Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Verordening GZP snijkoek 2003
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ § 1. Begripsbepalingen
+ § 2. Productbepalingen
+ § 3. Aanduidingen
+ § 4. Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 6 april 2008. U leest nu de tekst die gold op 5 april 2008.

Verordening GZP snijkoek 2003

Verordening van het Productschap Granen, Zaden en Peulvruchten van 6 februari 2003 houdende regels ter zake van snijkoek (Verordening GZP snijkoek 2003)
Het bestuur van het Productschap Granen, Zaden en Peulvruchten;
Gelet op de artikelen 93 en 104, tweede lid van de Wet op de bedrijfsorganisatie en op de artikelen 2, 3 en 4 van de Instellingsverordening akkerbouwproductschappen 1997;
Besluit:
Artikel 1
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. productschap : Productschap Granen, Zaden en Peulvruchten;
b. snijkoek : een bakkerswaar die de kenmerken heeft van bekend zijnde snijkoeksoorten zoals ontbijtkoek, peperkoek, kandijkoek, honingkoek, gemberkoek, vruchtenkoek, Groningerkoek, Friese koek, oude wijvenkoek, alsmede die bakkerswaren die zijn aangeduid met de naam snijkoek;
c. % : massapercentage.
Artikel 2
Het is degene die een onderneming drijft waarvoor het productschap is ingesteld, slechts toegestaan snijkoek te verhandelen, ter verzending of ten verkoop in voorraad te hebben of af te leveren indien wordt voldaan aan de in de verordening gestelde eisen.
1.
Snijkoek welke is voorzien van de aanduiding "klasse A", moet voldoen aan de in de artikelen 4, 5, 6 en 11 gestelde eisen.
2.
Snijkoek mag slechts worden voorzien van enige aanduiding omtrent de kwaliteit wanneer het gestelde in lid 1 van toepassing is.
3.
Het tweede lid is niet van toepassing op snijkoek van herkomst uit een andere Lidstaat, mits deze snijkoek, voorzien van een andere kwaliteitsaanduiding dan "klasse A", rechtmatig in die andere Lidstaat in de handel is gebracht.
Artikel 4
De snijkoek als bedoeld in artikel 3 lid 1, moet bereid zijn uit een deeg dat naar gewicht is samengesteld met tenminste evenveel zoetende bestanddelen met 20% vocht als zetmeel houdende bestanddelen met 15% vocht.
Artikel 5
De zetmeel houdende bestanddelen als bedoeld in artikel 4, moeten voor tenminste 50% van roggebloem afkomstig zijn.
1.
De zoetende bestanddelen, als bedoeld in artikel 4, inclusief de suikers uit toevoegingen conform de artikelen 7, 8, 9 en 10 mogen uitsluitend bestaan uit één of meerdere van de hierna genoemde suikers: halfwitte suiker, (witte) suiker, geraffineerde (witte) suiker, vloeibare suiker, vloeibare invertsuiker, invertsuikerstroop, dextrose monohydraat, watervrije dextrose, glucosestroop, gedehydrateerde glucosestroop, poedersuiker, witte of blanke kandij, gele, bruine of Boerhaavese kandij, witte of lichte en bruine of donkere basterdsuiker, al dan niet gehydrolyseerde lactose, massé, kandijstroop, suikerstroop, huishoudstroop, keukenstroop, melado of melasse, fructose, maltodextrinen, malthose, honing.
2.
In de snijkoek moet een hoeveelheid fructose met 20% vocht aanwezig zijn welke overeenkomt met tenminste 30% van de gebruikte hoeveelheid zetmeel houdende bestanddelen met 15% vocht, gemeten na zwakke inversie van de in snijkoek aanwezige saccharose. Voor de bepaling van het fructosegehalte moet gebruik worden gemaakt van de methode van onderzoek, zoals deze in bijlage I is aangegeven.
Artikel 7
Indien de snijkoek als bedoeld in artikel 3 lid 1 wordt voorzien van de benaming "kandijkoek" moet de waar voor tenminste 6½% bestaan uit kandij en/of gekristalliseerde suikers in de vorm van grein, nibs en/of chips.
Artikel 8
Indien de snijkoek als bedoeld in artikel 3 lid 1 wordt voorzien van de benaming "honingkoek", moet de waar voor tenminste 25% uit honing bestaan.
Artikel 9
Indien de snijkoek als bedoeld in artikel 3 lid 1 wordt voorzien van de benaming "gemberkoek", moet de waar tenminste 15% gember bevatten, waarvan tenminste de helft bij analyse duidelijk met het oog waarneembaar is.
Artikel 10
Indien de snijkoek als bedoeld in artikel 3 lid 1 wordt voorzien van de benaming "vruchtenkoek", moet de waar tenminste 20% vruchten bevatten. Ingeval uitsluitend citrusvruchten zijn verwerkt, moet de waar tenminste 10% citrusvruchten bevatten.
Artikel 11
Het vochtgehalte van de snijkoek als bedoeld in artikel 3 lid 1 moet minimaal 19% af- productiebedrijf bedragen.
Voor de bepaling van het vochtgehalte moet gebruik worden gemaakt van de methode van onderzoek zoals deze in bijlage II is aangegeven.
1.
Voor voorverpakte snijkoek moet een aanduiding die de hoeveelheid van die snijkoek aangeeft, worden gebezigd.
2.
De in het eerste lid bedoelde aanduiding moet op zichtbare wijze zijn aangebracht op de verpakking en zich in hetzelfde gezichtsveld bevinden als de benaming van de snijkoek.
3.
Het tweede lid is niet van toepassing op snijkoek die op de plaats van verkoop aan particulieren met het oog op onmiddellijke verkoop is verpakt voor zover in de onmiddellijke nabijheid van de snijkoek de aanduiding die in het eerste lid is bedoeld, is vermeld.
4.
De aanduiding als in het eerste lid bedoeld mag niet misleidend rijn.
5.
Voor de toepassing van deze verordening is niet misleidend een aanduiding betreffende de hoeveelheid -
aangevend een hoeveelheid die kleiner is dan de werkelijke inhoud of-
welke in samenhang met het EEG-teken als bedoeld in artikel 1 van het Hoeveelheidsaanduidingenbesluit (Warenwet) wordt gebezigd of-
welke wordt voorafgegaan door "circa" of "ca".
6.
De hoeveelheidsaanduiding voorafgegaan door "circa" of "ca" mag geen grotere hoeveelheid aangeven dan de gemiddelde werkelijke inhoud van in serie voorverpakte snijkoek, bepaald op de wijze die, voor e - voorverpakkingen als bedoeld in artikel 2 van het Hoeveelheidsaanduidingenbesluit (Warenwet), is aangegeven in bijlage III van dat besluit, waarbij de maximaal toegestane hoeveelheidsafwijking per verpakking in minus:
a. voor de productieperiode van 01-01-1988 t/m 31-12-1989 is aangegeven in tabel 1 van bijlage III van deze verordening.
b. voor de productieperiode van 01-01-1990 t/m 31-12-1991 is aangegeven in tabel 2 van bijlage III van deze verordening.
Ter bepaling van de gemiddelde werkelijke inhoud geldt de steekproefgrootte van de eerste steekproef, zoals genoemd in punt. 2.2.1 van bijlage III van het Hoeveelheidsaanduidingenbesluit (Warenwet) .
7.
Bij toepassing van lid 6 dienen controles door de producent van snijkoek op de inhoud uitgevoerd te worden - door middel van feitelijk onderzoek van steekproeven en met gebruikmaking van een voor het doel geschikt meetmiddel, dat voor zover keuring daarvoor ingevolge de IJkwet 1937 (Stb. 627) openstaat, geijkt is - volgens een systeem dat voldoet aan de criteria die in bijlage IV zijn aangegeven.
Artikel 13
Deze verordening is mede verbindend voor andere natuurlijke en rechtspersonen dan de in artikel 102, eerste lid van de Wet op de bedrijfsorganisatie bedoelde natuurlijke en rechtspersonen, voor zover deze handelingen verrichten, die bedrijfsmatig in ondernemingen waarvoor het productschap is ingesteld plegen te worden verricht.
Artikel 14
Overtredingen van het bepaalde in de artikelen 2 tot en met 12 worden aangewezen als strafbare feiten .
Artikel 15
Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 16
De Verordening GZP snijkoek 1983 wordt ingetrokken.
Artikel 17
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening GZP snijkoek 2003.
Den Haag, 6 februari 2003
voorzitter
secretaris