Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Vennootschapsbelasting, dividendbelasting, inkomstenbelasting, europees recht, wijziging moeder-dochterrichtlijn, kwalificatie rechtsvormen
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
1. Inleiding
2. wijziging moeder-dochterrichtlijn
3. kwalificatie buitenlandse rechtsvormen
3.1. inleiding
3.2. reikwijdte
3.3. toetsingskader
3.3.1. beschrijving toetsingskader
3.3.2. overgangsregeling
3.4. verenigingen op coöperatieve grondslag, etc.
4. intrekken besluiten
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 22 december 2009. U leest nu de tekst die gold op 21 december 2009.

Vennootschapsbelasting, dividendbelasting, inkomstenbelasting, europees recht, wijziging moeder-dochterrichtlijn, kwalificatie rechtsvormen

Vennootschapsbelasting, dividendbelasting, inkomstenbelasting, europees recht, wijziging moeder-dochterrichtlijn, kwalificatie rechtsvormen Terugwerkende kracht In Stcrt. 2009, 19749, datum inwerkingtreding 22-12-2009, is deze regeling ingetrokken met terugwerkende kracht tot en met 11-12-2009.
De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten. Terugwerkende kracht In Stcrt. 2009, 19749, datum inwerkingtreding 22-12-2009, is deze regeling ingetrokken met terugwerkende kracht tot en met 11-12-2009.
1. Inleiding
Voor is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.Terugwerkende kracht In Stcrt. 2009, 19749, datum inwerkingtreding 22-12-2009, is deze regeling ingetrokken met terugwerkende kracht tot en met 11-12-2009.

De zogenoemde moeder-dochterrichtlijn ( richtlijn 90/435/EEG, hierna ook: de richtlijn) is bij richtlijn 2003/123/EG gewijzigd. De werkingssfeer van de moeder-dochterrichtlijn wordt hiermee vergroot. De wijzigingsrichtlijn is per 2 februari 2004 in werking getreden en moet met ingang van 1 januari 2005 worden geïmplementeerd. In onderdeel 2 van dit besluit geef ik een overzicht van de wijzigingen in de richtlijn. Over de wijze waarop de wijzigingen in de richtlijn tot aanpassing van de Nederlandse wetgeving moeten leiden, beraad ik mij nog.
Voor de tussentijd geef ik in dit besluit aan hoe de Belastingdienst moet omgaan met de wijzigingen van de richtlijn. Die wijzigingen betreffen het bezitspercentage, de uitbreiding van de lijst met kwalificerende rechtsvormen en uitbreiding van de werkingssfeer tot vaste inrichtingen. De richtlijn voorziet in de mogelijkheid dat de aangewezen rechtsvormen naar het recht van een andere lidstaat als transparant worden aangemerkt (artikel 4, eerste lid, bis, van de richtlijn).
In dit verband is van belang hoe de Belastingdienst in Nederland thans beoordeelt of een buitenlanse rechtsvorm transparant of niet-transparant is. Dit geef ik in onderdeel 3 van dit besluit weer. Dit toetsingskader geldt voor al dan niet onder de reikwijdte van de richtlijn vallende rechtsvormen.
Voor is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.Terugwerkende kracht In Stcrt. 2009, 19749, datum inwerkingtreding 22-12-2009, is deze regeling ingetrokken met terugwerkende kracht tot en met 11-12-2009.
2. wijziging moeder-dochterrichtlijn
Voor is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.Terugwerkende kracht In Stcrt. 2009, 19749, datum inwerkingtreding 22-12-2009, is deze regeling ingetrokken met terugwerkende kracht tot en met 11-12-2009.

De wijzigingen in de richtlijn hebben betrekking op de volgende onderwerpen:
a. Een verlaging van het deelnemingspercentage in stappen van 25% naar 10%. Met ingang van 1 januari 2005 bedraagt het percentage 20 (artikel 3 van de richtlijn).
b. De lijst van de voor de richtlijn kwalificerende vennootschappen wordt per 1 januari 2005 uitgebreid (artikel 2 van de richtlijn en de bijlage bij de richtlijn). In bijlage 1 bij dit besluit is een overzicht van deze vennootschappen opgenomen.
c. In de richtlijn is een passage opgenomen voor in de lijst opgenomen vennootschappen die in de ene lidstaat wel en de andere lidstaat niet als transparant worden aangemerkt (artikel 4 van de richtlijn).
d. Een regeling voor winstuitkeringen aan en ontvangen door vaste inrichtingen (artikelen 1, 2, 4 en 5 van de richtlijn).
e. Bij toepassing van de creditmethode wordt de verrekening van in een andere EU lidstaat geheven belasting niet meer beperkt tot de directe dochteronderneming, maar uitgebreid tot alle directe en indirecte dochterondernemingen (artikel 4 van de richtlijn).
Vooruitlopend op de nog tot stand te brengen wetgeving kunnen met ingang van 1 januari 2005 de artikelen 4a en 4b van de Wet op de dividendbelasting 1965 en artikel 13g van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 worden gelezen alsof daarin reeds een percentage van 20 is opgenomen. Vanaf die datum kan ter zake van dividenduitkeringen door in Nederland gevestigde vennootschappen aan alle in de bijlage bij de richtlijn genoemde rechtsvormen – ook als deze naar Nederlandse maatstaven als transparant worden aangemerkt – heffing van dividendbelasting achterwege blijven, mits uiteraard ook aan de overige voorwaarden van de artikelen 4a en 4b van de Wet op de dividendbelasting 1965 wordt voldaan. Met betrekking tot de winsten die een Nederlandse moedermaatschappij behaalt met een buitenlandse transparante dochteronderneming worden de bestaande Nederlandse regels ter voorkoming van dubbele belasting toegepast. Indien zich daarbij in de praktijk een probleem mocht voordoen, dan zal in het concreet aan de orde zijnde geval worden bezien hoe daarmee om te gaan, zonodig in het kader van een onderlinge overlegprocedure.
Overigens merk ik op dat de richtlijn de bestrijding van fraude en misbruiken niet belet.
Voor is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.Terugwerkende kracht In Stcrt. 2009, 19749, datum inwerkingtreding 22-12-2009, is deze regeling ingetrokken met terugwerkende kracht tot en met 11-12-2009.
3. kwalificatie buitenlandse rechtsvormen
Voor is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.Terugwerkende kracht In Stcrt. 2009, 19749, datum inwerkingtreding 22-12-2009, is deze regeling ingetrokken met terugwerkende kracht tot en met 11-12-2009.
3.1. inleiding
Voor is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.Terugwerkende kracht In Stcrt. 2009, 19749, datum inwerkingtreding 22-12-2009, is deze regeling ingetrokken met terugwerkende kracht tot en met 11-12-2009.

Aan de hand van het besluit van 18 september 1997, nr. DGO 97-00417 (Infobulletin 1997/704), is ervaring opgedaan met de vraag of buitenlandse samenwerkingsverbanden fiscaal transparant of niet-transparant zijn. Die ervaring heeft geleid tot een aanpassing van het beleid.
In onderdeel 3.2 van dit besluit wordt de reikwijdte van het besluit aangegeven. In onderdeel 3.3 van dit besluit is aangegeven op welke wijze de buitenlandse samenwerkingsverbanden worden getoetst. Een samenwerkingsverband wordt daarbij gekwalificeerd als een transparant lichaam of als een niet-transparant lichaam. Ingeval een lichaam transparant is, betekent dit dat de resultaten worden toegerekend aan de participanten. Als het lichaam niet-transparant is, worden de resultaten toegerekend aan het samenwerkingsverband.
Als bijlage (2) bij dit besluit is een lijst opgenomen waarin is aangegeven tot welke uitkomst de toets heeft geleid bij met name genoemde samenwerkingsverbanden. Deze lijst zal in de toekomst worden aangevuld met nieuw gekwalificeerde rechtsvormen. Alle niet genoemde buitenlandse rechtsvormen worden door de inspecteur voorgelegd aan de kennisgroep Belastingplicht en Kwalificatie Rechtsvormen.
Voor is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.Terugwerkende kracht In Stcrt. 2009, 19749, datum inwerkingtreding 22-12-2009, is deze regeling ingetrokken met terugwerkende kracht tot en met 11-12-2009.
3.2. reikwijdte
Voor is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.Terugwerkende kracht In Stcrt. 2009, 19749, datum inwerkingtreding 22-12-2009, is deze regeling ingetrokken met terugwerkende kracht tot en met 11-12-2009.

Onderdeel 3 van dit besluit richt zich op de kwalificatie van buitenlandse samenwerkingsverbanden welke zich bezighouden met het drijven van een onderneming of het beleggen van vermogen teneinde daarmee voordelen te behalen. Onder samenwerkingsverbanden in deze zin worden verstaan de naar buitenlands recht opgerichte samenwerkingsverbanden welke vergelijkbaar zijn met lichamen in de zin van artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, met uitzondering van de rechtsfiguren die vergelijkbaar zijn met de vereniging, de stichting, het fonds voor gemene rekening, de trust en overige doelvermogens.
Dit besluit is van toepassing op de artikelen 2, 3 en 13 e.v. (voorzover het de deelnemingsvrijstelling betreft) van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en op artikel 4.6 Wet inkomstenbelasting 2001.
Voor is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.Terugwerkende kracht In Stcrt. 2009, 19749, datum inwerkingtreding 22-12-2009, is deze regeling ingetrokken met terugwerkende kracht tot en met 11-12-2009.
3.3. toetsingskader
Voor is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.Terugwerkende kracht In Stcrt. 2009, 19749, datum inwerkingtreding 22-12-2009, is deze regeling ingetrokken met terugwerkende kracht tot en met 11-12-2009.
3.3.1. beschrijving toetsingskader
Voor is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.Terugwerkende kracht In Stcrt. 2009, 19749, datum inwerkingtreding 22-12-2009, is deze regeling ingetrokken met terugwerkende kracht tot en met 11-12-2009.

Aan de hand van de civielrechtelijke wet- en regelgeving van het desbetreffende land, de statuten of overeenkomst van het samenwerkingsverband en de Nederlandse wet- en regelgeving wordt beoordeeld of een buitenlands samenwerkingsverband voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant of niet-transparant is.
Voor de beoordeling is met name van belang (A) of het samenwerkingsverband eigendom kan hebben, (B) hoe de aansprakelijkheid van de participanten geregeld is, (C) of het samenwerkingsverband een in aandelen verdeeld kapitaal heeft en (D) of de participaties vrij overdraagbaar zijn. Het uitdelingsbesluit – hetgeen op grond van het Besluit van 18 september 1997, nr. DGO 97-417 ook als criterium gehanteerd werd – is geen voldoende onderscheidend criterium gebleken tussen transparante en niet-transparante lichamen. Hieronder is het toetsingskader verder uitgewerkt aan de hand van vier vragen.
(A) Kan het samenwerkingsverband de juridische eigendom hebben van de vermogensbestanddelen waarmee de activiteiten van het samenwerkingsverband worden uitgeoefend?
(B) Is er ten minste één participant onbeperkt aansprakelijk voor de schulden en de andere verplichtingen van het samenwerkingsverband?
Met onbeperkte aansprakelijkheid wordt bedoeld dat de aansprakelijkheid zich verder uitstrekt dan tot het ingelegde vermogen. De aansprakelijkheid van de participant is niet gemaximeerd tot een vast bedrag. Ook hoofdelijke aansprakelijkheid en aansprakelijkheid voor gelijke delen vallen onder onbeperkte aansprakelijkheid. Bij de beoordeling van de aansprakelijkheid wordt geen onderscheid gemaakt tussen onbeperkte primaire aansprakelijkheid en subsidiaire aansprakelijkheid. Met subsidiaire aansprakelijkheid wordt bedoeld dat de participanten pas kunnen worden aangesproken wanneer is gebleken dat de vennootschap zijn verplichtingen niet kan nakomen. Deze situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen bij liquidatie of faillissement.
(C) Heeft het samenwerkingsverband een in aandelen verdeeld kapitaal?
Onder in aandelen verdeeld kapitaal wordt ook verstaan de kapitaaldeelname die maatschappelijk aan aandelen kan worden gelijkgesteld.
(D) Kan er, buiten het geval van vererving of legaat, toetreding of vervanging van participanten plaatsvinden zonder dat er toestemming nodig is van alle participanten?
Voor de beantwoording van deze vraag zijn de besluiten van 19 december 2000, nr. CPP2000/2157M (Infobulletin 2001/65) en van 8 september 1999, nr. DB 99/2344 (Infobulletin 1999/673) van belang.
Wordt (A) met ‘ja’ en (B) met ‘nee’ beantwoord dan dient er vanuit te worden gegaan dat het buitenlandse samenwerkingsverband is aan te merken als een niet-transparant lichaam.
Wordt (A) met ‘ja’ of ‘nee’ en (B) met ‘ja’ beantwoord dan dienen (C) en (D) beoordeeld te worden. Worden (C) en (D) met ‘ja’ beantwoord dan is sprake van een niet-transparant lichaam. Worden (C) of (D) met ‘nee’ beantwoord dan is sprake van een transparant lichaam.
Indien sprake is van een samenwerkingsverband dat vergelijkbaar is met een Nederlandse Commanditaire Vennootschap (CV) dan hoeft, in afwijking van het voorgaande, alleen (D) beoordeeld te worden. Een samenwerkingsverband is vergelijkbaar met een Nederlandse CV indien het samenwerkingsverband de volgende kenmerken bezit:
op naam van het samenwerkingsverband wordt een onderneming gedreven,
er is ten minste één ‘beherend vennoot’ en één ‘commanditaire vennoot’,
de beherend vennoot is onbeperkt of voor een gelijk deel aansprakelijk tegenover derden (als bedoeld in B),
de commanditaire vennoot is slechts intern draagplichtig tot maximaal het door hem ingelegde vermogen en
de commanditaire vennoot verricht geen externe daden van beheer en bestuur.
In de situatie dat een samenwerkingsverband vergelijkbaar is met een CV en (D) wordt met ‘ja’ beantwoord dan is sprake van een niet-transparant lichaam. De beherend vennoot wordt voor zijn aandeel in het resultaat in een dergelijke rechtsvorm, ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 7 juli 1982, nr. 20.655 (BNB 1982/268), rechtstreeks betrokken in de heffing van de inkomstenbelasting, indien hij een natuurlijk persoon is, dan wel van de vennootschapsbelasting, indien hij een lichaam is.
In de situatie dat een samenwerkingsverband vergelijkbaar is met een CV en (D) wordt met ‘nee’ beantwoord dan is sprake van een transparant lichaam.
Voor is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.Terugwerkende kracht In Stcrt. 2009, 19749, datum inwerkingtreding 22-12-2009, is deze regeling ingetrokken met terugwerkende kracht tot en met 11-12-2009.
3.3.2. overgangsregeling
Voor is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.Terugwerkende kracht In Stcrt. 2009, 19749, datum inwerkingtreding 22-12-2009, is deze regeling ingetrokken met terugwerkende kracht tot en met 11-12-2009.

In een zeer beperkt aantal gevallen zal op grond van dit besluit de kwalificatie van bestaande buitenlandse samenwerkingverbanden anders zijn dan de kwalificatie van deze samenwerkingsverbanden op grond van het Besluit van 18 september 1997, nr. DGO97-00417. Voor deze gevallen geldt dat zij tot het moment waarop het tweede boekjaar dat volgt op het boekjaar dat loopt ten tijde van de publicatie van dit besluit, wordt afgesloten, de mogelijkheid hebben om hun statuten of overeenkomst aan te passen overeenkomstig de eisen gesteld in dit onderdeel van dit besluit. Tot die tijd mag de kwalificatie zoals die voortvloeide uit het besluit van 18 september 1997, nr. DGO 97-00417 (Infobulletin 1997/704) gehandhaafd worden.
Voor is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.Terugwerkende kracht In Stcrt. 2009, 19749, datum inwerkingtreding 22-12-2009, is deze regeling ingetrokken met terugwerkende kracht tot en met 11-12-2009.
3.4. verenigingen op coöperatieve grondslag, etc.
Voor is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.Terugwerkende kracht In Stcrt. 2009, 19749, datum inwerkingtreding 22-12-2009, is deze regeling ingetrokken met terugwerkende kracht tot en met 11-12-2009.

De kwalificatie van buitenlandse rechtsvormen die overeenkomsten vertonen met coöperaties, verenigingen op coöperatieve grondslag, onderlinge waarborgmaatschappijen en verenigingen, welke op onderlinge grondslag als verzekeraar of kredietinstelling optreden, vallen buiten het toetsingskader van onderdeel 3.3 van dit besluit.
In de bijlage van de richtlijn (zie bijlage 1 bij dit besluit) komen de volgende rechtsvormen overeen met de lichamen bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969:
Lidstaat Rechtsvorm Afkorting
België Société coopérative à responsabilité limitée/Coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SCRL/CVBA
  Société coopérative à responsabilité illimitée/ Coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid SCRI/CVOA
Duitsland Versicherungsverein auf Gegenseitigkeit VvaG
  Erwerbs- und Wirtschaftsgenossenschaften  
Frankrijk Coopérative  
  Union de coopérative  
Italië Società Cooperative  
  Società per mutua assicurazione  
Luxemburg Société Coopérative SC
  Société Coopérative organisée comme une société anonyme SCOSA
Oostenrijk Versicherungsverein auf Gegenseitigkeit VvaG
  Erwerbs- und Wirtschaftsgenossenschaften  
Europese Unie Europese Coöperatieve Vennootschap SCE

Voor is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.Terugwerkende kracht In Stcrt. 2009, 19749, datum inwerkingtreding 22-12-2009, is deze regeling ingetrokken met terugwerkende kracht tot en met 11-12-2009.
4. intrekken besluiten
Voor is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.Terugwerkende kracht In Stcrt. 2009, 19749, datum inwerkingtreding 22-12-2009, is deze regeling ingetrokken met terugwerkende kracht tot en met 11-12-2009.

De volgende besluiten worden hierbij ingetrokken:
het Besluit van 4 mei 1994, nr. DGO 94-04107;
het Besluit van 18 september 1997, nr. DGO97-00417 (onderdeel Vb van dat besluit is vervangen door middel van het eveneens heden vastgestelde besluit met nr. CPP2004/1304M);
het Besluit van 1 december 2000, CPP2000/2666M.
Voor is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.Terugwerkende kracht In Stcrt. 2009, 19749, datum inwerkingtreding 22-12-2009, is deze regeling ingetrokken met terugwerkende kracht tot en met 11-12-2009.