Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Vennootschapsbelasting, juridische afsplitsing, algemene toestemming aan de inspecteur voor de afdoening van verzoeken om toepassing van artikel 14a, derde lid, Wet Vpb
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
1. Algemeen
1.1. Inleiding
1.2. Begripsbepalingen
1.3. Omvang algemene toestemming
1.4. Afdoeningstermijn
1.5. Afsplitsing en fiscale eenheid
1.6. Verliezen
1.7. Indiening/doorzending verzoeken
2. Afdoening verzoeken die onder de algemene toestemming vallen
3. Verzoeken die niet onder de algemene toestemming vallen
4. Afhandeling beschikkingen
5. Bezwaar tegen een beschikking
6. Inwerkingtreding van deze regeling
7. Diversen
7.1. Bijlagen
7.2. Inlichtingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 7 februari 2015. U leest nu de tekst die gold op 6 februari 2015.

Vennootschapsbelasting, juridische afsplitsing, algemene toestemming aan de inspecteur voor de afdoening van verzoeken om toepassing van artikel 14a, derde lid, Wet Vpb

Vennootschapsbelasting, juridische afsplitsing, algemene toestemming aan de inspecteur voor de afdoening van verzoeken om toepassing van artikel 14a, derde lid, Wet Vpb De Directeur-Generaal Belastingdienst heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.
Dit besluit is een herdruk van het besluit van 4 januari 2000, nr. DB99/1482M. Deze herdruk is noodzakelijk in verband met de inwerkingtreding van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001, met ingang van 1 januari 2001.
De wijzigingen zijn de volgende.
De beperking van de algemene toestemming tot afsplitsingen van en naar naamloze vennootschappen of besloten vennootschappen is vervallen.
Met ingang van 1 januari 2001 staat artikel 14a, derde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna Wet Vpb) ook open voor bepaalde buitenlandse (af) splitsingen. De omstandigheid dat geen sprake is van een afsplitsing op voet van artikel 334a, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is dan ook niet langer reden voor weigering van de fiscale begeleiding. Het Besluit is hieraan aangepast.
Met ingang van 1 januari 2001 is niet langer vereist dat aan de splitsing in overwegende mate zakelijke overwegingen ten grondslag liggen. In plaats daarvan bestaat geen recht op vrijstelling indien de splitsing in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstel van belastingheffing. Het Besluit is hieraan aangepast.
De overige wijzigingen zijn redactioneel en beogen slechts verduidelijking.
1.1. Inleiding
Een afsplitsing kan fiscaal geruisloos plaatsvinden zonder tussenkomst van de inspecteur als voldaan wordt aan de vereisten in het tweede lid van artikel 14a van de Wet Vpb. Deze vereisten zijn hetzelfde stelsel van winstbepaling, geen aanspraak op voorwaartse verliesverrekening bij de verkrijgende rechtspersoon en latere heffing verzekerd. Indien hieraan niet wordt voldaan, biedt het derde lid van artikel 14a van de Wet Vpb de mogelijkheid de winst behaald als gevolg van het eerste lid desalniettemin buiten aanmerking te laten. Dit besluit ziet op situaties waarin niet aan de vereisten van het tweede lid wordt voldaan, en begeleiding slechts op basis van het derde lid kan plaatsvinden. Voor de volledigheid merk ik op dat een fiscale begeleiding niet mogelijk is indien de afsplitsing in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstel van belastingheffing.
Voor de vraag of een afsplitsing naar buitenlands recht van de faciliteit gebruik kan maken verwijs ik naar hetgeen hierover is opgemerkt in punt 2 van het toelichtende besluit van 19 december 2000, nr. CPP2000/2682M.
De Minister van Financiën kan, onder door hem te stellen voorwaarden, op gezamenlijk verzoek van de splitsende en de verkrijgende rechtsperso(o)n(en), de inspecteur toestaan de winst geheel of ten dele buiten aanmerking te laten. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Dit besluit bevat een algemene toestemming aan de inspecteur tot het namens mij afdoen van verzoeken om toepassing van artikel 14a, derde lid, van de Wet Vpb met betrekking tot afsplitsingen, met uitzondering van de situaties genoemd in paragraaf 1.3.
Dit besluit bevat zowel een instructie tot de afdoening van verzoeken die onder de algemene toestemming vallen alsmede tot de afdoening van verzoeken die niet onder de algemene toestemming vallen.
1.2. Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
de Wet Vpb: de Wet op de vennootschapsbelasting 1969;
het toelichtende besluit: het besluit van heden, nr. CPP2000/2682M
de afsplitsende rechtspersoon: de rechtspersoon, eventueel op de voet van artikel 15 van de Wet Vpb verenigd met één of meer rechtspersonen, waarvan vermogensbestanddelen in het kader van een afsplitsing worden overgedragen aan één of meer verkrijgende rechtspersonen;
de verkrijgende rechtspersoon: ieder van de rechtspersonen afzonderlijk, die in het kader van een afsplitsing vermogensbestanddelen verkrijgen, eventueel op de voet van artikel 15 van de Wet Vpb verenigd met één of meer rechtspersonen;
het afsplitsingstijdstip: het tijdstip van wanneer af de overgedragen vermogensbestanddelen worden geacht rechtstreeks voor rekening en risico van de verkrijgende rechtspersoon te komen;
onderneming: de in het kader van de afsplitsing overgedragen dan wel reeds vóór het afsplitsingstijdstip aanwezige vermogensbestanddelen met de daarbij eventueel behorende activiteiten van de betreffende rechtspersoon.
1.3. Omvang algemene toestemming
Ik verleen de inspecteurs een algemene toestemming om namens mij te beslissen op alle verzoeken om toepassing van artikel 14a, derde lid, van de Wet Vpb met betrekking tot afsplitsingen, met uitzondering van de navolgende situaties:
a. op het afsplitsingstijdstip is voor de afsplitsende dan wel de verkrijgende rechtspersoon het Besluit reserve verzekeraars of het Besluit beleggingsinstellingen van toepassing (ingeval van toepassing van het Besluit beleggingsinstellingen: op het afsplitsingstijdstip en/of in het jaar voorafgaand aan het afsplitsingstijdstip);
b. bij de afsplitsing wordt negatieve winst behaald;
c. de inspecteur is van mening dat het verzoek
1. slechts kan worden ingewilligd onder het stellen van één of meer andere voorwaarden dan opgenomen in het toelichtende besluit (hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan situaties waarbij tot het afgesplitste vermogen lidmaatschapsrechten of bewijzen van deelgerechtigdheid behoren);
2. moet worden afgewezen om een andere reden dan in dit besluit of in het toelichtende besluit is opgenomen, waarbij niet is voldaan aan de in de wet gestelde eisen of waarbij de heffing en invordering onvoldoende zijn verzekerd.
1.4. Afdoeningstermijn
Beschikkingen dienen in beginsel binnen acht weken na ontvangst van het verzoek te worden afgegeven. Indien een beschikking niet binnen deze termijn kan worden afgegeven, stelt de inspecteur op grond van het bepaalde in artikel 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht de aanvrager daarvan in kennis en noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien.
1.5. Afsplitsing en fiscale eenheid
Voor de samenloop van de afsplitsing en de fiscale eenheid verwijs ik u naar punt 6 van het toelichtende besluit van 19 december 2000, kenmerk CPP2000/2682M.
1.6. Verliezen
De afsplitsende rechtspersoon blijft bij de afsplitsing bestaan en de aanspraak op nog te verrekenen verliezen gaat niet verloren maar blijft achter bij de afsplitsende rechtspersoon. Overdracht van deze verliezen naar de verkrijgende rechtspersoon is niet mogelijk.
Indien de verkrijgende rechtspersoon over aanspraken op nog te verrekenen verliezen beschikt, worden voorwaarden gesteld met betrekking tot de wijze van verliesverrekening bij de verkrijgende rechtspersoon. Deze verliesverrekening zal plaatsvinden op basis van winstsplitsing.
Er zijn geen voorwaarden gesteld met betrekking tot de achterwaartse verliesverrekening bij de verkrijgende rechtspersoon. Achterwaartse verliesverrekening kan derhalve zonder winstsplitsing plaatsvinden.
1.7. Indiening/doorzending verzoeken
De afsplitsende en de verkrijgende rechtspersonen moeten hun verzoek om toepassing van artikel 14a, derde lid, van de Wet Vpb vóór de civielrechtelijke afsplitsing schriftelijk indienen bij de inspecteur die belast is met de aanslagregeling voor de vennootschapsbelasting van de afsplitsende rechtspersoon. In het verzoek wordt aangegeven om welke reden artikel 14a, tweede lid, Wet Vpb niet van toepassing is. De inspecteur beoordeelt of hij het verzoek op grond van de in paragraaf 1.3 gegeven toestemming kan afdoen. Is dat niet het geval dan zendt hij het verzoek, met in acht neming van het bepaalde in paragraaf 3, door naar het Ministerie, Centrum voor proces- en produktontwikkeling, Domein Winstbelastingen.
2. Afdoening verzoeken die onder de algemene toestemming vallen
In de gevallen waarin de inspecteur op grond van de algemene toestemming het verzoek zelf kan afdoen, neemt hij zijn beslissing door middel van een voor bezwaar vatbare beschikking, waarbij hij het volgende in acht neemt.
a. Het verzoek wordt ingewilligd
Indien het verzoek wordt ingewilligd, richt de inspecteur de beschikking in conform bijlage 1, waarbij uitsluitend voorwaarden worden gesteld die overeenkomen met de voorwaarden, zoals gepubliceerd in het toelichtende besluit.
b. Het verzoek wordt afgewezen
Indien het verzoek wordt afgewezen, richt de inspecteur de beschikking in conform bijlage 2.
c. Het verzoek wordt ingewilligd onder het stellen van een afwijkend afsplitsingstijdstip
Indien de gevraagde terugwerkende kracht op grond van het gestelde in punt 4 van het toelichtende besluit niet aanvaardbaar is, doch wel aan alle overige vereisten is voldaan, willigt de inspecteur het verzoek in bij een voor bezwaar vatbare beschikking, onder het stellen van een (ander) afsplitsingstijdstip dat blijkens het toelichtende besluit wel aanvaardbaar is. Voordat hij de beschikking afgeeft, stelt hij belanghebbenden in de gelegenheid te worden gehoord.
3. Verzoeken die niet onder de algemene toestemming vallen
Indien het verzoek niet valt onder de in punt 1.3 van dit besluit aan de inspecteur verleende toestemming tot het afdoen van verzoeken, zendt de inspecteur het verzoek met zijn ambtsbericht ingericht overeenkomstig bijlage 3, binnen drie weken door naar het Ministerie, Centrum voor proces- en productontwikkeling, Domein Winstbelastingen. Daar wordt het verzoek beoordeeld en een beschikking voorbereid. Vervolgens wordt de inspecteur, onder toezending van een concept-beschikking, toegestaan op het verzoek te beslissen. De inspecteur handelt verder overeenkomstig hetgeen hierna is vermeld.
a. Het verzoek wordt ingewilligd
Indien het het verzoek wordt ingewilligd, geeft de inspecteur een voor bezwaar vatbare beschikking af conform de toestemming en de daarbij opgenomen voorwaarden. De voorwaarden worden als bijlage met de beschikking meegezonden.
b. Het verzoek wordt afgewezen
Indien het verzoek niet voor inwilliging vatbaar is, dan wijst de inspecteur het verzoek bij een voor bezwaar vatbare beschikking af, onder vermelding van de door de Staatssecretaris aangegeven overwegingen.
4. Afhandeling beschikkingen
De bevoegde inspecteur stuurt, zowel voor de afsplitsende rechtspersoon als voor iedere verkrijgende rechtspersoon afzonderlijk, een afschrift van de beschikking aan de indieners van het verzoek. Ook deponeert hij de beschikking in het dossier van de afsplitsende rechtspersoon en een afschrift van de beschikking in het dossier van de verkrijgende rechtspersoon.
Voorts wordt aanbevolen kopieën van het splitsingsvoorstel met de daarbij behorende toelichting en de splitsingsakte in de dossiers van de betreffende rechtspersonen te deponeren.
Tevens legt hij in de desbetreffende dossiers vast wat de boekwaarde en het opgeofferde bedrag is van de deelneming welke door de afsplitsende rechtspersoon wordt overgedragen aan de verkrijgende rechtspersoon.
Indien de deelneming bij de verkrijgende rechtspersoon geen deelneming vormt, dient het eventuele verschil tussen de boekwaarde en de waarde in het economische verkeer van de desbetreffende aandelen te worden vastgelegd.
5. Bezwaar tegen een beschikking
Indien een belanghebbende een bezwaarschrift indient tegen de beschikking en het bezwaar betreft een geschil over een rechtsvraag waarop in de jurisprudentie of het uitvoeringsbeleid geen helder antwoord te vinden is, verzoek ik de inspecteurs in overleg te treden met het B/CPP, Domein Winstbelastingen (conform het besluit van 21 juli 1995, nr. AFZ94/4519M zoals gewijzigd bij besluit van 26 januari 1998, nr. AFZ97/4609M, BNB 1998/90).
6. Inwerkingtreding van deze regeling
Dit Besluit wijzigt het Besluit van 4 januari 2000, nr. DB 99/1482M. Deze wijziging is van toepassing op afsplitsingen waarbij de akte is verleden op of na 1 januari 2001 en waarbij geen fiscale terugwerking plaatsvindt naar een eerder gelegen tijdstip. Andere afsplitsingen vallen onder de tekst van het Besluit van 4 januari 2000, nr. DB 99/1482M, zoals deze luidde voor de wijziging.
7.1. Bijlagen
Bij dit besluit zijn de volgende bijlagen gevoegd:
1. inwilliging, waarbij uitsluitend voorwaarden worden gesteld die overeenkomen met de voorwaarden zoals gepubliceerd in het toelichtende besluit;
2. afwijzende beschikking;
3. model ambtsbericht.
De bijlagen en de voorwaarden worden tevens opgenomen in het Modellenboek Ondernemingen.
7.2. Inlichtingen
Voor inlichtingen over fiscale begeleiding van afsplitsingen kunnen belanghebbenden contact opnemen met de bevoegde inspecteur van de Belastingdienst, die zich zonodig verstaat met de betreffende Kennisgroep fusies en fiscale eenheden.