Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen 2016
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Samenvatting
Achtergrond
1. Berekening van bepaalde strafbeschikkings- en geldboetetarieven
1.1. Afwijking van de in deze richtlijn aangegeven tarieven
1.2. Minderjarigen
1.3. Cumulatie van overtredingen
2. Inbeslagneming
3. Recidiveregelingen voor enkele soorten overtredingen
3.1.0. Algemeen
3.1.1. Recidiveregeling overtredingen artikelen 30 en 34 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM)
3.1.2. Recidiveregeling overtreding 30, tweede lid WAM geconstateerd voor 1 juli 2011
3.2. Recidiveregeling rijden zonder rijbewijs
3.3. Recidiveregeling gedocumenteerde overtredingen maximumsnelheid RVV 1990
3.3.1. Recidiveregeling niet voldoende afstand houden
3.3.2. Recidiveregeling snelheidsovertredingen (weg)
3.4. Recidiveregeling maximumconstructiesnelheid brom- en snorfietsen
3.5. Recidiveregeling spookrijden op autoweg/autosnelweg
3.6. Recidiveregeling overtreding artikel 3 Besluit voertuigen (aanwezig hebben van radardetector)
3.7. Recidiveregeling Veelplegers verkeer
3.7.1. Achtergrond
3.7.2. Begripsomschrijving
3.7.3. Reikwijdte regeling
3.7.4. Recidiveregeling Veelplegers verkeer
3.7.5. Minderjarigen (16- en 17-jarigen)
3.8. Recidiveregeling gedocumenteerde snelheidsovertredingen water
3.9. Recidiveregeling feitcode E 821, overtreding artikel 4.40 Vreemdelingenbesluit 2000
3.10. Recidiveregeling feitcodes D 521a – D 524, overtreding 437 Sr jo. Uitvoeringsbesluit ex art. 437 Sr
Overgangsrecht
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen 2016

Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen 2016
Samenvatting
Deze richtlijn voor strafvordering bevat het strafbeschikkings- en strafvorderingsbeleid van het OM inzake misdrijven en overtredingen waarvoor feitomschrijvingen (feitcodes) zijn vastgesteld, voor zover deze zaken worden afgedaan met een politiestrafbeschikking of een OM-strafbeschikking.
Op zaken waarin een bestuurlijke strafbeschikking ter zake milieuovertredingen wordt uitgevaardigd is de Richtlijn voor strafvordering bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten ( art. 257 ba Sv) van toepassing.
Verder bevat deze richtlijn recidiveregelingen voor enkele soorten overtredingen.
Achtergrond
In het verleden was sprake van verschillende aanwijzingen en richtlijnen die zagen op de feitgecodeerde afdoening van zaken. Ten behoeve van een goede toepasbaarheid in de praktijk is besloten tot het samenvoegen van de verschillende aanwijzingen en richtlijnen tot een Aanwijzing feitgecodeerde misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen en een Richtlijn feitgecodeerde misdrijven en overtredingen. De Richtlijn is aangepast vanwege het vervallen van de politietransactie ( art. 74c Sr.) en OM-transactie ter zake van deze feiten.Definitie feitgecodeerde zaken
Alle zaken die met gebruikmaking van een feitcode zoals opgenomen in de Bijlage bij de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), Bijlage I en II bij het Besluit OM-afdoening de bij deze richtlijn behorende Bijlage OM-feiten geautomatiseerd in de strafrechtketen worden verwerkt.Deze richtlijn omvat
Het strafbeschikkings- en strafvorderingsbeleid van het OM inzake misdrijven en overtredingen ( Bijlage I Besluit OM-afdoening en de bijlage OM-feiten met tarieven), omvattende de volgende afdoeningsvormen waarbij de zaak wordt afgedaan met een politiestrafbeschikking 1 of OM-strafbeschikking.
a: de politiestrafbeschikking
De feiten ondergebracht in Bijlage I van het Besluit OM-afdoening , waarvoor de daartoe aangewezen opsporingsambtenaar strafbeschikkingsbevoegdheid heeft, zijn te herkennen aan een ‘p’ voor de feitcode. Bijvoorbeeld: p D 530, zich in kennelijke staat van dronkenschap op de openbare weg bevinden. Het bijbehorende tarief wordt achter de omschrijving vermeld. Deze zaken worden door middel van een strafbeschikking op grond van artikel 257b Sv afgedaan. Meer informatie over de politiestrafbeschikking is te vinden in de Aanwijzing feitgecodeerde misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen .
b: de OM-strafbeschikking
Ook de officier van justitie kan in zaken die binnen de scope van de OM-afdoening vallen op grond van artikel 257a Sv een strafbeschikking uitvaardigen.
Het bij die feiten horende tarief wordt achter de omschrijving van het feit vermeld. In het geval dat bij een feit geen tarief wordt vermeld, is mogelijk een specifieke Richtlijn voor strafvordering van toepassing, dan wel kan vanwege bijzondere omstandigheden van het geval geen tarief worden aangegeven en zal elke zaak afzonderlijk door het OM moeten worden beoordeeld.
Indien in deze Richtlijn bij een bepaalde gradatie van een feit ‘OM-strafbeschikking of eis ter zitting’ wordt genoemd geldt als uitgangspunt dat een strafbeschikking wordt uitgevaardigd. Uitsluitend in die gevallen waarin gelet op de eis (geldboete hoger dan € 2.000 of een OBM van meer dan 6 maanden ( artikel 257c Sv)) geen strafbeschikking kan worden uitgevaardigd en in die gevallen waarin sprake is van een of meer in de Aanwijzing OM-strafbeschikking gestelde contra-indicaties dient de verdachte te worden gedagvaard waarbij de genoemde sanctie het uitgangspunt voor de eis ter zitting vormt.
1. Berekening van bepaalde strafbeschikkings- en geldboetetarieven
De volgende straffen en maatregelen kunnen op grond van de Wet OM-afdoening bij strafbeschikking worden opgelegd: een taakstraf van ten hoogste 180 uren, een geldboete, onttrekking aan het verkeer, een schadevergoedingsmaatregel en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor ten hoogste zes maanden ( artikel 257a, tweede lid, Sv).
Daarnaast kunnen aan de verdachte aanwijzingen worden gegeven die onder meer kunnen inhouden: afstand van voorwerpen die in beslag zijn genomen en vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer ( artikel 257a, derde lid, Sv). Nog niet alle modaliteiten zijn in de praktijk onder de strafbeschikking gebracht, voor de laatste stand van zaken met betrekking tot de implementatie wordt verwezen naar de Aanwijzing OM-strafbeschikking .
In deze richtlijn zijn tarieven afhankelijk gesteld van de zwaarte van de overtreding. Verder zijn bijvoorbeeld voor de overtreding van de voorschriften ten aanzien van de remvertraging van motorvoertuigen tarieven vastgesteld naar de mate waarin deze voorschriften zijn overschreden.
Bij de feitcodes die misdrijven betreffen is geen tarief opgenomen. Dit zijn zaken (OM-feiten), waarvoor specifieke strafvorderingsrichtlijnen zijn vastgesteld, of waarvoor de specifieke omstandigheden van het geval maatwerk vereisen. Uitzonderingen hierop zijn een aantal overtredingen van artikel 8 WVW 1994, een aantal feitcodes betrekking hebbende op de WWM en de op eenvoudige winkeldiefstal en verduistering betrekking hebbende feitcodes.
1.1. Afwijking van de in deze richtlijn aangegeven tarieven
De officier van justitie mag, binnen de wettelijke strafmaxima, afwijken van de tarieven van de OM-strafbeschikking en/of eis ter zitting. Dat kan zowel naar beneden als naar boven, al naar gelang de omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven.
De feitomschrijvingen met bijhorende tarieven bij de zogeheten OM-feiten in de bijlage bij deze richtlijn 2 , zien toe op strafbare feiten die voor afdoening via een OM-strafbeschikking in aanmerking komen.
NB In zaken waarin een strafbeschikking is uitgevaardigd doch waarvan verdachte in verzet is gekomen, eist de officier van justitie in beginsel dezelfde geldboete als initieel bij strafbeschikking is opgelegd. Het doen van verzet is echter niet geheel vrijblijvend. Als er redenen zijn om aan te nemen dat verzet uitsluitend is gedaan ter uitstel van de executie of om de procesgang te vertragen, kan in beginsel een hogere sanctie worden gevorderd. Een dergelijke situatie kan voorkomen wanneer de bestrafte in het verzetschrift geen gronden heeft aangegeven en eveneens verstek laat gaan ter terechtzitting, dan wel verschijnt maar geen inhoudelijk verweer voert. In deze gevallen kan een tot maximaal 20% hogere sanctie worden gevorderd (zie tevens de Aanwijzing OM-strafbeschikking ). Als de zaak ter terechtzitting is aangebracht na een geheel of gedeeltelijk mislukte executie, kan – mede afhankelijk van de reden van mislukking van die executie – een zwaardere of andere sanctie worden geëist. Indien reeds een gedeeltelijke betaling heeft plaatsgevonden, wordt deze in de uitvoering door het CJIB in mindering gebracht op de door de rechter opgelegde straf. De officier dient het reeds voldane bedrag dus niet te verdisconteren in de eis.
1.2. Minderjarigen
Aan een minderjarige die wordt verdacht van het plegen van een feitgecodeerd feit kan in beginsel een strafbeschikking worden uitgevaardigd.
Parallel aan hetgeen in de Wahv is vastgelegd, geldt dat ten aanzien van minderjarigen van 12 tot 16 jaar de vastgestelde tarieven worden gehalveerd met een afronding op hele Euro’s naar boven. Voor minderjarigen van 16 tot 18 jaar gelden in beginsel dezelfde tarieven als voor meerderjarigen.
Artikel 489, eerste lid aanhef en onder b, Sv bepaalt dat bij het uitvaardigen van een strafbeschikking van meer dan € 115, aan de minderjarige verdachte een raadsman moet worden toegevoegd. Deze bepaling is gewijzigd bij inwerkingtreding van de Wet OM-afdoening . Om deze reden wordt – analoog aan artikel 489 eerste lid, aanhef en onder b, Sv – door het CJIB geen politiestrafbeschikking of OM-strafbeschikking verzonden als de geldboete meer dan € 115 bedraagt. Deze zaken worden ter beoordeling aan het OM overgedragen.
1.3. Cumulatie van overtredingen
Bij cumulatie van overtredingen verdient het aanbeveling bij de vaststelling van de sancties rekening te houden met de draagkracht van de verdachte.
2. Inbeslagneming
Ook indien sprake is van beslag kan in de in deze richtlijn beschreven gevallen een OM-strafbeschikking worden uitgevaardigd
3.1.0. Algemeen
Recidive
Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen de recidivetermijn die voor dat feit geldt na afdoening 3 van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.
artikelen 30 en 34 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) van Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen 2016">
3.1.1. Recidiveregeling overtredingen artikelen 30 en 34 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM)
Let op: Deze recidiveregeling is alleen van toepassing voor zover de overtredingen langs het strafrechtelijke traject worden afgedaan!
De recidiveregeling t.a.v. de overtredingen van artikel 30 WAM uitgezonderd het tweede lid en artikel 34 WAM luidt voor de met motorrijtuigen, uitgezonderd bromfietsen, gepleegde overtredingen als volgt:
Recidiveregeling artikelen 30 en 34 WAM Categorie-indeling B Categorie 1: Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen Categorie 2: Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen Categorie 3: Bromfietsers en snorfietsers Categorie 8: Een ieder (eigenaar / houder)
  Motorrijtuigen ex. bromfiets (feitcodes A 914 a t/m d, A 917 a t/m c en A 918) Bromfietsen (feitcodes A 901 a t/m d, A 903 a t/m c, A 904 en A 934)
Eerste overtreding OM-strafbeschikking: € 550 Minderjarige eis ter zitting geldboete € 275 OM-strafbeschikking: € 360 Minderjarige OM-strafbeschikking geldboete € 115
Tweede overtreding OM-strafbeschikking of eis ter zitting: geldboete € 650 en vier maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk Minderjarige eis ter zitting geldboete € 325 en 2 maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk OM-strafbeschikking of eis ter zitting: geldboete € 440 en vier maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk Minderjarige eis ter zitting geldboete € 220 en 2 maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk
Derde overtreding: Meerderjarigen Eis ter zitting: twee weken hechtenis onvoorwaardelijk 1 en 6 maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk; eventueel verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen voertuig Eis ter zitting: tien dagen hechtenis onvoorwaardelijk en 6 maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk; eventueel verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen voertuig
Derde overtreding: Minderjarigen Eis ter zitting: WS 24 uur en 4 maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk; eventueel verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen voertuig Eis ter zitting: WS 20 uur en 4 maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk; eventueel verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen voertuig

1 Hechtenis kan in geval van een overtreding door een minderjarige niet worden geëist.
Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening van de vorige strafrechtelijke overtreding van artikel 30 en/of 34 WAM. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.Uitzondering artikel 30 tweede lid WAM
Sinds 1 juli 2011 4 worden de vanaf die datum geconstateerde overtredingen van artikel 30 tweede lid WAM met een Wahv-beschikking afgedaan. Dit betreft de feitcodes A 902 en A 915.
30, tweede lid WAM geconstateerd voor 1 juli 2011 van Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen 2016">
3.1.2. Recidiveregeling overtreding 30, tweede lid WAM geconstateerd voor 1 juli 2011
  Motorrijtuigen ex. bromfiets Bromfietsen
Eerste t/m derde overtreding OM-strafbeschikking € 380 OM-strafbeschikking: € 310
Vierde overtreding OM-strafbeschikking of eis ter zitting: geldboete € 600 en 4 maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk OM-strafbeschikking of eis ter zitting: geldboete € 440 en 4 maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk
3.2. Recidiveregeling rijden zonder rijbewijs
De recidiveregeling voor het rijden zonder rijbewijs (overtreding van artikel 107 eerste lid WVW 1994) heeft betrekking op motorvoertuigen uit de voertuigcategorieën 1 tot en met 3 van categorie-indeling B. Tevens is deze recidiveregeling van toepassing op bestuurders van motorrijtuigen waarvan het rijbewijs zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur met meer dan één jaar of waarvan het rijbewijs met beperkte geldigheidsduur zijn geldigheid heeft verloren (feitcode K 060f of K 060g).
Voor de voertuigcategorieën 1 (bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen 5 ), 2 (bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen) en 3 (brom- en snorfietsers, inclusief bestuurders van brommobielen 6 ) geldt onderstaande recidiveregeling:
Recidiveregeling rijden zonder rijbewijs Categorie-indeling B Categorie 1: Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen Categorie 2: Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen Categorie 3: Bromfietsers en snorfietsers, inclusief bestuurders van brommobielen
Eerste overtreding: Meerderjarigen OM-strafbeschikking vast tarief feitcode K 055, K 060f en K 060g
Eerste overtreding: Minderjarige cat 3 NB Cat 1 en 2 vervolgen voor feit dat ze te jong zijn om motorrijtuig te besturen of specifiek voor overtreding beginnersrijbewijs Minderjarige eis ter zitting geldboete € 240
Tweede overtreding: Meerderjarigen Dagvaarden, eis ter zitting: geldboete categorie 1 en 2: € 400 en categorie 3: € 280 en voor alle categorieën één week hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar
Tweede overtreding: Minderjarigen (vanaf 16 jaar) cat 3 Dagvaarden, eis ter zitting: WS 16 uur waarvan 8 uur voorwaardelijk
Derde overtreding: Meerderjarigen Dagvaarden, eis ter zitting: twee weken hechtenis onvoorwaardelijk
Derde overtreding: Minderjarigen (vanaf 16 jaar) cat 3 Dagvaarden, eis ter zitting: WS 32 uur
Vierde overtreding: Meerderjarigen Dagvaarden, eis ter zitting: drie weken hechtenis onvoorwaardelijk
Vierde overtreding: Minderjarigen (vanaf 16 jaar) cat 3 Dagvaarden, eis ter zitting: WS 40 uur
Vijfde en volgende overtreding: Meerderjarigen Dagvaarden, eis ter zitting: vier weken hechtenis onvoorwaardelijk
Vijfde en volgende overtreding: Minderjarigen (vanaf 16 jaar) cat 3 Dagvaarden, eis ter zitting: WS 56 uur

Bovenstaand strafvorderingsbeleid met betrekking tot minderjarigen geldt voor verdachten vanaf 16 jaar. Indien de verdachte, in geval van een categorie 3 voertuig, jonger is dan 16 jaar dient net als bij de categorieën 1 en 2 vervolgt te worden voor het feit dat verdachte te jong is voor het besturen van het motorrijtuig.
Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen vier jaar na afdoening van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.
RVV 1990 van Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen 2016">
3.3. Recidiveregeling gedocumenteerde overtredingen maximumsnelheid RVV 1990
Deze recidiveregeling wordt toegepast bij overtreding van de, in paragraaf 8, maximumsnelheid, van het RVV 1990 opgenomen, artikelen 19 (niet voldoende afstand houden, 20, 21, 22, 45 en 62 jo. de borden A1 en A3 (overschrijding maximumsnelheid), voor zover deze overtredingen niet administratiefrechtelijk worden afgedaan.
De recidiveregeling luidt als volgt:
van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening van één eerdere gedocumenteerde overtreding van artikel 19, 20, 21, 22, 45 en 62 jo. de borden A1 en A3 van het RVV 1990.
De categorie-indeling voor maximumsnelheid is ook van toepassing op de recidiveregeling gedocumenteerde overtredingen maximumsnelheid RVV 1990 .
1 Motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2: vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3.500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen);
2 Vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3.500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen;
3 Bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor;
4 Landbouwtrekkers en motorvoertuigen met beperkte snelheid.
NB Gelet op de bijlage 2 van de Aanwijzing inbeslagneming kan na overleg met de officier van justitie het motorvoertuig, waarmee de snelheidsovertreding is gepleegd, in beslag worden genomen, indien een overschrijding van de maximumsnelheid met meer dan 100% in samenhang met geconcretiseerde gevaarzetting is geconstateerd.
3.3.1. Recidiveregeling niet voldoende afstand houden
1[7] Tabel 1
Recidiveregeling niet voldoende afstand houden Categorie-indeling C Categorie 1:
Motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2: vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3.500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen) Categorie 2: Vrachtauto's, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3.500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen. Categorie 3: Bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor
  Niet voldoende afstand houden bij een:
snelheid van 80 km/h t/m 100 km/h snelheid van 100 km/h t/m 120 km/h snelheid van meer dan 120 km/h
Onderlinge afstand 3 meter of meer (van 0,5 sec. t/m 0,2 sec.) Onderlinge afstand minder dan 3 meter (van minder dan 0,2 sec.) Onderlinge afstand 3 meter of meer (van 0,5 sec. t/m 0,2 sec.) Onderlinge afstand minder dan 3 meter (van minder dan 0,2 sec.) Ongeacht onderlinge afstand (van 0,5 sec. of minder)
Eerste overtreding OM-strafbeschikking of eis ter zitting vast tarief vast tarief vast tarief vast tarief € 700(cat 1/2) / € 500 (cat 3) + 3 mnd OBM ov
             
Tweede overtreding OM-strafbeschikking of eis ter zitting tarief 1 e overtreding + 20% + OBM 4 mnd ov tarief 1 e overtreding + 20% + OBM 5 mnd ov tarief 1 e overtreding + 20% + OBM 5 mnd ov tarief 1 e overtreding + 20% + OBM 6 mnd ov tarief 1 e overtreding + 20% + OBM 6 mnd ov
Derde overtreding OM-strafbeschikking of eis ter zitting tarief 1 e overtreding + 20% + OBM 6 mnd ov tarief 1 e overtreding + 20% + OBM 8 mnd ov tarief 1 e overtreding + 20% + OBM 8 mnd ov tarief 1 e overtreding + 20% + OBM 10 mnd ov tarief 1 e overtreding + 20% + OBM 10 mnd ov
Vierde overtreding eis ter zitting tarief 1 e overtreding + 20% + OBM 8 mnd ov tarief 1 e overtreding + 20% + OBM 10 mnd ov tarief 1 e overtreding + 20% + OBM 10 mnd ov tarief 1 e overtreding + 20% + OBM 12 mnd ov tarief 1 e overtreding + 20% + OBM 12 mnd ov
3.3.2. Recidiveregeling snelheidsovertredingen (weg)
1[8] Tabel 2
Recidiveregeling snelheidsovertredingen motorvoertuigen Categorie-indeling C Categorie 1: Motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2: vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3.500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen) Categorie 2: Vrachtauto's, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3.500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen.
    Snelheidsovertredingen met een overschrijding van:
    31 t/m 49 km/h 50 t/m 69 km/h 70 t/m 99 km/h 100 km/h of meer
           
Eerste overtreding OM-strafbeschikking of eis ter zitting vast tarief vast tarief + OBM 2 mnd ov vast tarief + OBM 4 mnd ov tarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 6 mnd ov
Tweede overtreding OM-strafbeschikking of eis ter zitting tarief 1 e overtreding + 20% + OBM 2 mnd ov tarief 1 e overtreding + 20% + OBM 4 mnd ov tarief 1 e overtreding + 20% + OBM 6 mnd ov tarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 8 mnd ov
Derde overtreding OM-strafbeschikking of eis ter zitting tarief 1 e overtreding + 20% + OBM 4 mnd ov tarief 1 e overtreding + 20% + OBM 6 mnd ov tarief 1 e overtreding + 20% + OBM 8 mnd ov tarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 10 mnd ov
Vierde overtreding OM-strafbeschikking of eis ter zitting tarief 1 e overtreding + 20% + OBM 6 mnd ov tarief 1 e overtreding + 20% + OBM 8 mnd ov tarief 1 e overtreding + 20% + OBM 10 mnd ov tarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 12 mnd ov
1[9] Tabel 3
Recidiveregeling snelheidsovertredingen bromfietsen Categorie-indeling C Categorie 3: Bestuurders van bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor
    Snelheidsovertredingen met een overschrijding van:
    30 t/m 49 km/h 50 t/m 69 km/h 70 t/m 99 km/h 100 km/h of meer
           
Eerste overtreding OM-strafbeschikking of eis ter zitting vast tarief + OBM 2 mnd ov vast tarief + OBM 4 mnd ov vast tarief + OBM 6 mnd ov tarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 8 mnd ov
Tweede overtreding OM-strafbeschikking of eis ter zitting tarief 1 e overtreding + 20% + OBM 4 mnd ov tarief 1 e overtreding + 20% + OBM 6 mnd ov tarief 1 e overtreding + 20% + OBM 8 mnd ov tarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 10 mnd ov
Derde en volgende overtreding OM-strafbeschikking of eis ter zitting tarief 1 e overtreding + 20% + OBM 6 mnd ov tarief 1 e overtreding + 20% + OBM 8 mnd ov tarief 1 e overtreding + 20% + OBM 10 mnd ov tarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 12 mnd ov
Voorbeeld bepalen van het tarief/eis ter zitting
Indien de bestuurder van een motorvoertuig uit categorie 1 voor de eerste maal de maximumsnelheid overschrijdt, bijvoorbeeld met 49 km/h binnen de bebouwde kom, dan vaardigt de officier van justitie in dit geval een strafbeschikking uit waarin aan de verdachte een geldboete van € 630 wordt opgelegd. Dit is het vaste tarief dat bij deze overtreding behoort en geldt zowel indien het feit op kenteken is geconstateerd als in geval van een staandehouding.
Indien de eerste overtreding een overtreding van artikel 19 RVV 1990 (niet voldoende afstand houden) betreft dan dient dezelfde werkwijze te worden gehanteerd aan de hand van de hierop betrekking hebbende feitcodes S 005a t/m S 026a.
a. Begaat deze bestuurder vervolgens een tweede onder de recidiveregeling vallende snelheidsovertreding, bijvoorbeeld door overschrijding van de maximum snelheid binnen de bebouwde kom met 69 km/h (feitcode * VA 070, * VB 070 of * VC 070), dan dient de verdachte, behoudens contra-indicaties, te worden opgeroepen voor een OM-zitting (zie tabel 2). De geldboete die moet worden geëist, wordt afgeleid van de geldboete die zou worden geëist indien deze overtreding voor de eerste maal zou zijn begaan, vermeerderd met 20%. De eerste overtreding kent volgens de feitcodes * VA 070, * VB 070 en * VC 070 een sanctie van € 1.100 + 2 mnd OBM ov. Nu de snelheidsovertreding in het voorbeeld reeds een tweede snelheidsovertreding betreft, wordt op grond tabel 2 een sanctie van € 1.300 (namelijk € 1.100 + 20%, zie ook kolom 2 van de op JKS opgenomen Tarieventabel snelheidsovertredingen) + 4 mnd OBM ov voorgeschreven.
b. Begaat deze bestuurder als tweede overtreding een overtreding van artikel 19 RVV 1990 (niet voldoende afstand houden) dan dient analoog aan het gestelde onder a gehandeld te worden waarbij de tabel 1 geraadpleegd dient te worden.
3.4. Recidiveregeling maximumconstructiesnelheid brom- en snorfietsen
Voor zover het ‘Muldergedragingen” betreft zijn de tarieven en feitcodes voor het overtreden van artikel 5.6.8, eerste lid en 5.6.76, eerste lid, RV, zoals opgenomen in de geldende bijlage bij de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften , van toepassing. Dit betreft de feitcodes N 083 a/b, N 085 a/b en N 086 a/b. Het in de onderstaande tabel vermelde vaste tarief betreft de tarieven zoals deze zijn opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen bij de feitcodes N 083g, N 085g en N 086g
Recidiveregeling maximumconstructiesnelheid brom- en snorfietsen Categorie-indeling A Categorie 6: Bromfietsen
Overtreding   Overschrijding maximumconstructiesnelheid met meer dan 15 km/h
Eerste overtreding OM-strafbeschikking Vast tarief
Tweede overtreding OM-strafbeschikking of eis ter zitting € 300 + OBM 2 maanden ov
Derde en volgende overtreding(en) OM-strafbeschikking of eis ter zitting € 350 + OBM 4 maanden ov + OAV brom-/snorfiets

ov: onvoorwaardelijk
OBM: ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen
OAV: onttrekking aan het verkeerRecidive/herhaald plegen
Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.
Opgelet: indien aan de voorwaarden m.b.t. inbeslagneming zoals genoemd in C 6 van de Aanwijzing maximumconstructiesnelheid brom- en snorfietsen is voldaan, wordt van dit ‘recidivebeginsel’ afgeweken en wordt de ‘recidive’ bepaald aan de hand van het aantal door de verdachte gepleegde identieke overtredingen. Hiervan is sprake indien door dezelfde verdachte voor de derde keer een onder strafrecht vallende overtreding van artikel 5.6.8 RV binnen een tijdbestek van twee jaar is begaan en aan de verdachte bij één van de voorgaande overtredingen een waarschuwingsbrief is uitgereikt of toegezonden.Minderjarigen
In afwijking van de hiervoor in alinea 1.2 opgenomen bepalingen voor minderjarigen wordt voor de eerste strafrechtelijke overtreding een aangepaste regeling getroffen. Aan minderjarigen wordt voor deze 1e overtreding ter zake overschrijding van de maximumconstructiesnelheid een strafbeschikking met aangepast tarief opgelegd, zijnde € 115.INBESLAGNEMING
Bij inbeslagneming van het voertuig zijn er de volgende mogelijkheden (zie ook de bijlage 2 bij de Aanwijzing inbeslagneming )
1. De eigenaar/houder doet vrijwillig afstand ter vernietiging.
2. De eigenaar/houder voldoet aan het schikkingsvoorstel of doet geen verzet tegen de strafbeschikking (waarin het voertuig onttrokken wordt verklaard aan het verkeer of de aanwijzing aan de verdachte wordt gegeven afstand te doen van voorwerpen die in beslag zijn genomen en vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer) van de officier van justitie en doet daarmee afstand van het in beslag genomen voertuig. Het voertuig dient hierna te worden vernietigd.
3. De officier vordert ter zitting de onttrekking aan het verkeer van het niet in Nederland toegelaten voertuig of de verbeurdverklaring van het in Nederland wel toegelaten voertuig. De officier van justitie bepaalt aan de hand van de vermelde waarde van het voertuig of van de hierboven genoemde standaardeis wordt afgeweken en een meer op de situatie toegesneden eis moet worden geformuleerd.
3.5. Recidiveregeling spookrijden op autoweg/autosnelweg
Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.
artikel 3 Besluit voertuigen (aanwezig hebben van radardetector) van Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen 2016">
3.6. Recidiveregeling overtreding artikel 3 Besluit voertuigen (aanwezig hebben van radardetector)
Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.
3.7.1. Achtergrond
Per 1 januari 2015 geldt een aanpak van zogeheten Verkeersveelplegers. Kamerbrief Toezeggingen en verzoeken verkeershandhaving, d.d. 18 november 2013. Met deze aanpak is progressieve straftoemeting mogelijk gemaakt voor een scala aan verkeersovertredingen. Hieronder vallen zowel een aantal feiten die voorheen opgenomen waren in de Bijlage bij de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften en per 1 januari 2015 onder het strafrecht zijn gebracht, alsmede een aantal strafbare feiten waarop voorheen geen recidiveregeling van toepassing was. Deze op zichzelf staande aanpak geldt als een aanvulling op andere recidiveregelingen en ziet op de overtredingen die zijn gekoppeld aan de hierna in paragraaf 3.7.3 opgenomen feitcodes. Deze feiten zijn niet in een andere recidiveregeling opgenomen, er vindt derhalve geen wisselwerking plaats tussen de verschillende regelingen.
De Recidiveregeling Veelplegers verkeer onderscheidt zich in twee belangrijke opzichten van andere regelingen;
In geval van andere recidiveregelingen is het gebruikelijk dat één eerdere overtreding met een onherroepelijke afdoening leidt tot overdracht van een tweede zaak aan het OM indien deze is gepleegd binnen de gestelde termijn. In deze regeling dient echter sprake te zijn van drie eerdere onherroepelijke overtredingen waarna de vierde zaak, mits voldaan is aan de in deze paragraaf genoemde criteria, ter beoordeling aan het OM wordt overgedragen. Daarnaast ziet deze regeling niet zozeer op een bepaald soort feit maar op verkeersfeiten van verschillende aard maar met een gelijk, potentieel gevaarlijk of hinderlijk, karakter. Deze feiten, welke in onderlinge samenhang een beeld geven van het gedrag van een bestuurder in het verkeer, worden door middel van de regeling met elkaar in verband gebracht.
3.7.2. Begripsomschrijving
In deze regeling wordt onder Veelpleger verkeer begrepen:
Een bestuurder van een motorvoertuig, bromfiets of snorfiets die een overtreding heeft begaan van enig onder deze regeling vallend feit (§3.7.3), na onherroepelijke afdoening van minimaal drie eerdere dergelijke overtredingen gepleegd binnen een termijn van twee jaren, te rekenen vanaf de datum waarop het eerste feit onherroepelijk is geworden.
Zoals uit de begripsomschrijving blijkt, is de regeling uitsluitend van toepassing op bestuurders (natuurlijke personen) van motorvoertuigen en van brom- en snorfietsen. Het doel van deze regeling is het uit de anonimiteit halen van bestuurders die deze verkeersovertredingen begaan. Deze regeling is daarom alleen van toepassing indien de bestuurder bekend is geworden, direct bij staandehouding na constatering van het feit, dan wel indien de bestuurder op enig later moment bekend is geworden in geval van een op kenteken geconstateerde overtreding. Dit laatste geldt tevens in geval de overtreding in eerste instantie op naam van een rechtspersoon is geregistreerd en pas op een later moment aan de bekend geworden bestuurder wordt toegerekend.
3.7.3. Reikwijdte regeling
De Recidiveregeling Veelplegers verkeer heeft betrekking op de volgende aan onderstaande feitcodes 7[10] gekoppelde overtredingen, zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen, gepleegd door bestuurders van een motorvoertuig, bromfiets of snorfiets:
K 006 a, K 006 b, K 010, K 024, K 026 a, K 026 aa, K 026 b, K 026 c, K 048 a, K 048 b, K 065 e, K 065 f, K 109, K 110, K 115, K 125, K 149, K 160 a, K 170, K 171, N 110 o, N 110 q, N 652, N 710 e, P 060 b, R 327, R 328, R 400 ad, R 420, R 461, R 462, R 463, R 464, R 465 a, R 468, R 469, R 470, R 471, R 472 a, R 481 a, R 481 b, R 482, R 483, R 610, R 627 a, R 628 a, R 628 b, R 628 c, R 630 a, R 630 b, R 631 a, R 631 b
In geval van bovengenoemde feiten volgt voor zover aan deze feiten een tarief is gekoppeld een OM-strafbeschikking met een geldboete conform het reguliere tarief zoals vermeld in de bijlage met OM-feiten die is opgenomen in de hiervoor genoemde Tekstenbundel. Indien geen tarief is vastgesteld volgt een beoordeling binnen de geldende kaders waarbij rekening wordt gehouden met eerdere (zelfde) feiten, alsmede met eerdere feiten uit bovenstaande groep indien de verdachte onder het Veelplegerbegrip valt.
3.7.4. Recidiveregeling Veelplegers verkeer
De recidiveregeling luidt als volgt:
Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening 8[11] van een vorige overtreding. Door het CJIB wordt tot en met de derde overtreding namens het OM via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of de verdachte onder het voornoemde begrip Veelpleger verkeer valt. Indien sprake is van een overtreding conform het Veelplegerbegrip legt het CJIB hier verslag van en draagt de zaak ter beoordeling over aan het OM waarna strafvordering volgt conform onderstaande recidiveregeling. Tabel 1
Recidiveregeling Veelplegers verkeer 1 Categorie-indeling B Categorie 1: Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen Categorie 2: Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen Categorie 3: Bromfietsers en snorfietsers
  Sanctie modaliteit Tarief / eis
1 e , 2 e en 3 e overtreding OM-strafbeschikking of eis ter zitting Vast tarief*
Vierde overtreding OM-strafbeschikking of eis ter zitting € 750 + 2 maanden OBM** ov
Vijfde overtreding OM-strafbeschikking of eis ter zitting € 1.100 + 4 maanden OBM** ov
Zesde en volgende overtreding(en) Eis ter zitting 3 weken hechtenis + 6 maanden OBM** ov – In geval van herhaalde overtredingen telkens begaan met een voertuig op naam van verdachte kan tevens verbeurdverklaring op grond van artikel 34 Sr. worden gevorderd

1 De vaste tarieven in deze tabel staan vermeld bij de van toepassing zijnde feitcodes zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen.
* Met uitzondering van feitcodes K 170, K 171, P 060 b en K 006 b.
** Ten aanzien van de OBM geldt dat deze uitsluitend gevorderd mag worden indien het betreffende feit op grond van artikel 179 WVW 1994 voor een dergelijke vordering in aanmerking komt. Derhalve kan in geval van feitcode K 065 e, K 065 f, K 024, K 026 a, K 026 aa, K 026 b, K 026 c, K 048 a, K 048 b, K 109, K 110, K 125, K 149 en K 160 a geen OBM worden geëist.
3.7.5. Minderjarigen (16- en 17-jarigen)
In afwijking van paragraaf 1.2, waarin is gesteld dat voor minderjarigen van 16 tot 18 jaar in beginsel dezelfde tarieven gelden als voor meerderjarigen, vindt in geval van 16- en 17-jarige Verkeersveelplegers strafvordering plaats conform onderstaande tabel. Voor minderjarigen onder 16 jaar gelden voor wat betreft de geldboete component, zoals gebruikelijk, de gehalveerde reguliere sancties zoals opgenomen in tabel 1. De OBM is voor beide leeftijdscategorieën gelijk aan die van meerderjarigen. In onderstaande tabel zijn voor beide leeftijdscategorieën de verschillende toepasselijke sancties opgenomen.
Gelet op de eis en de in de Aanwijzing OM-strafbeschikking gestelde contra-indicaties dient in geval van minderjarigen vanaf de vierde overtreding per definitie te worden gedagvaard. Tabel 2
Recidiveregeling Veelplegers verkeer minderjarigen 1 Categorie-indeling B Categorie 1: Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen Categorie 2: Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen Categorie 3: Bromfietsers en snorfietsers
  Sanctie modaliteit Tarief / eis
  Jonger dan 16 jaar 16- en 17-jarigen
1 e , 2 e en 3 e overtreding OM-strafbeschikking of eis ter zitting Vast tarief* met inachtneming van gebruikelijke halveringssystematiek Vast tarief*
Vierde overtreding Eis ter zitting € 375 + 2 maanden OBM ov** € 550 + 2 maanden OBM ov**
Vijfde overtreding Eis ter zitting € 550 + 4 maanden OBM ov** € 750 + 4 maanden OBM ov**
Zesde en volgende overtreding(en) Eis ter zitting 40 uren taakstraf + 6 maanden OBM ov** 60 uren taakstraf + 6 maanden OBM ov**

1 De vaste tarieven in deze tabel staan vermeld bij de van toepassing zijnde feitcodes zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen.
* Met uitzondering van feitcodes K 170, K 171, P 060 b en K 006 b
**
– Ten aanzien van de OBM geldt dat deze uitsluitend gevorderd mag worden indien het betreffende feit op grond van artikel 179 WVW 1994 voor een dergelijke vordering in aanmerking komt. Derhalve kan in geval van feitcode K 065 e, K 065 f, K 024, K 026 a, K 026 aa, K 026 b, K 026 c, K 048 a, K 048 b, K 109, K 110, K 125, K 149 en K 160 a geen OBM worden geëist;
– In geval van herhaalde overtredingen telkens begaan met een voertuig op naam van verdachte kan tevens verbeurdverklaring op grond van artikel 34 Sr. worden gevorderd.
3.8. Recidiveregeling gedocumenteerde snelheidsovertredingen water
De recidiveregeling gedocumenteerde snelheidsovertredingen water wordt toegepast bij snelheidsovertredingen op het water, begaan door kleine schepen, bij overschrijding van de maximum toegestane snelheid vanaf 25 kilometer per uur.
De recidiveregeling luidt als volgt:
van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.
Recidiveregeling snelheidsovertredingen water 1
Categorie-indeling E Categorie 1: Gezagvoerder/schipper klein schip Snelheidsovertredingen met een overschrijding van:
25 tot 35 km/h 35 tot 45 km/h 45 km/h of meer
Eerste overtreding OM- strafbeschikking Vast tarief Vast tarief Vast tarief
Tweede overtreding OM- strafbeschikking € 360 € 540 € 780
Derde overtreding eis ter zitting € 430 en voorwaardelijke hechtenis € 640 en voorwaardelijke hechtenis € 930 en voorwaardelijke hechtenis
Vierde overtreding eis ter zitting € 510 en onvoorwaardelijke hechtenis € 760 en onvoorwaardelijke hechtenis € 1.100 en onvoorwaardelijke hechtenis

1 De vaste tarieven in deze tabel staan vermeld bij de van toepassing zijnde feitcodes zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen. De Tarieventabel is te vinden op de pagina van de CFT op JKS.
artikel 4.40 Vreemdelingenbesluit 2000 van Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen 2016">
3.9. Recidiveregeling feitcode E 821, overtreding artikel 4.40 Vreemdelingenbesluit 2000
De recidiveregeling luidt als volgt:
van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.Categorie-indeling B, categorie 8 – een ieder
(de persoon die nachtverblijf verschaft en die niet onverwijld mededeling doet aan de korpschef van de regiopolitie waarin de gemeente is gelegen waar de vreemdeling verblijft).
Eis/strafbeschikking € 250 per persoon die niet is gemeld.
437 Sr jo. Uitvoeringsbesluit ex art. 437 Sr van Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen 2016">
3.10. Recidiveregeling feitcodes D 521a – D 524, overtreding 437 Sr jo. Uitvoeringsbesluit ex art. 437 Sr
De recidiveregeling luidt als volgt:
van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.
De vaste tarieven in de onderstaande tabellen staan vermeld bij de van toepassing zijnde feitcodes zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen.
Het vervolgingsbeleid ten aanzien van overtreding van artikel 437 Wetboek van Strafrecht (Sr) ziet op de onjuiste naleving van de registratieplicht en identiteitscontrole. De verplichte controle van de identiteit van de aanbieder door de handelaar geldt alleen bij inkoop van koper en koperlegeringen in geval van contante uitbetalingen. Opkopers hebben op grond van dit artikel de plicht een register bij te houden van hetgeen zij inkopen. In artikel 2, tweede lid van het Uitvoeringsbesluit ex artikel 437 Sr is vermeld welke gegevens in dit register dienen te worden opgenomen. Eén van die vereiste gegevens is dat handelaren in koper in het register de omschrijving en het nummer van het document, waarmee een aanbieder van koper of koperlegeringen, die met contant geld wordt uitbetaald, zich identificeert, noteren.
Bij de vervolging worden vier categorieën onderscheiden:
1. Verschrijvingen bij NAW- gegevens
Allereerst kan er sprake zijn van een verschrijving van NAW-gegevens, zoals weergegeven in het Uitvoeringsbesluit bij artikel 2, tweede lid, onder e ex artikel 437 Sr. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen verschrijvingen en gegevens die ontbreken of onjuist zijn. Bij onjuiste of ontbrekende gegevens is categorie 2 van toepassing. Wanneer er vijf of minder verschrijvingen (bijv. Jansen ipv Janssen) zijn, dan houdt de opsporingsambtenaar het als sprake is van een first offender bij een schriftelijke waarschuwing. Binnen 28 kalenderdagen nadat deze constatering heeft plaatsgevonden, krijgt de opkoper opnieuw een controle. Wanneer dan sprake is van drie of meer verschrijvingen dan wel bij de eerste controle sprake is van meer dan vijf verschrijvingen, wordt gehandhaafd en vindt strafvordering plaats conform het hierna onder Categorie 1 opgenomen schema. Bij één of twee verschrijvingen wordt niet opgetreden.
2. Ontbrekende of onjuiste gegevens anders dan onder categorie 3
Bij de tweede categorie ontbreken één of meer van de in artikel 2, tweede lid, onder a tot en met e Uitvoeringsbesluit ex artikel 437 Sr genoemde onderdelen of is anders dan een kennelijke verschrijving onjuist genoteerd. Hier geldt dat naarmate meer fouten of onjuistheden worden geconstateerd, de hoogte van de sanctie oploopt.
3. Ontbrekende gegevens m.b.t. legitimatieplicht
De derde categorie betreft de overtreding van de legitimatieplicht, krachtens artikel 2, tweede lid, onder f van het Uitvoeringsbesluit ex artikel 437 Sr. Hierbij gaat het om het soort legitimatiebewijs en het nummer op het legitimatiebewijs. 9[12]
In geval van een combinatie van overtredingen, waarbij sprake is van verschillende categorieën, geldt vervolging conform de categorie waar de hoogste straf voor is vastgesteld.
4. Geen register (bijhouden)
In de vierde categorie is er geen register of wordt dit in het geheel niet bijgehouden, zoals voorgeschreven in artikel 437, eerste lid, onder a Sr j. art. 2, tweede lid Uitvoeringsbesluit. Voor deze overtreding is de hoogste straf vastgesteld.
Categorie 1:
Gepleegde overtreding ten aanzien van artikel 2, tweede lid, onder e van het Uitvoeringsbesluit ex artikel 437 Sr, waarbij het gaat om verschrijvingen van NAW-gegevens:
Categorie-indeling E, categorie 8 – een ieder
Aantal verschrijvingen 1 of 2 3–5 (D 521a) 6–10 (D 521b) > 10 (D 521c)
Eerste overtreding Vast tarief NB Hier gaat een schriftelijke waarschuwing aan vooraf bij constatering eerste overtreding Vast tarief Vast tarief
Tweede overtreding OM- strafbeschikking € 140 OM-strafbeschikking € 210 OM-strafbeschikking € 450
Derde overtreding OM-strafbeschikking € 210 OM-strafbeschikking € 310 OM-strafbeschikking € 600

Categorie 2:
Gepleegde overtredingen ten aanzien van artikel 2, tweede lid, onder a tot en met e van het Uitvoeringsbesluit ex artikel 437 Sr:
Categorie-indeling E, categorie 8 – een ieder
Aantal ontbrekende of onjuiste gegevens: 1–5 (D 522a) 6–10 (D 522b) > 10 (D 522c)
Eerste overtreding Vast tarief Vast tarief Vast tarief
Tweede overtreding OM- strafbeschikking € 380 OM-strafbeschikking € 750 OM-strafbeschikking € 1.100
Derde overtreding OM-strafbeschikking € 500 OM-strafbeschikking € 1.000 Dagvaarden, eis ter zitting € 1.500

Categorie 3:
Gepleegde overtredingen ten aanzien van artikel 2, eerste lid jo. artikel 2, tweede lid, onder f van het Uitvoeringsbesluit ex artikel 437 Sr, waarbij het gaat om het soort identiteitsbewijs en het nummer van het identiteitsbewijs:
Categorie-indeling E, categorie 8 – een ieder
Aantal ontbrekende gegevens: 1–5 (D 523a) 6–10 (D 523b) > 10 (D 523c)
Eerste overtreding Vast tarief Vast tarief Vast tarief
Tweede overtreding OM- strafbeschikking € 750 OM-strafbeschikking € 1.500 Dagvaarden, eis ter zitting € 2.200
Derde overtreding Dagvaarden, eis ter zitting € 1.000 Dagvaarden, eis ter zitting € 2.100 Dagvaarden, eis ter zitting 1 maand hechtenis

Categorie 4:
Geen register of een register wordt in zijn geheel niet bijgehouden, overtreding van artikel 437, eerste lid, onder a Sr.
Overgangsrecht
Deze richtlijn voor strafvordering is van toepassing op feiten gepleegd op en na 1 januari 2016.