Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Startvergoeding en aanvullende bekostiging nieuwe scholen voortgezet onderwijs
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Inleiding
Bekostiging nieuwe scholen per 1 augustus 2001
A. Startvergoeding in het schooljaar voorafgaand aan de feitelijke start per 1-8 schooljaar t (jaar 0)
Personeelskosten (artikel 85a W.V.O.)
B. Bekostiging eerste schooljaar (jaar t) (artikel 85a W.V.O. en artikel 6, zesde lid, Formatiebesluit W.V.O.)
C. Bekostiging in tweede schooljaar ev.(t+1 ev)
C1. Reguliere bekostiging
C2. Aanvullende bekostiging
Verantwoording
Voorlichting
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 augustus 2005. U leest nu de tekst die gold op 31 juli 2005.

Startvergoeding en aanvullende bekostiging nieuwe scholen voortgezet onderwijs

Startvergoeding en aanvullende bekostiging nieuwe scholen voortgezet onderwijs
Inleiding
Gebleken is dat de tot nu toe gehanteerde gedragslijn bij de toekenning van de startvergoeding en de aanvullende bekostiging voor nieuwe scholen voor voortgezet onderwijs niet geheel voldoet om startende scholen redelijkerwijs in staat te stellen zorg te dragen voor onderwijs. De vergoeding voor de aanloopkosten van deze scholen wordt daarom met ingang van 1 augustus 2001 aangepast. Tevens wordt met de bekendmaking van deze beleidsregel voldaan aan de vraag om de financiering van nieuwe scholen voor (nieuwe) besturen te verduidelijken.
Sinds het schooljaar 1999-2000 zijn er voor het eerst sinds lange tijd in het voortgezet onderwijs weer geheel nieuwe scholen gesticht: scholen van bijvoorbeeld een onderwijsrichting die nog niet in de regio voorkwam, zoals het evangelisch onderwijs in Utrecht. Het gaat dus niet om scholendie ontstaan zijn door fusie, splitsing of door toevoeging van een onderwijssoort aan een scholengemeenschap. Redenen voor een afwijkende gedragslijn voor nieuwe scholen ten opzichte van bestaande scholen zijn o.a.: in het eerste schooljaar voldoet de procedure voor de reguliere bekostiging niet in verband met de t-1 systematiek; scholen in opbouw hebben minder mogelijkheden tot efficiënte groepsvorming, efficiënte klassendelers en zijn daardoor duurder; de scholen hebben nog geen mogelijkheden gehad om reserves op te bouwen; tevens is er sprake van extra materiële kosten.
Bekostiging nieuwe scholen per 1 augustus 2001
Een nieuw te starten school in het voortgezet onderwijs ontvangt de volgende bekostiging:
A. Startvergoeding in het schooljaar voorafgaand aan de feitelijke start per 1-8 schooljaar t (jaar 0)
Een nieuwe school ontvangt in het jaar voorafgaand aan de start een vergoeding waarvan de hoogte afhangt van het soort school:
Personeelskosten (artikel 85a W.V.O.)
in euro’s (prijspeil 1-8-2002): 1 1[2] 2[3] 3[4] 4[5]
  dir oop totaal
cat. mavo 11.268,05 5.907,77 17.175,82
cat. vwo, havo en sgm. vwo/havo 13.448,51 5.907,77 19.356,28
cat. vbo en sgm. mavo/vbo 16.902,07 8.861,66 25.763,73
sgm. avo 26.609,91 11.815,54 38.425,45
sgm. breed 32.309,95 14.769,43 47.079,38

Deze bedragen worden geïndexeerd.
Exploitatiekosten ( artikel 10 Bekostigingsbesluit W.V.O.)
Vier maanden materiële vergoeding op basis van de prognose van het aantal leerlingen in het eerste schooljaar. Voor deze vergoeding worden de normbedragen voor de leerjaren 1 en 2 gebruikt. Deze startvergoeding is éénmalig en wordt niet gecorrigeerd op basis van het feitelijke aantal leerlingen op 1 oktober van het eerste schooljaar.
De school dient voor deze vergoeding ( A) een opgave in te dienen bij Cfi/BVO van de prognose van het aantal leerlingen op 1 oktober van het eerste schooljaar (jaar t). Deze opgave kan ingediend worden nadat de goedkeuring van de start van de school is verleend in het kader van de planprocedure. De school ontvangt van Cfi vervolgens een individuele beschikking. De geïndexeerde bedragen worden in de beschikking vermeld.
Aangezien deze beleidsregel met terugwerkende kracht wordt ingevoerd per 1 augustus 2001 ontvangen de scholen die op 1 augustus 2001 of op 1 augustus 2002 zijn gestart, een aangepaste beschikking.
B. Bekostiging eerste schooljaar (jaar t) (artikel 85a W.V.O. en artikel 6, zesde lid, Formatiebesluit W.V.O.)
De bekostiging in het eerste schooljaar (jaar t) geschiedt op basis van de prognose van het aantal leerlingen in dat jaar. Bijstelling van de bekostiging vindt plaats in november (jaar t) op basis van het feitelijk aantal leerlingen op 1 oktober van dat jaar. Aangezien er geen t-1 en t-2 schooljaren zijn, kan de formule van het tweede lid van artikel 6 van het Formatiebesluit W.V.O., de zogenoemde correctiefactor, uiteraard niet worden toegepast. In de berekeningvan de formatie wordt deze om rekentechnische redenen op 1,0 gezet.
In de formule leraren wordt geen rekening gehouden met de gemiddelde gewogen leeftijd van de leraren (ggl): er vindt dus geen leeftijdscorrectie plaats.
Het aantal fte’s leraren wordt éénmalig met 1 verhoogd (hierop gelden ook alle opslagen). Met deze extra fte kan de school externe hulp inroepen bij het opzetten van programma’s, administratie ed.
De school ontvangt van Cfi automatisch een individuele beschikking.
C1. Reguliere bekostiging
In het tweede schooljaar is de bekostiging regulier. De correctiefactor van artikel 6, tweede lid, van het Formatiebesluit is 1,32. Bij sterke groei levert de correctiefactor een belangrijke positieve bijdrage (32% van de groei) aan de vergoeding.
C2. Aanvullende bekostiging
Voor de schooljaren t+1 tot en met het schooljaar waarin de school volgroeid is (t/m het examen vmbo, havo, vwo, afhankelijk van de toegestane schoolsoorten in het plan van scholen) kan de school een aanvraag indienen (op grond van artikel 85a, tweede lid, WVO) voor een aanvullende bekostiging vanwege leerlinggroei.
De aanvraag onder C2. dient bij Cfi/BVO te worden ingediend en wordt gehonoreerd afhankelijk van een beoordeling van de financiële positie van het bevoegd gezag aan de hand van de financiële verantwoordingsgegevens over het jaar t-1.
Als de school volgroeid is (examenjaar gevuld) vervalt deze uitzonderingspositie.
Verantwoording
De subsidie onder A en C2 wordt verstrekt als tegemoetkoming in uitgaven die zijn verbonden aan het in deze beleidsregel omschreven doel. Verrekening van eventueel niet-bestede middelen of overschotten vindt niet plaats. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van deze subsidie.
Overeenkomstig de OCenW-Richtlijnen Jaarverslaggeving wordt in de jaarrekening de aan het verslagjaar toe te rekenen subsidie herkenbaar als bate verantwoord, en worden de lasten verwerkt binnen de daartoe bestemde posten. Een afzonderlijke specificatie van de lasten naar kostensoorten is niet noodzakelijk. De subsidie wordt opgenomen in bijlage D2 bij de jaarrekening als niet-geoormerkte subsidie.
Voorlichting
Cfi zal bij de eerste beschikking (de startvergoeding) in een bijlage aangeven welke regelgeving, brochures e.d. van belang zijn voor het nieuwe bevoegd gezag en de school. Tevens wordt aangeboden om in een persoonlijk gesprek het nieuwe bestuur wegwijs te maken in de relevante en van toepassing zijnde regelgeving.
De van onderwijs, cultuur en wetenschappen ,
minister
namens deze, 1
Komt overeen met 1 fte dir en fte oop voor 2 maanden ^ [2]
Komt overeen met 1 fte dir en fte oop voor 2 maanden ^ [3]
Komt overeen met 1 fte directeur en 1 fte oop voor 3 maanden ^ [4]
Komt overeen met 1 fte directeur en 1 fte oop voor 4 maanden ^ [5]
Komt overeen met 1 fte directeur en 1 fte oop voor 5 maanden
directeur voortgezet onderwijs