Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Toetsingskader nieuwe opleidingen hoger onderwijs (OCW)
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
1. Opbouw toetsingskader
2. Beoordelingskader 2
2.1. Doelstellingen opleiding
2.2. Programma
2.3. Inzet van personeel
2.4. Voorzieningen
2.5. Interne kwaliteitszorg
2.6. Condities voor continuïteit
3. Beslisregels toetsing
4. Werkwijze toetsing nieuwe opleidingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Toetsingskader nieuwe opleidingen hoger onderwijs (OCW)

Toetsingskader nieuwe opleidingen hoger onderwijs
1. Opbouw toetsingskader
Het toetsingskader voor nieuwe opleidingen in het hoger onderwijs bestaat uit:
een beoordelingskader, bestaande uit onderwerpen, facetten en criteria
beslisregels
een beschrijving van de werkwijze bij de toetsing van nieuwe opleidingen, met daarbij de criteria voor beoordeling van de toetsing en van het toetsingsrapport door de NAO.
De beslissing over accreditatie van een nieuwe opleiding wordt gebaseerd op een toets aan de hand van zes onderwerpen. 1
Deze onderwerpen zijn:
doelstellingen opleiding
programma
inzet van personeel
voorzieningen
interne kwaliteitszorg
condities voor continuïteit
De genoemde onderwerpen worden beoordeeld aan de hand van facetten en daarbij behorende criteria (zie hoofdstuk 2).
Voor de toetsing van nieuwe opleidingen zijn beslisregels vastgesteld (zie hoofdstuk 3).
Voor de toetsing van nieuwe opleidingen is een werkwijze op hoofdlijnen vastgesteld. Hoewel de criteria voor alle nieuwe opleidingen dezelfde zijn, zal de breedte van de toetsing kunnen variëren. Voor opleidingen die nog niet bestaan in het Nederlandse hoger onderwijs of die inhoudelijk substantieel afwijken van bestaande opleidingen zal een meer intensieve toets worden uitgevoerd dan voor opleidingen die al bestaan in het Nederlandse hoger onderwijs.
De NAO baseert haar oordeel over de nieuwe opleiding op een toets, die in haar opdracht wordt uitgevoerd. Deze toets resulteert in een toetsingsrapport. Er zijn criteria opgesteld voor de beoordeling daarvan (zie hoofdstuk 4 over de werkwijze toetsing nieuwe opleidingen).
2.1. Doelstellingen opleiding
Facetten Criteria
Domeinspecifieke eisen De beoogde eindkwalificaties van de opleiding sluiten aan bij de eisen die door (buitenlandse) vakgenoten en de beroepspraktijk gesteld worden aan een opleiding in het betreffende domein (vakgebied/discipline en/of beroepspraktijk)
Bachelor en Master De beoogde eindkwalificaties van de opleiding sluiten aan bij algemene, internationaal geaccepteerde beschrijvingen van de kwalificaties van een Bachelor of een Master
Oriëntatie HBO/WO De beoogde eindkwalificaties van de opleiding sluiten aan bij de volgende beschrijvingen van een Bachelor en een Master in HBO en WO: HBO: de beoogde eindkwalificaties zijn mede ontleend aan de door (of in samenspraak met) het relevante beroepenveld opgestelde beroepsprofielen en/of beroepscompetenties een HBO-bachelor heeft de kwalificaties voor het niveau van beginnend beroepsbeoefenaar in een specifiek beroep of samenhangend spectrum van beroepen waarvoor een HBO-opleiding vereist is of dienstig is een HBO-master heeft de kwalificaties voor het niveau van zelfstandig en/of leidinggevend beroepsbeoefenaar in een beroep of spectrum van beroepen, dan wel het niveau van het functioneren in een multidisciplinaire omgeving waarvoor een HBO-opleiding vereist is of dienstig is WO: de beoogde eindkwalificaties zijn ontleend aan eisen vanuit de wetenschappelijke discipline, de internationale wetenschapsbeoefening en voor daarvoor in aanmerking komende opleidingen de relevante praktijk in het toekomstige beroepenveld een WO-bachelor heeft de kwalificaties voor toegang tot tenminste één verdere studie op WO-masterniveau en eventueel voor het betreden van de arbeidsmarkt een WO-master heeft de kwalificaties om zelfstandig wetenschappelijk onderzoek te verrichten of multi- en interdisciplinaire vraagstukken op te lossen in een beroepspraktijk waarvoor een WO-opleiding vereist is of dienstig is
2.2. Programma
Facetten Criteria
Eisen HBO/WO Het beoogde programma sluit aan bij de volgende criteria voor het programma van een HBO- of een WO-opleiding: HBO: kennisontwikkeling door studenten vindt plaats via vakliteratuur, aan de beroepspraktijk ontleend studiemateriaal en via interactie met de beroepspraktijk en of (toegepast) onderzoek het programma heeft aantoonbare verbanden met actuele ontwikkelingen in het vakgebied/de discipline het programma waarborgt de ontwikkeling van beroepsvaardigheden en heeft aantoonbare verbanden met de actuele beroepspraktijk WO: kennisontwikkeling door studenten vindt plaats in interactie tussen het onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek binnen relevante disciplines het programma sluit aan bij ontwikkelingen in de relevante wetenschappelijke discipline(s) door aantoonbare verbanden met actuele wetenschappelijke theorieën het programma waarborgt de ontwikkeling van vaardigheden op het gebied van wetenschappelijk onderzoek bij daarvoor in aanmerking komende opleidingen heeft het programma aantoonbare verbanden met de actuele praktijk van de relevante beroepen
Relatie tussen doelstellingen en programma Het beoogde programma, het didactisch concept, de werkvormen en de wijze van toetsing weerspiegelen de te bereiken eindkwalificaties van de opleiding De te bereiken eindkwalificaties zijn aantoonbaar vertaald in leerdoelen van (onderdelen van) het beoogde programma
Samenhang programma Het beoogde programma is inhoudelijk samenhangend
Studielast Het beoogde programma is studeerbaar doordat factoren die betrekking hebben op dat programma en die de studievoortgang belemmeren zoveel mogelijk worden weggenomen.
Instroom Het beoogde programma sluit qua vorm en inhoud aan bij de kwalificaties van de instromende studenten: HBO-bachelor: VWO, HAVO, middenkaderopleiding of specialistenopleiding ( ) of daarmee vergelijkbare kwalificaties, blijkend uit toelatingsonderzoek WO-bachelor: VWO, HBO-propedeuse, HBO of daarmee vergelijkbare kwalificaties, blijkend uit toelatingsonderzoek HBO- en WO-master: bachelor en eventueel (inhoudelijke) selectie
Duur De opleiding voldoet aan formele eisen m.b.t. de omvang van het curriculum:
3
WEB
2.3. Inzet van personeel
Facetten Criteria
Eisen HBO/WO De opleiding sluit aan bij de volgende criteria voor de inzet van personeel van een HBO- of een WO-opleiding: HBO: Het onderwijs zal voor een belangrijk deel worden verzorgd door personeel dat een verbinding legt tussen de opleiding en de beroepspraktijk WO: Het onderwijs zal voor een belangrijk deel worden verzorgd door onderzoekers die een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van het vakgebied
Kwantiteit personeel Er wordt voldoende capaciteit vrijgemaakt om de nieuwe opleiding te kunnen starten Er wordt voldoende capaciteit vrijgemaakt om de nieuwe opleiding te kunnen continueren
Kwaliteit personeel Het in te zetten personeel is gekwalificeerd voor een inhoudelijke, onderwijskundige en organisatorische realisatie van het programma
2.4. Voorzieningen
Facetten Criteria
Materiële voorzieningen De beoogde huisvesting en materiële voorzieningen zijn toereikend om het programma te realiseren
Studiebegeleiding Er is voorzien in personele capaciteit voor studiebegeleiding en informatievoorziening aan studenten die adequaat zijn met het oog op de studievoortgang
2.5. Interne kwaliteitszorg
Facetten Criteria
Systematische aanpak Er is voorzien in een systeem van interne kwaliteitszorg, waarbij mede aan de hand van toetsbare streefdoelen en periodieke evaluaties verbetermaatregelen worden getroffen
Betrekken van medewerkers, studenten, alumni en beroepenveld Bij de interne kwaliteitszorg zullen medewerkers, studenten, alumni en het afnemend beroepenveld van de opleiding actief worden betrokken
2.6. Condities voor continuïteit
Facetten Criteria
Afstudeergarantie De instelling geeft aan studenten de garantie dat het programma volledig kan worden doorlopen
Investeringen De voorziene investeringen zijn toereikend om de opleiding (inclusief voorzieningen) tot stand te brengen
Financiële voorzieningen De financiële voorzieningen voor de gecalculeerde negatieve resultaten zijn voldoende voor dekking van de aanloopverliezen
3. Beslisregels toetsing
Het voorstel voor de nieuwe opleiding wordt getoetst in opdracht van de NAO. Daarbij wordt voor elk van de facetten vastgesteld of de beoordeling voldoende of onvoldoende is. Voor een positief resultaat van de toetsing dient het oordeel over elk onderwerp uit het beoordelingskader voldoende te zijn. Het oordeel per onderwerp komt tot stand op basis van weging van oordelen over de afzonderlijke facetten van dat onderwerp. Er wordt inzichtelijk gemaakt hoe de beoordeling van de verschillende facetten heeft geleid tot het samenvattend oordeel over een onderwerp,met andere woorden hoe - gegeven de criteria uit dit toetsingskader - op basis van de analyse per facet het oordeel per onderwerp tot stand is gekomen.
Bij het eindoordeel over de nieuwe opleiding zal de NAO aangeven hoe dit is gebaseerd op de feiten, de analyse van de feiten en de beoordeling van de opleiding op basis van dit toetsingskader.
Wanneer er sprake is van verschillende varianten van een nieuwe opleiding (voltijd, deeltijd en/of duaal), dan moet uit de beoordeling blijken dat voor elke variant de basiskwaliteit is gewaarborgd op grond van de criteria in de beoordelingskader om te komen tot een positief eindoordeel over de opleiding.
Indien een nieuwe opleiding onder één CROHO-registratie zal worden aangeboden op meerdere locaties, dan zal voor een positief resultaat van de toetsing vereist zijn dat uit de beoordeling blijkt dat elke locatie zal voldoen aan de in dit toetsingskader genoemde criteria voor basiskwaliteit.
1 Uitgangspunten voor de toetsing zijn de wet en de onderwerpen, facetten, criteria en beslisregels uit dit toetsingskader.
2 De instelling stelt voor de nieuwe opleiding documenten op die een beeld geven van de door haar voorgenomen nieuwe opleiding en die voldoet aan de wettelijke eisen. Daarbij levert de instelling de volgende informatie:
een beschrijving van de opleiding aan de hand van de onderwerpen en facetten van het toetsingskader
een beschrijving hoe de opleiding wordt afgestemd op de beroepsvereisten vanuit het beroepenveld
een financieel overzicht met uitgaven voor het tot stand brengen van de opleiding
een beschrijving van het benodigde personeel naar omvang en kwalificatie.
3 De instelling dient een aanvraag voor toetsing van de nieuwe opleiding in bij de NAO, vergezeld van de onder 2 genoemde informatie. Tevens wordt bij de aanvraag aangegeven:
of de opleiding (in vergelijkbare vorm) al bestaat in het Nederlandse hoger onderwijs dan wel of er sprake is van een opleiding die nieuw is voor het hoger onderwijs in Nederland
of de voorgenomen opleiding opleidt voor HBO-bachelor, HBO-master, WO-bachelor of WO-master
welke varianten van de opleiding (voltijd, deeltijd en/of duaal) worden aangevraagd
of het een initiële dan wel postinitiële opleiding betreft
of het gaat om een of meerdere vestigingsplaatsen.
4 Op grond van de onder 3 genoemde gegevens stelt de NAO vast in hoeverre sprake is van een opleiding die nieuw is voor het Nederlandse hoger onderwijs. Op basis hiervan beslist de NAO hoe breed de beoordeling moet zijn, of bij de toetsing externe deskundigen worden ingeschakeld en over welke expertise deze eventuele externe deskundigen moeten beschikken.
5 De feitelijke toetsing wordt uitgevoerd in opdracht van de NAO. De bij de toetsing gehanteerde domeinspecifieke criteria sluiten aan bij de criteria uit dit toetsingskader.
6 In de toetsing wordt onderzocht of de voornemens en de documenten voldoen aan de criteria uit dit toetsingskader. De toetsing resulteert in een samenvattend oordeel over de nieuwe opleiding, dat wordt gemotiveerd in een toetsingsrapport.
7 De NAO beoordeelt het toetsingsrapport en het daarin uitgesproken samenvattende oordeel en toetst dat aan dit toetsingskader. Daarbij worden de drie volgende criteria gehanteerd:
a. Het kwaliteitsoordeel bij de toetsing is - voor zover relevant - mede gebaseerd op een vergelijking met verwante andere opleidingen en internationaal geaccepteerde criteria voor opleidingen in het desbetreffende domein.
b. Het toetsingsrapport maakt duidelijk, dat de nieuwe opleiding al of niet aan de criteria voor basiskwaliteit voldoet. Het rapport behandelt minimaal de zes in dit toetsingskader genoemde onderwerpen, waarbij per onderwerp aan alle facetten aandacht wordt besteed. Voor ieder facet wordt een waardering voldoende of onvoldoende gegeven, op basis waarvan per onderwerp een oordeel wordt gegeven. De oordelen worden zo goed mogelijk beargumenteerd met feiten en analyses. Het rapport wordt afgerond met een samenvattend oordeel over de nieuwe opleiding.
c. Het toetsingsrapport beschrijft de bij de toetsing gevolgde werkwijze.
Daarbij wordt duidelijkheid gegeven over:
gehanteerde methoden
gebruikte informatiebronnen
indien van toepassing het bij de toetsing gehanteerde referentiekader.
8 Op grond van de uitkomst van de toetsing neemt de NAO een beslissing. Het voornemen tot dit besluit wordt eerst schriftelijk meegedeeld aan de instelling, die dan twee weken de mogelijkheid heeft om te reageren. Indien de opleiding voldoet aan de criteria uit het toetsingskader is er sprake van een positief toetsingsbesluit van de NAO. In dat geval zal de opleiding voor de duur van zes jaar kunnen worden aangeboden. In het geval van de bekostigde opleidingen is tevens vereist dat het oordeel van de minister over de (toets op) macrodoelmatigheid positief is. De instelling dient binnen zes maanden na het positieve besluit van de NAO de nieuwe opleiding te laten registreren in het CROHO, anders vervalt het besluit.
9 Voor de instelling staan de wettelijke mogelijkheden van bezwaar en beroep tegen het besluit open.
10 De NAO geeft publieke bekendheid aan het resultaat van de toetsing.
De in dit hoofdstuk beschreven werkwijze bij de toetsing van nieuwe opleidingen zal uiterlijk binnen twee jaar na het in werking treden ervan worden geëvalueerd.