Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Verordening Algemene Bepalingen Productschap Vis 2006
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ § 1. Begripsbepalingen
+ § 2. Administratie en registratie
+ § 3. Uitvoering heffingsverordeningen
+ § 4. Uitvoeringsbepalingen
+ § 5. Verwerking van gegevens
+ § 6. Overgangs- en slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2015. U leest nu de tekst die gold op -.

Verordening Algemene Bepalingen Productschap Vis 2006

Verordening van het Productschap Vis van 12 oktober 2006 tot vaststelling van algemene bepalingen over de verstrekking en verwerking van gegevens alsmede tot intrekking van de Verordening Algemene Bepalingen Productschap Vis 2000 (Verordening Algemene Bepalingen Productschap Vis 2006)
Het bestuur van het Productschap Vis;
Gelet op de artikelen 93, 95 en 102 van de Wet op de bedrijfsorganisatie en de artikelen 5 en 6 van het Instellingsbesluit Productschap Vis (Stb. 2003, 253);
Besluit:
Artikel 1
In deze verordening wordt verstaan onder: Besluit van 3 juni 2003, houdende instelling van een productschap voor ondernemingen op het gebied van de visserij, de be- en verwerking van vis en de handel in vis en visproducten artikel 3 van het Instellingsbesluit Productschap Vis
a. Instellingsbesluit Productschap Vis: (Stb. 2003, 253);
b. productschap: het Productschap Vis, als bedoeld in ;
c. bestuur: het bestuur van het productschap;
d. voorzitter: de voorzitter van het productschap;
e. secretaris: de secretaris van het productschap;
f. ondernemer: degene, die een onderneming drijft, waarvoor het productschap is ingesteld;
g. verwerking van gegevens: elke handeling of elk geheel van handelingen met betrekking tot gegevens, waaronder in ieder geval het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiding of enige andere vorm van ter beschikkingstelling, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, alsmede het afschermen, uitwissen of vernietigen van gegevens;
h. vis: vissen, schaal- en schelpdieren, delen van vissen alsmede van schaal- en scheIpdieren en puf en nest, een en ander met uitzondering van sier- en aquariumdieren.
1.
Degene, die een onderneming drijft, waarvoor het productschap is ingesteld, is verplicht:
a. de door de secretaris, in voorkomend geval, namens het bestuur gegeven administratieve voorschriften na te komen en prompt, volledig en naar waarheid de gevraagde gegevens de verstrekken, bij te houden of bewaren, als mede op eerste aanvrage door de secretaris namens het bestuur verlangde boeken of bescheiden over te leggen of tegen ontvangstbewijs in te leveren of in te zenden;
b. de schriftelijke kennisgevingen, hem door of vanwege het productschap verstrekt, krachtens welke hem enige bevoegdheid wordt toegekend, ter plaatse, waar het bedrijf wordt uitgeoefend, te bewaren en deze stukken op een daartoe strekkend verzoek van of vanwege het productschap te vertonen of tegen ontvangstbewijs in te leveren;
c. zich bij het productschap te registreren:
1°. in geval van vestiging van een onderneming binnen dertig dagen na het tijdstip van vestiging, dan wel indien op het tijdstip van in werking treden van een desbetreffend uitvoeringsbesluit een onderneming reeds is gevestigd, binnen veertien dagen na laatstgenoemd tijdstip, aan het productschap schriftelijk opgave te verstrekken van de naam (en voornamen) van degene(n), die de onderneming drijft of drijven, de handelsnaam en rechtsvorm van de onderneming, de plaats en het tijdstip van de vestiging van de onderneming en haar filialen, alsmede het kantooradres van de onderneming en het aldaar gebruikte e-mailadres en telefoon- en faxnummer, onderscheidenlijk:
2°. telkenmale, wanneer zich in de sub 1 bedoelde gegevens wijzigen voordoen, van elke desbetreffende wijziging binnen dertig dagen na het intreden daarvan schriftelijke opgave te doen aan het productschap;
3°. toe te staan, dat personen, die daartoe door de voorzitter, namens het bestuur, zijn aangewezen en zich desverlangd als zodanig kunnen legitimeren, de onderneming inspecteren en de daarin aanwezige bedrijfsmiddelen en voorraden bezichtigen en opnemen, hun daartoe de vrije gelegenheid te geven en hen desverlangd daarbij behulpzaam te zijn.
2.
De schriftelijke opgave van de gegevens of wijzigingen, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, geschiedt door gebruikmaking van het registratieformulier dat ter beschikking wordt gesteld door het productschap (op te vragen via Uitvoering Regelingen: www.pvis.nl, telefoonnummer 070-3 369 641) en moet worden verstuurd:
a. per post (antwoordnummer 10387, postcode 2280 WB te Rijswijk);
b. per fax (nummer 070-3 999 426); of
c. per e-mail (info@pvis.nl).
1.
Een ondernemer verstrekt aan het productschap, op schriftelijk verzoek van de secretaris, namens het bestuur, vóór de in dit verzoek genoemde datum, naar waarheid de gegevens die nodig zijn voor de vaststelling van de door de ondernemer op grond van de heffingsverordeningen verschuldigde heffingen.
2.
Een ondernemer overlegt aan het productschap, op schriftelijk verzoek van de secretaris, namens het bestuur, vóór de in dit verzoek genoemde datum een verklaring, van een accountant als bedoeld in de desbetreffende bepalingen van het Burgerlijk Wetboek, omtrent de getrouwheid en volledigheid van de in het eerste lid bedoelde gegevens.
3.
Indien blijkt dat de door de ondernemer verstrekte gegevens onjuist zijn of afwijken van aan het productschap ten dienste staande gegevens, kunnen aan de hand van deze nieuwe gegevens of overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 of in artikel 10 de in rekening gebrachte of te brengen bedragen worden herzien en het verschil worden nagevorderd of gerestitueerd.
1.
Indien een ondernemer de gegevens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, niet of niet volledig aan het productschap heeft verstrekt vóór de in dat artikel bedoelde datum dan wel vóór de datum van de aan de ondernemer toegezonden herinnering, is de secretaris, namens het bestuur, bevoegd de verzochte waarden, aankoopbedragen, inkoopbedragen, hoeveelheden of aantallen te schatten en op basis daarvan de verschuldigde heffingen te berekenen.
2.
De secretaris stelt, namens het bestuur, de betrokken ondernemer van de geschatte gegevens en het op basis daarvan berekende heffingsbedragen schriftelijk in kennis, onder mededeling dat hij alsnog in de gelegenheid wordt gesteld de eerder verzochte gegevens binnen 3 weken na verzending van de kennisgeving aan het productschap te verstrekken.
3.
Indien de betrokken ondernemer binnen de in het tweede lid bedoelde termijn alsnog de verzochte gegevens aan het productschap verstrekt, worden de verschuldigde heffingen berekend op basis van deze gegevens.
4.
Indien blijkt dat de door de ondernemer alsnog verstrekte gegevens, als bedoeld in het derde lid, onjuist zijn of afwijken van aan het productschap ten dienste staande gegevens, worden de verschuldigde heffingen berekend op basis van de door de secretaris geschatte waarden, aankoopbedragen, inkoopbedragen, hoeveelheden of aantallen.
5.
Indien de betrokken ondernemer binnen de in het tweede lid bedoelde termijn wederom in gebreke blijft de verzochte gegevens aan het productschap te verstrekken, worden de bedragen, zoals berekend op de wijze bedoeld in het eerste lid, in rekening gebracht.
1.
Indien vis door tussenkomst van een afslag is verhandeld worden de toepasselijke grondslagen op grond van de heffingsverordeningen wegens het aanvoeren of kopen van de vis voorlopig doorberekend aan de ondernemer onmiddellijk na de verkoop.
2.
In de gevallen bedoeld in het eerste lid kunnen de door de aanvoerder of koper voorlopig berekende heffingen door de afslagadministratie, ten behoeve van het productschap, worden geïnd door middel van inhouding op de op de afslag gemaakte brutobesomming respectievelijk verrekening met het betaalde aankoopbedrag.
3.
Bij besluit bepaalt het dagelijks bestuur namens het bestuur welke afslagen bevoegd zijn om, ten behoeve van het productschap, de voorlopig berekende heffingen bij een aanvoerder of koper te innen door middel van inhouding op de gemaakte brutobesomming respectievelijk door middel van verrekening met het betaalde aankoopbedrag.
Artikel 6
De door de afslag voorlopig berekende en bij ondernemers geïnde heffingsbedragen moeten door de afslag uiterlijk binnen één maand na afloop van de kalendermaand waarin de vis en visproducten zijn verhandeld, aan het productschap worden afgedragen.
Artikel 7
De uit hoofde van de heffingsverordeningen verschuldigde heffingen worden door de ondernemer betaald uiterlijk binnen zes weken na de dag waarop zij bij besluit definitief zijn vastgesteld en aan hem zijn opgelegd en in rekening gebracht.
1.
Het productschap brengt vooruitlopend op de opgave bedoeld in artikel 3 de ondernemers jaarlijks op basis van de betreffende heffingsverordeningen één of meer voorschotbedragen in rekening.
2.
Indien en voor zover aan voorschotbedragen meer is betaald dan uit hoofde van deze verordening is verschuldigd, vindt verrekening plaats met overige door de ondernemer verschuldigde bedragen dan wel vindt restitutie plaats.
3.
Het voorschotbedrag wordt door de ondernemer betaald uiterlijk binnen dertig dagen na de dag waarop het hem door het productschap in rekening is gebracht.
4.
Ingeval door het productschap bij een ondernemer één of meerdere voorschotbedragen in rekening is gebracht en deze al dan niet betaald zijn, wordt de ondernemer geacht in geval van faillissement of surséance van betaling de in rekening gebrachte voorschotten als definitief vastgestelde en opgelegde heffingen verschuldigd te hebben betaald.
Artikel 9
Een nagevorderd bedrag als bedoeld in artikel 3, derde lid, wordt door de ondernemer betaald uiterlijk binnen veertien dagen na de dag waarop het bedrag hem door het productschap in rekening is gebracht.
1.
De secretaris is, namens het bestuur, belast met de vaststelling en oplegging van de door een ondernemer verschuldigde heffing(en), indien deze verschuldigde heffing(en) niet reeds door derden, als bedoeld in artikel 5, vierde lid, ten behoeve van het productschap is/zijn geïnd.
2.
a. De oplegging van de door een ondernemer verschuldigde heffing(en), geschiedt door de secretaris, namens het bestuur, door middel van toezending of uitreiking aan de heffingsplichtige ondernemer van een gedagtekende heffingsaanslag op basis van;
1°. de gegevens als bedoeld in artikel 3 of artikel 4 of;
2°. de bij het productschap bekende gegevens voor de vaste heffing(en).
b. De heffingsaanslag moet bevatten:
de naam en de woonplaats of vestigingsplaats van de heffingsplichtige ondernemer, conform de gegevens die bekend zijn bij het productschap;
een specificatie van het bedrag van de heffing(en) onder vermelding van de heffingsgrondslagen;
in de daarvoor in aanmerking komende gevallen: de toepasselijke vrijstellingen;
in de daarvoor in aanmerking komende gevallen: de toepasselijke verrekening met reeds betaalde voorschotbedragen;
het totaalbedrag van de heffingsaanslag;
het betalingstijdstip en informatie over de wijze van betaling;
de vermelding van de mogelijkheid van bezwaar met inachtneming van artikel 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht.
3.
a. De secretaris kan, namens het bestuur, de termijn van inzending van de gegevens als bedoeld in artikel 3 of 4, op verzoek van een ondernemer verlengen met een termijn die de secretaris redelijk acht.
b. De secretaris kan, namens het bestuur, besluiten om de administratieheffing, als bedoeld in artikel 3b van de jaarlijks vast te stellen Heffingsverordening, niet of slechts gedeeltelijk op te leggen indien de secretaris van mening is dat dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.
4.
[Vervallen.]
5.
a. De voorzitter is, namens het bestuur, belast met het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten, als bedoeld in het tweede lid met inachtneming van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, waarbij de voorzitter, namens het bestuur, uitvoering kan geven aan het bepaalde in het eerste tot en met het vierde lid door primaire besluiten en voorschotten al dan niet ambtshalve te herroepen, in te trekken, opnieuw op te leggen of vrijstellingen te verlenen conform het bepaalde in de verordeningen van het bestuur, welke door de beslissing op bezwaar geraakt worden.
b. De voorzitter of de secretaris kunnen, namens het bestuur, bij toepassing en uitvoering van de artikelen 2 tot en met 10 van deze verordening, bijkomende beschikkingen nemen omtrent verrekening van verschillende verschuldigde heffingen, uitstel van betaling of gehele of gedeeltelijke kwijtschelding.
6.
De voorzitter is, namens het bestuur, belast met het beslissen op verzoeken om in te stemmen met rechtstreeks beroep bij de administratieve rechter tegen besluiten, als bedoeld in het tweede lid met inachtneming van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht .
7.
De voorzitter kan in afwijking van het vierde lid, namens het bestuur, de heffingsplichtige ondernemer op diens verzoek bij de indiening van zijn bezwaarschrift:
a. in bijzondere omstandigheden (ter beoordeling van de voorzitter) uitstel van betaling verlenen van de vastgestelde en opgelegde heffing(en), als bedoeld in het tweede lid, totdat de beslissing op het bezwaarschrift door de voorzitter is genomen;
b. een vergoeding toekennen als bedoeld in artikel 7:15 Algemene wet bestuursrecht;
c. ingeval beroep is ingesteld tegen een beslissing op het bezwaarschrift, in bijzondere omstandigheden (ter beoordeling van de voorzitter) uitstel van betaling verlenen van de vastgestelde en opgelegde heffing(en), als bedoeld in het tweede lid, totdat de bevoegde rechter uitspraak heeft gedaan.
8.
De secretaris kan in afwijking van het eerste lid, namens het bestuur, de heffingsplichtige ondernemer vrijstellen van heffingen die uit hoofde van een heffingsverordening verschuldigd zijn indien het totaal van de door deze ondernemer verschuldigde huishoudelijke en bestemmingsheffing(en) minder is dan € 10,-.
9.
De voorzitter is, namens het bestuur, belast met het kenbaar maken en stellen van nadere eisen aan het gebruik van de elektronische weg bij het verkeer van berichten tussen ondernemers en het productschap met betrekking tot het bepaalde in de onderhavige verordening met inachtneming van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht.
10.
De secretaris of de voorzitter kunnen ondermandaat verlenen voor de aan hen gemandateerde bevoegdheden overeenkomstig het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht .
1.
De krachtens het bepaalde in deze verordening door het productschap verwerkte gegevens mogen, voor zover bij of krachtens de wet niet anders is bepaald, zonder toestemming van de betrokken belanghebbende:
a. niet verder worden verwerkt op een wijze die onverenigbaar is met de doeleinden waarvoor zij zijn verkregen of ter vervulling van een andere taak van het productschap;
b. slechts worden verwerkt ter vervulling van een taak van het productschap dan wel het bestuursorgaan waaraan de gegevens worden verstrekt of ter verdere verwerking voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden;
c. niet onder vermelding of aanduiding van de persoon of de onderneming, waarop zij betrekking hebben, worden verwerkt ten behoeve van of aan anderen dan de voorzitter, de secretaris, het personeel van het secretariaat van het productschap, zo mede de door het bestuur met de controle op het financiële beheer van het productschap belaste accountant en zijn personeel, voor zover het kennis nemen van de gegevens voor die controle noodzakelijk is.
2.
Verwerking van gegevens, anders als bedoeld in het eerste lid, blijft ook achterwege in gevallen, waarin uit de aard der gegevens of uit één of meer andere omstandigheden zou kunnen blijken, op welke persoon of onderneming de gegevens betrekking hebben.
3.
Het geven van voorschriften, als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder 1, en het geven van toepassing aan het bepaalde in artikel 2, eerste lid onder 2, geschiedt slechts met betrekking tot een doel, hetwelk verband houdt met de vervulling van de taak van het productschap.
4.
Namens het bestuur stelt de voorzitter bij besluit een functionaris voor de gegevensbescherming vanuit het secretariaat van het productschap aan, welke binnen het secretariaat van het productschap toezicht houdt op de verwerking en beveiliging van gegevens en daarmee ook op de toepassing en naleving van de Wet bescherming persoonsgegevens en artikel 93, derde lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie.
1
De door de voorzitter, namens het bestuur, aan te stellen functionaris voor de gegevensbescherming wordt door de voorzitter aangemeld bij het College bescherming persoonsgegevens.
2.
De functionaris voor de gegevensbescherming heeft vrij toegang tot alle systemen waar mogelijk gegevens worden verwerkt en beschikt over de volgende controlebevoegdheden:
a. de bevoegdheid om ruimtes te betreden;
b. de bevoegdheid om inlichtingen en inzage te vragen;
c. de bevoegdheid om zaken te onderzoeken.
3.
Meldingen van verwerking(en) van. persoonsgegevens kunnen bij de functionaris voor de gegevensbescherming plaatsvinden in plaats van bij het College bescherming persoonsgegevens.
4.
Een melding als bedoeld in het derde lid, omvat in elk geval de volgende gegevens:
a. de naam en het adres van de verantwoordelijke voor de verwerking;
b. het doeleinde of de doeleinden waarvoor de persoonsgegevens worden verzameld;
c. het doeleinde of de doeleinden van de verwerking;
d. een beschrijving van de categorie(ën) betrokkenen en van de (categoriën) gegevens die daarop betrekking hebben;
e. de (categoriën) van ontvangers aan wie de gegevens kunnen worden verstrekt;
f. de voorgenomen verstrekkingen van gegevens aan derde landen (buiten de EU);
g. een algemene beschrijving van de maatregelen die zijn genomen ter beveiliging van de persoonsgegevens.
5.
De functionaris voor de gegevensbescherming houdt een bestand bij van meldingen als bedoeld in het derde lid.
Artikel 13
De in artikel 1, eerste lid, met uitzondering van het bepaalde in onderdeel c, gestelde regelen binden naast de ondernemers mede de bij die ondernemingen, waarvoor het productschap is ingesteld, werkzame personen, alsmede andere natuurlijke en rechtspersonen, voor zover deze andere personen handelingen verrichten, welke bedrijfsmatig plegen te worden verricht in de ondernemingen waarvoor het productschap is ingesteld.
1.
De voorzitter is, namens het bestuur, belast met de uitvoering van het of bij krachtens deze verordening bepaalde en in verband daarmede bevoegd:
a. nadere regels vast te stellen ter uitvoering van het bepaalde ten aanzien van de registratie als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder 2;
b. nadere regels of een ander doel vast te stellen ter uitvoering van het bepaalde ten aanzien van de verwerking van gegevens als bedoeld in artikel 11 van deze verordening;
c. voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen, van het bij of krachtens de heffingsverordeningen bepaalde geheel of gedeeltelijke ontheffing te verlenen indien hem dit als gevolg van bijzondere omstandigheden redelijk dan wel billijk voorkomt en om aan zodanige ontheffing(en) één of meer voorwaarden te verbinden, bij welker niet-, niet tijdige of niet behoorlijke nakoming de desbetreffende ontheffing geacht wordt niet te zijn verleend;
d. beschikkingen in te trekken of te wijzigen indien dit noodzakelijk is in verband met het verkrijgen van goedkeuring voor een bepaalde regeling van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of het uitblijven daarvan.
2.
Het stellen van nadere regels, als bedoeld in het eerste lid, geschiedt slechts met betrekking tot een doel, hetwelk verband houdt met de vervulling van taken van het productschap.
3.
In afwijking van het bepaalde in artikel 5, vijfde lid, is de voorzitter gehouden om bij uitvoeringsbesluit te bepalen dat door de afslagen te innen heffingen bij wijze van voorschot in rekening worden gebracht, indien voor deze heffingen geldt dat het productschap in afwachting is van een eindbeslissing van de Commissie van de Europese Gemeenschappen in zake de procedure bedoeld in artikel 88, derde lid, EG-Verdrag.
4.
De voorzitter is gehouden om na ontvangst van de eindbeslissing van de Commissie van de Europese Gemeenschappen het in het vorige lid bedoelde besluit in te trekken en om hierbij te bepalen of door de secretaris tot restitutie of verrekening van de geïnde bedragen en definitieve vaststelling van de desbetreffende heffingen wordt overgegaan.
Artikel 15
Op overtreding van het bij of krachtens artikel 2 van deze verordening bepaalde kunnen tuchtrechtelijke maatregelen worden opgelegd.
Artikel 16
Het Besluit aanwijzing gemandateerde rechtspersonen van 13 oktober 2005, houdende de uitvoering van artikel 13, vierde lid, van de Heffingsverordening 2006 (gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie van 16 december 2005, afl. 72, VIS 17) blijft van kracht totdat conform artikel 5, vierde lid, een nieuw besluit is vastgesteld.
1.
Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening Algemene Bepalingen Productschap Vis 2006.
2.
De Verordening Algemene Bepalingen Productschap Vis 2000 (gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie van 3 mei 2002, afl. 25, VIS 29) wordt ingetrokken.
3.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie. Indien het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin deze verordening wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2006, treedt deze verordening in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en werkt deze terug tot en met 1 januari 2007.
Rijswijk, 12 oktober 2006
voorzitter
secretaris