Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Erfgoedwet
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Beheer van collecties
+ Hoofdstuk 3. Aanwijzing als beschermd erfgoed
- Hoofdstuk 4. Bescherming van erfgoed
+ Hoofdstuk 5. Archeologische monumentenzorg
+ Hoofdstuk 6. Internationale teruggave
+ Hoofdstuk 7. Financiële bepalingen
+ Hoofdstuk 8. Handhaving en toezicht
+ Hoofdstuk 9. Overgangsrecht
+ Hoofdstuk 10. Intrekken en wijzigen andere wetten
+ Hoofdstuk 11. Slotbepalingen

Geschiedenis-overzicht

Erfgoedwet



1.
Een voorgenomen besluit tot vervreemding van een cultuurgoed of een verzameling wordt door Onze Minister, gedeputeerde staten of het college van burgemeester en wethouders bekendgemaakt op een door Onze Minister aangewezen wijze. 
1.
Een voorgenomen besluit tot vervreemding van een cultuurgoed of een verzameling wordt door Onze Minister, gedeputeerde staten of het college van burgemeester en wethouders bekendgemaakt op een door Onze Minister aangewezen wijze. 
2.
De bekendmaking bevat in elk geval een beschrijving van het cultuurgoed of de verzameling, een motivering van de voorgenomen vervreemding en een mededeling of advies wordt gevraagd als bedoeld in artikel 4.18 . 
2.
De bekendmaking bevat in elk geval een beschrijving van het cultuurgoed of de verzameling, een motivering van de voorgenomen vervreemding en een mededeling of advies wordt gevraagd als bedoeld in artikel 4.18 . 
3.
Voor zover geen advies wordt gevraagd als bedoeld in artikel 4.18 , kan een ieder gedurende zes weken na de dag van bekendmaking van het voornemen bij Onze Minister, gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders zienswijzen indienen over de vraag of het cultuurgoed of de verzameling van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis is en onvervangbaar en onmisbaar voor het Nederlands cultuurbezit. 
3.
Voor zover geen advies wordt gevraagd als bedoeld in artikel 4.18 , kan een ieder gedurende zes weken na de dag van bekendmaking van het voornemen bij Onze Minister, gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders zienswijzen indienen over de vraag of het cultuurgoed of de verzameling van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis is en onvervangbaar en onmisbaar voor het Nederlands cultuurbezit. 
4.
Gedurende de termijn, bedoeld in het derde lid, wordt niet overgegaan tot vervreemding van het cultuurgoed of de verzameling. Na deze termijn worden ingediende zienswijzen door Onze Minister, gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders beoordeeld en wordt zo nodig alsnog advies gevraagd als bedoeld in artikel 4.18 . 
4.
Gedurende de termijn, bedoeld in het derde lid, wordt niet overgegaan tot vervreemding van het cultuurgoed of de verzameling. Na deze termijn worden ingediende zienswijzen door Onze Minister, gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders beoordeeld en wordt zo nodig alsnog advies gevraagd als bedoeld in artikel 4.18 . 
Artikel 4.18. Advies bij vervreemding cultuurgoed of verzameling [Treedt in werking per 01-07-2016]
Over een besluit tot vervreemding van een cultuurgoed of verzameling wordt door Onze Minister, gedeputeerde staten, het college van burgemeester en wethouders of het bevoegde orgaan van een andere publiekrechtelijke rechtspersoon advies gevraagd aan een commissie van onafhankelijke deskundigen, indien: 
Artikel 4.18. Advies bij vervreemding cultuurgoed of verzameling
Over een besluit tot vervreemding van een cultuurgoed of verzameling wordt door Onze Minister, gedeputeerde staten, het college van burgemeester en wethouders of het bevoegde orgaan van een andere publiekrechtelijke rechtspersoon advies gevraagd aan een commissie van onafhankelijke deskundigen, indien: 
a. redelijkerwijs kan worden vermoed dat het cultuurgoed of de verzameling bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis heeft en onvervangbaar en onmisbaar is voor het Nederlands cultuurbezit; en 
a. redelijkerwijs kan worden vermoed dat het cultuurgoed of de verzameling bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis heeft en onvervangbaar en onmisbaar is voor het Nederlands cultuurbezit; en 
b. vervreemding wordt overwogen aan een andere partij dan de Staat, een provincie, een gemeente, of een andere publiekrechtelijke rechtspersoon. 
b. vervreemding wordt overwogen aan een andere partij dan de Staat, een provincie, een gemeente, of een andere publiekrechtelijke rechtspersoon. 
Artikel 4.19. Reikwijdte advies [Treedt in werking per 01-07-2016]
De commissie adviseert over de vraag of de voorgenomen vervreemding een cultuurgoed of verzameling betreft van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis dat of die onvervangbaar en onmisbaar is voor het Nederlands cultuurbezit. 
Artikel 4.19. Reikwijdte advies
De commissie adviseert over de vraag of de voorgenomen vervreemding een cultuurgoed of verzameling betreft van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis dat of die onvervangbaar en onmisbaar is voor het Nederlands cultuurbezit. 
1.
De commissie bestaat uit ten minste drie leden, de voorzitter inbegrepen. 
1.
De commissie bestaat uit ten minste drie leden, de voorzitter inbegrepen. 
2.
De deskundigheid van de commissie ziet mede op de specifieke eigenschappen van het cultuurgoed of de verzameling waarover om advies wordt gevraagd. 
2.
De deskundigheid van de commissie ziet mede op de specifieke eigenschappen van het cultuurgoed of de verzameling waarover om advies wordt gevraagd. 
3.
De leden verrichten anders dan uit hoofde van het lidmaatschap van de commissie geen werkzaamheden voor de betrokken publiekrechtelijke rechtspersoon. Ook anderszins hebben deze leden geen belangen of functies waardoor de onafhankelijkheid van hun inbreng of het vertrouwen in die onafhankelijkheid in het geding kan zijn. 
3.
De leden verrichten anders dan uit hoofde van het lidmaatschap van de commissie geen werkzaamheden voor de betrokken publiekrechtelijke rechtspersoon. Ook anderszins hebben deze leden geen belangen of functies waardoor de onafhankelijkheid van hun inbreng of het vertrouwen in die onafhankelijkheid in het geding kan zijn. 
Artikel 4.21. Verplichting om Minister te informeren [Treedt in werking per 01-07-2016]
Indien het advies van de commissie de strekking heeft dat het een cultuurgoed of verzameling betreft van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis dat of die onvervangbaar en onmisbaar is voor het Nederlands cultuurbezit, wordt daarvan, onder toezending van een afschrift van het advies, aan Onze Minister melding gedaan door gedeputeerde staten, het college van burgemeester en wethouders of het bevoegde orgaan van een andere publiekrechtelijke rechtspersoon ten minste dertien weken voordat wordt overgegaan tot vervreemding aan een andere partij dan de Staat, een provincie, gemeente of andere publiekrechtelijke rechtspersoon. 
Artikel 4.21. Verplichting om Minister te informeren
Indien het advies van de commissie de strekking heeft dat het een cultuurgoed of verzameling betreft van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis dat of die onvervangbaar en onmisbaar is voor het Nederlands cultuurbezit, wordt daarvan, onder toezending van een afschrift van het advies, aan Onze Minister melding gedaan door gedeputeerde staten, het college van burgemeester en wethouders of het bevoegde orgaan van een andere publiekrechtelijke rechtspersoon ten minste dertien weken voordat wordt overgegaan tot vervreemding aan een andere partij dan de Staat, een provincie, gemeente of andere publiekrechtelijke rechtspersoon.