Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Verordening op de Kwaliteitstoetsing NOvAA
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
+ Hoofdstuk 2. Algemeen
+ Hoofdstuk 3. Toetsingen
+ Hoofdstuk 4. Thematisch onderzoek
+ Hoofdstuk 5. Incidentenonderzoek
+ Hoofdstuk 6. Informatie-uitwisseling
+ Hoofdstuk 7. Vrijstellingen en accreditatie
+ Hoofdstuk 8. Overige bepalingen
+ Hoofdstuk 9. Overgangsbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2014. U leest nu de tekst die gold op -.

Verordening op de Kwaliteitstoetsing NOvAA

Verordening op de kwaliteitstoetsing NOvAA
De ledenvergadering van de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten,
Gelet op artikel 24, eerste lid, van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten;
Stelt de volgende verordening vast:
Artikel 1
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
aan assurance verwante opdracht: de aan assurance verwante opdracht, bedoeld in de Verordening gedragscode ;
accountant: de Accountant-Administratieconsulent;
openbaar accountant: de openbaar accountant, bedoeld in de Verordening gedragscode ;
intern accountant: de intern accountant, bedoeld in de Verordening gedragscode ;
overheidsaccountant: de overheidsaccountant, bedoeld in de Verordening gedragscode met uitzondering van de overheidsaccountant die werkzaam is bij de belastingdienst en belast is met de controle van door belastingplichtigen ingeleverde aangiften en de overheidsaccountant die aan deze controle direct leiding geeft;
dagelijks beleidsbepaler: de openbaar accountant, bedoeld in artikel B1-291.2 van de Verordening gedragscode, dan wel de intern of overheidsaccountant, bedoeld in artikel B2-291.2 van de Verordening gedragscode;
accountantsafdeling: de accountantsafdeling, bedoeld in de Verordening gedragscode ;
accountantspraktijk: de accountantspraktijk, bedoeld in de Verordening gedragscode ;
assuranceopdracht: de assuranceopdracht, bedoeld in de Verordening gedragscode , met uitzondering van de opdracht tot het uitvoeren van een wettelijke controle als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel p, van de Wet toezicht accountantsorganisaties;
AFM: de Stichting Autoriteit Financiële Markten;
bestuur: het bestuur van de NOvAA;
incidentenonderzoek: een onderzoek naar vermeende tekortkomingen in de beroepsuitoefening met uitzondering van de uitvoering van een wettelijke controle;
koepelorganisatie: een organisatie waarvan de accountantspraktijk of de accountantsafdeling lid is of waarbij de accountantspraktijk of de accountantsafdeling is aangesloten en welke organisatie bevoegd is aan de accountantspraktijk of de accountantsafdeling bindende regels voor de kwaliteitsbeheersing op te leggen, te toetsen en de naleving daarvan af te dwingen;
NOvAA: de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten ;
Raad: de individuele personen die op grond van artikel 3, eerste lid, van de Verordening op de Raad voor Toezicht zijn benoemd als lid van de Raad voor Toezicht;
thematisch onderzoek: een onderzoek naar een bepaald aspect van de uitvoering van assurance- of aan assurance verwante opdrachten;
toetsing: de beoordeling van de opzet en werking van het stelsel van kwaliteitsbeheersing van een accountantspraktijk of een accountantsafdeling;
hertoetsing: de toetsing waarbij mede wordt beoordeeld of de accountantspraktijk of de accountantsafdeling in voldoende mate opvolging heeft gegeven aan het goedgekeurde verbeterplan om de kwaliteit van de beroepsuitoefening in overeenstemming te brengen met het bij en krachtens de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten bepaalde;
stelsel van kwaliteitsbeheersing: het totaal van ter zake van assurance- en aan assurance verwante opdrachten door de accountantspraktijk of de accountantsafdeling getroffen maatregelen en ingestelde procedures ter zake van:
1°. de interne beheersing van de accountantspraktijk of de accountantsafdeling met betrekking tot kwaliteit;
2°. het interne onderzoek naar de naleving van de in de Verordening gedragscode opgenomen fundamentele beginselen door de bij de accountantspraktijk of de accountantsafdeling werkzame of daaraan verbonden accountants en andere personen; en
3°. het interne onderzoek ten aanzien van assurance- en aan assurance verwante opdrachten naar de kwaliteit van de door de bij de accountantspraktijk of de accountantsafdeling werkzame of daaraan verbonden accountants en andere personen uitgevoerde werkzaamheden;
systeem van kwaliteitsborging: de door een organisatie getroffen maatregelen en ingestelde procedures ten aanzien van het onderzoek naar de opzet en de werking van het stelsel van kwaliteitsbeheersing van de bij de organisatie aangesloten accountants, accountantspraktijken of accountantsafdelingen;
verbeterplan: een op de in artikel 13, vierde en vijfde lid, bedoelde aanwijzingen en aanbevelingen gebaseerd document, waarin op planmatige en gestructureerde wijze wordt aangegeven welke maatregelen worden getroffen ter correctie van de geconstateerde tekortkomingen van de opzet en werking van het in artikel 3 bedoelde stelsel van kwaliteitsbeheersing;
voorzitter: de voorzitter van de NOvAA;
wettelijke controle: de wettelijke controle, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel p, van de Wet toezicht accountantsorganisaties .
1.
Het bestuur verleent, voor zover dat zich verdraagt met afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht, voor de uitoefening van de in deze verordening aan hem verstrekte bevoegdheden mandaat, volmacht en machtiging aan de Raad.
2.
Namens het bestuur kan de Raad binnen het gestelde in het eerste lid ondermandaat verlenen.
3.
Over de inrichting en samenstelling van de Raad worden bij verordening nadere regels gesteld.
Artikel 3
De openbaar accountant en intern of overheidsaccountant draagt er zorg voor dat de accountantspraktijk of accountantsafdeling waarbij hij werkzaam is of waaraan hij is verbonden, beschikt over een stelsel van kwaliteitsbeheersing dat is afgestemd op de aard, omvang en het belang van de opdrachten en waarmee wordt voldaan aan het bepaalde bij en krachtens de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten .
Artikel 4
De accountant verleent medewerking aan een toetsing een hertoetsing, een thematisch onderzoek of een incidentenonderzoek en stelt alle gegevens ter beschikking die nodig zijn voor een toetsing, een hertoetsing, een thematisch onderzoek of een incidentenonderzoek.
1.
De voorzitter kan zijn bevindingen in de vorm van een klacht ter kennis van de accountantskamer brengen indien hem bij de uitoefening van het toezicht van feiten of omstandigheden blijkt die grond kunnen opleveren tot het opleggen van een tuchtrechtelijke maatregel, althans tot gegrondverklaring van de klacht.
2.
Indien bij een accountantspraktijk of accountantsafdeling meerdere accountants werkzaam zijn of aan een accountantspraktijk of accountantsafdeling meerdere accountants verbonden zijn, bepaalt de voorzitter voor de toepassing van het eerste lid, tegen welke accountant of accountants hij een klacht aanhangig maakt.
1.
Het bestuur is belast met de selectie en opleiding van de toetsers.
2.
Voor de (her)toetsing van een accountantspraktijk of accountantsafdeling wijst het bestuur toetsers aan die voldoen aan nader door het bestuur te stellen eisen.
3.
Voor het uitvoeren van een thematisch onderzoek of incidentenonderzoek wijst het bestuur personen aan die over de specifieke kwalificaties beschikken om deze onderzoeken uit te voeren.
Artikel 7
Een accountantspraktijk of accountantsafdeling wordt, om de kwaliteit van de beroepsuitoefening van een openbaar accountant, intern accountant of overheidsaccountant te kunnen beoordelen ten minste eenmaal in de zes jaar aan een toetsing onderworpen.
1.
Teneinde inzicht te krijgen in de specifieke situatie van de accountantspraktijk of de accountantsafdeling wordt er door het bestuur aan de accountantspraktijk of aan de accountantsafdeling een jaarlijkse monitoringvragenlijst gestuurd. De dagelijks beleidsbepaler zorgt ervoor dat deze vragenlijst binnen een termijn van zes weken na ontvangst door de accountantspraktijk of de accountantsafdeling ingevuld wordt geretourneerd.
2.
Het bestuur kan een accountantspraktijk of accountantsafdeling op basis van risico-indicatoren aan een nader onderzoek onderwerpen.
3.
Het bestuur kan een accountantsorganisatie welke beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 6 van de Wet toezicht accountantsorganisaties periodiek bezoeken ter verkrijging van nadere inlichtingen.
1.
Een toetsing van een accountantspraktijk houdt een onderzoek in waarbij wordt nagegaan of het stelsel van kwaliteitsbeheersing van de accountantspraktijk, niet betrekking hebbend op het verrichten van wettelijke controles door accountantsorganisaties welke beschikken over een vergunning als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties, in opzet en werking voldoet aan het bij en krachtens de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten bepaalde.
2.
Een toetsing van een accountantsafdeling houdt een onderzoek in waarbij wordt nagegaan of het stelsel van kwaliteitsbeheersing van de accountantsafdeling in opzet en werking voldoet aan het bij en krachtens de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten bepaalde.
3.
De toetsing kan omvatten assuranceopdrachten met uitzondering van wettelijke controles verricht door accountantsorganisaties welke beschikken over een vergunning als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties, aan assurance verwante opdrachten en overige opdrachten binnen de accountantspraktijk of de accountantsafdeling waar de accountant optreedt.
4.
De reikwijdte van de toetsing wordt bepaald door het bestuur.
1.
De toetsing wordt uitgevoerd aan de hand van door het bestuur vastgestelde toetsingsprogramma's.
2.
Het bestuur maakt de in het eerste lid van dit artikel bedoelde toetsingsprogramma's bekend aan de leden van de NOvAA.
1.
Het bestuur stelt vast welke accountantspraktijken en accountantsafdelingen in een bepaald jaar in aanmerking komen voor een toetsing.
2.
Het bestuur wijst ten behoeve van elke toetsing of hertoetsing een toetser aan of stelt een toetsingsteam samen.
3.
De toetser of het toetsingsteam is belast met de uitvoering van de toetsing of de hertoetsing van de accountantspraktijk of de accountantsafdeling.
4.
Bij de aanwijzing van de toetser of bij het samenstellen van het toetsingsteam wordt rekening gehouden met de aard en de omvang van de te toetsen accountantspraktijk of accountantsafdeling en met mogelijke feiten en omstandigheden waardoor de objectiviteit van de toetsers zou kunnen worden aangetast.
1.
Het bestuur maakt de datum waarop de (her)toetsing zal plaatsvinden ten minste zes weken van tevoren bekend.
2.
Indien een accountantspraktijk of een accountantsafdeling aannemelijk maakt dat een (her)toetsing op de datum welke op grond van het eerste lid bekend is gemaakt, niet mogelijk is, kan het bestuur een andere datum bekend maken waarop de (her)toetsing zal plaatsvinden.
3.
Indien het tweede lid toepassing vindt, kan het bestuur in overleg met een accountantspraktijk of een accountantsafdeling afwijken van de in het eerste lid genoemde termijn van zes weken.
4.
Het bestuur doet mededeling van de naam van de toetser of de samenstelling van het toetsingsteam, alsmede van de termijn waarbinnen een verzoek als bedoeld in het vijfde lid van dit artikel kan worden ingediend.
5.
De accountantspraktijk of de accountantsafdeling kan binnen een door het bestuur te stellen termijn aan het bestuur schriftelijk verzoeken elk van de toetsers die de (her)toetsing uitvoert te wraken op grond van objectieve feiten en omstandigheden waardoor gerede twijfel is ontstaan met betrekking tot de objectiviteit van de toetser.
6.
Indien het bestuur van oordeel is dat er sprake is van feiten en omstandigheden waardoor de objectiviteit van de toetser aangetast zou kunnen worden of de schijn wordt gewekt dat de objectiviteit van de toetsers aangetast zou kunnen worden, wijst het een andere toetser aan of wijzigt het de samenstelling van het toetsingsteam.
1.
De toetser of het toetsingsteam bespreekt direct na afloop van de (her)toetsing met de accountantspraktijk of de accountantsafdeling de bevindingen op hoofdlijnen.
2.
De toetser of het toetsingsteam stelt binnen een door het bestuur te stellen termijn na de eindbespreking een concept toetsingsverslag samen.
3.
Het toetsingsverslag als bedoeld in het tweede lid omvat naast de bevindingen van de toetser of het toetsingsteam tevens een gemotiveerd voorstel voor een oordeel als bedoeld in artikel 15, derde lid of artikel 15, vierde lid.
4.
De toetser of het toetsingsteam kan bij het voorstel voor een oordeel als bedoeld in artikel 15, derde lid, onderdeel a of artikel 15, vierde lid, onderdeel a, aanbevelingen doen voor het treffen van maatregelen ter verbetering van het stelsel van kwaliteitsbeheersing.
5.
Bij een voorstel voor een oordeel als bedoeld in artikel 15, derde lid, onderdeel b, doet de toetser of het toetsingsteam tevens een voorstel voor aanwijzingen voor het treffen van maatregelen ter verbetering van het stelsel van kwaliteitsbeheersing.
6.
Bij een voorstel voor een oordeel als bedoeld in artikel 15, derde lid, onderdeel c of artikel 15, vierde lid, onderdeel b, doet de toetser of het toetsingsteam tevens een voorstel voor aanwijzingen voor het treffen van maatregelen ter verbetering van het stelsel van kwaliteitsbeheersing en motiveert de ernst van de geconstateerde tekortkomingen.
7.
De toetser of het toetsingsteam draagt zorg voor de verzending van het concept toetsingsverslag binnen een door het bestuur te stellen termijn aan de accountantspraktijk of de accountantsafdeling.
8.
De accountantspraktijk of de accountantsafdeling kan binnen een door het bestuur te stellen termijn schriftelijk commentaar op het concept toetsingsverslag, bedoeld in het tweede lid, aan de toetser of het toetsingsteam zenden welke na verwerking van het commentaar het toetsingsverslag definitief maakt en aan de accountantspraktijk of accountantsafdeling en aan het bestuur zendt.
9.
De accountantspraktijk of de accountantsafdeling kan binnen een door het bestuur te stellen termijn schriftelijk commentaar op het definitieve toetsingsverslag, bedoeld het achtste lid, aan het bestuur zenden.
Artikel 14
Indien zich over de wijze van uitvoering van de (her)toetsing een meningsverschil voordoet tussen de aan toetsing onderworpen accountantspraktijk of accountantsafdeling en de toetser of het toetsingsteam, doet het bestuur op verzoek van de accountantspraktijk of de accountantsafdeling of de toetser of het toetsingsteam een bindende uitspraak.
1.
Het bestuur beperkt zich tot een marginale toetsing van het definitieve toetsingsverslag en stelt naar aanleiding hiervan en het eventuele commentaar als bedoeld in artikel 13, negende lid, een eindoordeel vast, al dan niet voorzien van aanbevelingen of aanwijzingen voor het treffen van maatregelen ter verbetering van geconstateerde tekortkomingen, dat hij binnen zes weken na afloop van de in artikel 13, negende lid, bedoelde termijn ter kennis brengt van de accountantspraktijk of de accountantsafdeling. Het bestuur kan gemotiveerd afwijken van het voorstel van de toetser of het toetsingsteam.
2.
Het bestuur kan de in het eerste lid genoemde termijn van zes weken verlengen.
3.
Een eindoordeel na een toetsing kan als volgt luiden:
a. het stelsel van kwaliteitsbeheersing voldoet in opzet en werking aan het bepaalde bij of krachtens de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten ;
b. het stelsel van kwaliteitsbeheersing behoeft verbetering en voldoet in opzet of werking op belangrijke onderdelen niet aan het bepaalde bij of krachtens de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten ;
c. het stelsel van kwaliteitsbeheersing voldoet in opzet en werking niet aan het bepaalde bij of krachtens de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten .
4.
Een eindoordeel na een hertoetsing als bedoeld in artikel 16, eerste lid, kan als volgt luiden:
a. het stelsel van kwaliteitsbeheersing voldoet in opzet en werking aan het bepaalde bij of krachtens de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten ;
b. het stelsel van kwaliteitsbeheersing voldoet in opzet en werking niet aan het bepaalde bij of krachtens de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten .
5.
In het geval aan een accountantspraktijk of de accountantsafdeling een eindoordeel als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, wordt gegeven, dan dient de accountantspraktijk of de accountantsafdeling binnen een door het bestuur te stellen termijn een door het bestuur goed te keuren verbeterplan in.
6.
Het bestuur stelt een termijn waarbinnen het stelsel van kwaliteitsbeheersing dient te worden aangepast en moet voldoen aan het bepaalde bij of krachtens de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten .
7.
Het bestuur kan volstaan met een gedeeltelijke goedkeuring van het verbeterplan. Het bestuur vermeldt daarbij op welke onderdelen het verbeterplan tekort schiet.
8.
Voor het beoordelen van het verbeterplan, bedoeld in het vijfde lid, wordt een tarief in rekening gebracht waarvan de hoogte bij verordening wordt vastgesteld.
9.
De tijd welke het bestuur besteedt aan de beoordeling van een verbeterplan, schort niet de termijn op bedoeld in het zesde lid.
10.
In het geval een eindoordeel luidt als bedoeld in het derde lid, onderdeel c, kan de voorzitter een tuchtrechtelijk procedure aanhangig te maken bij de Accountantskamer.
1.
Na een eindoordeel als bedoeld in artikel 15, derde lid, onderdeel b, vindt een hertoetsing plaats.
2.
De hertoetsing vindt plaats na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 15, zesde lid.
3.
In het geval aan een accountantspraktijk of een accountantsafdeling na een hertoetsing een eindoordeel is gegeven als bedoeld in artikel 15, vierde lid, onderdeel b, kan de voorzitter een tuchtrechtelijke procedure aanhangig te maken bij de Accountantskamer.
Artikel 17
Indien de getoetste accountantspraktijk, accountantsafdeling of individuele accountant de inhoud van het toetsingsverslag of het eindoordeel openbaar maakt,
a. neemt hij het bepaalde in artikel A-150.2 van de Verordening gedragscode in acht en;
b. vermeldt hij de datum waarop de meest recente (her)toetsing heeft plaatsgevonden.
1.
Het bestuur kan bij accountantspraktijken en accountantsafdelingen een thematisch onderzoek uitvoeren.
2.
Bij de uitvoering van een thematisch onderzoek bepaalt het bestuur in elk geval:
a. het onderwerp van het thematisch onderzoek;
b. de periode waarin het thematisch onderzoek wordt verricht;
c. de wijze waarop en de vorm waarin het thematisch onderzoek wordt verricht;
d. aan wie de uitvoering van het themaonderzoek wordt opgedragen;
e. bij welke accountantspraktijk of accountantsafdeling een thematisch onderzoek wordt uitgevoerd.
1.
Het bestuur stelt naar aanleiding van het thematisch onderzoek een verslag vast.
2.
Het bestuur kan het verslag, bedoeld in het eerst lid, aan de accountantspraktijk of de accountantsafdeling verstrekken.
3.
Het bestuur kan een mededeling doen waarin de uitkomsten van het thematisch onderzoek zijn opgenomen. In de mededeling worden enkel geanonimiseerde gegevens opgenomen.
Artikel 20
Het bestuur kan een incidentenonderzoek uitvoeren.
Artikel 21
Het bestuur bepaalt de wijze waarop en de vorm waarin het incidentenonderzoek plaatsvindt.
1.
Indien een accountantspraktijk beschikt over een vergunning, als bedoeld in artikel 6 van de Wet toezicht accountantsorganisaties, meldt het bestuur het eindoordeel over een bij deze accountantspraktijk uitgevoerde (her)toetsing bij de AFM.
2.
Indien een accountantspraktijk beschikt over een vergunning, als bedoeld in artikel 6 van de Wet toezicht accountantsorganisaties, draagt het bestuur, indien een eindoordeel over een bij deze accountantspraktijk uitgevoerde toetsing of hertoetsing luidt als bedoeld in artikel 15, derde lid, onderdeel c, respectievelijk artikel 15, vierde lid, onderdeel b, het toetsingsdossier over aan de AFM.
1.
Indien uit een thematisch onderzoek als bedoeld in artikel 18, eerste lid, informatie blijkt die duidt op een ernstige overtreding van de bij of krachtens de Wet toezicht accountantsorganisaties gestelde voorschriften door een accountantsorganisatie dan wel door een (mede) beleidsbepaler of een externe accountant van een accountantsorganisatie, verstrekt het bestuur deze informatie aan de AFM.
2.
Indien uit een incidentenonderzoek als bedoeld in artikel 20, informatie blijkt die duidt op een ernstige overtreding van de bij of krachtens de Wet toezicht accountantsorganisaties gestelde voorschriften door een accountantsorganisatie dan wel door een (mede) beleidsbepaler of een externe accountant van een accountantsorganisatie, verstrekt het bestuur deze informatie aan de AFM.
Artikel 24
Het bestuur kan naar aanleiding van een daartoe door een accountantspraktijk of accountantsafdeling schriftelijk ingediend en gedocumenteerd verzoek besluiten tijdelijke vrijstelling van een (her)toetsing of vrijstelling van een themaonderzoek te verlenen.
1.
Een verzoek tot tijdelijke vrijstelling of de verlenging daarvan wordt eerst in behandeling genomen nadat het tarief hiervoor, waarvan de hoogte bij verordening word vastgesteld, door de desbetreffende accountantspraktijk of accountantsafdeling is voldaan.
2.
Een tijdelijke vrijstelling van een (her)toetsing wordt slechts verleend wanneer tijdelijk niet kan worden voldaan aan de normen, bedoeld in artikel 3 doordat:
a. de accountantspraktijk of de accountantsafdeling binnen afzienbare termijn ophoudt te bestaan;
b. een accountantspraktijk of accountantsafdeling als partij minder dan een jaar geleden betrokken is geweest, dan wel betrokken is bij een fusie met of een overname van of door een accountantspraktijk of accountantsafdeling van vergelijkbare omvang; of
c. de samenwerking tussen een aanzienlijk deel van de bij een accountantspraktijk of accountantafdeling werkzame accountants of de aan een accountantspraktijk of accountantsafdeling verbonden accountants minder dan een jaar geleden is verbroken.
3.
Een tijdelijke vrijstelling van een (her)toetsing kan slechts worden verleend voor de duur van maximaal één jaar met de mogelijkheid tot verlenging voor de duur van maximaal één jaar.
4.
Het bestuur neemt een beslissing binnen acht weken na in behandeling nemen van het verzoek tot tijdelijke vrijstelling van een (her)toetsing.
5.
Het bestuur kan de in het vierde lid genoemde termijn verlengen met maximaal zes weken.
6.
Accountantspraktijken of accountantsafdelingen die lid zijn van of aangesloten zijn bij een koepelorganisatie waaraan een accreditatie als bedoeld in artikel 26, eerste lid, is verleend, zijn voor de duur van deze accreditatie vrijgesteld van toetsing door het bestuur.
7.
Accountantspraktijken of accountantsafdelingen die lid zijn van of aangesloten zijn bij een koepelorganisatie waarvoor een verzoek als bedoeld in artikel 26, eerste lid, is ingediend, zijn gedurende de periode waarin het bestuur op het verzoek nog geen beslissing heeft genomen, vrijgesteld van toetsing door het bestuur.
8.
Accountantspraktijken of accountantsafdelingen die een aanvraag hebben ingediend voor het lidmaatschap van of de aansluiting bij een geaccrediteerde koepelorganisatie zijn, gedurende de periode waarin de koepelorganisatie op het verzoek nog geen beslissing heeft genomen, vrijgesteld van toetsing door het bestuur.
9.
Het zesde en zevende lid vinden geen toepassing in het geval de accountantspraktijk of de accountantsafdeling een aanvraag heeft ingediend voor het lidmaatschap van of de aansluiting bij een koepelorganisatie nadat een accountantspraktijk of een accountantsafdeling is aangewezen voor een toetsing op grond van in artikel 11, eerste lid.
10.
Het achtste lid vindt geen toepassing in het geval de in dat lid bedoelde aanvraag is ingediend nadat een accountantspraktijk of een accountantsafdeling is aangewezen voor een toetsing op grond van artikel 11, eerste lid.
1.
Koepelorganisaties kunnen het bestuur verzoeken hun systeem van kwaliteitsborging te accrediteren.
2.
Ten behoeve van deze accreditatie toetst het bestuur de opzet en werking van het systeem van kwaliteitsborging.
3.
De kosten van de behandeling van een verzoek tot accreditatie, waaronder mede wordt begrepen de toetsing van de opzet en werking van het systeem van kwaliteitsborging, komen voor rekening van de desbetreffende koepelorganisatie.
4.
De toerekening van de kosten van een accreditatie wordt bij verordening vastgesteld.
5.
De accreditatie wordt verleend voor de duur van drie jaar of zoveel korter als het bestuur beslist.
6.
Het bestuur neemt een besluit binnen zestien weken na ontvangst van het verzoek als bedoeld in het eerste lid.
7.
Het bestuur kan aan de accreditatie voorwaarden verbinden.
8.
De koepelorganisatie doet onverwijld mededeling aan het bestuur van wijzigingen in het geaccrediteerde systeem van kwaliteitsborging.
9.
Het bestuur bericht de koepelorganisatie welke gevolgen de wijzigingen hebben voor de accreditatie.
1.
De kosten van een accreditatie als bedoeld in artikel 26, derde lid, worden gevormd door het aantal aangevangen dagdelen dat de toetsers gezamenlijk bij de koepelorganisatie aan de toetsing hebben besteed, vermenigvuldigd met het geldende tarief.
2.
Het tarief wordt door de ledenvergadering vastgesteld in de Verordening tarieven kwaliteitstoetsing NOvAA .
Artikel 28
Van vertrouwelijke gegevens in het kader van de toetsing verkregen, kan geen verder en ander gebruik worden gemaakt dan krachtens deze verordening is bepaald, tenzij bij wet anders is bepaald.
Artikel 29
In situaties die procedureel van aard zijn en waarin deze verordening niet voorziet, beslist het bestuur.
1.
De kosten van de werkzaamheden die worden verricht ter zake van de beoordeling van de kwaliteit van de beroepsuitoefening van een accountant, komen voor rekening van de accountantspraktijk waarbij de accountant werkzaam is of waaraan de accountant is verbonden, of de onderneming, de instelling of de overheid en de daarmee gelijk te stellen dienst waartoe de accountantsafdeling behoort waarbij de accountant werkzaam is of waaraan de accountant is verbonden.
2.
De toerekening van de kosten van de werkzaamheden die worden verricht ter zake van de beoordeling van de kwaliteit van de beroepsuitoefening van een accountant, wordt bij verordening vastgesteld.
Artikel 31
[Wijzigt de Verordening op de Raad van Toezicht Beroepsuitoefening AA’s.]
Artikel 32
De Verordening op de periodieke preventieve toetsing wordt ingetrokken.
1.
Deze verordening treedt in werking op de tweede dag na publicatie in de Staatscourant en werkt terug tot 1 juli 2012.
2.
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de Kwaliteitstoetsing NOvAA.
1.
De toetsing van een accountantspraktijk, welke op grond van artikel 7, tweede lid, van de Verordening op de periodieke preventieve toetsing reeds is aangewezen voor een toetsing, wordt met inachtneming van de bepalingen uit de Verordening op de periodieke preventieve toetsing, zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van deze verordening, afgerond door het bestuur.
2.
De hertoetsing van een accountantspraktijk, welke op grond van artikel 12 van de Verordening op de periodieke preventieve toetsing reeds is aangewezen voor een hertoetsing, wordt met inachtneming van de bepalingen uit de Verordening op de periodieke preventieve toetsing, zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van deze verordening, afgerond door het bestuur.