Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Sociaal plan voor leraren onderwijs in allochtone levende talen (oalt-leraren)
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
1. Inleiding
2. Convenant sociaal plan oalt
3. Regeling loonsuppletie
4. Regeling afkoop bovenwettelijk deel
5. Terugwerkende kracht
6. Projectleider
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Sociaal plan voor leraren onderwijs in allochtone levende talen (oalt-leraren)

Voorlichtingspublicatie over een sociaal plan voor oalt-leraren in verband met het aanscherpen van de kwalificatievereisten per 1 augustus 2002 voor oaltleraren die taalondersteuning geven
1. Inleiding
Sinds 1 augustus 2002 zijn de kwalificatievereisten voor oalt-leraren die taalondersteuning geven aangescherpt. Zij moeten vanaf het schooljaar 2002 - 2003 voldoen aan de eis van het voldoende beheersen van het Nederlands om taalondersteuning te kunnen (blijven) geven. Oalt-leraren die niet kunnen voldoen aan deze eis, lopen het risico ontslagen te worden. Daarom zijn door OCenW met de betrokken partijen, namelijk de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de werkgeversorganisaties en de vakbonden, afspraken gemaakt over een sociaal plan voor oalt-leraren.
Voor alle duidelijkheid wijs ik erop dat dit sociaal plan geen betrekking heeft op het voorgenomen besluit van het (demissionaire) kabinet om met ingang van 1 augustus 2004 de bekostiging van oalt te beëindigen.
Delen van dit sociaal plan zijn al eerder gepubliceerd in:
Uitleg Gele Katern nr. 12 van 22 mei 2002. In dit katern staat een subsidieregeling voor de verbetering van de kwalificaties van OALT-leraren , gericht op de verbetering van de beheersing van het Nederlands, de verbetering van de pedagogisch-didactische kwaliteiten voor het geven van taalondersteuning en de omscholing van oalt-leraren tot volledig bevoegde groepsleraren (kenmerk: PO/PJ-2002/9763);
Uitleg Gele Katern nr. 19 van 4 september 2002. Hierin staat een subsidieregeling voor outplacement van oalt-leraren , gericht op oalt-leraren voor wie het niet haalbaar is om het NT2-diploma te halen (kenmerk: PO/PJ2002/24509). Een outplacementtraject moet deze oalt-leraren helpen aan een nieuwe, andersoortige functie binnen of buiten het onderwijs.
In deze publicatie wordt u geïnformeerd over de andere onderdelen van het sociaal plan, te weten het convenant dat is gesloten met de VNG, de werkgeversorganisaties en de vakbonden (opgenomen in een bijlage bij deze voorlichtingspublicatie) en de daaruit voortvloeiende regelingen voor loonsuppletie en afkoop van het bovenwettelijke deel van de uitkering.
2. Convenant sociaal plan oalt
In deze paragraaf worden de hoofdlijnen van het convenant weergegeven; voor de details wordt verwezen naar de tekst in de bijlage . Dit convenant is 31 maart 2003 ondertekend en daarmee in werking getreden.
Het convenant heeft betrekking op de oalt-leraren die als gevolg van de aanscherping van de kwalificatievereisten voor het geven van taalondersteuning dreigen hun werk te verliezen. Dat neemt niet weg dat ook de andere, wel bevoegde oalt-leraren betrokken kunnen worden in het vinden van een oplossing voor deze groep oalt-leraren. Zo kunnen bepaalde scholingsactiviteiten ervoor zorgen dat de inzet van oalt-leraren voor de diverse activiteiten (cultuureducatie en taalondersteuning) geoptimaliseerd kan worden. De best mogelijk koppeling tussen de kwalificaties van oalt-leraren en de werkzaamheden die zij met name in het kader van oalt verrichten is daarbij het uitgangspunt.
Het convenant neemt verder als uitgangspunt dat oalt-leraren, rekening houdend met de kwalificaties waarover zij al beschikken of welke zij nog kunnen verwerven, zoveel mogelijk in een functie op het lerarenniveau behouden kunnen blijven (zie artikel 1 ). Instroom in het wachtgeld moet zoveel mogelijk worden vermeden.
Hoofdonderdeel van het convenant vormen de inspanningsverplichtingen van de bij het convenant betrokken partijen (zie artikel 2 ). De rol van OCenW bestaat vooral hierin dat het ministerie faciliterend optreedt zowel wat betreft de financiën als wat betreft het treffen van voorzieningen in de regelgeving. De VNG, de werkgeversorganisaties en de vakbonden spelen vooral een stimulerende en voorlichtende rol voor hun respectievelijke achterbannen, waarbij de nadruk ligt op het in kaart brengen van de kwalificaties (bestaande en nog te verwerven) van oalt-leraren, het laten bekleden door de oalt-leraren van die functie waarvoor zij gezien hun kwalificaties het best geschikt zijn, het bieden van ondersteuning bij het vinden van andere functies eventueel ook buiten het onderwijs, het geven van de nodige ruimte aan het verbeteren van de kwalificaties en het maken van goede afspraken over de perspectieven als oalt-leraren een bepaald scholingstraject ingaan.
Bij het zoeken naar andere functies komen in voorkomende gevallen ook functies in beeld die lager betaald worden dan de lerarenfunctie; in dat geval bestaat er voor de betrokken oalt-leraar recht op loonsuppletie. Binnen het onderwijs zal het om functies gaan die niet lager liggen dan het niveau van onderwijsassistent (schaal 4) en buiten het onderwijs om functies van een vergelijkbaar niveau (zie artikel 4 ).
In de bijlage bij het convenant zijn criteria en een stappenplan opgenomen die gehanteerd dienen te worden bij het zoeken naar passende arbeid voor de betrokken oalt-leraren. Het Participatiefonds zal, in het geval zich een ontslag voordoet van een oalt-leraar, bij de instroomtoets gebruik maken van de afspraken over de inspanningsverplichtin-gen zoals die in het convenant (inclusief de bijlage) zijn opgenomen.
Het convenant bevat verder afspraken over loonsuppletie, afkoop van het bovenwettelijk deel van de uitkering en de verhuiskosten (zie artikel 5, 6 en 7 ). Op loonsuppletie en afkoop wordt in de volgende paragrafen afzonderlijk ingegaan.
Voor schoolbesturen en gemeenten is nog van belang wat er mag gebeuren met de middelen die vrijvallen als een oalt-leraar, voor wie als gevolg van het aanscherpen van de kwalificaties voor het geven van taalondersteuning een traject is gevolgd in het kader van het sociaal plan, niet meer binnen oalt werkzaam is. Deze middelen zijn niet bestemd voor het opnieuw aanstellen van oalt-leraren (zie artikel 2 bij de VNG, het voorlaatste bolletje ), maar kunnen worden aangewend voor het bekostigen van de gewenste scholings-en/of outplacementtrajecten voor oalt-leraren. Als een schoolbestuur er in overleg met de gemeente toch toe overgaat op deze vrijgevallen middelen nieuw personeel aan te stellen, komen eventueel daaruit voortvloeiende kosten voor wachtgeld niet voor rekening van het Rijk (zie artikel 3 ).
Tenslotte nog een opmerking bij het feit dat de afspraken uit het convenant niet in rechte afdwingbaar zijn (zie artikel 10 ). Dit betekent niet dat de afspraken niet bindend zouden zijn. De partijen, betrokken bij dit convenant, zijn met andere woorden gehouden de afspraken uit het convenant na te komen. Het gaat hier om een zogenoemd herenakkoord, waarbij de partijen hebben afgesproken dat zij geschillen voortvloeiend uit het convenant niet aan rechterlijke toetsing zullen onderwerpen.
Op twee manieren is wel een versterking aangebracht in de bindendheid van de afspraken. In de eerste plaats betreft dit de afspraken over loonsuppletie en afkoop van het bovenwettelijke deel van de uitkering. Deze zullen worden neergelegd in regelgeving die wel in rechte afdwingbaar is. En in de tweede plaats zullen door het incorporeren van de afspraken uit het convenant in het reglement van het Participatiefonds de inspanningsverplichtingen van de schoolbesturen een dwingend karakter krijgen en eventueel leiden tot financiële consequenties voor het betrokken schoolbestuur.
3. Regeling loonsuppletie
Niet in alle gevallen zal het lukken voor een oalt-leraar die als gevolg van de aanscherping van de kwalificaties voor taalondersteuning met ontslag wordt bedreigd, een nieuwe functie te vinden op het niveau van het hoger onderwijs. In deze gevallen kan een beroep worden gedaan op de regeling voor loonsuppletie. Deze regeling zal opgenomen worden in hoofdstuk 6 van het BBWO (”Reïntegratiebevorderende regelingen”).
In hoofdlijnen komt deze regeling op het volgende neer. Een oalt-leraar die als gevolg van de aanscherping van de kwalificaties voor taalondersteuning dreigt werkloos te worden of feitelijk werkloos is geworden, en die een betrekking aanvaardt (binnen of buiten het onderwijs) met een lager maximumsalaris dan waar hij in de oude betrekking recht op had, heeft recht op loonsuppletie. In de eerste vijf jaar na het aanvaarden van de nieuwe betrekking wordt het salaris volledig aangevuld tot aan het oude salarisniveau; in de jaren daarna en doorlopend tot aan het pensioen vindt aanvulling plaats tot 90% van het oude salarisniveau. Bij de berekening van de loonsuppletie wordt verder de gebruikelijke systematiek gevolgd van het BBWO.
Als in de periode van het recht op loonsuppletie een betrokkene een baan op het oude lerarenniveau krijgt, vervalt vanzelfsprekend de loonsuppletie. Het recht daarop kan echter herleven als de persoon in kwestie uit deze baan ontslagen wordt en weer een baan op een lager niveau aanvaardt. Daarbij moet wel aan de overige voorwaarden van loonsuppletie worden voldaan. Het moet dus opnieuw gaan om het aanvaarden van een lager betaalde baan, omdat de betrokkene dreigt werkloos te worden of feitelijk werkloos geworden is en de betrokkene moet het recht op een bovenwettelijke uitkering niet blijvend geheel zijn geweigerd.
Het loon in de nieuwe betrekking wordt geacht niet lager te zijn dan het maximum van schaal 4, het niveau van de onderwijsassistent. Als het om een lager betaalde functie gaat buiten de onderwijssector, wordt gekeken naar een met deze onderwijsschaal vergelijkbaar functieniveau. Uitgangspunt bij het vinden van een nieuwe betrekking is dat de betrekkingsomvang tenminste gelijk is aan de omvang van de oude betrekking. Verder wordt een reisduur voor de nieuwe betrekking van twee uur per dag op basis van het openbaar vervoer redelijk geacht, tenzij in de oude betrekking langere reistijden voor de betrokkene al gebruikelijk waren. Er wordt eerst gezocht naar passende functies binnen het onderwijs, met een voorkeur voor de sector primair onderwijs; daarna wordt gekeken naar passende functies die dicht tegen het onderwijs aan liggen, waardoor optimaal van de binnen het onderwijs opgebouwde expertise van de betrokkene gebruik wordt gemaakt. Vervolgens komen ook overige passende functies in beeld.
Tenslotte wordt eerst gezocht naar een nieuwe betrekking bij de oude werkgever, daarna naar een nieuwe betrekking binnen het grondgebied van de gemeente en tenslotte ook buiten het grondgebied van de gemeente waar de betrokkene (hoofdzakelijk) werkzaam is.
4. Regeling afkoop bovenwettelijk deel
Op basis van het BBWO is er een ministeriële regeling gemaakt ” Regels inzake afkoop van het recht op bovenwettelijke uitkering ”, gepubliceerd in Uitleg Gele Katern nr. 9 van 28 maart 2001 (kenmerk AB/PSW/2001/5688). Daarin is geregeld dat iemand die werkzaamheden gaat verrichten als zelfstandig ondernemer (of deze werkzaamheden uitbreidt) en dus niet meer in loondienst werkzaam is, zijn recht op alle bovenwettelijke uitkeringen (dus niet de WW-uitkering, waaronder ook begrepen de WW-vervolg-uitkering) kan afkopen. De hoogte van de afkoopsom bedraagt 50% van waar de betrokkene recht op zou hebben gehad als hij niet tot afkoop was overgegaan.
Voor het sociaal plan oalt wordt deze regeling aangevuld met de mogelijkheid tot afkoop voor een oalt-leraar die op 1 augustus 2002 50 jaar of ouder was en die zich gaat vestigen in een ander land; in dit geval is het niet noodzakelijk dat de betrokken oalt-leraar zich vestigt als zelfstandige. Ook in dit geval bedraagt de hoogte van de afkoopsom 50% van waar de betrokkene recht op zou hebben gehad als hij niet tot afkoop was overgegaan. Voor het overige gelden de bepalingen uit de eerder genoemde ministeriële regeling.
5. Terugwerkende kracht
Zowel aan het convenant als aan de daarbij horende regelingen voor loonsuppletie en afkoop wordt terugwerkende kracht verleend tot 1 augustus 2002.
6. Projectleider
Aan het convenant zitten nogal wat activiteiten vast voor gemeenten en schoolbesturen. Ten behoeve van een goede begeleiding, ondersteuning en coördinatie van deze activiteiten zal voor de duur van twee jaar een externe projectleider worden aangesteld (zie artikel 8 ). Op dit moment is nog niet bekend wie deze projectleider is en vanuit welke organisatie deze de werkzaamheden zal verrichten. Zodra in overleg met de betrokken partijen over de projectleider, het takenpakket en de positionering een besluit is genomen, zal hierover bericht worden.
De van onderwijs, cultuur en wetenschappen ,
minister
namens deze,
directeur primair onderwijs