Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Vennootschapsbelasting, bedrijfsfusie, algemene toestemming aan de inspecteur voor de afdoening van verzoeken om toepassing van artikel 14, tweede lid, Wet Vpb
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
1. Algemeen
1.1. Inleiding
1.2. Begripsbepalingen
1.3. Omvang algemene toestemming
1.4. Afdoeningstermijn
1.5. Bedrijfsfusie en fiscale eenheid
1.6. Verliezen
1.7. Indiening/doorzending verzoeken
2. Beoordeling verzoeken
2.1. Beoordeling of de bedrijfsfusie in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing
2.2. Formele aspecten
2.3. Onderneming
2.4. Opvolgende overdracht
2.5. Uitreiking van aandelen en adequate tegenprestatie
2.6. Terugwerkende kracht
2.7. Gelijktijdige toepassing artikel 3.65 van de Wet IB 2001
2.8. Inbreng van een binnenlandse vaste inrichting in een NV of BV
3. Afdoening verzoeken die onder de algemene toestemming vallen; te stellen voorwaarden
4. Verzoeken die niet onder de algemene toestemming vallen
5. Afhandeling beschikkingen
6. Bezwaar tegen een beschikking
7. Inwerkingtreding van deze regeling
8. Samenloop verzoeken artikel 14 en artikel 15 Wet Vpb
9. Diversen
9.1. Bijlagen
9.2. Inlichtingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 11 oktober 2008. U leest nu de tekst die gold op 10 oktober 2008.

Vennootschapsbelasting, bedrijfsfusie, algemene toestemming aan de inspecteur voor de afdoening van verzoeken om toepassing van artikel 14, tweede lid, Wet Vpb

Vennootschapsbelasting, bedrijfsfusie, algemene toestemming aan de inspecteur voor de afdoening van verzoeken om toepassing van artikel 14, tweede lid, Wet Vpb De Directeur-Generaal Belastingdienst heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.
Als gevolg van de Invoeringswet IB 2001 is de regeling in artikel 14 Wet van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb) inzake bedrijfsfusies met ingang van 1 januari 2001 gewijzigd. De belangrijkste wijzigingen zijn vermeld in het besluit van 19 december 2000, nr. CPP2000/3041M (hierna: toelichtende besluit).
Met betrekking tot de vraag of een bedrijfsfusie valt onder artikel 14 (oud) Wet Vpb dan wel artikel 14 (nieuw) Wet Vpb merk ik het volgende op.
Indien de feitelijke overdracht plaatsvindt op of na 1 januari 2001 is de nieuwe wettekst van toepassing, met uitzondering van de situatie waarin de fiscale terugwerkende kracht ertoe leidt dat het overgangstijdstip ligt vóór 1 januari 2001; in dat laatste geval valt de bedrijfsfusie onder de werking van de oude wettekst.
Indien de bedrijfsfusie onder de oude wettekst valt, dient, ingeval geen sprake is van een situatie vallend onder artikel 14, eerste lid (oud) Wet Vpb, een beschikking op grond van artikel 14, vierde lid (oud) Wet Vpb te worden afgegeven overeenkomstig het besluit van 1 juli 1993, nr. DB93/2167M, BNB 1993/270 (laatstelijk gewijzigd bij besluit van 5 februari 1998, nr. DB97/3359M).
Indien de bedrijfsfusie onder de nieuwe wettekst valt, dient, ingeval geen sprake is van een situatie vallend onder artikel 14, eerste lid (nieuw) Wet Vpb, een beschikking op grond van artikel 14, tweede lid (nieuw) Wet Vpb te worden afgegeven.
Dit besluit geeft ter zake een algemene toestemming aan de inspecteur inzake de afdoening van verzoeken om toepassing van artikel 14, tweede lid Wet Vpb (wettekst vanaf 1 januari 2001).
1.1. Inleiding
Een bedrijfsfusie kan fiscaal geruisloos zonder tussenkomst van de inspecteur plaatsvinden als voldaan wordt aan de vereisten in artikel 14, eerste lid Wet Vpb. Deze vereisten zijn hetzelfde stelsel van winstbepaling, geen aanspraak op voorwaartse verliesverrekening bij de overnemer en latere heffing is verzekerd. Indien hieraan niet wordt voldaan, biedt artikel 14, tweede lid Wet Vpb de mogelijkheid de winst behaald als gevolg van de bedrijfsfusie desalniettemin buiten aanmerking te laten.
Dit besluit ziet op situaties waarin niet aan de vereisten van artikel 14, eerste lid Wet Vpb wordt voldaan, en begeleiding slechts op basis van artikel 14, tweede lid Wet Vpb kan plaatsvinden.
Voor de volledigheid merk ik op dat een fiscale begeleiding niet mogelijk is indien de bedrijfsfusie in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing.
In het toelichtende besluit heb ik een aantal situaties aangegeven waarin latere heffing niet is verzekerd (zie de punten 5.1 t/m 5.7 van het toelichtende besluit). In die situaties kan fiscale begeleiding van de bedrijfsfusie dus slechts plaatsvinden met toepassing van artikel 14, tweede lid Wet Vpb.
Op grond van artikel 14, tweede lid Wet Vpb kan de Minister van Financiën op gezamenlijk verzoek van de overdrager en de overnemer onder te stellen nadere voorwaarden, de inspecteur belast met de aanslagregeling van de overdrager toestaan de winst behaald met of bij de overdracht geheel of ten dele buiten aanmerking te laten. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Dit besluit bevat een algemene toestemming aan de inspecteur tot het namens mij afdoen van verzoeken om toepassing van artikel 14, tweede lid Wet Vpb met betrekking tot bedrijfsfusies, met uitzondering van de situaties genoemd in paragraaf 1.3.
Dit besluit bevat zowel een instructie tot de afdoening van verzoeken die onder de algemene toestemming vallen alsmede tot de afdoening van verzoeken die niet onder de algemene toestemming vallen.
1.2. Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
de Wet Vpb: de Wet op de vennootschapsbelasting 1969;
het toelichtende besluit: het besluit van 19 december 2000, nr. CPP2000/3041M;
de onderneming: de overgedragen onderneming of het overgedragen zelfstandig onderdeel van een onderneming;
het overgangstijdstip: het tijdstip van wanneer af de overgedragen onderneming geacht wordt rechtstreeks voor rekening en risico van de overnemer te zijn uitgeoefend;
de overdracht: de feitelijke inbreng van activa in en overneming van passiva door de overnemer.
1.3. Omvang algemene toestemming
Ik verleen de inspecteurs een algemene toestemming om namens mij te beslissen op alle verzoeken om toepassing van artikel 14, tweede lid Wet Vpb met betrekking tot bedrijfsfusies, met uitzondering van de navolgende situaties:
a. op het overgangstijdstip is voor de overdrager dan wel overnemer het Besluit reserve verzekeraars of het Besluit beleggingsinstellingen van toepassing (ingeval van toepassing van het Besluit beleggingsinstellingen: op het overgangstijdstip en/of in het jaar voorafgaand aan het overgangstijdstip);
b. bij de bedrijfsfusie wordt een negatieve winst behaald;
c. de overdrager en/of de overnemer de rechtsvorm van een coöperatie hebben;
d. de inspecteur is van mening dat het verzoek
1. slechts kan worden ingewilligd onder het stellen van één of meer andere voorwaarden dan opgenomen in het toelichtende besluit (hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan situaties waarbij tot de overgedragen onderneming lidmaatschapsrechten of bewijzen van deelgerechtigdheid behoren);
2. moet worden afgewezen om een andere reden dan in dit besluit of in het toelichtende besluit is opgenomen, waarbij niet is voldaan aan de in de wet gestelde vereisten.
1.4. Afdoeningstermijn
Beschikkingen dienen in beginsel binnen acht weken na ontvangst van het verzoek te worden afgegeven. Indien een beschikking niet binnen deze termijn kan worden afgegeven, stelt de inspecteur op grond van het bepaalde in artikel 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht de aanvrager daarvan in kennis en noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien.
1.5. Bedrijfsfusie en fiscale eenheid
Voor de samenloop van bedrijfsfusie en fiscale eenheid verwijs ik u naar punt 7.3 van het toelichtende Besluit van 19 december 2000, kenmerk CPP2000/3041M.
1.6. Verliezen
Verliezen van de overdrager
De faciliteit van artikel 14 Wet Vpb biedt niet de mogelijkheid om de aanspraak op verrekening van verliezen van de overdrager mee te geven aan de overnemer. De nog te verrekenen verliezen blijven dus in beginsel achter bij de overdrager.
In een beperkt aantal situaties waarin de overdrager zijn gehele onderneming overdraagt en door de bedrijfsfusie de belastingplicht van de overdrager (hier te lande) eindigt, ben ik bereid – en onder het stellen van voorwaarden – goed te keuren dat de verliezen van de overdrager worden meegegeven aan de overnemer.
Dit beleid is omschreven in punt 8 van het toelichtende besluit. In het besluit nr. CPP2000/2179M heb ik de inspecteurs toestemming verleend in vorenbedoelde situaties verzoeken in te willigen om verliezen van de overdrager mee te geven aan de overnemer.Verliezen van de overnemer
Indien de overnemer over aanspraken op nog te verrekenen verliezen beschikt, worden voorwaarden gesteld met betrekking tot de wijze van verliesverrekening bij de overnemer. Deze verliesverrekening zal plaatsvinden op basis van winstsplitsing.
Er zijn geen voorwaarden gesteld met betrekking tot de achterwaartse verliesverrekening bij de overnemer. Achterwaartse verliesverrekening kan derhalve zonder winstsplitsing plaatsvinden.
1.7. Indiening/doorzending verzoeken
De overdrager en de overnemer moeten hun verzoek om toepassing van artikel 14, tweede lid Wet Vpb vóór de bedrijfsfusie (het overdrachtstijdstip) schriftelijk indienen bij de inspecteur die belast is met de aanslagregeling voor de vennootschapsbelasting van de overdrager. Belanghebbende dient in het verzoek aan te geven om welke reden(en) een beroep op basis van artikel 14, tweede lid Wet Vpb wordt gedaan.
De inspecteur beoordeelt of hij het verzoek op grond van de in punt 1.3 gegeven toestemming kan afdoen. Is dat niet het geval dan zendt hij het verzoek, met in acht neming van het bepaalde in punt 3, door naar het Ministerie van Financiën, Centrum voor proces- en productontwikkeling, Domein Winstbelastingen.
2. Beoordeling verzoeken
De inspecteur die het verzoek in behandeling heeft genomen, beoordeelt het verzoek in ieder geval op de volgende aspecten:
2.1. Beoordeling of de bedrijfsfusie in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing
De inspecteur toetst, naar de feiten en omstandigheden die de hem bekend zijn bij de beoordeling van het verzoek, of de bedrijfsfusie is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing.
Zo ja, dan wijst de inspecteur het verzoek af: zie toelichtende besluit, punt 2, onder Lid 4.
2.2. Formele aspecten
Is het verzoek ingediend vóór de overdracht van de onderneming?
Zo niet, dan zendt hij het verzoek, overeenkomstig het bepaalde in punt 3. van dit besluit, door naar het ministerie.
Is het verzoek ingediend door of namens de overdrager en overnemer of, indien deze laatste nog niet is opgericht, door of namens de oprichters van dat lichaam?
Zo niet dan stelt de inspecteur belanghebbenden in de gelegenheid het verzoek op dit punt alsnog aan te vullen.
2.3. Onderneming
Is sprake van een onderneming in materiële zin?
Zo ja, kunnen de vermogensbestanddelen die worden overgedragen een zelfstandige onderneming vormen?
Zie punt 3.2 van het toelichtende besluit.
2.4. Opvolgende overdracht
Wordt de onderneming voortgezet door de overnemer?
Zie punt 3.1 van het toelichtende besluit.
2.5. Uitreiking van aandelen en adequate tegenprestatie
Vindt de overdracht van de onderneming plaats tegen uitreiking van aandelen, e.d., en wordt een adequate tegenprestatie (in de vorm van aandelen in de overnemer) ontvangen door de overdrager?
Zie de punten 3.3 en 3.4 (3.4.1 t/m 3.4.5) van het toelichtende besluit.
2.6. Terugwerkende kracht
Is sprake van een overdracht aan een nieuw opgericht lichaam?
Zo ja, is voldaan aan de vereisten van punt 6 van het toelichtende besluit?
2.7. Gelijktijdige toepassing artikel 3.65 van de Wet IB 2001
Is er sprake van een direct aan de overdracht voorafgaande toepassing van artikel 3.65 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001?
Indien dit het geval is, werkt de inspecteur het verzoek pas af nadat de beschikking voor de toepassing van artikel 3.65 Wet IB 2001 is afgegeven. Indien het verzoek om toepassing van artikel 14, tweede lid Wet Vpb gelijktijdig met het verzoek om toepassing van artikel 3.65 Wet IB 2001 wordt ingediend, deelt de inspecteur met inachtneming van het bepaalde in artikel 4:15 van de Awb aan de indiener van het verzoek mee dat het eerstgenoemd verzoek pas kan worden afgedaan nadat de het verzoek om toepassing van artikel 3.65 Wet IB 2001 is ingewilligd.
2.8. Inbreng van een binnenlandse vaste inrichting in een NV of BV
Is het eigen vermogen van de overnemer ten minste gelijk aan het saldo van de tot de vaste inrichting behorende bezittingen en schulden?
Zie punt 8.1 van het toelichtende besluit.
3. Afdoening verzoeken die onder de algemene toestemming vallen; te stellen voorwaarden
In de gevallen waarin de inspecteur op grond van de algemene toestemming het verzoek zelf kan afdoen, neemt hij zijn beslissing door middel van een voor bezwaar vatbare beschikking, waarbij hij het volgende in acht neemt.a. Het verzoek wordt ingewilligd
Indien het verzoek wordt ingewilligd, richt de inspecteur de beschikking in conform bijlage 1, waarbij uitsluitend voorwaarden worden gesteld die overeenkomen met de voorwaarden, zoals gepubliceerd in het toelichtende besluit.b. Het verzoek wordt afgewezen
Indien het verzoek met inachtneming van hetgeen is vermeld in punt 2 wordt afgewezen, richt de inspecteur de beschikking in conform bijlage 4.c. Het verzoek wordt ingewilligd onder het stellen van een afwijkend overgangstijdstip
Indien de gevraagde terugwerkende kracht op grond van het gestelde in punt 6 van het toelichtende besluit niet aanvaardbaar is, doch wel aan alle overige vereisten is voldaan, willigt de inspecteur het verzoek in bij een voor bezwaar vatbare beschikking, onder het stellen van een (ander) overgangstijdstip dat blijkens het toelichtende besluit wel aanvaardbaar is. Voordat hij de beschikking afgeeft, stelt hij belanghebbenden in de gelegenheid te worden gehoord.
4. Verzoeken die niet onder de algemene toestemming vallen
Indien het verzoek niet valt onder de in punt 1.3 van dit besluit aan de inspecteur verleende toestemming tot het afdoen van verzoeken, zendt de inspecteur het verzoek met zijn ambtsbericht ingericht overeenkomstig bijlage 3, binnen drie weken door naar het Ministerie van Financiën, Centrum voor proces- en productontwikkeling, Domein Winstbelastingen. Daar wordt het verzoek beoordeeld en een beschikking voorbereid. Vervolgens wordt de inspecteur, onder toezending van een concept-beschikking, toegestaan op het verzoek te beslissen. De inspecteur handelt verder overeenkomstig hetgeen hierna is vermeld.a. Het verzoek wordt ingewilligd
Indien het verzoek wordt ingewilligd, geeft de inspecteur een voor bezwaar vatbare beschikking af conform de toestemming en de daarbij opgenomen voorwaarden. De voorwaarden worden als bijlage met de beschikking meegezonden.b. Het verzoek wordt afgewezen
Indien het verzoek niet voor inwilliging vatbaar is, dan wijst de inspecteur het verzoek bij een voor bezwaar vatbare beschikking af, onder vermelding van de door de Staatssecretaris aangegeven overwegingen.
5. Afhandeling beschikkingen
De bevoegde inspecteur stuurt, zowel voor de overdrager als de overnemer, een afschrift van de beschikking aan de indieners van het verzoek. Ook deponeert hij de beschikking in het dossier van de overdrager en een afschrift van de beschikking in het dossier van de overnemer.
Tevens legt hij in de desbetreffende dossiers vast wat de boekwaarde en het opgeofferde bedrag is van de deelneming welke door de overdrager wordt overgedragen aan de overnemer.
Indien de deelneming bij de overnemer geen deelneming vormt, dient het eventuele verschil tussen de boekwaarde en de waarde in het economische verkeer van de desbetreffende aandelen te worden vastgelegd.
6. Bezwaar tegen een beschikking
Indien een belanghebbende een bezwaarschrift indient tegen de beschikking en het bezwaar betreft een geschil over een rechtsvraag waarop in de jurisprudentie of het uitvoeringsbeleid geen helder antwoord te vinden is, verzoek ik de inspecteurs in overleg te treden met het Ministerie van Financiën, Centrum voor proces- en productontwikkeling, Domein Winstbelastingen (conform het besluit van 21 juli 1995, nr. AFZ94/4519M zoals gewijzigd bij besluit van 26 januari 1998, nr. AFZ97/4609M, BNB 1998/90).
7. Inwerkingtreding van deze regeling
Dit Besluit inzake artikel 14, tweede lid Wet Vpb is van toepassing op bedrijfsfusies waarbij feitelijke overdracht plaatsvindt op of na 1 januari 2001, met uitzondering van de situatie waarin de fiscale terugwerkende kracht ertoe leidt dat het overgangstijdstip ligt vóór 1 januari 2001.
In dat laatste geval en ingeval de feitelijke overdracht heeft plaatsgevonden vóór 1 januari 2001, valt de bedrijfsfusie onder de werking van artikel 14 (oud) Wet Vpb, en dient, ingeval geen sprake is van een situatie vallend onder artikel 14, eerste lid (oud) Wet Vpb, een beschikking op grond van artikel 14, vierde lid (oud) Wet Vpb te worden afgegeven overeenkomstig het besluit van 1 juli 1993, nr. DB93/2167M, BNB 1993/270 (laatstelijk gewijzigd bij besluit van 5 februari 1998, nr. DB97/3359M).
8. Samenloop verzoeken artikel 14 en artikel 15 Wet Vpb
De overdracht van een onderneming zonder belastingheffing kan zowel plaatsvinden met toepassing van artikel 14 Wet Vpb als binnen een fiscale eenheid in de zin van artikel 15 Wet Vpb. Het is echter niet mogelijk om beide bepalingen toe te passen op dezelfde overdracht. Dit houdt in dat een verzoek artikel 14 Wet Vpb moet worden afgewezen, indien er een fiscale eenheid tussen de overdrager en de overnemer tot stand is gekomen en de overdracht binnen fiscale eenheid plaatsvindt. Indien er reeds een beschikking artikel 14 Wet Vpb is afgegeven en er komt ná die beschikking alsnog een fiscale eenheid tot stand, zodanig dat de overdracht binnen de fiscale eenheid plaatsvindt, dan heeft de beschikking haar belang verloren.
Hierbij merk ik op dat de overdracht van een onderneming aan een, met ingang van haar oprichtingsdatum gevoegde, dochtermaatschappij op grond van standaardvoorwaarde 1. fiscale eenheid, steeds tijdens het bestaan van de fiscale eenheid plaatsvindt (zie punt 7.4 van het besluit van 30 september 1991, nr. DB 91/2309).
9.1. Bijlagen
Bij dit besluit zijn de volgende bijlagen gevoegd:
1. inwilliging, waarbij uitsluitend voorwaarden worden gesteld die overeenkomen met de voorwaarden zoals gepubliceerd in het toelichtende besluit;
2. inwilliging voor een geval van overdracht van de onderneming van een binnenlandse vaste inrichting;
3. afwijzing verzoek om geruisloze overdracht;
4. ambtsbericht.
De bijlagen en de voorwaarden worden tevens opgenomen in het Modellenboek Ondernemingen.
9.2. Inlichtingen
Voor inlichtingen over fiscale begeleiding van afsplitsingen kunnen belanghebbenden contact opnemen met de bevoegde inspecteur van de Belastingdienst, die zich zonodig verstaat met de betreffende Kennisgroep fusies en fiscale eenheden.