Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Verordening fokken op terugdringing TSE-gevoeligheid bij schapen (PVV) 2008
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ 1. Begripsbepalingen
+ 2. Algemene bepalingen
+ 3. Voorwaarden en procedure voor erkenning van een fokprogramma
+ 4. Voorwaarden en procedure voor erkenning van de TSE-resistente status en afgifte van het bedrijfscertificaat
+ 5. Tegemoetkoming in de genotyperingskosten
+ 6. Bijzondere bepalingen
+ 7. Overgangs- en slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2015. U leest nu de tekst die gold op -.

Verordening fokken op terugdringing TSE-gevoeligheid bij schapen (PVV) 2008

Verordening van het Productschap Vee en Vlees van 14 mei 2008 houdende regels ter zake van de erkenning van fokprogramma's, gericht op terugdringing TSE-gevoeligheid bij schapen, en, in het geval wordt deelgenomen aan een overeenkomstig deze verordening erkend fokprogramma, regels terzake van de erkenning van een bepaalde TSE-resistente status van het bedrijf, de daarmee samenhangende bedrijfscertificering en regels terzake van een te verkrijgen tegemoetkoming in de kosten (Verordening fokken op terugdringing TSE-gevoeligheid bij schapen (PVV) 2008)
Het bestuur van het Productschap Vee en Vlees,
Gelet op de artikelen 17, 22, 55 en 108 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, artikel 99 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s (Stcrt. 2005, 120), als gewijzigd bij de Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, TRCJZ/2008/1342, houdende wijziging van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten zoönosen en TSE’s in verband met vorderen medebewind PVV, de artikelen 13, 15 en 23 van de Landbouwwet en de artikelen 96, 97, 98, 100, derde lid, en 104 van de Wet op de bedrijfsorganisatie;
Gelet op Verordening (EG) nr. 999/2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encephalopathieën (Pb L 147);
Gelet op de Beschikking van de Commissie van 30 november 2007 tot goedkeuring van de door de lidstaten voor 2008 en volgende jaren ingediende nationale jaarlijkse en meerjarenprogramma's en van de financiële bijdrage van de Gemeenschap voor de uitroeiing, bestrijding en bewaking van bepaalde dierziekten en zoönosen (Pb L 314);
Gelet op de Beschikking van de raad van 26 juni 1990 betreffende bepaalde uitgaven op veterinair gebied (Pb L 224);
Gezien Verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun van kleine en middelgrote ondernemingen (Pb L 10);
Gezien Verordening (EG) nr. 1857/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun van kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren, en tot wijziging van verordening (EG) nr. 70/2001.
Besluit:
1.
In deze verordening wordt verstaan onder:
2.
De Gezondheidsdienst voor Dieren b.v., gevestigd te Deventer, wordt voor de toepassing van de artikelen 16 en 17 gelijkgesteld aan een erkend laboratorium, zoals bedoeld in het eerste lid, onder j..
1.
Aan een erkende instelling en een fokkerijvereniging kan op aanvraag erkenning worden verleend van een door die erkende instelling of fokkerijvereniging opgesteld fokprogramma, gericht op het terugdringen van de TSE-gevoeligheid bij schapen.
2.
De erkenning, als bedoeld in het eerste lid, wordt verleend indien wordt voldaan aan:
a. de eisen, gesteld in bijlage VII, hoofdstuk B, deel 1 en deel 2, bij Verordening (EG) nr. 999/2001, en,
b. de eisen daaraan gesteld bij deze verordening.
1.
Aan deelnemers kan op aanvraag erkenning worden verleend van de TSE-resistente status van bepaalde koppels schapen, als bedoeld in bijlage VII, hoofdstuk B, Deel 3, van Verordening (EG) nr. 999/2001.
2.
De erkenning, als bedoeld in het eerste lid, wordt verleend indien wordt voldaan aan:
a. de eisen, gesteld in bijlage VII, hoofdstuk B, deel 3 van Verordening (EG) nr. 999/2001, en,
b. de eisen daaraan gesteld bij deze verordening.
3.
Aan deelnemers, aan wie de in het eerste lid bedoelde erkenning is verleend, kan op aanvraag een bedrijfscertificaat worden afgegeven.
Artikel 4
Deelnemers kunnen op voet van de artikelen 16 en 17 een tegemoetkoming krijgen in de kosten van genotyperingstesten, uitgevoerd in het kader van een erkend fokprogramma.
1.
De erkenning, bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt verleend door de voorzitter.
2.
Aan een erkenning kunnen nadere voorschriften of voorwaarden worden verbonden. Een erkenning kan onder beperkingen worden verleend.
3.
De in het eerste lid bedoelde erkenning wordt door de voorzitter ingetrokken indien blijkt dat niet langer aan de voorschriften of voorwaarden wordt voldaan.
1.
De erkende instelling of fokkerijvereniging draagt er zorg voor dat zij een gegevensbank, als bedoeld in bijlage VII, hoofdstuk B, deel 1, onder 2, van Verordening (EG) nr. 999/2001, ter beschikking heeft, waarin de schapen van deelnemers op individueel niveau en per bedrijf geregistreerd zijn en waarin mutaties in de schapenstapel actueel en volledig worden bijgehouden.
2.
In de in het eerste lid bedoelde gegevensbank worden ten minste de gegevens opgenomen, als opgenomen in bijlage VII, hoofdstuk B, deel 1, onder 2, van Verordening (EG) nr. 999/2001.
1.
De erkende instelling of fokkerijvereniging draagt zorg voor een uniform certificatiesysteem, als bedoeld in bijlage VII, hoofdstuk B, deel 1, onder 3, van Verordening (EG) nr. 999/2001.
2.
De erkende instelling of fokkerijvereniging zorgt ervoor dat het certificatiesyteem tevens de datum van certificering en, indien het genotype is gebaseerd op een genotyperingstest, de naam van het laboratorium dat de genotyperingstest heeft uitgevoerd, bevat. De gegevens uit het certificatiesysteem worden desgevraagd aan het productschap verstrekt.
Artikel 8
De genotypering van bloed en andere ten behoeve van het fokprogramma verzamelde weefsels, als bedoeld in bijlage VII, hoofdstuk B, deel 1, onder 5, van Verordening (EG) nr. 999/2001, wordt verricht door een erkend laboratorium.
Artikel 9
Deelnemers hebben met een erkende instelling of fokkerijvereniging een overeenkomst gesloten, die minimaal de eisen, als opgenomen in bijlage VII, hoofdstuk B, deel 2, onder 2, van Verordening (EG) nr. 999/2001, bevat.
Artikel 10
Een erkende instelling of fokkerijvereniging rapporteert jaarlijks vóór 1 februari aan de voorzitter over:
a. de resultaten van de genotyperingen, onderscheiden naar geslacht (ooi of ram) en leeftijd (< 1 jaar of > 1 jaar);
b. de resultaten van de steekproeven, als bedoeld in Bijlage VII, hoofdstuk B, deel 1, onder 4, van Verordening (EG) nr. 999/2001 ;
c. het aantal bij de erkende instelling of fokkerijvereniging aangesloten deelnemers.
1.
De aanvraag voor erkenning van een fokprogramma, als bedoeld in artikel 2, wordt ingediend bij de voorzitter en gaat vergezeld van ten minste de volgende gegevens:
a. de naam van de erkende instelling of fokkerijvereniging;
b. het ras van de schapen;
c. per ras het aantal in het stamboek van de erkende instelling geregistreerde schapen, dan wel de bij de fokkerijvereniging ingeschreven schapen, opgesplitst naar rammen en ooien;
d. het fokprogramma waarvan de erkende instelling of fokkerijvereniging erkenning aanvraagt.
2.
Het bestuur stelt bij besluit ten behoeve van de aanvraag een model formulier met toelichting vast.
3.
Het in het tweede lid bedoelde besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
1.
De aanvraag wordt zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk op 31 mei van het betreffende jaar ingediend bij de voorzitter.
2.
Voor het jaar 2008 geldt dat de in het eerste lid bedoelde periode is verlengd tot en met 31 juli 2008.
3.
De voorzitter bevestigt de ontvangst van de aanvraag schriftelijk.
1.
De erkenning, als bedoeld in artikel 3, wordt op aanvraag door het bestuur verleend. Hiertoe gemandateerde instellingen dragen namens het bestuur zorg voor de verlening van de erkenning. De mandatering geschiedt bij afzonderlijk besluit.
2.
Bij het in het eerste lid bedoelde besluit stelt het bestuur de bij de verlening van de erkenning in acht te nemen voorschriften vast en wijst het bestuur de functionarissen van de instellingen aan die worden gemandateerd om de erkenning te verlenen.
3.
Aan een erkenning kunnen nadere voorschriften of voorwaarden worden verbonden. Een erkenning kan onder beperkingen worden verleend.
4.
De in het eerste lid bedoelde erkenning wordt ingetrokken indien niet langer aan de voorschriften of voorwaarden wordt voldaan.
5.
Het in het eerste lid bedoelde besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
1.
Het bedrijfscertificaat, als bedoeld in artikel 3, derde lid, wordt door het bestuur uitgegeven. De in artikel 13, eerste lid, bedoelde gemandateerde instellingen dragen namens het bestuur zorg voor de uitgifte van het bedrijfscertificaat.
2.
Het in het eerste lid bedoelde bedrijfscertificaat wordt ingetrokken indien niet langer aan de voorschriften of voorwaarden wordt voldaan.
3.
Bij het in artikel 13, eerste lid, bedoelde besluit stelt het bestuur een model bedrijfscertificaat vast en wijst het bestuur de functionarissen van de instellingen aan die worden gemandateerd om het bedrijfscertificaat uit te geven.
Artikel 15
De erkenning kan worden verleend voor de volgende typen bedrijven van deelnemers:
a. Niveau I: alle schapen op het bedrijf van de deelnemer hebben genotype ARR/ARR;
b. Niveau II: alle voor de fok of vermeerdering gebruikte rammen op het bedrijf van de deelnemer hebben genotype ARR/ARR;
c. Niveau III: op het bedrijf van de deelnemer zijn geen schapen aanwezig met een VRQ-allel;
d. Niveau IV: op het bedrijf van de deelnemer worden voor de fok of vermeerdering geen rammen gebruikt met een VRQ-allel.
1.
Voor de verlening van de erkenning, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, en het bedrijfscertificaat, als bedoeld in artikel 3, derde lid, is een vergoeding verschuldigd.
2.
De hoogte van de vergoeding voor de erkenning en het bedrijfscertificaat wordt bij besluit van de voorzitter vastgesteld. Het besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
3.
De erkenning wordt niet eerder verleend en het bedrijfscertificaat wordt niet eerder in handen gesteld van de aanvrager dan nadat de vergoeding aan de verlenende of uitgevende organisatie of instelling is voldaan.
1.
De tegemoetkoming, als bedoeld in artikel 4, wordt door de voorzitter overeenkomstig het bepaalde in de leden 2 tot en met 4, en artikel 17 vastgesteld.
2.
Deelnemers ontvangen de tegemoetkoming op aanvraag, in de vorm van een korting op de kosten die het erkende laboratorium aan de deelnemer in rekening brengt terzake van de voor de deelnemer uitgevoerde genotyperingstest. De hoogte van de korting is gelijk aan de hoogte van de volgens artikel 17 toe te kennen tegemoetkoming. Het erkende laboratorium vermeldt het in mindering gebrachte bedrag gespecificeerd op de factuur.
3.
Als aanvraag, bedoeld in het tweede lid, wordt aangemerkt de bij een erkend laboratorium ingediende aanvraag voor een genotyperingstest, voorzien van de schriftelijke verklaring van de deelnemer dat het een in het kader van een erkend fokprogramma uit te voeren genotyperingstest betreft.
4.
De in het tweede lid bedoelde aanvraag, terzake van een in een bepaald jaar uitgevoerde genotyperingstest, is uiterlijk op 15 januari van het daaropvolgende jaar ingediend.
5.
Ten behoeve van de uitvoering van het bepaalde in het derde lid, kan het bestuur een overeenkomst sluiten met de erkende laboratoria.
1.
De tegemoetkoming bedraagt de door het erkende laboratorium voor de genotyperingstest in rekening gebrachte kosten, met een maximum van het jaarlijks op grond van artikel 27, vijfde lid, onder b), van Richtlijn 2009/470/EG vastgestelde bedrag.
2.
Het subsidieplafond wordt door het bestuur bij besluit vastgesteld telkens na de jaarlijkse vaststelling van de financiële bijdrage van de Gemeenschap op grond van artikel 24, vijfde lid, van Beschikking 90/424/EEG van de Raad van 26 juni 1990 betreffende uitgaven op veterinair gebied. Indien de hoogte van de financiële bijdrage van de Commissie wordt gewijzigd, kan het bestuur bij besluit het eerder vastgestelde subsidieplafond wijzigen. De hiervoor bedoelde besluiten worden gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
3.
De tegemoetkoming wordt op volgorde van aanvraag verstrekt tot het plafond, als bedoeld in het tweede lid, is bereikt.
1.
De tegemoetkoming wordt door de voorzitter ingetrokken indien niet wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 16.
2.
Indien de tegemoetkoming door de voorzitter wordt ingetrokken of ten nadele van de deelnemer wordt gewijzigd overeenkomstig artikel 4:48 onderscheidenlijk 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht, kunnen de verstrekte bedragen overeenkomstig artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrechtworden teruggevorderd en vermeerderd met de wettelijke rente over de periode vanaf de eerste uitbetaling tot aan het moment van algehele voldoening.
3.
De te betalen rente is de wettelijke rente zoals deze geldt op de laatste dag van de maand waarin de betaling van de tegemoetkoming heeft plaatsgevonden.
4.
Geen wettelijke rente is verschuldigd indien de oorzaak van het onverschuldigd betalen bij de voorzitter is gelegen.
1.
De voorzitter kan besluiten dat afwijking van het bepaalde in Bijlage VII, Hoofdstuk B, Deel 2, onder 2, c) en d), van Verordening (EG) nr. 999/2001 wordt toegestaan, indien de erkende instelling of fokkerijvereniging ten genoegen van de voorzitter aantoont dat de afwijking noodzakelijk is voor de bescherming van het ras of productiekenmerken.
2.
Aan een toegestane afwijking, als bedoeld in het eerste lid, kunnen voorschriften of voorwaarden worden verbonden. De toegestane afwijking kan onder beperkingen worden verleend.
3.
De toegestane afwijking kan te allen tijde door de voorzitter worden ingetrokken.
4.
Een toegestane afwijking wordt opgenomen in de overeenkomst, als bedoeld in artikel 9.
Artikel 20
Een in een andere lidstaat van de Europese Unie op voet van Verordening (EG) nr. 999/2001 uitgevoerde certificering wordt gelijkgesteld met de certificering op grond van artikel 7.
Artikel 21
Een op grond van het Besluit certificeren van TSE-ongevoelige schapen (PVV) 2006 afgegeven certificaat, wordt aangemerkt als een certificering als bedoeld in artikel 7.
1.
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening fokken op terugdringing TSE-gevoeligheid bij schapen (PVV) 2008.
2.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van haar plaatsing in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie, maar niet eerder dan op het tijdstip waarop de Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, TRCJZ/2008/1342, houdende wijziging van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten zoönosen en TSE’s in verband met vorderen medebewind PVV, in werking treedt.
Zoetermeer, 14 mei 2008
plv. voorzitter
secretaris