Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Richtsnoeren Redelijke Opzegvergoedingen Vergunninghouders
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Titel 1. Begripsbepalingen
+ Titel 2. Redelijke opzegvergoeding
+ Titel 3. Redelijke voorwaarden met betrekking tot de opzegvergoeding
+ Titel 4. Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Richtsnoeren Redelijke Opzegvergoedingen Vergunninghouders

Richtsnoeren Redelijke Opzegvergoedingen Vergunninghouders
Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit
gelet op artikelen 5, 77i lid 1 sub b, 95b lid 1 en 95m lid 11 van de Elektriciteitswet 1998, artikelen 44 lid 1, 52b lid 11 en 60ad lid 1 sub b van de Gaswet en artikel 4:81 van de Algemene Wet Bestuursrecht.
Artikel 1
In deze richtsnoeren wordt verstaan onder:
1. ACM: de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt;
2. vergunninghouder: de houder van een leveringsvergunning als bedoeld in artikel 95a van de Elektriciteitswet 1998 of in artikel 43 van de Gaswet;
3. kleinverbruiker: een afnemer als bedoeld in artikel 95a van de Elektriciteitswet 1998 of in artikel 43 van de Gaswet.
4. overeenkomst: een overeenkomst tussen een vergunninghouder en een kleinverbruiker voor de levering van elektriciteit en/of gas.
5. opzegvergoeding: een vergoeding die een vergunninghouder kan opnemen in een overeenkomst voor bepaalde duur en die een kleinverbruiker bij tussentijdse beëindiging van de overeenkomst aan de vergunninghouder is verschuldigd.
Artikel 2
Voor de uitleg van deze regeling wordt een kleinverbruiker onderscheiden in:
1. consument: een kleinverbruiker, natuurlijk persoon, die niet handelt in de uitoefening van beroep of bedrijf.
2. kleinzakelijke afnemer: alle kleinverbruikers die niet onder de definitie van consument vallen.

Titel 2. Redelijke opzegvergoeding

Op grond van artikel 95m lid 11 van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 52b lid 11 van de Gaswet kan de leverancier in een overeenkomst voor bepaalde duur opnemen dat de afnemer, bij tussentijdse beëindiging van de overeenkomst, een redelijke vergoeding is verschuldigd. In de afdelingen een tot en met drie van deze titel geeft de ACM weer wat zij onder een redelijke opzegvergoeding verstaat.
1.
De ACM acht een opzegvergoeding niet redelijk indien de overeenkomst tussentijds wordt beëindigd in de periode van twee weken vóór tot twee weken na de datum waarop de overeenkomst afloopt.
2.
De genoemde bedragen in deze richtsnoeren zijn maximum bedragen.
1.
De ACM oordeelt dat er sprake is van een redelijke opzegvergoeding voor consumenten indien de maximale hoogte van een opzegvergoeding voor consumenten afhankelijk is van de duur van de overeenkomst en van de resterende looptijd op het moment van beëindigen, volgens onderstaande tabel:
2.
De ACM oordeelt dat het in de overeenkomst bedingen van een vergoeding voor een uitgedeeld welkomstcadeau niet redelijk is indien:
de beëindiging heeft plaatsgevonden na verloop van een jaar van de overeenkomst; of
de beëindiging heeft plaatsgevonden binnen een jaar na het sluiten van de overeenkomst en de vergoeding voor het welkomstcadeau meer dan de reële waarde van het cadeau of meer dan 50 Euro bedraagt.
3.
Bij een overeenkomst voor de levering van elektriciteit én gas acht de ACM het bedingen van een afzonderlijke opzegvergoeding per product slechts redelijk indien de kleinverbruiker voor zowel elektriciteit als gas de overeenkomst vroegtijdig beëindigt en overstapt naar een andere vergunninghouder.
4.
De ACM oordeelt dat het bedingen van een opzegvergoeding niet redelijk is indien zich de situatie voordoet als beschreven in artikel 7.
Artikel 6
De ACM oordeelt dat er sprake is van een redelijke opzegvergoeding voor kleinzakelijke afnemers indien deze voldoet aan één van drie onderstaande criteria:
1. de opzegvergoeding bedraagt maximaal 15% van de resterende (verwachte) waarde van de overeenkomst;
2. de opzegvergoeding bedraagt het verschil tussen de waarde van de overeenkomst op basis van de marktprijs op het moment van beëindigen en de resterende waarde van de overeenkomst, plus een administratieve vergoeding van maximaal 50 Euro; of,
3. de opzegvergoeding bedraagt maximaal 100 Euro per niet uitgediend jaar.

Titel 3. Redelijke voorwaarden met betrekking tot de opzegvergoeding

Op grond van artikel 95b lid 1 van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 44 lid 1 van de Gaswet heeft een vergunninghouder de plicht tegen redelijke voorwaarden zorg te dragen voor de levering van elektriciteit respectievelijk gas aan iedere afnemer die daarom verzoekt. In de eerste en tweede afdeling van deze titel geeft de ACM weer wat zij, met betrekking tot het in rekening brengen van een opzegvergoeding, onder redelijke voorwaarden verstaat.
Artikel 7
De ACM oordeelt dat er geen sprake is van een redelijke voorwaarde wanneer:
1. de vergunninghouder in een overeenkomst voor bepaalde duur met een variabel tarief een beding opneemt dat hem het recht geeft het leveringstarief aan te passen; en
2. de vergunninghouder het leveringstarief verhoogt terwijl deze verhoging, naar objectieve maatstaven gemeten, ten opzichte van het tot dan toe geldende tarief onredelijk hoog is.
1.
De ACM oordeelt dat er sprake is van een redelijke voorwaarde indien het beding, op grond waarvan de vergunninghouder het recht verkrijgt een opzegvergoeding in rekening te brengen, wordt opgenomen in de overeenkomst, waarbij duidelijk wordt aangegeven wat de hoogte van de opzegvergoeding is.
2.
In aanvulling op het eerste lid oordeelt de ACM dat er sprake is van een redelijke voorwaarde wanneer de vergunninghouder de opzegvergoeding binnen een redelijke termijn bij de kleinverbruiker in rekening brengt.
3.
Onder ‘binnen een redelijke termijn in rekening brengen’ verstaat de ACM dat de vergunninghouder de opzegvergoeding zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk bij het versturen van de eindafrekening, in rekening brengt.
Artikel 9
De ACM acht het redelijk dat vanaf de inwerkingtreding van deze richtsnoeren geen opzegvergoedingen meer in rekening mogen worden gebracht die in strijd zijn met deze richtsnoeren.
Artikel 10
Deze richtsnoeren wordt aangehaald als “Richtsnoeren Redelijke Opzegvergoedingen Vergunninghouders”.
1.
De bekendmaking van deze richtsnoeren met toelichting geschiedt door plaatsing in de Staatscourant.
2.
Deze richtsnoeren treden in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst.
3.
Op de datum van inwerkingtreding van deze regeling wordt de “Beleidsregel Redelijke Opzegvergoedingen Vergunninghouders” van april 2006 ingetrokken.
4.
Deze richtsnoeren zullen geëvalueerd worden indien de ACM dit noodzakelijk acht.
Den Haag, 17 januari 2008.
De Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit,