Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Richtlijn voor strafvordering jeugd
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Beschrijving
Préambule (algemeen geldende noties)
Uniforme strafmaten voor de Haltafdoening (bijlage 1)
Taakstraf, tenzij
Geldboete of geldtransactie in plaats van taakstraf (bijlage 2)
Persoonsgerichte aanpak (bijlage 3)
Uniformiteit in strafmaten (bijlage 4)
Volgorde Halt, geldboete, taakstraf
Recidiveregeling bij Halt
Voorgeleiden
Bijzondere omstandigheden
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 augustus 2009. U leest nu de tekst die gold op 31 juli 2009.

Richtlijn voor strafvordering jeugd

Richtlijn voor strafvordering jeugd
Préambule (algemeen geldende noties)
De essentie van een effectief jeugdstrafrecht is dat strafbaar gedrag van jeugdigen wordt tegengegaan door passende interventies. Sancties en maatregelen, die in dat kader worden toegepast, zijn er in hoofdzaak en primair op gericht, een aanmerkelijke recidivereductie te bereiken. 1
Interventies worden wel onderscheiden in drie ‘lijnen’: (i) snel ingrijpen bij vroege signalen, (ii) stevig ingrijpen bij risicojeugd, en (iii) repressie bij jeugdigen die volharden in het plegen van strafbare feiten. Staan bij (i) (overigens) de ‘seinen op groen’, dan volgt een zakelijke, standaard afdoening (Halt, geldboete, werkstraf volgens het officiersmodel). Bij ‘seinen op rood’ (in gezin, school, vriendenkring) wordt nader onderzocht ‘wat er aan de hand is’ (voorzover relevant), en wordt een beroep gedaan op corrigerende mechanismen, als de opvoedingsrol van de ouders, opvoedingsondersteuning, kinderbeschermingsmaatregelen, aanpak schoolverzuim, alles eventueel aan te vullen met een werkstraf voor normbevestiging.
Bij (ii), risicojeugd: bij gevaar voor verder afglijden naar een delinquent levenspatroon zal worden gekozen voor een zogenoemde persoonsgerichte aanpak. Deze aanpak heeft twee componenten, een toeleidingscomponent en een toezichtscomponent. De eerste concentreert zich in hoofdzaak op versterking van persoonlijke en sociale omstandigheden die conformisme bevorderen (schoolbezoek, vrijetijdsbesteding, aanpak deelname aan een delinquente vriendenkring, gezinsrol). De toezichtscomponent gaat over een patroon van verplichtingen die moeten worden nagekomen; op die nakoming wordt intensief toegezien door de Jeugdreclassering.
Bij (iii), volhardende jeugdigen, staan repressie en/of gedwongen behandeling voorop. Er kan aandacht worden besteed aan ‘mechanismen van ‘afwending’: het verkrijgen van vast werk, relatie- en gezinsvorming (met externe vormen van beïnvloeding en beheersing die een rem zetten op gedrag dat verworvenheden in de waagschaal stelt).
Uniforme strafmaten voor de Haltafdoening (bijlage 1)
In overleg met het openbaar ministerie heeft Halt-Nederland een overzicht samengesteld van landelijk uniform te hanteren aantallen werkuren, al naar gelang (Halt-waardig) delict en persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Bij de vermelding van leerplichtverzuim (beginnend verzuim) wordt geanticipeerd op de verheffing van beginnend schoolverzuim tot Haltwaardig feit.
Zie bijlage 1 .
Taakstraf, tenzij
Het leidende beginsel taakstraf, tenzij is afhankelijk van de waardering van taakstraf als sanctiemodaliteit, ofwel van het ‘sanctieprestige’ van taakstraf, de mate waarin de straf als zodanig door de verdachten serieus wordt genomen. Taakstraf is bij uitstek een standaard-straf waarvan effect wordt verwacht in termen van recidive-reductie.
Op het beginsel ‘taakstraf, tenzij’ worden inmiddels enkele beperkingen aangebracht.
Allereerst wordt een categorie feiten onderscheiden die onder omstandigheden bij voorkeur worden afgedaan met een geldboete (zie bijlage 2) .
Voorts is er een categorie daders, die (blijkens hun voorgeschiedenis) aan taakstraf onvoldoende prestige toekennen, waardoor het beoogde effect van deze straf niet wordt bereikt.
Zowel de officier van justitie als de rechter zullen zich derhalve consequent de vraag moeten stellen of er in elk individueel geval een redelijk perspectief bestaat op uitvoering van een op te leggen taakstraf.
Taakstraf volgens het officiersmodel kan weliswaar worden toegepast voor zowel de categorie eerstplegers als voor de categorie recidivisten, maar toepassing van het officiersmodel ingeval van recidive is niet vanzelfsprekend. Waar recidive impliceert dat de eerste taakstraf kennelijk niet het beoogde effect heeft gehad, moet bij een herhaald voorstellen van een taakstraf volgens het officiersmodel steeds opnieuw worden overwogen of van een taakstraf effect kan worden verwacht.
Geldboete of geldtransactie in plaats van taakstraf (bijlage 2)
Geldboetetransactie voor de afhandeling van jeugdzaken wordt in zijn algemeenheid niet langer afgewezen als bruikbaar instrument. In bijlage 2 is een aantal delicten op een rij gesteld, en zijn voorwaarden geformuleerd waaronder in plaats van taakstraf een geldboete of een geldtransactie kan worden aangeboden. Als omrekeningsfactor taakstraf-geldboete is vastgesteld voor elke 4 uur taakstraf € 25 boete.
Halt-afdoeningen (zoals in tabel 4 aangegeven) worden niet geconverteerd in geldboetes.
Persoonsgerichte aanpak (bijlage 3)
Zoekend naar de effectiviteit van interventies moet worden bepaald wat de inhoud van die interventies moet zijn. Aan de hand van een aantal criteria moet kunnen worden vastgesteld op grond waarvan die effectiviteit per persoon kan worden gemeten (aantoonbaar minder recidive, realiseren van schoolbezoek of werktoeleidingstrajecten).
In het bijzonder wanneer sprake is van een evident perspectief op recidive (veelal af te leiden van zogenoemde risicofactoren, waaronder historische recidive, veelplegerschap), dan is maatwerk geboden om te voorkómen dat die ontwikkeling zich voortzet. Het zoeken is dan naar een passend interventiescenario, bijvoorbeeld door schorsing van voorlopige hechtenis onder bijzondere voorwaarden.
Persoonsgerichte aanpak staat voor de keuze van een (intensief) traject , een ingrijpen of begeleiden van langere duur. Het gaat dan om een gerichte interventie in een in gang zijnde ontwikkeling, of ter voorkoming van zo’n ontwikkeling , en niet zozeer om de sanctie op een individueel feit. Het proportionaliteitsvereiste kan daardoor meer naar de achtergrond worden gedrongen.
Tot die trajectkeuze voor (soms) ‘aanstormend talent’ wordt besloten in het Justitieel Casus Overleg (JCO); de vormgeving van het traject kan goed plaatsvinden in het JCO, óók in die gevallen dat er wordt voorgeleid, en dus een eventuele vervolgingsbeslissing niet in het JCO wordt genomen. De ketenpartners stellen een gezamenlijke diagnose op basis van de voorhanden informatie. Ieder van hen is zonodig bij de uitvoering betrokken. Strafrecht en zorg (verwijzing naar Bureau Jeugdzorg) sluiten op elkaar aan. De aanpak wordt in samenhang met de ketenpartners uitgevoerd, tot en met de nazorg, de resocialisatie-inspanningen. De in ontwerp aan de Tweede Kamer aangeboden Wet gedragsbeïnvloedende maatregel biedt het instrumentarium voor de toezichthoudende taak van de Jeugdreclassering, evenals de mogelijkheid van een specifieke combinatie van sancties voor bepaalde doelgroepen. Het indringende karakter van maatregelen en straffen duurt dan voort zolang dat toezicht wordt uitgevoerd.
Een nadere uitwerking van de persoonsgerichte aanpak, en de gevallen waarin die kan worden toegepast is opgenomen in bijlage 3 .
Uniformiteit in strafmaten (bijlage 4)
Elementen uit de, in het volwassenenstrafrecht wel toegepaste systematiek van BOS-Polarisrichtlijnen kunnen in het jeugdstrafrecht worden gebruikt ter bevordering van een consistente strafvordering.
De basispunten die in BP de relatieve ernst van het misdrijf weerspiegelen, zijn in de tabel onder bijlage 4 verwerkt in de onderlinge verhouding tussen de basisbedragen of aantallen
uren voor de genoemde misdrijven. De beoordelingsfactoren zijn zichtbaar gemaakt in afzonderlijke kolommen.
De strafverzwarende factor die bestaat in de kwaliteit van degene die als benadeelde van het feit is aan te merken, is overgenomen voorzover het een ambtenaar is, in het bijzonder waar het gaat om een politieman of -vrouw. De willekeur die de keuze van slachtoffers van met name geweldsdelicten veelal kenmerkt, is in de basisbestraffing verwerkt en niet als afzonderlijke factor aangemerkt. In het jeugdstrafrecht wordt qua strafmaat geen onderscheid gemaakt naar aard van daderschap noch naar de mate van uitvoering van het delict.
Art 77ggSr schrijft voor dat de straffen voor poging, voorbereiding, deelneming en medeplichtigheid dezelfde zijn als die voor het voltooide misdrijf. Dat zal er in het algemeen toe leiden dat aan een kwalificatie als bijvoorbeeld ‘medepleger’ geen strafverzwarende invloed wordt toegekend.
Basisfactoren als waarde van de goederen, wapengebruik en de mate van letsel bij een benadeelde zijn in voorkomende gevallen in de tabel ondergebracht als afzonderlijke categorieën.
De recidive als enige beoordelingsfactor die de persoon van de verdachte aangaat, is in de tabel opgenomen in de vorm van een verhoging met in het algemeen 50% van het basisgetal na verwerking van de beoordelingsfactoren.
Taakstraf voor (een deel van de) jeugddetentie Waar in tabel 4 jeugddetentie van een bepaalde omvang is aangegeven, wordt daaronder mede verstaan het op enig moment, aan de hand van persoonlijke factoren, vervangen van (een deel van) de jeugddetentie door taakstraf.
Volgorde Halt, geldboete, taakstraf
Voor sommige, in beginsel Halt-waardige, delicten is in de basiskolom de vermelding ‘Halt’ opgenomen, terwijl in de geldende kolom ernaast geldboete of een aantal uren taakstraf is vermeld. Waar Halt, zoals gezegd, niet wordt geconverteerd in een geldboete, is de aan te houden keuzevolgorde (i) Halt, (ii) geldboete en (iii) uren taakstraf.
Recidiveregeling bij Halt
Voor Halt-waardige delicten geldt een recidiveregeling, inhoudend dat geen herhaalde verwijzing mag plaatsvinden voor een delict dat wordt gepleegd binnen 12 maanden na een eerdere Halt-afdoening. Voor vuurwerk-Halt is in zoverre een uitzondering gemaakt, dat die afdoening wèl in twee achtereenvolgende jaren is toegestaan, maar niet vaker dan twee keer.
Voorgeleiden
De aanduiding ‘voorgeleiden’ spreekt voor zich; bij voorgeleiding is het uitgangspunt dat voor het gepleegde feit voorlopige hechtenis zal worden gevorderd. Voorwaarde is uiteraard dat een of meer gronden van artikel 67a Sv kunnen worden aangevoerd.
Bijzondere omstandigheden
Bij het bepalen van de strafmaat kan overigens rekening worden gehouden met bijzondere omstandigheden als heel jeugdige leeftijd, een aanbod tot betaling van schadevergoeding aan het slachtoffer en de mate van professionaliteit bij de uitvoering van het delict. Voor de categorie 12-minners wordt verwezen naar de Aanwijzing 12-minners (incl. STOP-reactie) .