Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Begripsbepalingen
+ Hoofdstuk II. Begin en einde van het lidmaatschap
+ Hoofdstuk III. De voorzitter, de ondervoorzitters en het presidium
+ Hoofdstuk IV. De raming
+ Hoofdstuk V. De fracties
+ Hoofdstuk VI. Personeel
+ Hoofdstuk VII. De commissies
+ Hoofdstuk VIII. De plenaire vergadering
- Hoofdstuk IX. Behandeling voorstellen van (Rijks)wet, initiatiefvoorstellen van (Rijks)wet, andere in handen van een commissie gestelde stukken en verdragen
+ Hoofdstuk X. Verzoekschriften
+ Hoofdstuk Xa. Burgerinitiatief
+ Hoofdstuk XI. Het vragen van inlichtingen aan de regering
+ Hoofdstuk XIA. Kabinets(in)formatie
+ Hoofdstuk XII. Parlementaire enquête en ander (parlementair) onderzoek
+ Hoofdstuk XIIa. Geheimhouding bij vergaderingen met gesloten deuren
+ Hoofdstuk XIIb. Vertrouwelijke stukken
+ Hoofdstuk XIIc. Registers
+ Hoofdstuk XIII. De publicatie van stukken
+ Hoofdstuk XIV. Bezoekers en toehoorders
+ Hoofdstuk XV. Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

1.
Voorstellen van wet worden door de Voorzitter en de eerste en tweede ondervoorzitter in handen van een vaste of algemene commissie gesteld.
2.
Het besluit wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk ter kennis van de leden gebracht. Is het besluit niet met eenparigheid van stemmen genomen, dan wordt daaraan geen uitvoering gegeven voordat daarvan mededeling is gedaan in een openbare vergadering van de Kamer. Bij die mededeling kan de Kamer anders besluiten. Een voorstel hiertoe kan door ieder lid worden gedaan.
Artikel 91. Debat op hoofdlijnen
De Kamer kan op voorstel van de commissie besluiten dat de beraadslaging in het algemeen over een voorstel van wet zal geschieden voordat met het onderzoek door de commissie een aanvang wordt gemaakt.
1.
Voordat met het onderzoek door de commissie een aanvang is gemaakt, adviseert de griffier van de commissie over de vraag of het wenselijk is dat over dat voorstel een wetgevingsrapport wordt uitgebracht.
2.
Een wetgevingsrapport wordt opgesteld door de griffier van de commissie.
1.
De leden van de Kamer zijn bevoegd binnen een door de commissie te bepalen termijn schriftelijk hun opmerkingen omtrent een voorstel van wet aan haar in te zenden. Van de gestelde termijn wordt mededeling gedaan aan de leden van de Kamer.
2.
De commissie stelt de in het eerste lid bedoelde termijn vast binnen veertien dagen nadat het voorstel van wet in haar handen is gesteld.
3.
De commissie kan besluiten dat de opmerkingen van de leden van de Kamer, behalve langs de in het eerste lid voorziene schriftelijke weg, zullen worden ingebracht in een voor alle leden van de Kamer toegankelijke vergadering. In een in de eerste volzin bedoelde vergadering is elk lid van de Kamer bevoegd aan de beraadslaging deel te nemen.
Artikel 93a. Rapporteur
Een commissie kan een van haar leden benoemen tot rapporteur over een in haar handen gesteld wetsvoorstel.
1.
De commissie brengt een verslag uit waaruit blijkt dat zij de behandeling in een openbare vergadering van de Kamer, al dan niet onder voorbehoud, voldoende voorbereid acht.
2.
Een verslag wordt dadelijk gedrukt, aan de leden rondgedeeld en aan de regering toegezonden. Bijlagen bij verslagen worden eveneens gedrukt en rondgedeeld, tenzij de commissie bepaalt, dat ze ter inzage zullen worden gelegd. Zijn de bijlagen van vertrouwelijke aard, dan worden ze ter vertrouwelijke inzage van de leden gelegd.
3.
Na ontvangst van de nota naar aanleiding van het verslag kan de commissie besluiten een nader verslag uit te brengen.
1.
Nadat een voorstel van wet in handen van een commissie is gesteld, kan het Presidium een termijn vaststellen waarbinnen die commissie haar verslag vaststelt.
2.
Indien de commissie binnen de bepaalde tijd niet gereed kan zijn, vraagt zij verlenging van de termijn. Hierover wordt door het Presidium beslist. Deze beslissing wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk ter kennis van de leden van de Kamer gebracht. Tevens wordt daarvan mededeling gedaan in een openbare vergadering van de Kamer. Is de beslissing niet met eenparigheid van stemmen genomen, dan kan bij die mededeling de Kamer anders besluiten. Een voorstel hiertoe kan door ieder lid worden gedaan. Is een termijn eenmaal door het Presidium verlengd, dan kan een verdere verlenging alleen door de Kamer worden toegestaan, tenzij de Kamer tot nadere bijeenroeping is uiteengegaan, in welk geval het Presidium een verdere verlenging kan toestaan.
3.
Mocht de commissie in gebreke zijn gebleven binnen de daarvoor gestelde termijn verslag uit te brengen, dan kan de Kamer de beraadslaging openen zonder dat een verslag is uitgebracht.
1.
Vanaf het tijdstip dat een voorstel van wet in handen van een commissie is gesteld staat het ieder lid vrij amendementen, voorzien van een beknopte toelichting, in te dienen.
2.
Een amendement wordt met de meeste spoed vermenigvuldigd en rondgedeeld.
1.
Een amendement is ontoelaatbaar, indien het een strekking heeft, tegengesteld aan die van het voorstel van wet, of indien er tussen de materie van het amendement en die van het voorstel geen rechtstreeks verband bestaat.
2.
Een amendement wordt geacht toelaatbaar te zijn zolang de Kamer het niet ontoelaatbaar heeft verklaard. Een daartoe strekkend voorstel kan, zo nodig met onderbreking van de orde, worden gedaan hetzij door de Voorzitter, hetzij door een van de leden.
Artikel 98. Wijzigen en intrekken van amendementen
De eerste ondertekenaar is bevoegd in het amendement veranderingen aan te brengen. De eerste ondertekenaar is ook bevoegd het amendement in te trekken, doch indien de beraadslaging gesloten is alleen met toestemming van de Kamer.
Artikel 99. Subamendementen
De regels die voor amendementen gelden zijn ook van toepassing op voorstellen tot wijziging van door een ander lid ingediende amendementen.
1.
De Voorzitter deelt tijdens de beraadslaging over een voorstel van wet mee dat een amendement is overgenomen indien:
a. de minister te kennen geeft zich met de inhoud van een ingediend amendement te kunnen verenigen; en
b. de Voorzitter zich ervan heeft overtuigd dat geen van de in de vergaderzaal aanwezige leden zich tegen het overnemen van het amendement verzet.
2.
Een overgenomen amendement is vanaf het tijdstip van de in het eerste lid bedoelde mededeling onderdeel van het voorstel van wet; het maakt geen afzonderlijk onderwerp van de beraadslaging meer uit.
3.
Tijdens een wetgevingsoverleg kan een amendement niet worden overgenomen.
1.
De algemene beraadslaging over een voorstel van wet vindt plaats in twee termijnen.
2.
De Kamer kan besluiten na de algemene beraadslaging een voor een in hun volgorde de afzonderlijke artikelen en de daarop voorgestelde amendementen en tenslotte de beweegreden van het voorstel in behandeling te nemen.
3.
De Kamer kan tot een andere wijze van behandeling besluiten.
1.
De Kamer kan op voorstel van de Voorzitter en de eerste en tweede ondervoorzitter, de commissie gehoord, besluiten:
a. dat, onverminderd het bepaalde in artikel 91, over een voorstel van wet een wetgevingsoverleg wordt gehouden voordat het in een vergadering van de Kamer aan de orde komt;
b. dat, na de algemene beraadslaging over een voorstel van wet, de beraadslaging over de afzonderlijke artikelen en de beweegreden van dat voorstel in een wetgevingsoverleg plaatsvindt.
2.
In een wetgevingsoverleg als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden de artikelen van een voorstel van wet en de daarop ingediende amendementen op dezelfde wijze behandeld als voor de behandeling van artikelen en amendementen in de vergadering van de Kamer is voorgeschreven.
1.
Bij het stemmen over een artikel onderscheidenlijk de beweegreden en over de daarop voorgestelde amendementen wordt de volgende volgorde in acht genomen: eerst wordt gestemd over de subamendementen, daarna over de amendementen en ten slotte over het artikel of de beweegreden.
2.
Van amendementen op eenzelfde gedeelte van het wetsvoorstel komt het amendement met de verste strekking het eerst in stemming. Bij geschil hierover beslist de Kamer.
3.
De Kamer kan besluiten dat over onderdelen van een amendement, van een artikel, of van de beweegreden afzonderlijk zal worden gestemd.
4.
De Kamer kan beslissen dat amendementen door het aanbrengen van andere wijzigingen als vervallen moeten worden beschouwd.
Artikel 104. Eindstemming over het voorstel van wet
Nadat over alle artikelen en over de beweegreden is gestemd, vindt de eindstemming over het voorstel in zijn geheel plaats.
1.
Indien het voorstel van wet in de loop van de beraadslaging of ten gevolge van de stemmingen wijziging heeft ondergaan, kan de Kamer besluiten de eindstemming tot een volgende vergadering uit te stellen.
2.
In die tussentijd kunnen wijzigingen worden voorgesteld die noodzakelijk zijn geworden door nog voor de stemming aangebrachte en door ten gevolge van de stemming aangebrachte wijzigingen; ook kunnen deze voorstellen strekken tot het herstellen van kennelijke vergissingen. De voorstellen bedoeld in de eerste volzin kunnen worden gedaan door de regering en door de desbetreffende commissie.
3.
Over de aldus voorgestelde wijzigingen wordt onmiddellijk gestemd, tenzij zij de Kamer aanleiding geven tot heropening van de beraadslaging.
1.
Verandering van het volgnummer van artikelen, van artikelleden of van gedeelten daarvan, nodig geworden door wijzigingen die in een voorstel van wet zijn gebracht, en veranderingen in de verwijzing naar artikelen, naar artikelleden of naar gedeelten daarvan, die het gevolg daarvan zijn, worden door de Voorzitter aangebracht.
2.
De Kamer kan besluiten de in het eerste lid bedoelde veranderingen geheel of gedeeltelijk achterwege te laten.
Artikel 107. Verzending van voorstel van wet naar Eerste Kamer
De Voorzitter zendt een aangenomen voorstel van wet door naar de Voorzitter van de Eerste Kamer met het volgende formulier: "De Tweede Kamer der Staten-Generaal zendt bijgaand door haar aangenomen wetsvoorstel aan de Eerste Kamer".
Artikel 108. Terugzending van verworpen voorstel van wet
De Voorzitter zendt een verworpen voorstel van wet, door of vanwege de Koning ingediend, terug naar de Koning met het volgende formulier: "De Tweede Kamer der Staten-Generaal heeft het hierbij wederom gaande wetsvoorstel verworpen".
Artikel 109. Algemene regel
De behandeling van voorstellen van Rijkswet geschiedt op dezelfde wijze als die van andere voorstellen van wet, doch met inachtneming van de volgende bijzondere regels.
Artikel 110. Schriftelijke voorbereiding
De voorbereiding van de openbare beraadslaging in de Kamer over een voorstel van Rijkswet geschiedt langs schriftelijke weg.
Artikel 111. Stellen van een termijn
Voorstellen tot het bepalen van een termijn waarbinnen het vertegenwoordigende lichaam van Aruba, Curaçao of Sint Maarten bevoegd is over een voorstel van Rijkswet schriftelijk verslag uit te brengen, en voorstellen om aan de regering te verzoeken zulk een termijn te stellen, moeten in een vergadering van de Kamer worden gedaan hetzij door de Voorzitter, hetzij door een van de leden.
Artikel 112. Verslag van het vertegenwoordigende lichaam
Het schriftelijke verslag van het vertegenwoordigende lichaam wordt gedrukt, aan de leden rondgedeeld en aan de regering toegezonden.
Artikel 113. Aanneming met minder dan drie vijfden van de stemmen
Indien de Kamer, nadat de Gevolmachtigde Minister onderscheidenlijk de bijzondere gedelegeerde zich tegen het voorstel heeft verklaard, dit aanneemt met een geringere meerderheid dan drie vijfden van het aantal der uitgebrachte stemmen, zendt de Voorzitter het aangenomen voorstel niet aan de Eerste Kamer, doch geeft hij van deze aanneming kennis aan de minister-president. Deelt deze mede, dat het voorstel wordt gehandhaafd, dan zendt de Voorzitter het alsnog aan de Eerste Kamer.
1.
Een of meer leden kunnen als initiatiefnemers een voorstel van wet of van Rijkswet bij de Kamer aanhangig maken door dit schriftelijk en ondertekend aan de Voorzitter te zenden.
2.
Een door leden aanhangig gemaakt voorstel van Rijkswet wordt door de Voorzitter dadelijk na ontvangst aan de vertegenwoordigende lichamen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten gezonden.
3.
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de inzending en doorzending van de voorstellen van de Gevolmachtigde Minister van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, bedoeld in artikel 15, derde lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden.
1.
De Kamer hoort de Afdeling advisering van de Raad van State voordat zij een door leden aanhangig gemaakt voorstel van wet of van Rijkswet in behandeling neemt.
2.
De Kamer kan de Afdeling advisering van de Raad van State voorts horen omtrent de in het eerste lid bedoelde voorstellen, nadat deze in behandeling zijn genomen. Een daartoe strekkend voorstel kan, zo nodig met doorbreking van de orde, door een lid worden gedaan tot aan het tijdstip van de eindstemming over het voorstel van wet in zijn geheel.
1.
Door leden aanhangig gemaakte voorstellen van wet of van Rijkswet worden op dezelfde wijze behandeld als door of vanwege de Koning ingediende voorstellen van wet of van Rijkswet, met dien verstande dat overal waar sprake is van het optreden van een minister, de initiatiefnemers in diens plaats optreden, en zij niet aan het onderzoek van het voorstel kunnen deelnemen.
2.
De initiatiefnemers kunnen zich in de vergadering van de commissies en van de Kamer doen bijstaan door ten hoogste vier door hen daartoe aangewezen personen.
3.
Als ministers bij de behandeling in de Kamer het woord verlangen, krijgen zij dit na de initiatiefnemers, tenzij de Kamer anders besluit.
Artikel 117. Verzending van initiatiefvoorstel van (Rijks)wet naar Eerste Kamer
De Voorzitter zendt een aangenomen voorstel van wet of van Rijkswet, door een of meer leden aanhangig gemaakt, door naar de Voorzitter van de Eerste Kamer met het volgende formulier: "De Tweede Kamer der Staten-Generaal zendt bijgaand door haar aangenomen wetsvoorstel aan de Eerste Kamer. Zij heeft ...... opgedragen het voorstel in die Kamer te verdedigen".
Artikel 118. Verdediging in de Eerste Kamer
Tenzij de Kamer anders besluit, wordt de verdediging, bedoeld in artikel 85 van de Grondwet, opgedragen aan de initiatiefnemers.
1.
De Voorzitter en de eerste en tweede ondervoorzitter kunnen besluiten andere stukken dan een voorstel van wet in handen van een commissie te stellen. Deze andere stukken kunnen afkomstig zijn van het kabinet dan wel van één of meer leden.
2.
Voordat de Voorzitter en de eerste en tweede ondervoorzitter besluiten een stuk als bedoeld in het eerste lid in handen van een commissie te stellen, onderzoeken zij of dat stuk wordt voorafgegaan door een aparte paragraaf met duidelijke beslispunten en een paragraaf met de financiële consequenties.
3.
De Voorzitter en de eerste en tweede ondervoorzitter kunnen aan de Kamer voorstellen een stuk aan de regering dan wel de leden van wie het stuk afkomstig is terug te zenden om alsnog te worden voorzien van de in het tweede lid bedoelde beslispunten.
4.
Een besluit tot inhandenstelling wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk ter kennis van de leden gebracht. Is het besluit niet met eenparigheid van stemmen genomen, dan wordt daaraan geen uitvoering gegeven voordat daarvan mededeling is gedaan in een openbare vergadering van de Kamer. Bij die mededeling kan de Kamer anders besluiten. Een voorstel hiertoe kan door ieder lid worden gedaan.
5.
Blijft een besluit van de Voorzitter en de eerste en tweede ondervoorzitter achterwege, dan kan ieder lid in een openbare vergadering de Kamer een voorstel doen het stuk in handen van een commissie te stellen.
Artikel 120. Debat op hoofdlijnen over in handen gestelde stukken
De Kamer kan op voorstel van de commissie besluiten dat de beraadslaging in het algemeen over een in handen van een commissie gesteld stuk zal geschieden voordat met het onderzoek door de commissie een aanvang is gemaakt.
1.
De leden van de Kamer zijn bevoegd binnen een door de commissie te bepalen termijn schriftelijk hun opmerkingen omtrent een in handen van een commissie gesteld stuk aan haar in te zenden. Van de gestelde termijn wordt mededeling gedaan aan de leden van de Kamer.
2.
De commissie stelt de in het eerste lid bedoelde termijn vast binnen veertien dagen nadat het stuk in haar handen is gesteld.
3.
De commissie kan besluiten dat de opmerkingen van de leden van de Kamer, behalve langs de in het eerste lid voorziene schriftelijke weg, zullen worden ingebracht in een voor alle leden van de Kamer toegankelijke vergadering. In een in de eerste volzin bedoelde vergadering is elk lid van de Kamer bevoegd aan de beraadslaging deel te nemen.
Artikel 121a. Rapporteur over een ander in handen gesteld stuk
Een commissie kan een van haar leden benoemen tot rapporteur over een ander in haar handen gesteld stuk.
1.
Nadat het stuk in handen van een commissie is gesteld, kan het Presidium een termijn vaststellen waarbinnen die commissie haar verslag of haar lijst van vragen vaststelt.
2.
Indien de commissie binnen de bepaalde tijd niet gereed kan zijn, vraagt zij verlenging van de termijn. Hierover wordt door het Presidium beslist. Deze beslissing wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk ter kennis van de leden van de Kamer gebracht. Tevens wordt daarvan mededeling gedaan in een openbare vergadering van de Kamer. Is de beslissing niet met eenparigheid van stemmen genomen, dan kan bij die mededeling de Kamer anders besluiten. Een voorstel hiertoe kan door ieder lid worden gedaan. Is een termijn eenmaal door het Presidium verlengd, dan kan een verdere verlenging alleen door de Kamer worden toegestaan, tenzij de Kamer tot nadere bijeenroeping uiteengegaan is, in welk geval het Presidium een verdere verlenging kan toestaan.
3.
Mocht de commissie in gebreke gebleven zijn binnen de daarvoor gestelde termijn een verslag of lijst van vragen uit te brengen, dan kan de Kamer de beraadslaging openen zonder dat een verslag of lijst van vragen is uitgebracht.
Artikel 123. Notaoverleg
Over een in handen van een commissie gesteld stuk kan een notaoverleg worden gehouden.
1.
Zodra een verdrag ter stilzwijgende goedkeuring aan de Kamer wordt overgelegd, tekent de Griffier op de begeleidende brief de dag van ontvangst aan en de dag, waarop de wens, dat het verdrag aan de uitdrukkelijke goedkeuring der Staten-Generaal zal worden onderworpen, uiterlijk te kennen kan worden gegeven. Hij draagt zorg, dat de begeleidende brief met de genoemde aantekening onverwijld aan de leden wordt rondgedeeld en, indien het een verdrag betreft, dat Aruba, Curaçao of Sint Maarten raakt, aan de desbetreffende Gevolmachtigde Ministers wordt toegezonden. Als eerste dag van de van toepassing zijnde termijn in de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen geldt de dag na die van ontvangst van het overgelegde verdrag.
2.
De wens kan te kennen worden gegeven door of namens de Kamer of door ten minste dertig leden. Betreft het een verdrag, dat Aruba, Curaçao of Sint Maarten raakt, dan kan de wens ook door de desbetreffende Gevolmachtigde Ministers te kennen worden gegeven.
1.
Indien de Kamer besluit de bedoelde wens te kennen te geven, doet de Voorzitter hiervan onverwijld mededeling aan de Minister van Buitenlandse Zaken en aan de Voorzitter van de Eerste Kamer. Betreft het een verdrag, dat Aruba, Curaçao of Sint Maarten raakt, dan doet de Voorzitter deze mededeling tevens aan de desbetreffende Gevolmachtigde Ministers.
2.
Een voorstel tot het te kennen geven van deze wens moet in een vergadering van de Kamer worden gedaan hetzij door de Voorzitter, hetzij door een van de leden.
3.
Verkrijgt zulk een voorstel geen meerderheid, doch verklaren ten minste dertig leden zich daarvoor, dan vindt artikel 127 toepassing.
Artikel 126. Uitspreken van de wens namens de Kamer door de Voorzitter
De wens, dat het verdrag aan de uitdrukkelijke goedkeuring van de Staten-Generaal zal worden onderworpen, kan namens de Kamer door de Voorzitter te kennen worden gegeven. Alvorens hiertoe te besluiten, raadpleegt hij zo mogelijk de daarvoor in aanmerking komende commissie of commissies. Hij geeft de wens te kennen aan de Minister van Buitenlandse Zaken en deelt onverwijld aan de Kamer en aan de Voorzitter van de Eerste Kamer mede, op welk tijdstip hij dit heeft gedaan. Betreft het een verdrag, dat Aruba, Curaçao of Sint Maarten raakt, dan doet de Voorzitter deze mededeling tevens aan de desbetreffende Gevolmachtigde Ministers.
Artikel 127. Uitspreken van de wens door dertig leden
Indien dertig of meer leden de bedoelde wens te kennen willen geven, doen zij dit door schriftelijke mededeling aan de Voorzitter, die hiervan onverwijld kennis geeft aan de Minister van Buitenlandse Zaken. De Voorzitter deelt onverwijld aan de Kamer en aan de Voorzitter van de Eerste Kamer en, indien het een verdrag betreft, dat Aruba, Curaçao of Sint Maarten raakt, tevens aan de desbetreffende Gevolmachtigde Ministers mede, door welke leden de wens te kennen is gegeven en op welk tijdstip hij hiervan aan de Minister van Buitenlandse Zaken kennis heeft gegeven.
1.
Indien de Gevolmachtigde Minister de bedoelde wens door tussenkomst van de Voorzitter te kennen geeft, geeft deze hiervan onverwijld kennis aan de Kamer, de Voorzitter van de Eerste Kamer en de Minister van Buitenlandse Zaken. Bij de kennisgeving aan de Kamer en de Voorzitter van de Eerste Kamer doet hij voorts mededeling van het tijdstip van de kennisgeving aan de Minister van Buitenlandse Zaken. Indien de Gevolmachtigde Minister de bedoelde wens te kennen geeft, doet de Voorzitter, zodra hij dit verneemt, hiervan onverwijld mededeling aan de Kamer.
2.
Betreft een voorstel, als bedoeld in artikel 125, een verdrag, dat Aruba, Curaçao of Sint Maarten raakt, dan worden de desbetreffende Gevolmachtigde Ministers in de gelegenheid gesteld de mondelinge behandeling van dat voorstel bij te wonen en daarbij zodanige voorlichting aan de Kamer te verstrekken als zij gewenst oordelen.
Artikel 129. Toetreding tot en opzegging van een verdrag
Indien aan de Staten-Generaal mededeling wordt gedaan van het voornemen tot toetreding tot of opzegging van een verdrag, vindt het bepaalde in de artikelen 124 tot en met 128 overeenkomstig toepassing.
1.
In gevallen waarin de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp dan wel de inwerkingtreding van een overgelegd (ontwerp)besluit bij wet wordt geregeld, tekent de Griffier op de begeleidende brief de dag van ontvangst aan en de dag, waarop de wens uiterlijk te kennen kan worden gegeven. Hij draagt zorg, dat de begeleidende brief met de genoemde aantekening onverwijld wordt gepubliceerd. Als eerste dag van de termijn die van toepassing is op het overgelegde (ontwerp)besluit, geldt de dag na die van ontvangst.
2.
De procedure, bedoeld in het eerste lid, vindt eveneens toepassing wanneer de wens te kennen kan worden gegeven dat inlichtingen worden ontvangen of dat overleg wordt gewenst.
1.
Indien de Kamer besluit de bedoelde wens te kennen te geven, doet de Voorzitter hiervan onverwijld mededeling aan de desbetreffende minister en aan de Voorzitter van de Eerste Kamer.
2.
Een voorstel tot het te kennen geven van deze wens moet in een vergadering van de Kamer worden gedaan hetzij door de Voorzitter, hetzij door een van de leden.
Artikel 130b. Uitspreken van de wens namens de Kamer door de Voorzitter
De wens dat regeling bij wet plaats heeft kan namens de Kamer door de Voorzitter te kennen worden gegeven. Alvorens hiertoe te besluiten, raadpleegt hij zo mogelijk de daarvoor in aanmerking komende commissie of commissies. Hij doet van het te kennen geven van de wens onverwijld mededeling aan de Kamer, aan de desbetreffende minister en aan de Voorzitter van de Eerste Kamer.
Artikel 130c. Uitspreken van de wens door dertig leden
Indien dertig of meer leden de bedoelde wens te kennen willen geven, doen zij dit door schriftelijke mededeling aan de Voorzitter, die hiervan onverwijld kennis geeft aan de Kamer, aan de desbetreffende minister en aan de Voorzitter van de Eerste Kamer.