Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Stageverordening 2012
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Definities
+ Hoofdstuk 2. De stage
+ Hoofdstuk 3. Stage en patroon
+ Hoofdstuk 4. Stagiaire
+ Hoofdstuk 5. De beroepsopleiding advocaten
+ Hoofdstuk 6. Organisatie van de beroepsopleiding advocaten
+ Hoofdstuk 7. Administratief beroep
+ Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2015. U leest nu de tekst die gold op -.

Stageverordening 2012

Stageverordening 2012
Het college van afgevaardigden van de Nederlandse orde van advocaten;
Gelet op artikel 33 van de Stageverordening 2012 treden de artikelen 1, 25 tot en met 28 en 32 van de Stageverordening 2012 in werking met ingang van 1 januari 2013. De overige artikelen treden in werking met ingang van 1 maart 2013 (besluit van de algemene raad van 3 december 2012).
Overwegende, dat het wenselijk is regels te stellen over de verhouding tussen patroon en stagiaire en de nieuwe beroepsopleiding voor advocaten die de praktijk onder begeleiding van een patroon uitoefenen;
Gelet op de artikelen 9b, zesde lid, 9c, tweede lid en 28, eerste lid, van de Advocatenwet;
Gezien het ontwerp van de algemene raad met de bijbehorende toelichting;
Gehoord de adviescommissie regelgeving;
Stelt de navolgende verordening vast:
Artikel 1
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. accreditatie:
door de algemene raad verstrekte vergunning aan een opleidingsinstelling, waardoor deze de onderdelen van de beroepsopleiding advocaten, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdelen b en c, mag aanbieden;
b. accrediteren:
het verstrekken door de algemene raad van een vergunning aan een opleidingsinstelling, waardoor deze de onderdelen van de beroepsopleiding advocaten, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdelen b en c, mag aanbieden;
c. advocaat:
een in Nederland ingeschreven advocaat alsmede een advocaat, die is ingeschreven overeenkomstig artikel 2a van de wet, indien deze in de lidstaat van herkomst een verklaring heeft verworven waaruit blijkt dat de stage aldaar is afgerond;
d. algemene raad:
de algemene raad van de Nederlandse orde van advocaten;
e. beroepsopleiding advocaten:
de opleiding voor stagiaires, bedoeld in artikel 9c van de wet;
f. buitenstagiaire:
de stagiaire aan wie op grond van artikel 9b, derde lid, van de wet vrijstelling is verleend van de verplichting om de praktijk uit te oefenen ten kantore van de patroon;
g. certificaat beroepsopleiding:
het bewijs, bedoeld in artikel 8, derde lid, van de wet dat met gunstig gevolg het in artikel 9c van de wet bedoelde examen is afgelegd;
h. juridische hoofdrichting:
een van de volgende hoofdrichtingen, te weten burgerlijk (proces)recht, bestuurs(proces)recht of straf(proces)recht;
i. opleidingsinstelling:
een natuurlijk persoon of rechtspersoon die een opleiding verzorgt, gericht op het bereiken van vakbekwaamheid van de stagiaire, die daartoe geaccrediteerd is of die daartoe een verzoek heeft gedaan;
j. patroon:
de advocaat onder wiens toezicht de stagiaire de praktijk uitoefent, na verkregen goedkeuring door de raad van toezicht;
k. raad van toezicht:
de raad van toezicht, bedoeld in artikel 9a van de wet, in het arrondissement waar de stagiaire kantoor houdt;
l. stage:
de uitoefening van de praktijk door een advocaat onder toezicht van een patroon;
m. stagiaire:
een advocaat die verplicht is zijn praktijk uit te oefenen onder toezicht van een patroon;
n. stagiaire-ondernemer:
de stagiaire die niet in loondienst is maar de praktijk voor eigen risico en rekening uitoefent;
o. stichting:
een door de algemene raad opgerichte stichting als bedoeld in artikel 25;
p. uitvoeringsorganisatie:
de uitvoeringsorganisatie, bedoeld in artikel 26, eerste lid;
q. wet:
de Advocatenwet .
Artikel 2. Aanvang stage
De stage vangt aan wanneer de stagiaire beëdigd is, de stage en de patroon zijn goedgekeurd en de praktijk wordt uitgeoefend.
1.
De stage is voltooid zodra de termijn, bedoeld in artikel 9b van de wet, is verstreken en
a. de stagiaire voldaan heeft aan het bepaalde in de artikelen 11 en 12;
b. de stagiaire beschikt over het certificaat beroepsopleiding en
c. de raad van toezicht, gehoord de patroon en de stagiaire, oordeelt dat de stagiaire over voldoende praktijkervaring beschikt, als bedoeld in artikel 9b, tweede lid, van de wet.
2.
De raad van toezicht verstrekt aan de stagiaire, wiens stage overeenkomstig het eerste lid is voltooid, een verklaring dat de stage is voltooid.
1.
De stagiaire die in deeltijd werkzaam is, oefent de praktijk uit voor ten minste 24 uur per week.
2.
In afwijking van het eerste lid, oefent de stagiaire-ondernemer die in deeltijd werkzaam is, de praktijk voor ten minste 32 uur per week uit.
3.
De stagiaire, bedoeld in het eerste of tweede lid, informeert voorafgaand de raad van toezicht over het aantal uren dat de praktijk wordt uitgeoefend.
1.
De stage is geëindigd zonder stageverklaring:
a. bij onderling goedvinden van patroon en stagiaire;
b. door opzegging door de stagiaire;
c. door opzegging door de patroon, indien deze voorafgegaan is door goedkeuring van de raad van toezicht;
d. door een ambtshalve beslissing van de raad van toezicht;
e. zodra de patroon en de stagiaire niet langer in hetzelfde arrondissement zijn ingeschreven.
2.
De stage is van rechtswege opgeschort:
a. indien de stagiaire de praktijk meer dan drie maanden niet uitoefent, tenzij dit het gevolg is van wettelijk zwangerschaps- of bevallingsverlof.
b. indien de patroon geschorst is, de praktijk niet meer uitoefent of het toezicht niet meer kan uitoefenen.
3.
De opzegging, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, kan zonder voorafgaande goedkeuring door de raad van toezicht plaatsvinden indien het certificaat beroepsopleiding niet meer kan worden overgelegd binnen het tijdvak, bedoeld in artikel 8, derde lid, van de wet.
4.
De in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde goedkeuring wordt alleen geweigerd indien de opzegging onredelijk is.
5.
De patroon brengt het einde of de opschorting, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, en tweede lid, onderdelen a en b, onverwijld schriftelijk ter kennis van de raad van toezicht.
1.
De stage en de beoogde patroon worden goedgekeurd door de raad van toezicht voor aanvang van de stage en bij iedere wisseling van patroon.
2.
Het verzoek om goedkeuring wordt gedaan door de stagiaire door middel van een door de algemene raad vastgesteld formulier en daarbij over te leggen stukken.
1.
De raad van toezicht kan de goedkeuring, bedoeld in artikel 6, onthouden indien:
a. aan de beoogd patroon of zijn kantoor tuchtrechtelijke of strafrechtelijke sancties zijn opgelegd;
b. over de beoogd patroon of zijn kantoor klachten, waaronder tuchtrechtelijke klachten, zijn ontvangen;
c. de beoogd patroon korter dan een periode van zeven jaar in Nederland als advocaat is ingeschreven;
d. de beoogd patroon geen cursus of opleiding voor patroons heeft gevolgd;
e. de beoogd patroon reeds patroon is hetzij van een stagiaire-ondernemer, hetzij van een buitenstagiaire, hetzij van meer dan één stagiaire en de duur van de stage van een van die stagiaires korter is dan een jaar;
f. de beoogd patroon niet geschikt wordt geacht als patroon;
g. of op andere gronden te verwachten valt dat er onvoldoende begeleiding zal zijn in de praktijk.
2.
De periode, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, bedraagt vier jaar indien de advocaat ingeschreven is overeenkomstig artikel 2a van de wet.
3.
De raad van toezicht onthoudt de goedkeuring in ieder geval:
a. indien de beoogd patroon korter dan een aaneengesloten periode van vijf jaar in Nederland als advocaat is ingeschreven, dan wel, indien het een advocaat betreft die overeenkomstig artikel 2a van de wet is ingeschreven, een periode van twee jaar;
b. in geval het een buitenstagiaire of een stagiaire-ondernemer betreft, indien de beoogd patroon niet in Nederland als advocaat is ingeschreven voor een periode van zeven jaar, dan wel, indien het een advocaat betreft die overeenkomstig artikel 2a van de wet is ingeschreven, voor een periode van vier jaar.
Artikel 8. Bemiddeling bij zoeken patroon
Indien de patroon in de uitoefening van de praktijk is geschorst dan wel om andere redenen niet in staat is zijn taken als patroon uit te oefenen, kan de raad van toezicht bemiddelen bij het zoeken van een andere (tijdelijke) patroon.
1.
De patroon verschaft de stagiaire leiding, voorlichting en raad met betrekking tot de praktijkuitoefening in de ruimste zin des woords. Hij schenkt daarbij bijzondere aandacht aan de introductie van de stagiaire bij en vervolgens aan diens optreden jegens de rechterlijke macht, beroepsgenoten en cliënten. Hij bewaakt de ontwikkeling van de stagiaire op een systematische en structurele wijze.
2.
De patroon ziet er op toe dat de stagiaire alle verplichtingen, bedoeld in de artikelen 10 tot en met 14, 18 tot en met 20 en 24, nakomt en de maatregelen die door de algemene raad zijn vastgesteld, opleidingsmaatregelen daaronder begrepen.
3.
De patroon stelt de stagiaire die bij hem kantoor houdt en bij hem in loondienst is, met behoud van diens salaris, in de gelegenheid gedurende kantooruren de in het tweede lid genoemde verplichtingen na te komen en de daartoe noodzakelijke voorbereiding te treffen.
4.
De patroon van de stagiaire die bij hem kantoor houdt, dient de stagiaire passende arbeid te verschaffen. De patroon houdt daarbij rekening met de in het tweede lid genoemde verplichtingen.
5.
De patroon schenkt bij zijn begeleiding van een buitenstagiaire of stagiaire-ondernemer, bijzondere aandacht aan de inrichting van diens kantoor inclusief de dienstverlening aan de cliënt en de administratie, de boekhouding daaronder begrepen.
6.
De patroon informeert de raad van toezicht indien de stagiaire de praktijk gedurende enige tijd niet uitoefent.
7.
De patroon van de stagiaire die:
a. geen stagiaire-ondernemer is en bij hem kantoor houdt, brengt ten minste eenmaal per jaar schriftelijk verslag uit aan de raad van toezicht omtrent het verloop van de stage, of zoveel eerder als de raad van toezicht noodzakelijk acht;
b. stagiaire-ondernemer of buitenstagiaire is, brengt ten minste eenmaal per zes maanden verslag uit aan de raad van toezicht omtrent het verloop van de stage, of zoveel eerder als de raad van toezicht noodzakelijk ach
8.
De patroon werkt mee aan de opleiding van een stagiaire en verleent zijn medewerking tevens aan de opleidingsmaatregelen, op grond van artikel 15.
1.
De stagiaire stelt zijn patroon in staat om te voldoen aan de verplichtingen genoemd in artikel 9.
2.
De stagiaire informeert de raad van toezicht indien de stage beëindigd is of onderbroken wordt met uitzondering van de gevallen, bedoeld in de artikel 5, vijfde lid, en 9, zesde lid.
1.
Aan het eind van de stage is de stagiaire in staat zelfstandig naar behoren de praktijk uit te oefenen en heeft ten minste de volgende praktijkervaring opgedaan:
a. hij is vijf keer in rechte opgetreden in procedures op tegenspraak en de patroon heeft ten minste één pleidooi of mondelinge behandeling bijgewoond,
b. hij heeft tien processtukken vervaardigd,
c. hij heeft op twee van de drie juridische hoofdrichtingen ervaring opgedaan of, indien dat niet mogelijk is, op meerdere rechtsgebieden binnen die hoofdrichting.
2.
De stagiaire verricht de hem door de patroon opgedragen werkzaamheden met dien verstande dat de nakoming van de in artikel 9, tweede lid, genoemde verplichtingen voorrang heeft.
1.
Aan het eind van de stage heeft de stagiaire tien opleidingspunten behaald voor activiteiten, die door de raad van toezicht gedurende de stage zijn aangeboden, en daarnaast een voldoende behaald voor de pleitoefening.
2.
De raad van toezicht draagt er zorg voor dat de onder het eerste lid bedoelde activiteiten en de pleitoefening bijdragen aan de professionele vorming en de ontwikkeling van de vaardigheden van de stagiaire.
3.
De raad van toezicht kent aan een als voldoende beoordeelde pleitoefening vier punten toe en aan de overige activiteiten, bedoeld in het eerste lid, een punt per uur.
4.
Bij de overgang naar een ander arrondissement worden de punten, bedoeld in het eerste lid, meegenomen.
Artikel 13. Buitenstagiaires of stagiaire-ondernemer
Een buitenstagiaire of stagiaire-ondernemer:
a. stelt zijn patroon in de gelegenheid te voldoen aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 9, eerste, tweede, vijfde, zesde en zevende lid;
b. richt de organisatie van zijn kantoor inclusief de dienstverlening aan de cliënt en de administratie aantoonbaar adequaat in en
c. neemt alleen zaken aan die hij gelet op zijn kantoororganisatie adequaat kan behandelen en waarvoor hij de deskundigheid bezit dan wel waarvoor hij gebruik maakt van de deskundigheid van een andere advocaat.
1.
De stagiaire-ondernemer beschikt gedurende de gehele stage over een passende kredietfaciliteit, ter dekking van de kosten van het bruto minimumloon en de overige kosten van de praktijkvoering.
2.
De stagiaire-ondernemer zendt aan de raad van toezicht ten minste tweemaal per jaar een door de patroon voor gezien ondertekende balans en winst- en verliesrekening. De stagiaire verstrekt de raad van toezicht desgevraagd een toelichting of nadere inlichtingen.
1.
De algemene raad stelt opleidingsmaatregelen vast, waarin de inhoud van de beroepsopleiding advocaten, de cursusonderdelen die deze omvat en de omvang ervan zijn opgenomen. De eindtermen, exameneisen en het curriculum van de beroepsopleiding zijn daaronder begrepen.
2.
De algemene raad stelt een examenreglement vast waarin nadere regels zijn gesteld omtrent de inrichting en de organisatie van het examen, de tijdstippen waarop daaraan kan worden deelgenomen, de wijze waarop het examen wordt afgenomen en de samenstelling en taken van de examencommissie.
1.
De beroepsopleiding advocaten omvat de volgende onderdelen:
a. vaardigheden en ethiek;
b. vakinhoudelijke leerlijn;
c. overige cognitieve vakken.
2.
De vakinhoudelijke leerlijn in het eerste lid, onderdeel b, omvat:
a. burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht,
b. bestuursrecht en bestuursprocesrecht, of
c. strafrecht en strafprocesrecht.
3.
Het onderwijs van de beroepsopleiding advocaten vangt tweemaal per jaar aan.
1.
Een stagiaire schrijft zich bij aanvang van de stage in voor de beroepsopleiding advocaten.
2.
Een stagiaire wordt toegelaten tot de beroepsopleiding en in staat gesteld het onderwijs te volgen indien en voor zo lang:
a. hij is ingeschreven op het tableau en
b. de stage voortduurt.
3.
Een stagiaire wordt toegelaten tot het tweede en derde jaar van de beroepsopleiding indien de in rekening gebrachte cursus- en examengelden over het eerste jaar zijn voldaan.
4.
Een stagiaire die niet meer is toegelaten tot de beroepsopleiding behoudt zijn toetskansen.
5.
De algemene raad kan in gevallen waarin naar zijn oordeel de toepassing van het tweede lid, aanhef en onderdeel b, tot een onbillijkheid van overwegende aard zal leiden, besluiten af te wijken van het gestelde in het tweede lid.
1.
De stagiaire neemt deel aan het onderwijs in alle onderdelen van de beroepsopleiding advocaten en bereidt zich op de in het opleidingsreglement voorgeschreven wijze voor.
2.
De stagiaire neemt deel aan het onderwijs van de eerste cyclus van de beroepsopleiding advocaten die na aanvang van de stage wordt aangeboden.
3.
De stagiaire die niet direct na aanvang van de stage het onderwijs volgt van de beroepsopleiding advocaten, wordt geacht de voor dat onderdeel afgenomen toetsen niet te hebben behaald.
4.
Met het volgen van onderwijs in de onderdelen, genoemd in artikel 16, eerste lid, onderdelen b en c, wordt gelijk gesteld het volgen van onderwijs in die onderdelen bij een geaccrediteerde opleiding als bedoeld in artikel 28, eerste lid.
5.
De algemene raad kan in gevallen waarin naar zijn oordeel de toepassing van het tweede of derde lid tot een onbillijkheid van overwegende aard zal leiden, besluiten af te wijken van het gestelde in het tweede of derde lid.
1.
Van de verplichting tot het deelnemen aan het onderwijs, bedoeld in artikel 18, eerste en tweede lid, kan de algemene raad op schriftelijk verzoek van de stagiaire geheel of gedeeltelijk vrijstelling verlenen.
2.
Een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid, wordt slechts verleend indien de stagiaire genoegzaam aantoont op grond van opleiding en praktijkervaring op elk van de rechtsgebieden waarvoor de vrijstelling wordt verzocht een gelijkwaardige theoretische en praktische bekwaamheid te hebben verworven.
3.
Alvorens te beslissen op een vrijstellingsverzoek wint de algemene raad, indien de aard van het verzoek daartoe aanleiding geeft, het advies in van de examencommissie.
4.
Aan een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid, kan de algemene raad voorwaarden verbinden.
5.
De beschikking, bedoeld in het eerste lid, wordt onverwijld bekend gemaakt aan de betrokkenen.
1.
Aan de beroepsopleiding advocaten is een examen verbonden dat bestaat uit een aantal gedurende de cursuscyclus per onderdeel af te nemen toetsen.
2.
Een stagiaire kan in alle onderdelen van het examen een toets afleggen met de mogelijkheid van twee herkansingen per onderdeel.
3.
De stagiaire neemt deel aan de eerste toets van het onderdeel dat hij heeft gevolgd en neemt deel aan de eerste herkansing die wordt geboden, indien een toets niet met goed gevolg is afgelegd. Indien vrijstelling van onderwijs, bedoeld in artikel 19, eerste lid, is verleend, of het onderwijs van een geaccrediteerde opleiding wordt gevolgd, wordt uitgegaan van de in de voorgaande volzin bedoelde toetsmomenten, alsof het onderwijs bij de beroepsopleiding is gevolgd.
4.
Indien niet wordt voldaan aan de verplichting, bedoeld in het derde lid, zal dit worden beschouwd als het niet behaald hebben van de toets.
5.
De stagiaire wordt tot het examen respectievelijk de onderscheiden onderdelen daarvan toegelaten indien hij aan zijn verplichtingen als genoemd in artikel 18, eerste lid, naar behoren heeft voldaan of daarvoor een vrijstelling, bedoeld in artikel 19, eerste lid, verleend is.
6.
De algemene raad kan in gevallen waarin naar zijn oordeel de toepassing van het derde, vierde of vijfde lid tot een onbillijkheid van overwegende aard zal leiden, besluiten af te wijken van het gestelde in dit artikel.
Artikel 21. Certificaat
De stagiaire die het examen met gunstig gevolg heeft afgelegd, ontvangt van de examencommissie het certificaat beroepsopleiding.
1.
De stagiaire die is geschrapt op grond van artikel 8, derde lid, van de wet, wordt op een daartoe strekkend verzoek aan de algemene raad nog ten hoogste twee keer toegelaten tot een toets in de nog niet behaalde onderdelen van het examen, voor zover deze toets binnen twee jaar na de schrapping afgelegd wordt. Het aantal keren dat een toets afgelegd kan worden, bepaald in artikel 20, tweede lid, wordt daarbij in acht genomen.
2.
Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts ingewilligd indien:
a. het onderwijs in het onderdeel van de beroepsopleiding advocaten waarop het verzoek ziet, is gevolgd dan wel indien daarvoor een vrijstelling als bedoeld in artikel 19, eerste lid, is verleend, en
b. de afwijzing naar het oordeel van de algemene raad zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
1.
Van het afleggen van de toets in één of meer onderdelen van het examen verleent de algemene raad geen vrijstelling, tenzij dat naar zijn oordeel tot een onbillijkheid van overwegende aard zal leiden.
2.
Aan de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, kan de algemene raad voorwaarden verbinden.
3.
Alle beschikkingen, bedoeld in dit artikel, worden onverwijld bekend gemaakt aan de betrokkenen.
1.
De deelnemers aan de beroepsopleiding advocaten respectievelijk aan het in artikel 20, eerste lid, genoemde examen zijn cursus- en examengeld verschuldigd aan de Nederlandse orde van advocaten. De bijdrage kan voldaan worden door het kantoor van de deelnemer.
2.
De hoogte van het cursus- en examengeld wordt vastgesteld door de algemene raad.
3.
Bij voortijdige beëindiging van deelname aan de beroepsopleiding advocaten blijven reeds in rekening gebrachte cursus- en examengelden onverminderd verschuldigd.
4.
In gevallen waarin naar zijn oordeel de toepassing van het derde lid tot een onbillijkheid van overwegende aard zal leiden, kan de algemene raad besluiten af te wijken van het gestelde in het derde lid.
1.
De algemene raad kan een stichting doen oprichten, waarvan de bestuursleden door het college van afgevaardigden benoemd. Bestuursleden kunnen onder meer advocaten, leden van de algemene raad of aan de faculteiten rechtsgeleerdheid van de universiteiten verbonden en door hen voorgedragen hoogleraren of docenten zijn.
2.
Voorzitter van het bestuur van de stichting is een lid van de algemene raad.
3.
De statuten van de stichting zijn zodanig ingericht dat de advocaten een meerderheid van stemmen hebben in het bestuur en bij het staken van de stemmen de voorzitter beslist.
4.
De stichting kan tot taak hebben:
a. het beoordelen van de kwaliteit van de beroepsopleiding en de uitvoering van de beroepsopleiding advocaten door de uitvoeringsorganisatie;
b. gevraagd en ongevraagd te adviseren over de beroepsopleiding advocaten, waaronder in elk geval over de eindtermen en toetstermen.
5.
De stichting brengt tweemaal per jaar verslag uit aan de algemene raad, waarin zij aanbevelingen kan doen over de inhoud, het curriculum, de exameneisen en de kwaliteit van de beroepsopleiding advocaten.
6.
De stichting informeert de algemene raad onverwijld indien naar haar oordeel de continuïteit van de uitvoering van de opleiding in gevaar komt.
1.
De algemene raad kan besluiten de uitvoering van de opleiding aan een uitvoeringsorganisatie op te dragen, met inbegrip van de bevoegdheid om examens af te nemen, met inachtneming van het in de wet en bij of krachtens deze verordening bepaalde.
2.
De uitvoeringsorganisatie doet tweemaal per jaar verslag aan de algemene raad of in diens plaats aan de stichting, bedoeld in artikel 25. Het verslag bevat ten minste een beschrijving van haar werkzaamheden, de resultaten van de examinering en de evaluatie door stagiaires van de opleiding en beschrijft hoe de continuïteit is gewaarborgd.
3.
Onverminderd het bepaalde in het tweede lid, informeert de uitvoeringsorganisatie de algemene raad of in diens plaats de stichting, bedoeld in artikel 25, onverwijld indien de continuïteit van de opleiding of een onderdeel ervan in gevaar komt.
1.
De algemene raad of de uitvoeringsorganisatie stelt een examencommissie in.
2.
De examencommissie stelt de inhoud van het examen en de toetsen vast.
3.
De examencommissie beoordeelt de antwoorden van de toetsen en het examen en stelt het resultaat daarvan vast.
1.
Een opleidingsinstelling die de in artikel 16, eerste lid, onderdelen b en c, genoemde onderdelen van de beroepsopleiding advocaten aan wil bieden, doet een aanvraag om de opleiding te accrediteren bij de algemene raad.
2.
De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval vergezeld door:
a. een advies over de kwaliteit van de opleiding gegeven door een door de algemene raad aangewezen adviesbureau;
b. een beschrijving van de opleiding, de vakken, de docenten en de lesmethode.
3.
De algemene raad verleent de accreditatie indien:
a. de opleiding ten minste een van de in artikel 16, tweede lid, genoemde vakinhoudelijke leerlijnen omvat;
b. de opleidingsinstelling en de opleiding voldoen aan de door de algemene raad vastgestelde accreditatievoorwaarden;
c. de continuïteit van het onderwijs is gewaarborgd.
4.
Aan de accreditatie kan de algemene raad voorwaarden verbinden. Deze voorwaarden kunnen onder meer zien op de duur van de accreditatie, het verlenen van medewerking bij onderzoeken naar de kwaliteit van de opleiding en een verslagleggingsplicht.
5.
De algemene raad kan nadere regels stellen met betrekking tot het verlenen van de accreditatie.
6.
De algemene raad kan de accreditatie intrekken indien naar zijn oordeel niet wordt voldaan aan de hiervoor in de leden 3,4 en 5 bedoelde eisen, voorwaarden en regels, dan wel anderszins sprake is van het niet voldoen van de opleidingsinstelling of (de inhoud van) de opleiding.
Artikel 29. Voorwaardelijke beschikkingen
De raad van toezicht kan voorwaarden verbinden aan:
beschikkingen genomen op grond van artikel 9b, tweede, derde en vierde lid van de wet;
de goedkeuring, bedoeld in artikel 6 en 7.
1.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 9b, vijfde lid, van de wet kan een belanghebbende tegen de navolgende beschikkingen van de raad van toezicht en de daaraan verbonden voorwaardenadministratief beroep instellen bij de algemene raad:
a. de verlenging van de stage, bedoeld in artikel 9b, tweede lid, van de wet, eerste respectievelijk tweede zin;
b. de verlening van een vrijstelling ingevolge artikel 9b, derde lid, van de wet;
c. de aanwijzing van een patroon, bedoeld in artikel 9b, vierde lid, van de wet;
d. de weigering van de goedkeuring van een patronaat, bedoeld in artikel 7, eerste en derde lid;
e. de goedkeuring van een patroon, bedoeld in artikel 7, eerste en tweede lid;
f. de goedkeuring door de raad van toezicht van de opzegging van de stage door de patroon, bedoeld in artikel 5, eerste lid, aanhef en onderdeel c;
g. de weigering tot afgifte van een verklaring, bedoeld in artikel 3, tweede lid.
2.
Alle beschikkingen, bedoeld in dit artikel, worden onverwijld bekend gemaakt aan de betrokkenen.
Artikel 31
Een beschikking van de raad van toezicht waartegen een belanghebbende, krachtens artikel 9b, vijfde lid, van de wet of artikel 30, administratief beroep kan instellen bij de algemene raad, wordt door de secretaris van de raad van toezicht onverwijld bekend gemaakt aan de betrokkenen, alsmede aan de secretaris van de algemene raad.
1.
Voor stagiaires die beschikken over een op grond van de Stageverordening 2005 afgegeven bewijs dat het in artikel 9c van de wet bedoelde examen met gunstig gevolg is afgelegd en voor stagiaires die beëdigd zijn voor 1 maart 2013, ingeschreven zijn voor de beroepsopleiding en vanaf inwerkingtreding van dit artikel zonder onderbreking op het tableau staan ingeschreven, blijven de Stageverordening 2005 en de daarop berustende bepalingen van toepassing totdat de stagiaire aan de daaruit voortvloeiende verplichtingen heeft voldaan.
2.
Indien een stagiaire op 1 september 2014 niet in het bezit is van het in het eerste lid genoemde bewijs kan de algemene raad, in afwijking van het eerste lid, aan de stagiaire alternatieve maatregelen opleggen ter afronding van de beroepsopleiding.
3.
Indien een stagiaire er niet in slaagt de stage voor 1 maart 2016 af te ronden, kan de raad van toezicht, respectievelijk de algemene raad hem in de gelegenheid stellen de opleidingsmaatregelen als bedoeld in artikel 11 van de Stageverordening 2005 anderszins te voltooien.
4.
Een stagiaire kan de algemene raad verzoeken om toegelaten te worden tot de beroepsopleiding, op grond van de Stageverordening 2005 , indien hij
a. niet voldoet aan het vereiste van zonder onderbreking ingeschreven staan, bedoeld in het eerste lid,
b. reeds beëdigd is geweest,
c. op grond van de Stageverordening 2005 met de beroepsopleiding was begonnen en
d. geen certificaat als bedoeld in artikel 8, derde lid, van de wet heeft behaald.
5.
De algemene raad kan, op verzoek van de stagiaire, bedoeld in het vierde lid, besluiten dat op hem de bepalingen van de Stageverordening 2005 van toepassing zijn, indien de stagiaire beëdigd is voorafgaand aan het te volgen onderwijs of het af te leggen examen dat ingevolge de Stageverordening 2005 nog gegeven of afgenomen wordt.
Artikel 33. Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking met ingang van een door de algemene raad te bepalen tijdstip, dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
1.
Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Stageverordening 2012’.
2.
Deze verordening treedt in de plaats van de Stageverordening 2005 , welke op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze verordening vervalt.