Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Successiewet, kwijtschelding
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Lijst van afkortingen
1. Algemeen
2. Schenking aan instelling voor bekostiging medische hulp. Goedkeuring
3. Schenkingen ter bevordering van kunst en wetenschap
4. Kwijtscheldingen bij schenkingen ten algemene nutte
4.1. De tegemoetkoming
4.2. Een bepaald tijdstip of een bepaalde gebeurtenis
4.3. Periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend
4.4. Schenkingen in de vorm van termijnen van lijfrenten
4.5. Overige voorwaarden
5.1. Wederkerigheidsvereiste
5.2. Lijst van landen
6. Ingetrokken regelingen
7. Inwerkingtreding
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2008. U leest nu de tekst die gold op -.

Successiewet, kwijtschelding

Successiewet, kwijtschelding
De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten:
In dit besluit heb ik het beleid over kwijtschelding als bedoeld in artikel 67 van de Successiewet 1956 geactualiseerd en samengevoegd.
Lijst van afkortingen
ANBI: kerkelijke, levensbeschouwelijke, charitatieve, culturele, wetenschappelijke of algemeen nut beogende instellingen als bedoeld in artikel 6.33, onderdeel b, van de Wet IB 2001;
SW: Successiewet 1956 .
1. Algemeen
In artikel 67 van de SW zijn kwijtscheldingsbepalingen opgenomen. Door het Belastingplan 2006 is de heffing van schenkingsrecht van een ANBI gewijzigd. De gevolgen voor enkele kwijtscheldingsregelingen worden hierna behandeld.
2. Schenking aan instelling voor bekostiging medische hulp. Goedkeuring
Gehele of gedeeltelijke kwijtschelding kan worden verleend voor een schenking aan een natuurlijk persoon voor noodzakelijk levensonderhoud ( artikel 67, eerste lid, ten eerste, van de SW). Ik verleen kwijtschelding voor een schenking voor de bekostiging van noodzakelijke medische hulp (in het buitenland) die niet door de zorgverzekeraar wordt vergoed. Hierbij geldt als voorwaarde dat de patiënt of bij een minderjarige patiënt zijn ouder(s) onvoldoende middelen heeft of hebben om de kosten te betalen. Voor de situatie waarin het benodigde geld wordt ingezameld via een rechtspersoon met als doel de kosten te betalen, keur ik goed dat over de schenking aan die rechtspersoon geen schenkingsrecht wordt geheven. De toepassing van de hiervoor genoemde kwijtscheldingsgevallen mandateer ik aan het bevoegde managementteam van de Belastingdienst.
3. Schenkingen ter bevordering van kunst en wetenschap
Artikel 67, eerste lid, ten derde, van de SW is met ingang van 1 januari 2006 vervallen. Hierdoor heeft het besluit 13 mei 2003, nr. CPP2003/1108M per 1 januari 2006 zijn belang verloren.
4. Kwijtscheldingen bij schenkingen ten algemene nutte
In het besluit van 13 mei 2003, nr. CPPP2003/1107M waren de voorwaarden voor een tegemoetkoming voor artikel 67, eerste lid, ten vierde, van de SW opgenomen. Op grond van die tegemoetkoming kon een volledige vrijstelling worden gegeven voor bepaalde schenkingen. De regeling was uitgebreid met het besluit van 3 februari 2005, nr. CPP2005/309M. Per 1 januari 2006 hebben die besluiten voor een deel hun belang verloren. Voor een schenking aan een ANBI kan immers een volledige vrijstelling gelden ( artikel 33, eerste lid, ten vierde, van de SW).
De bevoegdheid om een tegemoetkoming in het schenkingsrecht te verlenen voor overige schenkingen ten algemene nutte, heb ik gemandateerd aan de Belastingdienst/Oost-Brabant/kantoor ’s-Hertogenbosch. Hierna ga ik in op de voorwaarden voor een tegemoetkoming.
4.1. De tegemoetkoming
De tegemoetkoming houdt in dat geen schenkingsrecht wordt geheven over schenkingen die zijn of worden gedaan in verband met een bepaald tijdstip of ten behoeve van een bepaalde gebeurtenis. De vrijstelling geldt voor een bepaalde periode.
4.2. Een bepaald tijdstip of een bepaalde gebeurtenis
Artikel 67, eerste lid, ten vierde, van de SW ziet op het geval waarin een bijzondere aanleiding voor het doen van schenkingen bestaat. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de volgende aanleidingen.
Een jubileum van 25 jaar of een veelvoud daarvan. Het kan zowel een jubileum van de schenker als van de begiftigde betreffen.
Het stichten van bijzondere gebouwen. Het stichten of de verwerving van een bijzonder gebouw, bijvoorbeeld een kerk of een concertzaal, kan een ‘bepaalde’ gebeurtenis zijn. Dit geldt niet voor het onderhoud. Substantiële renovatie en uitbreiding van een bijzonder gebouw kan ook als een bepaalde gebeurtenis worden aangemerkt. Bij het doen van een schenking dient te worden aangeduid voor welk gebouw zij is bedoeld. Schenkingen aan een landelijk fonds, waaruit van tijd tot tijd bijdragen worden verstrekt ten behoeve van het stichten van nader te bepalen gebouwen, zijn onvoldoende ‘bepaald’. De schenking moet zijn gedaan ter voorziening in een onmiddellijke behoefte aan gelden voor het beoogde doel. Zo zal bijvoorbeeld de aflossing van langlopende leningen die voor het beoogde doel zijn aangegaan niet onder deze regeling vallen.
4.3. Periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend
De periode waarbinnen de tegemoetkoming geldt, wordt vastgesteld. De verzoeker geeft zelf aan voor welke periode hij opteert. De periode beslaat voor jubilea en landelijke inzamelingsacties maximaal één jaar. Voor jubilea geldt dat het jubileum binnen de gekozen periode moet vallen. Voor de overige gebeurtenissen is de periode een aaneengesloten tijdvak van maximaal twee jaren.
4.4. Schenkingen in de vorm van termijnen van lijfrenten
De tegemoetkoming kan ook gelden voor schenkingen in de vorm van termijnen van lijfrenten. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden.
De schenking is gedaan binnen de gekozen periode.
De looptijd van de termijnen is maximaal vijf jaren.
De eerste termijn wordt uitgekeerd voordat de periode is verstreken.
4.5. Overige voorwaarden
Voor een tegemoetkoming gelden de volgende aanvullende voorwaarden.
Een verzoek om toepassing van de tegemoetkoming wordt gedaan aan de Belastingdienst/Oost-Brabant/kantoor ’s-Hertogenbosch.
De schenking is gedaan en aangewend ten algemenen nutte.
5. Verkrijgingen door buitenlandse rechtspersonen. Kwijtschelding van belasting. Wederkerigheidsregeling Op grond van artikel 67, tweede lid, van de SW heb ik de bevoegdheid een kwijtschelding van het verschuldigde schenkings- of successierecht of recht van overgang te verlenen bij een verkrijging door een buitenlandse ANBI. Hetzelfde geldt voor verkrijgingen door een andere staat, een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam van een andere staat. De kwijtschelding van de belasting wordt verleend tot het bedrag dat een vergelijkbare binnenlandse verkrijger verschuldigd zou zijn. Als voorwaarde geldt dat de staat die verkrijgt of waar de instelling is gevestigd een zogenoemde wederkerigheidsverklaring afgeeft.
Door het Belastingplan 2006 is de heffing van successie- en schenkingsrecht van een ANBI gewijzigd. Met ingang van 1 januari 2006 geldt voor het successie- en schenkingsrecht een volledige vrijstelling voor verkrijgingen door in Nederland gevestigde ANBI’s. Deze vrijstelling zal op een bij Koninklijk Besluit te bepalen datum ook in werking treden voor ANBI’s die zijn gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie, de Nederlandse Antillen, Aruba of een bij ministeriële regeling aangewezen staat. Na inwerkingtreding van het Koninklijk Besluit zal de wederkerigheidsregeling geen belang meer hebben voor ANBI’s in een lidstaat van de Europese Unie, de Nederlandse Antillen, Aruba of een bij ministeriële regeling aangewezen staat. Tot de inwerkingtreding blijft de wederkerigheidsregeling onverkort gelden. Na de inwerkingtreding houdt de wederkerigheidsregeling zijn belang voor ANBI’s die zijn gevestigd in andere staten.
5.1. Wederkerigheidsvereiste
Kwijtschelding kan alleen worden verleend als de andere staat verklaart dat binnenlandse en buitenlandse verkrijgers in een vergelijkbare situatie gelijk behandeld worden (de wederkerigheidsverklaring).
Hieronder heb ik een lijst met staten opgenomen die deze verklaring in het verleden al hebben afgegeven. In deze lijst zijn tevens de staten opgenomen waarvan bekend is dat zij tot nog toe niet bereid zijn gebleken een dergelijke verklaring af te geven. Als een staat geen successie- of schenkingsbelasting heft, is voldaan aan de wederkerigheid als bedoeld in artikel 67, tweede lid, van de SW. Ook deze staten zijn in de lijst opgenomen. Ik wijs erop dat de fiscale wetgeving in de verschillende staten kan wijzigen.
5.2. Lijst van landen
Argentinië
Deze staat heft geen successie- of schenkingsbelasting.Australië
Deze staat heft geen successie- of schenkingsbelasting.België, Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Voor de schenkingsbelasting en de successiebelasting is voldaan aan het wederkerigheidsvereiste.België, Vlaams Gewest
Voor de schenkingsbelasting en de successiebelasting is voldaan aan het wederkerigheidsvereiste.België, Waals Gewest
Het Waals Gewest is niet bereid een wederkerigheidsregeling te treffen.Canada
Deze staat heft geen successie- of schenkingsbelasting.China (exclusief Hong Kong en Macao)
Deze staat heft geen successie- of schenkingsbelasting.Congo (de Democratische Republiek)
Deze staat is niet bereid een wederkerigheidsregeling te treffen.Denemarken
Denemarken kent geen wederkerigheidsregeling als bedoeld in artikel 67, tweede lid, van de SW. Denemarken heeft echter wel te kennen gegeven bereid te zijn per concreet geval bepaalde Nederlandse instellingen gelijk te behandelen als hun eigen instellingen. De beoordeling hiervan vindt plaats aan de hand van te overleggen stukken.Duitsland
Er bestaat wederkerigheid voor algemeen nut beogende instellingen, zowel voor de successie- als voor de schenkingsbelasting. Deze wederkerigheid bestaat niet voor publiekrechtelijke rechtspersonen.Filippijnen
Deze staat is niet bereid een wederkerigheidsregeling te treffen.Finland
Finland kent geen wederkerigheidsregeling als bedoeld in artikel 67, tweede lid van de SW. Finland heeft echter wel te kennen gegeven bereid te zijn om per concreet geval bepaalde Nederlandse instellingen gelijk te behandelen als hun eigen instellingen. De beoordeling hiervan vindt plaats aan de hand van te overleggen stukken.Frankrijk
Deze staat is niet bereid een wederkerigheidsregeling te treffen.Groot-Brittannië
Deze staat is niet bereid een wederkerigheidsregeling te treffen voor de successiebelasting. Schenkingsbelasting wordt niet geheven, tenzij het overlijden binnen 7 jaar na de schenking plaatsvindt.India
Deze staat heft in het algemeen geen successiebelasting, wel schenkingsbelasting.Indonesië
Deze staat heft geen successie- of schenkingsbelasting.Israël
Deze staat heft geen successie- of schenkingsbelasting.Italië
Deze staat heft geen successie- of schenkingsbelasting.Luxemburg
Voor de schenkingsbelasting is voldaan aan het wederkerigheidsvereiste.Madagascar
Deze staat is niet bereid een wederkerigheidsregeling te treffen.Mexico
Deze staat heft geen successie- of schenkingsbelasting.Nederlandse Antillen en Aruba
De gelijkstelling van op de Nederlandse Antillen en Aruba gevestigde of voor het grondgebied van die landen werkzame instellingen welke een kerkelijk, charitatief, cultureel, wetenschappelijk of algemeen maatschappelijk belang beogen met in Nederland gevestigde of voor het grondgebied van Nederland werkzame instellingen welke een zodanig belang beogen, is geregeld in artikel 40 van de Belastingregeling voor het Koninkrijk (Stb. 1964, 425, zoals nadien gewijzigd).Nieuw-Zeeland
Deze staat heft geen successiebelasting (wel schenkingsbelasting).Noorwegen
Voor de successiebelasting is voldaan aan het wederkerigheidsvereiste.Oostenrijk
De gelijkstelling van de Oostenrijkse staat, de staatkundige onderdelen of de plaatselijke publiekrechtelijke lichamen daarvan met de Nederlandse staat, de staatkundige onderdelen of de plaatselijke publiekrechtelijke lichamen daarvan en de gelijkstelling van Oostenrijkse instellingen van kerkelijke, levensbeschouwelijke, charitatieve, culturele of wetenschappelijke aard of voor algemeen nut beogende doeleinden met dergelijke Nederlandse instellingen zijn geregeld in artikel 10 van het verdrag tussen Nederland en Oostenrijk van 26 november 2001 (Trb. 2002, 27). Dit verdrag is op 1 januari 2003 in werking getreden en op dezelfde datum van toepassing geworden.Portugal
Deze staat is niet bereid een wederkerigheidsregeling te treffen.Rusland
Voor de successie- en de schenkingsbelasting is voldaan aan het wederkerigheidsvereiste.Suriname
Deze staat heft geen schenkingsbelasting.Vaticaanstad
Deze staat heft geen successie- of schenkingsbelasting.Verenigde Staten
Voor de successie- en de schenkingsbelasting is voldaan aan het wederkerigheidsvereiste.Vietnam
Deze staat heft geen successie- of schenkingsbelasting.Zweden
Deze staat heft sinds 16 december 2004 geen successie- of schenkingsbelasting.Zwitserland, kanton Bern
Dit kanton is niet bereid een wederkerigheidsregeling te treffen.Zwitserland, kanton Genève
Dit kanton is niet bereid een wederkerigheidsregeling te treffen.Zwitserland, kanton Glarus
Voor de schenkingsbelasting is voldaan aan het wederkerigheidsvereiste.Zwitserland, kanton Luzern
Dit kanton heft geen schenkingsbelasting (wel successiebelasting).Zwitserland, kanton Neuchâtel
Voor de schenkingsbelasting is voldaan aan het wederkerigheidsvereiste.Zwitserland, kanton Schwyz
Dit kanton heft geen successie- of schenkingsbelasting.Zwitserland, kanton Solothurn
Dit kanton is niet bereid een wederkerigheidsregeling te treffen.Zwitserland, kanton Vaud
Dit kanton is niet bereid een wederkerigheidsregeling te treffen.Zwitserland, kanton Zürich
Dit kanton is niet bereid een wederkerigheidsregeling te treffen.
6. Ingetrokken regelingen
De volgende besluiten zijn met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit vervallen.
9 november 2001, nr. CPP2001/2965M
13 mei 2003, nr. CPP2003/1107M
13 mei 2003, nr. CPP2003/1108M
22 april 2004, nr. CPP2004/531M
3 februari 2005, nr. CPP2005/309M
7. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2006.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 31 mei 2006
De
Staatssecretaris
Directeur-Generaal