Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Verordening onderwijsfonds aanvoersector 2006
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
+ Artikel 5
Artikel 6. (mandatering afslagen en derden)
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10. (bescherming gegevens)
Artikel 11. (mandatering secretaris en voorzitter)
Artikel 12
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 9 juni 2007. U leest nu de tekst die gold op 8 juni 2007.

Verordening onderwijsfonds aanvoersector 2006

Verordening van het Productschap Vis van 13 oktober 2005, houdende regels ter zake van de aan de onder het Productschap Vis ressorterende ondernemers op te leggen bestemmingsheffing ten behoeve van onderwijs voor de aanvoersector voor het jaar 2006 (Verordening onderwijsfonds aanvoersector 2006)
Het bestuur van het Productschap Vis;
Gelet op de artikelen 95 en 126 van de Wet op de bedrijfsorganisatie en artikel 7 van het Instellingsbesluit Productschap Vis (Stb. 2003, 253);
Gehoord de Commissie aanvoeraangelegenheden, de Onderwijscommissie, de Garnalenadviescommissie en de Mosseladviescommissie;
Besluit:
1.
In deze verordening wordt verstaan onder:
2.
Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze verordening vindt het aanvoeren plaats op het tijdstip waarop het vaartuig direct of indirect verbinding met de wal heeft verkregen.
3.
Indien een vaartuig mosselen, niet zijnde ingevoerde mosselen, op een verwaterplaats stort voordat het vaartuig direct of indirect verbinding met de wal heeft verkregen, vindt het aanvoeren van mosselen, in afwijking van het bepaalde in het tweede lid, plaats op het tijdstip waarop de mosselen worden gestort op een verwaterplaats.
1.
Een aanvoerder is aan het Productschap ten behoeve van het Onderwijsfonds voor de aanvoersector een heffing verschuldigd van 0,4 promille van de waarde van de door hem aangevoerde vis.
2.
Een aanvoerder is aan het Productschap ten behoeve van het Onderwijsfonds voor de aanvoersector een heffing verschuldigd van € 0,02 per elke door de aanvoerder aangevoerde ton mosselen.
3.
De waarde van de aangevoerde vis wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 3.
4.
Een aanvoerder is aan het Productschap ten behoeve van het Onderwijsfonds voor de aanvoersector een heffing verschuldigd van € 0,0012 per kilogram garnalen.
5.
Indien de garnalen in gepelde toestand worden aangevoerd, al dan niet door tussenkomst van een afslag, wordt het aantal aangevoerde kilogrammen ter bepaling van de verschuldigde heffing(en) vermenigvuldigd met een factor 3.
1.
Indien de aangevoerde vis door tussenkomst van een afslag wordt verhandeld, wordt onder de in artikel 2, eerste lid, bedoelde waarde verstaan, de bruto besomming van de aangevoerde vis op de afslag.
2.
Indien de door een kotter aangevoerde vis zonder tussenkomst van een afslag wordt verhandeld, wordt onder de in artikel 2, eerste lid, bedoelde waarde verstaan, de door de koper van de aangevoerde vis betaalde koopsom.
3.
Indien de door een trawler aangevoerde vis zonder tussenkomst van een afslag wordt verhandeld, wordt onder de in artikel 2, eerste lid, bedoelde waarde verstaan, 70 % van de door de koper van de aangevoerde vis betaalde koopsom.
1.
Een ondernemer verstrekt aan het productschap, op schriftelijk verzoek van de secretaris, namens het bestuur, vóór de in dit verzoek genoemde datum, naar waarheid de gegevens die nodig zijn voor de vaststelling van de door de ondernemer op grond van deze verordening verschuldigde heffing.
2.
Een ondernemer overlegt aan het productschap, op schriftelijk verzoek van de secretaris, namens het bestuur, vóór de in dit verzoek genoemde datum een verklaring, van een accountant als bedoeld in de desbetreffende bepalingen van het Burgerlijk Wetboek, omtrent de getrouwheid en volledigheid van de in het eerste lid bedoelde gegevens.
3.
Indien blijkt dat de door de ondernemer verstrekte gegevens onjuist zijn of afwijken van aan het productschap ten dienste staande gegevens, kunnen aan de hand van deze nieuwe gegevens of overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 en/of in artikel 11 de in rekening gebrachte en/of te brengen bedragen worden herzien en het verschil worden nagevorderd of gerestitueerd.
1.
Indien een ondernemer de gegevens, bedoeld in artikel 4, eerste lid, niet of niet volledig aan het productschap heeft verstrekt vóór de in dat artikel bedoelde datum dan wel vóór de datum van de aan de ondememer toegezonden herinnering, is de secretaris, namens het bestuur, bevoegd de verzochte waarden, aankoopbedragen, inkoopbedragen, hoeveelheden of aantallen te schatten en op basis daarvan de verschuldigde heffing te berekenen.
2.
De secretaris stelt, namens het bestuur, de betrokken ondernemer van de geschatte gegevens en het op basis daarvan berekende heffingsbedrag schriftelijk in kennis, onder mededeling dat hij alsnog in de gelegenheid wordt gesteld de eerder verzochte gegevens binnen 3 weken na verzending van de kennisgeving aanhet productschap te verstrekken.
3.
Indien de betrokken ondernemer binnen de in het tweede lid bedoelde termijn alsnog de verzochte gegevens aan het productschap verstrekt, wordt de verschuldigde heffing berekend op basis van deze gegevens.
4.
Indien blijkt dat de door de ondernemer alsnog verstrekte gegevens, als bedoeld in het derde lid, onjuist zijn of afwijken van aan het productschap ten dienste staande gegevens, wordt de verschuldigde heffing berekend op basis van de door de secretaris geschatte waarden, aan- koopbedragen, inkoopbedragen, hoeveelheden of aantallen.
5.
Indien de betrokken ondernemer binnen de in het tweede lid bedoelde termijn wederom in gebreke blijft de verzochte gegevens aan het productschap te verstrekken, wordt het bedrag, zoals berekend op de wijze bedoeld in het eerste lid, in rekening gebracht.
1.
Indien vis, mosselen en/of garnalen door tussenkomst van een afslag zijn verhandeld worden de op grond van deze verordening wegens het aanvoeren of kopen van de vis, mosselen of garnalen verschuldigde heffingen door de ondernemer onmiddellijk na de verkoop aan het productschap betaald.
2.
In de gevallen bedoeld in het eerste lid kunnen de door de aanvoerder of koper verschuldigde heffingen door de afslagadministratie ten behoeve van het productschap worden geïnd door middel van inhouding op de op de afslag gemaakte brutobesomming respectievelijk verrekening met het betaalde aankoopbedrag. Indien de heffingen op deze wijze volledig zijn geïnd, wordt de ondernemer geacht te dier zake aan zijn verplichting te hebben voldaan.
3.
Het bepaalde bij en krachtens artikel 13, derde, vierde en vijfde lid, van de Heffingsverordening 2006 is van overeenkomstige toepassing op het bepaalde in deze verordening.
Artikel 7
Indien vis, mosselen en/of garnalen zonder tussenkomst van een afslag zijn verhandeld worden de op grond van deze verordening wegens het aanvoeren van de vis verschuldigde heffingen door de ondernemer betaald uiterlijk binnen dertig dagen na de dag waarop zij hem door het productschap in rekening zijn gebracht.
1.
Het productschap brengt vooruitlopend op de opgave bedoeld in artikel 4 de ondernemers jaarlijks één of meer voorschotbedragen in rekening.
2.
Indien en voor zover aan voorschotbedragen meer is betaald dan uit hoofde van deze verordening is verschuldigd, vindt restitutie plaats.
3.
Het voorschotbedrag wordt door de ondernemer betaald uiterlijk binnen dertig dagen na de dag waarop het hem door het productschap in rekening is gebracht.
Artikel 9
Een nagevorderd bedrag als bedoeld in artikel 4, derde lid, wordt door de ondernemer betaald uiterlijk binnen veertien dagen na de dag waarop het bedrag hem door het productschap in rekening is gebracht.
Artikel 10. (bescherming gegevens)
De Verordening Algemene Bepalingen Productschap Vis 2000 is van toepassing op de venverking van gegevens, als bedoeld in de artikelen 4, 5 en 6.
1.
De secretaris is, namens het bestuur, belast met de vaststelling en oplegging van de door een ondernemer verschuldigde heffing(en), als bedoeld in artikel 2, indien deze verschuldigde heffing(en) niet reeds op grond van artikel 6 door de afslagadministratie of derden, als bedoeld in artikel 13, vierde lid, van de Heffingsverordening 2006 ten behoeve van het productschap is/zijn geïnd.
2.
a. De oplegging van de door een ondernemer verschuldigde heffing(en), geschiedt door de secretaris, namens het bestuur, door middel van toezending of uitreiking aan de heffingsplichtige ondernemer van een gedagtekende heffingsaanslag op basis van;
1°. de gegevens als bedoeld in artikel 4 en/of artikel 5 en/of
2°. de bij het productschap bekende gegevens voor de heffing(en) als bedoeld in artikel 2.
b. De heffingsaanslag moet bevatten:
1°. de naam en de woonplaats of vestigingsplaats van de heffíngsplichtige ondernemer, conform de gegevens die bekend zijn bij het productschap;
2°. een specificatie van het bedrag van de heffing(en) onder vermelding van de heffingsgrondslagen;
3°. in de daarvoor in aanmerking komende gevallen: de toepasselijke vrijstellingen;
4°. in de daarvoor in aanmerking komende gevallen: de toepasselijke verrekening met reeds betaalde voorschotbedragen;
5°. het totaalbedrag van de heffingsaanslag;
6°. het betalingstijdstip en informatie over de wijze van betaling;
7°. de vermelding van de mogelijkheid van bezwaar met inachtneming van artikel 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht.
3.
De secretaris kan, namens het bestuur, de termijn van inzending van de gegevens als bedoeld in artikel 4 en/of 5, op verzoek van een ondernemer verlengen met een termijn die de secretaris redelijk acht.
4.
a. De secretaris kan, namens het bestuur, een voorschotbedrag, als bedoeld in artikel 8, opleggen en in rekening brengen bij de heffingsplichtige ondernemer.
b. De secretaris kan, namens het bestuur, het in rekening gebrachte voorschotbedrag herzien en/of opnieuw opleggen indien blijkt dat de gegevens van de heffingsplichtige ondernemer, die hier aan ten grondslag lagen, niet in overeenstemming zijn met de werkelijkheid.
5.
De voorzitter is, namens het bestuur, belast met de uitvoering van het bepaalde in de artikelen 7 tot en met 9 met inachtneming van het bepaalde in artikel 127 van de Wet op de bedrijfsorganisatie.
6.
De voorzitter is, namens het bestuur, belast met het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten, als bedoeld in het tweede lid met inachtneming van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht .
7.
De voorzitter is, namens het bestuur, belast met het beslissen op verzoeken om in te stemmen met rechtstreeks beroep bij de administratieve rechter tegen besluiten, als bedoeld in het tweede lid met inachtneming van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht.
8.
De voorzitter kan in afwijking van het vierde lid, namens het bestuur, de heffmgsplichtige ondernemer op diens verzoek bij de indiening van zijn bezwaarschrift:
a. in bijzondere omstandigheden (ter beoordeling van de voorzitter) uitstel van betaling verlenen van de vastgestelde en opgelegde heffing(en), als bedoeld in het tweede lid, totdat de beslissing op het bezwaarschrift door de voorzitter is genomen;
b. een vergoeding toekennen als bedoeld in artikel 7:15 Algemene wet bestuursrecht;
c. ingeval beroep is ingesteld tegen een beslissing op het bezwaarschrift, in bijzondere omstandigheden (ter beoordeling van de voorzitter) uitstel van betaling verlenen van de vastgestelde en opgelegde heffing(en), als bedoeld in het tweede lid, totdat de bevoegde rechter uitspraak heeft gedaan.
9.
De secretaris kan in afwijking van het eerste lid, namens het bestuur, de heffingsplichtige ondernemer vrijstellen van artikel 2 indien het totaal van de door deze ondernemer verschuldigde huishoudelijke en bestemmingsheffing(en) minder is dan € 10,–.
10.
De voorzitter is, namens het bestuur, belast met het kenbaar maken en stellen van nadere eisen aan het gebruik van de elektronische weg bij het verkeer van berichten tussen ondernemers en het productschap met betrekkiing tot het bepaalde in de onderhavige verordening met inachtneming van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht .
1.
Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2006. Indien het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin deze verordening wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2005, treedt deze verordening in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en werkt deze terug tot en met 1 januari 2006.
2.
De Verordening onderwijsfonds aanvoersector 2005 wordt ingetrokken, behoudens ten aanzien van reeds verschuldigde heffingsbedragen.
3.
Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening onderwijsfonds aanvoersector 2006.
Rijswijk, 13 oktober 2005
voorzitter
secretaris