Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Samenvatting
Achtergrond
Definitie feitgecodeerde zaken:
Opsporing/Vervolging
1. Tarieven
1.1. Misdrijven
1.2. Overtredingen
2. Berekening van bepaalde transactie- en geldboetetarieven
2.1. Afwijking van de in deze richtlijn aangegeven tarieven
2.2. Minderjarigen
2.3. Cumulatie van overtredingen
3. Inbeslagneming
4. Bijzonderheden voor enkele soorten overtredingen
4.1.0. Algemeen
Recidive
4.1.1. Recidiveregeling overtredingen artikelen 30 en 34 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM)
Uitzondering artikel 30 tweede lid WAM
4.1.2. Recidiveregeling overtreding 30, tweede lid WAM geconstateerd voor 1 juli 2011
4.2. Recidiveregeling rijden zonder rijbewijs
4.3. Recidiveregeling gedocumenteerde overtredingen maximumsnelheid RVV 1990
Recidiveregeling niet voldoende afstand houden
Recidiveregeling snelheidsovertredingen (weg)
Voorbeeld bepalen van het tarief/eis ter zitting:
4.4. Recidiveregeling maximumconstructiesnelheid brom- en snorfietsen
Recidive/herhaald plegen
Minderjarigen
Inbeslagneming
4.5. Recidiveregeling spookrijden op autoweg/autosnelweg
4.6. Recidiveregeling overtreding artikel 3 Besluit voertuigen (aanwezig hebben van radardetector)
4.7. Recidiveregeling gedocumenteerde snelheidsovertredingen water
4.8. Strafvorderingsrichtlijn feitcode E 821, overtreding artikel 4.40 Vreemdelingenbesluit 2000
Overgangsrecht
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2013. U leest nu de tekst die gold op -.

Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen

Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen
Samenvatting
Deze richtlijn voor strafvordering bevat het transactie- en strafvorderingsbeleid van het OM inzake misdrijven en overtredingen waarvoor feitomschrijvingen (feitcodes) zijn vastgesteld, voor zover deze zaken worden afgedaan met een politiestrafbeschikking, een politietransactie, een OM-strafbeschikking of een OM-transactie. Op zaken waarin een bestuurlijke strafbeschikking wordt uitgevaardigd is de Richtlijn voor strafvordering bestuurlijke strafbeschikking ( art. 257 ba Sv. van toepassing.
Achtergrond
In het verleden was er sprake van verschillende aanwijzingen en richtlijnen die zagen op de feitgecodeerde afdoening van zaken. Gelet op de wens van het College van procureurs-generaal dat aanwijzingen en andere beleidsregels strategisch beschouwd en -vooral ook – getoetst moeten worden op de toepasbaarheid voor de professionals op de werkvloer (heldere kaders, praktisch, toegankelijk, kort) is besloten tot het samenvoegen van de verschillende aanwijzingen en richtlijnen tot een Aanwijzing feitgecodeerde misdrijven, overtredingen en gedragingen als bedoeld in de wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften en een Richtlijn feitgecodeerde misdrijven en overtredingen. 1
Definitie feitgecodeerde zaken:
Alle zaken die met gebruikmaking van een feitcode zoals opgenomen in de Bijlage bij de WAHV , de Bijlage bij het besluit OM afdoening / Transactiebesluit 1994 en de bij deze richtlijn behorende Bijlage OM-feiten geautomatiseerd in de strafrechtketen worden verwerkt.
Deze richtlijn omvat:
Het transactie- en strafvorderingsbeleid van het OM inzake misdrijven en overtredingen ( bijlagen Transactiebesluit 1994 c.q. het Besluit OM-afdoening en de bijlage OM-feiten met tarieven), omvattende de volgende afdoeningsvormen:
a. de politiestrafbeschikking
b. de politietransactie
c. de OM-strafbeschikking
d. de OM-transactie
a. de politiestrafbeschikking
De zaken ondergebracht in de bijlage van het Besluit OM-afdoening , waarvoor de daartoe aangewezen opsporingsambtenaar strafbeschikkingsbevoegdheid heeft, zijn te herkennen aan een ‘p’ voor de feitcode. Bijvoorbeeld: p D 530, zich in kennelijke staat van dronkenschap op de openbare weg bevinden. Het bijbehorende tarief wordt achter de omschrijving vermeld. Deze zaken worden door middel van een strafbeschikking op grond van artikel 257b Sv afgedaan. Meer informatie over de politiestrafbeschikking is te vinden in de Aanwijzing feitgecodeerde misdrijven, overtredingen en gedragingen als bedoeld in de wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften .
b. de politietransactie
De in de bijlage bij het Transactiebesluit 1994 vermelde zaken kunnen in die gevallen waarin op grond van deze richtlijn geen politiestrafbeschikking wordt uitgevaardigd worden afgedaan door middel van een politietransactie (op grond van artikel 74c Sr). Deze bijlage is identiek aan de bijlage bij het Besluit OM-afdoening . Overigens mag van de politietransactie nog slechts gebruik wordt gemaakt indien sprake is van een op kenteken geconstateerde overtreding.
c. de OM-strafbeschikking
Ook de officier van justitie kan in zaken die binnen de scope van de OM-afdoening vallen op grond van artikel 257a Sv een strafbeschikking uitvaardigen.
Het bij die feiten horende tarief wordt achter de omschrijving van het feit vermeld. In het geval dat bij een feit geen tarief wordt vermeld, is mogelijk een specifieke Richtlijn voor strafvordering van toepassing, dan wel kan er vanwege bijzondere omstandigheden van het geval geen tarief worden aangegeven en zal elke zaak afzonderlijk door het OM moeten worden beoordeeld.
Wanneer geen sprake is van een of meer contra-indicatie(s) 2 ,is het uitgangspunt dat voor overtreding van dit feit een strafbeschikking wordt uitgevaardigd.
d. de OM-transactie
Voor de feitgecodeerde zaken waarvoor de opsporingsambtenaar geen transactie- of strafbeschikkingsbevoegdheid heeft, de officier van justitie volgens de beleidsregels geen strafbeschikking mag uitvaardigen of voor zaken die eveneens niet zijn opgenomen in de bijlage bij de WAHV , kan de officier van justitie een (OM-)transactie aanbieden. Soms wordt, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, meteen gedagvaard. De tarieven voor de OM-transactie of de eis ter zitting zijn in de bijlage bij deze richtlijn opgenomen. In sommige gevallen wordt geen tarief vermeld. In die gevallen is er een specifieke Richtlijn voor strafvordering van toepassing, dan wel kan er vanwege de specifieke omstandigheden van het geval geen tarief worden aangegeven.
Op termijn zullen alle feiten waarvoor door de officier van justitie nog een transactie kan worden aangeboden, gefaseerd onder het bereik van de OM-strafbeschikking worden gebracht.
1.1. Misdrijven
Bij de feitcodes die misdrijven betreffen is geen tarief opgenomen. Er is een uitzondering voor een aantal op de overtreding van artikel 8 WVW 1994, een aantal op de WWM betrekking hebbende feitcodes en de op eenvoudige winkeldiefstal en verduistering betrekking hebbende feitcodes. Dit zijn zaken (OM-feiten), waarvoor specifieke strafvorderingsrichtlijnen zijn vastgesteld, of waarvoor de specifieke omstandigheden van het geval maatwerk vereisen.
1.2. Overtredingen
Deze richtlijn geeft per overtreding en per categorie (bijvoorbeeld: een voetganger), opeenvolgend:
het tarief van de politietransactie/politiestrafbeschikking;
het tarief dat doorgaans moet worden betaald indien een transactie door het OM wordt aangeboden;
de geldboete die het OM doorgaans ter terechtzitting eist.
2. Berekening van bepaalde transactie- en geldboetetarieven
De volgende straffen en maatregelen kunnen bij strafbeschikking worden opgelegd: een taakstraf van ten hoogste 180 uren, een geldboete, onttrekking aan het verkeer, een scahdevergoedingsmaatregel en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor ten hoogste zes maanden ( artikel 257a, tweede lid, Sv).
Daarnaast kunnen aan de verdachte aanwijzingen worden gegeven die ondermeer kunnen inhouden: afstand van voorwerpen die in beslag zijn genomen en vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer. ( artikel 257a, derde lid, Sv).
In deze richtlijn zijn tarieven afhankelijk gesteld van de zwaarte van de overtreding. Verder zijn bijvoorbeeld voor de overtreding van de voorschriften ten aanzien van de remvertraging van motorvoertuigen tarieven vastgesteld naar de mate waarin deze voorschriften zijn overschreden.
2.1. Afwijking van de in deze richtlijn aangegeven tarieven
Het OM mag afwijken binnen de wettelijke strafmaxima van de tarieven van de OM-transactie, de OM-strafbeschikking en/of eis ter zitting. Dat kan zowel naar beneden als naar boven, al naar gelang de omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven.
De feitomschrijvingen met bijhorende tarieven bij de zogeheten OM-feiten in de bijlage bij deze richtlijn, zien toe op strafbare feiten die voor afdoening via een OM-transactie of OM-strafbeschikking in aanmerking komen.
NB In zaken waarin een strafbeschikking is uitgevaardigd doch waarvan verdachte in verzet is gekomen, eist de officier van justitie in beginsel dezelfde geldboete als initieel bij stafbeschikking is opgelegd. Zie tevens Aanwijzing OM-afdoening . Tenzij de bestrafte geen inhoudelijke gronden aanvoert waarop zijn verzet is gebaseerd. Als de zaak ter terechtzitting is aangebracht na een geheel of gedeeltelijk mislukte executie, wordt in principe door de officier van justitie een zwaardere straf geëist. Daarbij moet rekening worden gehouden met de reeds (gedeeltelijk) ten uitvoer gelegde straf.
2.2. Minderjarigen
Aan een minderjarige die wordt verdacht van het plegen van een feitgecodeerd feit dat niet op kenteken is geconstateerd, kan een strafbeschikking worden uitgevaardigd.
Parallel aan hetgeen in de WAHV is vastgelegd, geldt dat ten aanzien van minderjarigen van 12 tot 16 jaar de vastgestelde tarieven worden gehalveerd met een afronding op hele euro’s naar boven. Voor minderjarigen van 16 tot 18 jaar gelden in beginsel dezelfde tarieven als voor meerderjarigen.
Artikel 489, eerste lid aanhef en onder b, Sv bepaalt dat bij het uitvaardigen van een strafbeschikking van meer dan € 115, aan de minderjarige verdachte een raadsman moet worden toegevoegd. Deze bepaling is gewijzigd bij inwerkingtreding van de Wet OM-afdoening , maar geldt voor transacties nog steeds zoals de bepaling luidde voor de Wet OM-afdoening . Om deze reden wordt – analoog aan artikel 489 eerste lid , aanhef en onder b, Sv – door het CJIB geen politie- of OM-transactie/strafbeschikking verzonden als het transactiebedrag of de geldboete meer dan € 115 bedraagt. Deze zaken worden ter beoordeling naar het OM verzonden.
2.3. Cumulatie van overtredingen
Bij cumulatie van overtredingen verdient het aanbeveling bij de vaststelling van de tarieven rekening te houden met de draagkracht van de verdachte.
3. Inbeslagneming
Ook indien er sprake is van beslag kan in de in deze richtlijn beschreven gevallen een OM-strafbeschikking worden uitgevaardigd.
De officier van justitie kan met betrekking tot beslag de maatregel onttrekking aan het verkeer ( artikel 257a, tweede lid, onder c, Sv) opleggen. Daarnaast kan de officier van justitie op grond van artikel 257a, derde lid, Sv, aan de verdachte aanwijzingen geven die ondermeer kunnen inhouden: afstand van voorwerpen die in beslag zijn genomen en vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer.
Op grond van artikel 116 Sv zijn opsporingsambtenaren onder bepaalde voorwaarden bevoegd tot inbeslagneming van voorwerpen. Bij de zaken die onder de OM-afdoening vallen zal in de regel sprake zijn van ontdekking op heterdaad. Niet alleen opsporingsambtenaren in dienst van de politie zullen voorwerpen in beslag nemen. Ook buitengewoon opsporingsambtenaren in dienst van of werkzaam voor bestuursorganen kunnen voorwerpen in beslag nemen. De hulpofficier van justitie is op grond van artikel 116 Sv bevoegd onder bepaalde voorwaarden een juridische eindbeslissing over het beslag te nemen.
Als de hulpofficier van justitie een juridische eindbeslissing 3 over het beslag heeft genomen, wordt het beslag als afgehandeld beschouwd en kan de feitgecodeerde zaak als ‘zaak zonder beslag’ bij het CJIB worden aangeboden. Op de combibon vermeldt de opsporingsambtenaar onder ‘opmerking verbalisant’ zijn bevindingen met betrekking tot de afdoening van het beslag door de hulpofficier van justitie. Als er geen sprake is van een contra-indicatie 4 verzendt het CJIB in geval van een politiestrafbeschikking volgens de gebruikelijke werkwijze een strafbeschikking namens de (buitengewoon) opsporingsambtenaar.
In de gevallen waarin door de hulpofficier van justitie geen juridische eindbeslissing over het beslag is genomen, wordt de zaak met vermelding van het beslag aangeboden bij het CJIB. Het CJIB zal daarop bij de opsporingsinstantie het proces-verbaal (waarbij in elk geval de geactualiseerde KVI moet zijn gevoegd) opvragen. Na ontvangst van het proces-verbaal draagt het CJIB de zaak aan de CVOM over voor een inhoudelijke beoordeling en een beslissing over de juridische bestemming van het beslag.
Recidive
Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen de recidivetermijn die voor dat feit geldt na afdoening 5 van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.
Let op: bij feitgecodeerde OM-feiten waarbij een staandehouding heeft plaatsgevonden kan een OM-strafbeschikking volgen. Indien er sprake is van een constatering op kenteken valt de zaak nog onder het transactieregime.
artikelen 30 en 34 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) van Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen">
4.1.1. Recidiveregeling overtredingen artikelen 30 en 34 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM)
Let op: Deze recidiveregeling is alleen van toepassing voor zover de overtredingen langs het strafrechtelijke traject worden afgedaan!
De recidiveregeling t.a.v. de overtredingen van artikel 30 uitgezonderd het tweede lid en artikel 34 WAM luidt voor de met motorrijtuigen, uitgezonderd bromfietsen, gepleegde overtredingen als volgt:
  Motorrijtuigen ex. Bromfiets (feitcodes A 914a t/m d, A 917a t/m c en A 918) Bromfietsen (feitcodes A 901a t/m d, A 903a t/m c, A 904 en A934 )
Eerste overtreding: OM-strafbeschikking: € 500 OM-strafbeschikking: € 360
Tweede overtreding: OM-strafbeschikking of eis ter zitting: geldboete € 600 en vier maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk OM-strafbeschikking of eis ter zitting: geldboete € 440 en vier maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk
Derde overtreding: Eis ter zitting: twee weken hechtenis onvoorwaardelijk 1 en zes maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk; eventueel verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen voertuig Eis ter zitting: tien dagen hechtenis onvoorwaardelijk en zes maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk; eventueel verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen voertuig

Van recidive Hechtenis kan in geval van een overtreding door een minderjarig niet worden geëist. is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening van de vorige strafrechtelijke overtreding van artikel 30 en/of 34 WAM. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.
artikel 30 tweede lid WAM van Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen">
Uitzondering artikel 30 tweede lid WAM
Sinds 1 juli 2011 6 worden de vanaf die datum geconstateerde overtredingen van artikel 30 tweede lid WAM met een WAHV-beschikking afgedaan. Dit betreft de feitcodes A 902 en A 915.
overtreding 30, tweede lid WAM geconstateerd voor 1 juli 2011 van Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen">
4.1.2. Recidiveregeling overtreding 30, tweede lid WAM geconstateerd voor 1 juli 2011
  Motorrijtuigen ex. bromfiets Bromfietsen
Eerste t/m derde overtreding: OM-strafbeschikking 1 : € 380 OM-strafbeschikking: € 310
Vierde overtreding: OM-strafbeschikking of eis ter zitting: geldboete € 600 en vier maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk OM-strafbeschikking of eis ter zitting: geldboete € 440 en vier maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk
4.2. Recidiveregeling rijden zonder rijbewijs
De recidiveregeling voor het rijden zonder rijbewijs (overtreding van artikel 107 eerste lid WVW 1994) heeft betrekking op motorvoertuigen uit de voertuigcategorieën 1 tot en met 3 van categorie-indeling B. Tevens is deze recidiveregeling van toepassing op bestuurders van motorrijtuigen waarvan het rijbewijs zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur met meer dan één jaar of waarvan het rijbewijs met beperkte geldigheidsduur zijn geldigheid heeft verloren (feitcode K 060f of K060g).
Voor de voertuigcategorieën 1 (bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen 7 ), 2 (bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen) en 3 (brom- en snorfietsers, inclusief bestuurders van brommobielen 8 ) geldt onderstaande recidiveregeling:
Eerste overtreding: OM-strafbeschikking vast tarief feitcode K055, K060f en K 060g
Tweede overtreding: Dagvaarden, eis ter zitting: geldboete categorie 1 en 2: € 390 en categorie 3: € 270 en voor alle categorieën één week hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar
Derde overtreding: Dagvaarden, eis ter zitting: twee weken hechtenis onvoorwaardelijk
Vierde overtreding: Dagvaarden, eis ter zitting: drie weken hechtenis onvoorwaardelijk
Vijfde en volgende overtreding: Dagvaarden, eis ter zitting: vier weken hechtenis onvoorwaardelijk

Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen vier jaar na afdoening van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.
RVV 1990 van Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen">
4.3. Recidiveregeling gedocumenteerde overtredingen maximumsnelheid RVV 1990
Deze recidiveregeling wordt toegepast bij overtreding van de, in paragraaf 8, maximumsnelheid, van het RVV 1990 opgenomen, artikelen 19 (niet voldoende afstand houden, 20, 21, 22 en 62 jo. de borden A1 en A3 (overschrijding maximumsnelheid), voor zover deze overtredingen niet administratiefrechtelijk worden afgedaan.
De recidiveregeling luidt als volgt:
Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na betaling van een transactie of na een onherroepelijke geworden strafbeschikking/veroordeling voor één eerdere gedocumenteerde overtreding van artikel 19, 20, 21, 22 en 62 jo. de borden A1 en A3 van het RVV 1990 .
De categorie-indeling voor maximumsnelheid is ook van toepassing op de recidiveregeling gedocumenteerde overtredingen maximumsnelheid RVV 1990 .
Categorie-indeling C (maximumsnelheid)
1 Motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2: vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen);
2 Vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg. en motorvoertuigen met aanhangwagen;
3 Bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor;
4 Landbouwtrekkers en motorvoertuigen met beperkte snelheid.
NB Gelet op de bijlage 2 van de Aanwijzing inbeslagneming kan na overleg met de officier van justitie het motorvoertuig, waarmee de snelheidsovertreding is gepleegd, in beslag worden genomen, indien een overschrijding van de maximumsnelheid met meer dan 100% in samenhang met geconcretiseerde gevaarzetting is geconstateerd.
Recidiveregeling niet voldoende afstand houden
Tabel 1 1
Categorie 1:
Motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2: vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen)
Categorie 2:
Vrachtauto's, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg. en motorvoertuigen met aanhangwagen.
Categorie 3:
Bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor
    Niet voldoende afstand houden bij een:
    snelheid van 80 km/h t/m 100 km/h snelheid van + 100 km/h t/m 120 km/h snelheid van meer dan 120 km/h
    volgafstand 3 m of meer of vanaf 0,5 sec t/m 0,2/0,1 sec volgafstand < 3 m of < 0,2/0,1 sec ongeacht afstand of ? 0,5 sec
Eerste overtreding OM-transactie/ OM- strafbeschikking vast tarief vast tarief nvt
  eis ter zitting vast tarief vast tarief dagv eis € 650(cat 1/2) /€ 470 (cat 3) + 3 mnd OBM ov
Tweede overtreding OM-strafbeschikking of eis ter zitting tarief eis ter zitting 1 e overtreding + 20% + OBM 4 mnd ov tarief eis ter zitting 1 e overtreding + 20% + OBM 5 mnd ov tarief eis ter zitting 1 e  overtreding + 20% + OBM 6 mnd ov
Derde overtreding OM-strafbeschikking of eis ter zitting tarief eis ter zitting 1 e  overtreding + 20% + OBM 6 mnd ov tarief eis ter zitting 1 e  overtreding + 20% + OBM 8 mnd ov tarief eis ter zitting 1 e  overtreding + 20% + OBM 10 mnd ov
Vierde overtreding eis ter zitting tarief eis ter zitting 1 e  overtreding + 20% + OBM 8 mnd ov tarief eis ter zitting 1 e  overtreding + 20% + OBM 10 mnd ov tarief eis ter zitting 1 e  overtreding + 20% + OBM 12 mnd ov
Recidiveregeling snelheidsovertredingen (weg)
Tabel 2 1
Recidiveregeling snelheidsovertredingen motorvoertuigen Categorie 1: Motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2: vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen) Categorie 2: Vrachtauto's, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg. en motorvoertuigen met aanhangwagen.
    Snelheidsovertredingen met een overschrijding van:
    31 t/m 49 km/h 50 t/m 69 km/h 70 t/m 99 km/h 100 km/h of meer
Eerste overtreding OM-transactie / OM- strafbeschikking vast tarief nvt nvt nvt
  eis ter zitting vast tarief vast tarief + vast tarief + tarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding +
      OBM 2 mnd ov OBM 4 mnd ov OBM 6 mnd ov
Tweede overtreding OM-strafbeschikking of eis ter zitting tarief eis ter zitting 1 e  overtreding + 20% + OBM 2 mnd ov tarief eis ter zitting 1 e  overtreding + 20% + OBM 4 mnd ov tarief eis ter zitting 1 e  overtreding + 20% + OBM 6 mnd ov recidivetarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 8 mnd ov
Derde overtreding OM-strafbeschikking of eis ter zitting tarief eis ter zitting 1 e  overtreding + 20% + OBM 4 mnd ov tarief eis ter zitting 1 e  overtreding + 20% + OBM 6 mnd ov  tarief eis ter zitting 1 e  overtreding + 20% + OBM 8 mnd ov  recidivetarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 10 mnd ov 
Vierde overtreding OM-strafbeschikking of eis ter zitting  tarief eis ter zitting 1 e  overtreding + 20% + OBM 6 mnd ov tarief eis ter zitting 1 e  overtreding + 20% + OBM 8 mnd ov tarief eis ter zitting 1 e  overtreding + 20% + OBM 10 mnd ov recidivetarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 12 mnd ov
Tabel 3 1
Recidiveregeling snelheidsovertredingen bromfietsen Categorie 3: Bestuurders van bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor
    Snelheidsovertredingen met een overschrijding van:
    30 t/m 49 km/h 50 t/m 69 km/h 70 t/m 99 km/h 100 km/h of meer
Eerste overtreding OM-strafbeschikking of eis ter zitting vast tarief + OBM 2 mnd ov  vast tarief + OBM 4 mnd ov  vast tarief +OBM 6 mnd ov  tarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 8 mnd ov
Tweede overtreding OM-strafbeschikking of eis ter zitting tarief eis ter zitting 1 e  overtreding + 20% + OBM 4 mnd ov tarief eis ter zitting 1 e  overtreding + 20% + OBM 6 mnd ov tarief eis ter zitting 1 e  overtreding + 20% + OBM 8 mnd ov recidivetarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 10 mnd ov 
Derde en volgende overtreding OM-strafbeschikking of eis ter zitting tarief eis ter zitting 1 e  overtreding + 20% + OBM 6 mnd ov tarief eis ter zitting 1 e  overtreding + 20% + OBM 8 mnd ov tarief eis ter zitting 1 e  overtreding + 20% + OBM 10 mnd ov recidivetarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 12 mnd ov
Voorbeeld bepalen van het tarief/eis ter zitting:
Indien de bestuurder van een motorvoertuig uit categorie 1 voor de eerste maal de maximumsnelheid overschrijdt, bijvoorbeeld met 49 km/h binnen de bebouwde kom, dan wordt hem voor het in het voorbeeld genoemde geval een OM-transactie aangeboden van € 610 als het feit op kenteken is geconstateerd (zie de feitcodes * VA 050, * VB 050 of * VC 050). In geval er een staandehouding heeft plaatsgevonden vaardigt de officier van justitie een strafbeschikking uit waarin aan de verdachte een geldboete van €610 wordt opgelegd. Dat is het vaste tarief dat bij deze overtreding behoort. De daarbij behorende eis ter zitting is volgens kolom 2 van de op JKS/OMtranet opgenomen Tarieventabel snelheidsovertredingen een geldboete van € 730. Indien de eerste overtreding een overtreding van artikel 19 RVV 1990 (niet voldoende afstand houden) betreft dan dient dezelfde werkwijze te worden gehanteerd aan de hand van de hierop betrekking hebbende feitcodes S 005a t/m S026a.
a. Begaat deze bestuurder vervolgens een tweede onder de recidiveregeling vallende snelheidsovertreding (op kenteken geconstateerd), bijvoorbeeld door overschrijding van de maximum snelheid binnen de bebouwde kom met 69 km/h (feitcode * VA 070, * VB 070 of * VC 070), dan dient tot dagvaarden te worden overgegaan (zie tabel 2). De geldboete die moet worden geëist, wordt afgeleid van de geldboete die zou worden geëist indien deze overtreding voor de eerste maal zou zijn begaan, vermeerderd met 20%. De eerste overtreding kent volgens de feitcodes * VA 070, * VB 070 en * VC 070 een OM-strafbeschikking van € 1100 + 2 mnd OBM ov. De daarbij behorende eis ter zitting is een geldboete van € 1320 (zie voornoemde tarieventabel, kolom 2). Nu de snelheidsovertreding in het voorbeeld reeds een tweede snelheidsovertreding betreft, wordt een eis ter zitting van € 1320 + 20% voorgeschreven. Voorts wordt een OBM van 4 maanden onvoorwaardelijk geëist.
b. Begaat deze bestuurder als tweede overtreding een overtreding van artikel 19 RVV 1990 (niet voldoende afstand houden) dan dient analoog aan het gestelde onder a gehandeld te worden waarbij de tabel 1 geraadpleegd dient te worden.
4.4. Recidiveregeling maximumconstructiesnelheid brom- en snorfietsen
Voor zover het ‘Muldergedragingen’ betreft zijn de tarieven en feitcodes voor het overtreden van artikel 5.6.8, eerste lid en 5.6.76, eerste lid, RV, zoals opgenomen in de geldende bijlage bij de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften , van toepassing. Dit betreft de feitcodes N 083a/b, N 085a/b en N 086a/b. Het in de onderstaande tabel vermelde vaste tarief betreft de tarieven zoals deze zijn opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen bij de feitcodes N 083g, N 085g en N086g
ov: onvoorwaardelijk
OBM: ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen
OAV: onttrekking aan het verkeer
Recidive/herhaald plegen
Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.
Opgelet: Indien aan de voorwaarden m.b.t. inbeslagneming zoals genoemd in C 6 van de Aanwijzing maximumconstructiesnelheid brom- en snorfietsen is voldaan, wordt van dit ‘recidivebeginsel’ afgeweken en wordt de ‘recidive’ bepaald aan de hand van het aantal door de verdachte gepleegde identieke overtredingen. Hiervan is sprake indien door dezelfde verdachte voor de derde keer een onder strafrecht vallende overtreding van artikel 5.6.8 RV binnen een tijdbestek van twee jaar is begaan en aan de verdachte bij één van de voorgaande overtredingen een waarschuwingsbrief is uitgereikt of toegezonden.
Minderjarigen
In afwijking van de hiervoor in alinea 2.2 opgenomen bepalingen voor minderjarigen wordt voor de eerste strafrechtelijke overtreding een aangepaste regeling getroffen. Aan 16 en 17 jarigen wordt voor deze 1e overtreding ter zake overschrijding van de maximumconstructiesnelheid een strafbeschikking met aangepast tarief opgelegd, zijnde € 115. Ten aanzien van minderjarigen van 12 tot 16 jaar worden de voor de eerste overtreding vastgestelde tarieven gehalveerd met een afronding op hele euro’s naar boven met een maximum van €115.
Inbeslagneming
Bij inbeslagneming van het voertuig zijn er de volgende mogelijkheden (zie ook de bijlage 2 bij de Aanwijzing inbeslagneming
1. De eigenaar/houder doet vrijwillig afstand ter vernietiging.
2. De eigenaar/houder voldoet aan het schikkingsvoorstel of doet geen verzet tegen de strafbeschikking (waarin het voertuig onttrokken wordt verklaard aan het verkeer of de aanwijzing aan de verdachte wordt gegeven afstand te doen van voorwerpen die in beslag zijn genomen en vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer) van de officier van justitie en doet daarmee afstand van het in beslag genomen voertuig. Het voertuig dient hierna te worden vernietigd.
3. De officier vordert ter zitting de onttrekking aan het verkeer van het niet in Nederland toegelaten voertuig of de verbeurdverklaring van het in Nederland wel toegelaten voertuig. De officier van justitie bepaalt aan de hand van de vermelde waarde van het voertuig of van de hierboven genoemde standaardeis wordt afgeweken en een meer op de situatie toegesneden eis moet worden geformuleerd.
4.5. Recidiveregeling spookrijden op autoweg/autosnelweg
Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.
artikel 3 Besluit voertuigen (aanwezig hebben van radardetector) van Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen">
4.6. Recidiveregeling overtreding artikel 3 Besluit voertuigen (aanwezig hebben van radardetector)
Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.
4.7. Recidiveregeling gedocumenteerde snelheidsovertredingen water
De recidiveregeling gedocumenteerde snelheidsovertredingen water wordt toegepast bij snelheidsovertredingen op het water, begaan door kleine schepen, bij overschrijding van de maximum toegestane snelheid vanaf 25 kilometer per uur.
De recidiveregeling luidt als volgt:
Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.
artikel 4.40 Vreemdelingenbesluit 2000 van Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen">
4.8. Strafvorderingsrichtlijn feitcode E 821, overtreding artikel 4.40 Vreemdelingenbesluit 2000
Categorie-indeling B, categorie 8 – een ieder
(de persoon die nachtverblijf verschaft en die niet onverwijld mededeling doet aan de korpschef van de regiopolitie waarin de gemeente is gelegen waar de vreemdeling verblijft).
Eis/strafbeschikking € 250 per persoon die niet is gemeld.
Overgangsrecht
Deze richtlijn voor strafvordering is van toepassing op feiten gepleegd op en na 1 mei 2012.