan een samenwerkingsverband aan te gaan;
d. praktijkrechtspersoon: een praktijkvennootschap, praktijkstichting of praktijkcoöperatie die uitsluitend de rechtspraktijk doet uitoefenen door advocaten of beoefenaren van een toegelaten vrij beroep;
e. Raad van Toezicht: de Raad van Toezicht van het arrondissement waar de advocaat kantoor houdt.
Artikel 2
Het is de advocaat niet toegestaan de praktijk uit te oefenen in dienstbetrekking indien daardoor de vrijheid en onafhankelijkheid in de uitoefening van zijn beroep, met inbegrip van de behartiging van het partijbelang en de daarmee samenhangende vertrouwensrelatie tussen de advocaat en zijn client, in gevaar kunnen worden gebracht.
1.
Het is de advocaat, onverminderd het bepaalde in artikel 2 en de navolgende leden, slechts toegestaan de praktijk in dienstbetrekking uit te oefenen indien hij in dienst is bij een werkgever die de hoedanigheid heeft van:
a. in Nederland geschreven advocaat of advocaat die in zijn land van vestiging lid is van een door de Algemene Raad op de voet van art. 5 van de Samenwerkingsverordening 1993 erkende organisatie;
b. beoefenaar van een toegelaten vrij beroep;
c. samenwerkingsverband in de zin van de Samenwerkingsverordening 1993 waarvan de deelnemers allen zijn advocaat of de beoefenaar van een toegelaten vrij beroep;
d. praktijkrechtspersoon;
e. verzekeraar die uitsluitend de branche rechtsbijstandsverzekering uitoefent en als zodanig voldoet aan de in de Wet op het financieel toezicht gestelde voorwaarden of een juridisch zelfstandig schaderegelingskantoor in de zin van genoemde wet, of een daarmee vergelijkbare instelling, zolang is voldaan aan het in het vierde lid bepaalde;
f. organisatie met een ideële doelstelling, zolang deze voldoet aan het in artikel 6 bepaalde;
2.
Het is de advocaat toegestaan de praktijk in dienstbetrekking uit te oefenen bij een andere werkgever dan de in het eerste lid bedoelde zolang hij binnen die dienstbetrekking uitsluitend optreedt voor die werkgever en de werkzaamheden in hoofdzaak zijn gericht op de uitoefening van de rechtspraktijk.
3.
De praktijkuitoefening in dienstbetrekking bij een werkgever als bedoeld in het eerste lid, onder b, e, f en g alsmede het tweede lid is de advocaat slechts toegestaan op voorwaarde dat de werkgever zich conform de bepalingen van het als bijlage aan deze verordening gehechte Professioneel statuut voor de Advocaat in Dienstbetrekking jegens de advocaat heeft verbonden de onafhankelijke praktijkuitoefening te eerbiedigen en de ongestoorde naleving van de beroeps- en gedragsregels van de advocaat te bevorderen en zolang de werkgever en de advocaat hun verplichtingen uit hoofde van dat statuut daadwerkelijk nakomen. Een gelijke verplichting geldt voor de advocaat die de praktijk in dienstbetrekking uitoefent bij een werkgever als bedoeld in het eerste lid onder c en d indien de zeggenschap binnen het samenwerkingsverband onderscheidenlijk de praktijkrechtspersoon niet in meerderheid door advocaten wordt uitgeoefend.
4.
a. De praktijkuitoefening in dienstbetrekking bij een werkgever als bedoeld in het eerste lid onder e is bovendien slechts toegestaan wanneer zij geschiedt ten behoeve van die werkgever of de bij die werkgever verzekerden, in het laatste geval echter uitsluitend zolang het de verzekerde in ieder geval vrij staat een advocaat van zijn keuze aan te wijzen zodra een advocaat wordt verzocht de belangen van de verzekerde in een gerechtelijke of administratieve procedure te verdedigen, te vertegenwoordigen of te behartigen, ongeacht of de gekozen advocaat binnen of buiten de organisatie van de werkgever werkzaam is.
b. De vrije advocaatkeuze als bedoeld in het vierde lid onder a, wordt door de advocaat schriftelijk aan de cliënt bevestigd òf met de als bijlage A aan deze verordening gehechte vergewisverklaring òf met een bevestiging van gelijke strekking.
5.
De praktijkuitoefening in dienstbetrekking bij een werkgever met een ideële doelstelling als bedoeld in het eerste lid onder f is bovendien slechts toegestaan wanneer zij geschiedt ten behoeve van die werkgever of diens leden als zodanig, in het laatste geval echter uitsluitend zolang de door de advocaat verleende rechtsbijstand zich beperkt tot b. de behandeling van zaken waarvan naar hun aard aannemelijk is dat de wederpartij zich niet voor rechtsbijstand tot die werkgever kan wenden.
a. de behartiging van de belangen van de leden welke kunnen worden geacht te vallen binnen het kader van die ideële doelstelling zonder dat zij strijdig kunnen zijn met de belangen van andere leden en
b. de behandeling van zaken waarvan naar hun aard aannemelijk is dat de wederpartij zich niet voor rechtsbijstand tot die werkgever kan wenden.
6.
De advocaat behoudt bij alle binnen de dienstbetrekking voorkomende werkzaamheden de hoedanigheid van advocaat en doet die hoedanigheid tegenover derden steeds duidelijk kenbaar zijn.
7.
De praktijkuitoefening van een advocaat in dienstbetrekking bij een werkgever is slechts te verenigen met een door hem buiten die dienstbetrekking uitgeoefende praktijk zolang de advocaat in afdoende mate ervoor zorgdraagt dat geen belangenverstrengeling kan ontstaan, dat verwarring omtrent de hoedanigheid waarin hij optreedt is uitgesloten en dat de bepalingen van deze Verordening naar inhoud en strekking volledig worden nageleefd.
Artikel 4
Het is de advocaat die de praktijk in dienst betrekking uitoefent niet toegestaan in enige zaak voor een of meer cliënten op te treden, wanneer hij daarbij uit hoofde van de dienst betrekking belangen in acht zou moeten nemen die strijden met het belang van die cliënt of cliënten of wanneer een daarop uitlopende ontwikkeling aannemelijk is.
1.
De advocaat die de praktijk in dienstbetrekking uitoefent, het voornemen heeft kenbaar gemaakt zulks te doen of als werkgever doet uitoefenen is verplicht desgevraagd de terzake door de Raad van Toezicht gewenste inlichtingen te verstrekken.
2.
De advocaat die voornemens is de praktijk in dienstbetrekking uit te oefenen bij een werkgever als bedoeld in artikel 3 derde lid is, telkens wanneer zich dit voordoet, verplicht voordat die praktijkuitoefening een aanvang neemt aan de Raad van Toezicht afschrift van het in dat lid bedoelde, door hem en zijn werkgever ondertekende statuut te verstrekken.
3.
Geschillen die terzake van de toepassing van het in het vorige lid bedoelde statuut tussen de advocaat en diens werkgever mochten ontstaan, kunnen door de advocaat of diens werkgever voor bemiddeling of advies worden voorgelegd aan de Raad van Toezicht.
Artikel 6
Als organisatie met een ideële doelstelling als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder f, wordt slechts aangemerkt de organisatie die voldoet aan elk van de navolgende criteria:
a. haar activiteiten beperken zich tot het feitelijk en statutair zonder winstoogmerk nastreven van een ideëel doel dat maatschappelijk van wezenlijke betekenis is en dat naar zijn aard parallel loopt met het gezamenlijk belang van haar leden of op vergelijkbare wijze bij de organisatie aangeslotenen;
b. zij heeft de verlening van de rechtsbijstand ondergebracht in een organisatorische eenheid welke in voldoende mate onafhankelijk functioneert ten opzichte van de overige onderdelen van de organisatie;
c. zij bezit in financieel-economisch opzicht een dusdanige stabiliteit dat een behoorlijke praktijkuitoefening door de advocaat in dienst bij die organisatie is gewaarborgd.
Artikel 7
Voor de advocaat die ten tijde van de inwerkingtreding van deze Verordening de praktijk reeds in dienstbetrekking uitoefent blijven, zolang die dienstbetrekking voortduurt, de bepalingen van de Verordening op de advocaat in dienstbetrekking van kracht. Indien die dienstbetrekking is aangegaan met één van de in artikel 3, derde lid bedoelde werkgevers en de advocaat binnen 18 maanden na de inwerkingtreding van deze Verordening het in dat lid bedoelde Statuut aan de Raad van Toezicht heeft verstrekt, zijn vanaf het moment van die verstrekking de bepalingen van deze Verordening op hem van toepassing.
Artikel 8
Deze Verordening kan worden aangehaald als de Verordening op de praktijkuitoefening in dienstbetrekking. Zij treedt in werking op een door de Algemene Raad nader te bepalen tijdstip. Zij zal binnen twee jaren na de inwerkingtreding door de Algemene Raad worden geëvalueerd.