Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Verordening hygiënevoorschriften kalkoenhouderij 1999
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Begripsbepalingen
+ Hygiënemaatregelen
+ Reinigen en ontsmetten
+ Onderzoek naar schadelijke micro-organismen
+ Informatie-overdracht
+ Maatregelen bij een besmetting
+ Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 18 juli 2010. U leest nu de tekst die gold op 17 juli 2010.

Verordening hygiënevoorschriften kalkoenhouderij 1999

Verordening hygiënevoorschriften kalkoenhouderij 1999
Het Bestuur van het Produktschap voor Pluimvee en Eieren heeft,
gelet op de artikelen 93, eerste lid, 95 en 102 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie, en de artikelen 5, 6, 7 en 8 van de Instellingsverordening Produktschap Pluimvee en Eieren,
op 13 januari 1999 vastgesteld de navolgende
VERORDENING
Artikel 1
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
1. productschap : Productschap Pluimvee en Eieren;
2. Bestuur : het Bestuur van het Productschap;
3. Voorzitter : de Voorzitter van het Productschap;
4. ondernemer : een natuurlijk persoon of rechtspersoon, die een kalkoenbedrijf of een kalkoenkuikenbroederij uitoefent;
5. kalkoenbedrijf : inrichting die wordt gebruikt voor het (op)fokken en/of het houden van fokkalkoenen en/of vleeskalkoenen;
6. fokbedrijf : inrichting die zich toelegt op de productie van broedeieren, bestemd voor de productie van fokkalkoenen;
7. vermeerderingsbedrijf : inrichting die zich toelegt op de productie van broedeieren, bestemd voor de productie van vleeskalkoenen;
8. opfokbedrijf : een inrichting die zich toelegt op het opfokken van fokkalkoenen tot het voortplantingsstadium;
9. kalkoenkuikenbroederij : inrichting die wordt gebruikt voor het inleggen en uitbroeden van broedeieren onderscheidenlijk inrichting waarin één of meerdere vorengenoemde handelingen worden verricht;
10. vleeskalkoenbedrijf : inrichting die wordt gebruikt voor het houden van vleeskalkoenen;
11. kalkoenen : kalkoenen, die worden opgefokt of gehouden voor de productie van broedeieren of vlees;
12. broedeieren : eieren afkomstig van kalkoenen, bestemd om te worden bebroed;
13. eendagskuikens : kalkoenen die nog géén 72 uur oud zijn;
14. fokkalkoenen : kalkoenen van 72 uur en ouder, bestemd voor de productie van broedeieren;
15. vleeskalkoenen : kalkoenen van 72 uur en ouder, die worden gehouden voor de productie van vlees;
16. koppel : alle kalkoenen met dezelfde gezondheidsstatus die in dezelfde stal of binnen dezelfde uitloopruimte worden geplaatst of gehouden en die een epidemiologische eenheid vormen;
17. open drinkwatersysteem : drinkwatersysteem waarbij vlotterbakken of voorraadtanken, die geen goed sluitende deksel hebben, worden gebruikt en/of andere open verbindingen zijn;
18. bedrijfsgebouw : het gebouw waarin kalkoenen worden gehouden en/of broedeieren zijn ingelegd en de tot het gebouw behorende voorruimte en lokalen;
19. ronde : de periode van opzet van eendagskuikens tot overplaatsing van de kalkoenen of de periode van overplaatsing van de kalkoenen tot aflevering van de kalkoenen of de periode van opzet tot aflevering wanneer de kalkoenen in dezelfde stal verblijven.
1.
Ondernemers zijn, onverminderd enig ander wettelijk voorschrift, verplicht:
a. binnen de bedrijfsgebouwen geen huisdieren, landbouwhuisdieren en ander pluimvee, sier- en nutsgevogelte toe te laten;
b. indien ander pluimvee, sier- of nutsgevogelte wordt gehouden op het perceel waarop het kalkoenbedrijf of de kalkoenkuikenbroederij wordt uitgeoefend, deze dieren achter een afscheiding of in een volière te houden, waardoor deze dieren niet bij de kalkoenenstallen kunnen komen en de verzorging van deze dieren strikt gescheiden te houden van de kalkoenen;
c. de bedrijfsgebouwen zodanig in te richten dat vogels het bedrijfsgebouw niet binnen kunnen komen;
d. alleen bezoekers toegang tot de bedrijfsgebouwen te verschaffen, als dit voor de bedrijfsvoering strikt noodzakelijk is en indien zij handelen overeenkomstig de voorwaarden van de persoonlijke en bedrijfshygiëne;
e. er op toe te zien dat alle op het bedrijf aanwezige personen de persoonlijke en bedrijfshygiëne volledig in acht nemen;
f. er op toe te zien dat alle personen die het bedrijf willen betreden, vóór het betreden van het schone deel van het bedrijfsgebouw schone bedrijfskleding aantrekken;
g. er voor zorg te dragen dat per bedrijf in minstens één van de bedrijfsgebouwen een handenwasgelegenheid aanwezig is, waarin zich ten minste een wasbak met afvoer, water, zeep en een handdoek bevindt;
h. per opfokbedrijf, vermeerderingsbedrijf en kalkoenkuikenbroederij een douche aanwezig is;
i. er voor zorg te dragen dat de faciliteiten voor persoonlijke hygiëne in een goed functionerende staat zijn;
j. er op toe te zien dat, voordat de stal en/of broederij wordt betreden, de handen worden gewassen en, in het geval van een opfokbedrijf, vermeerderingsbedrijf of kalkoenkuikenbroederij, wordt gedoucht;
k. een ongediertebestrijdingsplan op te stellen en volgens het plan te werken, tenzij gewerkt wordt met een professionele ongediertebestrijdingsinstantie die minimaal elke twee maanden op het bedrijf langskomt om eventueel aanwezig ongedierte te bestrijden;
l. alle acties met betrekking tot wering, signalering en bestrijding van ongedierte vast te leggen in, indien van toepassing, het ongediertebestrijdingsplan en te intensiveren bij een toename van dit ongedierte;
m. drinkwater van een eigen bron in combinatie met een gesloten drinkwatersysteem, drinkwater van een eigen bron en drinkwater van het openbare waterleidingnet in combinatie met een open drinkwatersysteem jaarlijks door een erkende instantie, welke door de Voorzitter is aangewezen en werkt volgens een door het Bestuur vastgesteld protocol, te laten onderzoeken en de onderzoeksresultaten twee jaar te bewaren. Het Bestuur kan bij besluit nadere regels stellen ten aanzien van het vorenbedoeld onderzoek. Wanneer de uitslag van het drinkwateronderzoek niet voldoet aan een door het Bestuur vastgestelde norm dan dient de ondernemer de door het Bestuur vastgestelde maatregelen te nemen;
n. indien gebruik wordt gemaakt van drinkwater van het openbare waterleidingnet in combinatie met een gesloten drinkwatersysteem, aan te tonen dat het drinkwatersysteem tijdens elke leegstandperiode wordt gereinigd en ontsmet;
o. indien gebruik wordt gemaakt van drinkwater van het openbare waterleidingnet in combinatie met een gesloten drinkwatersysteem en een drinkwateronderzoek is uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in onderdeel m, vervalt de verplichting tot reiniging en ontsmetting als bedoeld in onderdeel n, mits de uitslag van het drinkwateronderzoek voldoet aan de door het Bestuur vastgestelde norm;
p. wanneer zij een kalkoenkuikenbroederij uitoefenen, de kalkoenkuikenbroederij zo in te richten dat geen kruisbesmetting van de in de Bijlage onderdeel a bedoelde schadelijke micro-organismen kan ontstaan.
2.
Ondernemers zijn, onverminderd enig ander wettelijk voorschrift, voorts verplicht:
a. het perceel waarop het kalkoenbedrijf wordt uitgeoefend zodanig in te richten dat de perceelgrenzen herkenbaar zijn en dat voor bezoekers duidelijk is waar zij zich moeten melden;
b. de bedrijfsgebouwen en de inventaris schoon te houden en het perceel waarop het pluimveebedrijf of de kuikenbroederij wordt uitgeoefend en met name de directe omgeving van de stallen schoon te maken en op te ruimen, zodat geen ongedierte aangetrokken wordt;
c. de bedrijfsgebouwen zodanig in te richten, dat ongehinderde toegang door derden tot de stallen niet mogelijk is;
d. in iedere stal een voorruimte aanwezig te hebben die volledig afgescheiden is van de ruimte waarin de kalkoenen gehouden worden;
e. bij iedere stal en/of broederij een fysieke scheiding aan te brengen in een bufferdeel en een schoon deel en op de scheiding van het bufferdeel en het schone deel van schoeisel te wisselen;
f. er voor zorg te dragen dat in het schone deel van de stal voldoende schoeisel aanwezig is;
g. indien op een kalkoenbedrijf meerdere leeftijdsgroepen kalkoenen aanwezig zijn, ervoor zorg te dragen dat per leeftijdsgroep in het bufferdeel van de stal schone bedrijfskleding aanwezig is en erop toe te zien dat alle personen die de betreffende stal willen betreden, vóór het betreden van het schone deel van de stal de schone bedrijfskleding aantrekken;
h. er voor zorg te dragen dat de loop- en/of rijroutes van en naar de bedrijfsgebouwen verhard zijn, zodanig dat deze deugdelijk gereinigd kunnen worden;
i. er voor zorg te dragen dat er een deugdelijke afwatering ten opzichte van de stallen op het perceel aanwezig is;
j. voedersilo's op een verharde ondergrond te plaatsen, schoon te houden, van buiten de stallen te vullen en, indien meerdere voedersilo’s op het bedrijf aanwezig zijn, te voorzien van een bedrijfs-uniek nummer;
k. gebruik te maken van een bedrijfs-eigen stofzak bij het lossen van het voer;
l. voeders, aanwezig bodem- en neststrooisel en verpakkingsmateriaal zodanig op te slaan dat deze schoon, droog en schimmelvrij blijven;
m. voeder dat na de ontruiming van een stal nog aanwezig is in het voedersysteem buiten de silo af te voeren, zodanig dat het niet meer in contact kan komen met de kalkoenen.
3.
Ondernemers die een kalkoenbedrijf uitoefenen zijn verplicht zich jaarlijks ten minste één maal op eigen kosten te laten controleren op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening door een door de voorzitter erkende controle-instantie.
4.
Ondernemers die een kalkoenkuikenbroederij uitoefenen zijn verplicht zich iedere drie maanden op eigen kosten te laten controleren op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening door een door de voorzitter erkende controle-instantie.
5.
Het bestuur stelt bij besluit de erkenningsvoorwaarden vast waaraan een controle-instantie, zoals bedoeld in de voorgaande twee leden, ten minste dient te voldoen. Deze voorwaarden strekken tot waarborging van de onafhankelijkheid en de expertise van de controle-instanties.
6.
Het besluit zoals bedoeld in het voorgaande lid wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
1.
Controle-instanties zoals bedoeld in artikel 2, derde, vierde en vijfde lid, kunnen op aanvraag worden erkend door de voorzitter.
2.
De erkenning kan tijdelijk en onder voorwaarden worden verleend. De erkenning kan worden ingetrokken indien blijkt dat niet meer aan de voorwaarden wordt voldaan.
1.
Iedere ondernemer die een kalkoenbedrijf uitoefent is, onverminderd enig ander wettelijk voorschrift, verplicht onmiddellijk na het ontruimen van een stal waarin hij een koppel kalkoenen heeft gehouden, de in die stal aanwezige mest en strooisel te verwijderen en na afvoer van de mest en strooisel de betreffende stal grondig te reinigen en te ontsmetten.
2.
De ondernemer die een kalkoenbedrijf uitoefent laat na het reinigen en ontsmetten, als bedoeld in het eerste lid, een maal per kalenderjaar in de stallen waar eendagskuikens zijn opgezet een hygiëneonderzoek door een erkende instantie uitvoeren, op de wijze als omschreven in een door het bestuur vast te stellen besluit.
3.
De ondernemer die een fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent laat na het reinigen en ontsmetten, als bedoeld in het eerste lid, een maal per kalenderjaar een hygiëneonderzoek door een erkende instantie uitvoeren op de wijze als omschreven in een door het bestuur vast te stellen besluit.
4.
Iedere ondernemer die een kalkoenkuikenbroederij uitoefent is, onverminderd enig ander wettelijk voorschrift, verplicht onmiddellijk na de aflevering van de eendagskuikens, de gebruikte lokalen te reinigen en ontsmetten.
5.
Iedere ondernemer die een kalkoenkuikenbroederij uitoefent is verplicht een hygiëne-onderzoek te laten uitvoeren door een erkende instantie, volgens een door het Bestuur vastgesteld programma, waarbij het onder door het Bestuur vast te stellen voorwaarden is toegestaan dat de ondernemer die een kalkoenkuikenbroederij uitoefent zelf een deel van het vorengenoemde programma uitvoert. De uitslag van dit onderzoek dient te voldoen aan de norm voor de betreffende kalkoenkuikenbroederij. De hiervoor bedoelde normen zullen door het Bestuur worden vastgesteld.
6.
De erkende instantie, bedoeld in het tweede en vijfde lid, wordt aangewezen door de Voorzitter en werkt volgens een door het Bestuur goedgekeurd protocol.
7.
Iedere ondernemer is verplicht de uitslag van het hygiëne-onderzoek, bedoeld in het tweede en vijfde lid, twee jaar te bewaren.
1.
Iedere ondernemer is verplicht elk koppel kalkoenen te laten onderzoeken op de aanwezigheid van de in de Bijlage, onderdeel a. , bedoelde schadelijke micro-organismen.
2.
[Treedt in werking op nader te bepalen tijdstip.]
3.
Het in het eerste en tweede lid bedoelde onderzoek geschiedt door middel van het nemen van monsters. De monsters dienen te worden genomen door een erkende instantie, die wordt aangewezen door de Voorzitter en werkt volgens een door het Bestuur goedgekeurd protocol.
4.
In afwijking van het derde lid is het de ondernemer die een vleeskalkoenbedrijf, kalkoenkuikenbroederij, opfokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent toegestaan zelf monsters te nemen of te laten nemen, indien geborgd wordt dat deze monstername op correcte wijze wordt uitgevoerd. Het Bestuur stelt de eisen vast waaraan de in de vorige zin bedoelde borgingssystematiek moet voldoen.
5.
Het Bestuur kan regels stellen omtrent de wijze van bemonstering en het tijdstip waarop de bemonstering dient plaats te vinden.
6.
De monsters dienen te worden onderzocht door een erkend laboratorium, dat wordt aangewezen door de Voorzitter, op basis van door het Bestuur vast te stellen erkenningsvoorwaarden.
7.
Iedere ondernemer is verplicht de uitslag van het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, twee jaar te bewaren.
1.
Iedere ondernemer is verplicht de informatie, die is verkregen door middel van het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid van artikel 4, door te geven aan de afnemer en/of de leverancier van het koppel kalkoenen of de broedeieren.
2.
Iedere ondernemer, die een vleeskalkoenbedrijf en/of een kalkoenkuikenbroederij uitoefent, is verplicht de in het eerste lid bedoelde informatie door te geven aan het Productschap.
1.
Indien een besmetting met de in de Bijlage bedoelde schadelijke micro- organismen bij een koppel kalkoenen is vastgesteld dient, onverminderd enig ander wettelijk voorschrift, de ondernemer die een kalkoenbedrijf uitoefent, op wiens bedrijf het betreffende koppel zich bevindt, onmiddellijk na het ontruimen van de stal waarin hij dat koppel heeft gehouden, de betreffende stal grondig te reinigen en te ontsmetten.
2.
Indien de in het vorige lid bedoelde besmetting is vastgesteld bij een koppel kalkoenen dat zich op een opfokbedrijf, fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf bevindt kan de Voorzitter de betreffende ondernemer verplichten het besmette koppel kalkoenen te ruimen of te behandelen. Het Bestuur stelt bij besluit vast onder welke voorwaarden een koppel kalkoenen geruimd of behandeld kan worden.
3.
Na het reinigen en ontsmetten, als bedoeld in het eerste lid, laat de ondernemer die een opfokbedrijf, fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent een onderzoek op de aanwezigheid in de stal van de in de Bijlage onderdeel a. bedoelde schadelijke microorganismen uitvoeren door een erkende instantie.
4.
Indien uit het onderzoek op de aanwezigheid van de in de Bijlage onderdeel a. bedoelde schadelijke micro-organismen, bedoeld in het derde lid, blijkt dat de betreffende stal niet vrij is van deze schadelijke micro-organismen, laat de ondernemer die een opfokbedrijf, fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent de stal reinigen en ontsmetten. Een nieuw koppel mag pas worden geplaatst wanneer geen van de in de Bijlage onderdeel a. bedoelde schadelijke micro-organismen wordt aangetoond.
5.
In afwijking van het eerste lid dient de ondernemer die een kalkoenkuikenbroederij uitoefent, na vaststelling van een besmetting in de kalkoenkuikenbroederij met de in de Bijlage onderdeel a. bedoelde schadelijke micro-organismen, de door het Bestuur bij besluit vastgestelde maatregelen te nemen.
6.
De erkende instantie, bedoeld in het derde lid, wordt aangewezen door de Voorzitter en werkt volgens een door het Bestuur goedgekeurd protocol.
1.
Het Bestuur wijst een of meerdere instantie(s) aan die wordt belast met de controle op naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening. Bij het uitoefenen van de controle houdt de aangewezen instantie(s) zich aan de bepalingen van het protocol dat is vastgesteld door het Bestuur van het Productschap.
2.
Indien een ondernemer het bepaalde bij of krachtens deze verordening heeft overtreden dan zal de in het eerste lid bedoelde instantie(s) de AID hiervan op hoogte stellen.
Artikel 8
Ondernemers zijn verplicht:
a. aan controleurs van de in artikel 7 bedoelde instantie(s) al die gegevens te verstrekken of te doen verstrekken, die naar hun oordeel nodig zijn voor de vervulling van hun taak;
b. aan controleurs van de in artikel 7 bedoelde instantie(s) inzage te geven of te doen geven van die boeken en bescheiden, die naar hun oordeel nodig zijn voor de vervulling van hun taak;
c. aan controleurs van de in artikel 7 bedoelde instantie(s) te allen tijde toegang te geven of te doen geven tot hun bedrijfsruimten en tot die plaatsen of vervoermiddelen, waar of waarin voorraden, die tot het bedrijf van de ondernemer behoren, zijn opgeslagen of worden vervoerd;
d. te gedogen dat controleurs van de in artikel 7 bedoelde instantie(s) monsters nemen uit de voorraden van het bedrijf van de ondernemer, ongeacht de plaats waar of waarin zich die voorraden bevinden, en alsdan de gevorderde medewerking overeenkomstig de aanwijzingen en onder toezicht van die controleurs te verlenen;
e. aan controleurs van de in artikel 7 bedoelde instantie(s) voor het overige alle medewerking te verlenen ter vervulling van hun taak.
Artikel 9
Het Bestuur kan nadere regels stellen inzake onderwerpen waarop deze verordening van toepassing is.
Artikel 10
Op overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening worden tuchtrechtelijke maatregelen gesteld als voorzien in de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 .
1.
De Voorzitter is bevoegd, op aanvraag, ontheffing te verlenen van het bepaalde bij of krachtens deze verordening en aan zodanige ontheffing voorschriften te verbinden, alsmede deze onder beperkingen te verlenen.
2.
Het Bestuur kan vrijstelling verlenen aan ondernemers danwel aan een groep van te onderscheiden categorieën ondernemers en aan een zodanige vrijstelling beperkingen en/of voorschriften verbinden.
1.
Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening hygiënevoorschriften kalkoenhouderij 1999".
2.
Deze verordening treedt, met uitzondering van artikel 4, tweede lid, in werking met ingang van de dag na die van haar afkondiging in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
3.
Het Bestuur stelt bij besluit het tijdstip vast waarop artikel 4, tweede lid, in werking treden. Het besluit zal worden gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
Voor het Bestuur,
voorzitter
secretaris