Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Begripsbepalingen
+ Hoofdstuk II. Begin en einde van het lidmaatschap
+ Hoofdstuk III. De voorzitter, de ondervoorzitters en het presidium
+ Hoofdstuk IV. De raming
+ Hoofdstuk V. De fracties
+ Hoofdstuk VI. Personeel
- Hoofdstuk VII. De commissies
+ Hoofdstuk VIII. De plenaire vergadering
+ Hoofdstuk IX. Behandeling voorstellen van (Rijks)wet, initiatiefvoorstellen van (Rijks)wet, andere in handen van een commissie gestelde stukken en verdragen
+ Hoofdstuk X. Verzoekschriften
+ Hoofdstuk Xa. Burgerinitiatief
+ Hoofdstuk XI. Het vragen van inlichtingen aan de regering
+ Hoofdstuk XIA. Kabinets(in)formatie
+ Hoofdstuk XII. Parlementaire enquête en ander (parlementair) onderzoek
+ Hoofdstuk XIIa. Geheimhouding bij vergaderingen met gesloten deuren
+ Hoofdstuk XIIb. Vertrouwelijke stukken
+ Hoofdstuk XIIc. Registers
+ Hoofdstuk XIII. De publicatie van stukken
+ Hoofdstuk XIV. Bezoekers en toehoorders
+ Hoofdstuk XV. Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

1.
De Kamer stelt de commissies in die door de bepalingen van dit Reglement worden voorgeschreven.
2.
Elke commissie wordt bijgestaan door de Griffier of een door de Griffier aangewezen plaatsvervangende griffier, alsmede door een of meer andere door de Griffier aangewezen ambtenaren van de Kamer.
Artikel 16. Vaste commissies
De Kamer kent een vaste commissie voor ieder ministerie, met uitzondering van het ministerie van Algemene Zaken. Tevens kent de Kamer vaste commissies voor Europese Zaken en voor Koninkrijksrelaties.
1.
De Kamer kan algemene commissies instellen voor onderwerpen die van bijzonder belang zijn voor de uitoefening van haar taken dan wel vrijwel alle ministeries aangaan.
2.
Een algemene commissie wordt ingesteld voor de duur van een zitting.
3.
De Kamer kan ook andere commissies belasten met de behandeling van dergelijke onderwerpen
1.
De Kamer kan themacommissies instellen voor onderwerpen van groot maatschappelijk belang die niet specifiek één ministerie aangaan.
2.
Een themacommissie wordt ingesteld maximaal voor de duur van een zitting.
1.
De Kamer kan tijdelijke commissies instellen voor specifieke onderwerpen.
2.
Het instellingsbesluit van een tijdelijke commissie bevat in ieder geval:
a. een nauwkeurige omschrijving van het onderwerp waarover de commissie de Kamer dient te rapporteren;
b. de termijn waarvoor de commissie wordt ingesteld.
3.
De in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde termijn kan op verzoek van de commissie door de Kamer worden verlengd.
1.
Er is een commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven. Zij brengt de Kamer schriftelijk of mondeling verslag uit over de toelating van de leden en, zo nodig, over het verloop van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag.
2.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de tot lid van het Europees Parlement benoemd verklaarden.
1.
Er is een commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven, waarvan de werkwijze bij afzonderlijk door de Kamer vast te stellen reglement wordt geregeld.
2.
Zij is belast met het uitbrengen van verslag over alle door de Kamer of een commissie van de Kamer in haar handen gestelde verzoekschriften en burgerinitiatieven. Zij is tevens belast met het uitbrengen van verslag over onderzoeksrapporten van de Nationale ombudsman, indien daartoe aanleiding is.
3.
De commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven toetst of een burgerinitiatief voldoet aan de ontvankelijkheidscriteria, genoemd in artikel 132a, en aan de vormvereisten, vastgesteld in het in het eerste lid bedoelde reglement.
4.
Elk verslag over een verzoekschrift en een burgerinitiatief bevat een duidelijke conclusie of een behandelingsvoorstel.
5.
De commissie is bevoegd mondeling of schriftelijk in overleg te treden met de regering en de Nationale ombudsman.
6.
De commissie kan aan een vaste of algemene commissie verzoeken haar van advies te dienen of namens haar een onderzoek in te stellen en daaromtrent aan haar verslag uit te brengen, waarna zijzelf aan de Kamer verslag uitbrengt.
Artikel 21. De commissie voor de Werkwijze
Er is een commissie voor de Werkwijze die desgevraagd of eigener beweging de Kamer adviseert over de werkwijze van de Kamer en dit Reglement.
1.
Er is een commissie voor de Rijksuitgaven. Zij is belast met de behandeling van aangelegenheden van rechtmatigheid en doelmatigheid van besteding van collectieve middelen, alsmede met de voorlichting, advisering en ondersteuning van de Kamer en de commissies bij de uitoefening van het budgetrecht en de financiële controle. Deze voorlichting, advisering en ondersteuning strekken zich behalve tot de begrotingsstukken, uit tot door de Kamer aangewezen grote projecten en tot de budgettaire en comptabele aspecten van beleidsvoornemens en -beslissingen van de regering.
2.
Rapporten van de Algemene Rekenkamer en regeringsstukken van comptabele aard worden direct in handen van de commissie gesteld. De Voorzitter en de eerste en tweede ondervoorzitter kunnen nader besluiten een dergelijk stuk mede in handen van een andere commissie te stellen; artikel 119, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
3.
Over een voorstel aan de Kamer, de Algemene Rekenkamer te verzoeken een onderzoek in te stellen, wordt niet beslist dan na advies van de commissie.
1.
Er is een commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten.
2.
In afwijking van het bepaalde in artikel 25, eerste lid, zijn lid van deze commissie de voorzitters van de fracties, als bedoeld in artikel 11, eerste lid. De Voorzitter benoemt de leden van de commissie.
Artikel 22a. Commissies van advies
Het Presidium kan ten behoeve van zijn eigen werkzaamheden commissies van advies instellen.
1.
Bij afzonderlijk reglement, vast te stellen door de beide Kamers der Staten-Generaal, wordt de instelling van een griffie voor de interparlementaire betrekkingen geregeld.
2.
De inhoudelijke aansturing van de dienstverlening aan beide Kamers en de verschillende delegaties wordt verzorgd door een bij genoemd reglement in te stellen gemengde commissie. De gemengde commissie adviseert de Voorzitters en de leden van beide Kamers over interparlementaire aangelegenheden.
1.
Bij afzonderlijk reglement, vast te stellen door de beide kamers der Staten-Generaal, worden de zorg voor de Dienst Verslag en Redactie, de taakuitoefening met betrekking tot stenografische en beknopte verslagen, de openbaarmaking van het verslag van het verhandelde in de vergaderingen der Staten-Generaal alsmede de bewaartermijnen geregeld.
2.
De bevoegdheid om in het door de Dienst geleverde verslag wijzigingen aan te brengen of aangebrachte wijzigingen ongedaan te maken wordt uitgeoefend door de bij genoemd reglement in te stellen gemengde commissie van beroep voor de Dienst Verslag en Redactie.
Artikel 24a. Interparlementair Koninkrijksoverleg
Indien het Interparlementair Koninkrijksoverleg plaatsvindt onder voorzitterschap van een lid van de Tweede Kamer dan wel zijn plaatsvervanger, is dit Reglement van toepassing, tenzij een van de deelnemende commissies daar tevoren bezwaar tegen heeft gemaakt.
1.
De Voorzitter bepaalt uit hoeveel leden een commissie zal bestaan. De Kamer kan anders besluiten.
2.
De Voorzitter benoemt de leden en, voor zover hij dit wenselijk acht, plaatsvervangende leden.
3.
Ontheffing van het lidmaatschap of plaatsvervangend lidmaatschap kan op verzoek door de Voorzitter worden verleend. In de hierdoor ontstane en in alle andere vacatures voorziet de Voorzitter.
4.
De leden en de plaatsvervangende leden van commissies, met uitzondering van die van algemene commissies, worden bij de aanvang van elke zitting opnieuw benoemd. Totdat deze benoemingen zijn geschied blijven de in de vorige zitting bestaande commissies voortbestaan in de oude samenstelling.
1.
De eerste vergadering van een nieuw ingestelde commissie heeft op uitnodiging en onder leiding van de Voorzitter plaats. In deze vergadering benoemt de commissie uit haar midden een voorzitter, die met de leiding van de verdere werkzaamheden is belast, en een ondervoorzitter.
2.
Na de in artikel 25, vierde lid, bedoelde nieuwe samenstelling van een commissie en bij het tussentijds openvallen van het voorzitterschap of het ondervoorzitterschap van een commissie wordt opnieuw in het voorzitterschap of het ondervoorzitterschap voorzien in een daartoe bijeengeroepen vergadering.
3.
De keuze van de voorzitter en van de ondervoorzitter wordt aan de Kamer medegedeeld.
4.
Bij ontstentenis of verhindering van de voorzitter wordt deze vervangen door de ondervoorzitter of anders door het lid dat het langst in de Kamer zitting heeft. Bij gelijke zittingsduur gaat het oudste lid in leeftijd voor.
Artikel 27. Bevoegdheden van commissies
Voor een goede vervulling van haar taken is een commissie in ieder geval bevoegd:
a. zich tot een minister te wenden ter verkrijging van alle stukken waarvan zij de kennisneming nodig acht;
b. mondeling of schriftelijk in overleg te treden met een minister;
c tot het beleggen van rondetafelgesprekken;
d. tot het houden van hoorzittingen;
e. tot het afleggen van werkbezoeken;
f. zich te laten voorlichten door colleges van advies;
g. externe deskundigen in te schakelen;
h. de Kamer voor te stellen een groot project aan te wijzen.
Artikel 28. Vormen van mondeling overleg
Een mondeling overleg met een minister kan:
a. betrekking hebben op een in handen van een commissie gesteld voorstel van wet (wetgevingsoverleg);
b. betrekking hebben op een in handen van een commissie gestelde begroting dan wel onderdeel daarvan (begrotingsoverleg);
c. betrekking hebben op een ander in handen van een commissie gesteld stuk (notaoverleg);
d. gericht zijn op het geregeld van gedachten wisselen over het algemeen beleid (algemeen overleg).
1.
Van het houden van een hoorzitting wordt mededeling gedaan aan de leden van de Kamer en op het internet.
2.
Wil een commissie rijksambtenaren horen, dan nodigt zij hen door tussenkomst van de desbetreffende minister uit.
1.
De leden kunnen voorstellen om advies te vragen aan externe adviescolleges als bedoeld in artikel 17 van de Kaderwet adviescolleges. Een zodanig voorstel wordt aan een commissie van de Kamer gericht.
2.
De commissie zendt het voorstel met haar advies aan het Presidium. Het Presidium legt het voorstel voorzien van het advies van de commissie en zijn eigen advies voor aan de Kamer.
3.
De Kamer besluit over het voorstel.
Artikel 31. Grote projecten
Bij afzonderlijke regeling, vast te stellen door de Kamer, worden voorschriften gegeven over grote projecten.
1.
Een commissie brengt aan de Kamer verslag uit omtrent de in haar handen gestelde stukken. Deze verslagen bevatten zo beknopt mogelijk hetgeen op het stuk betrekking heeft. De commissie is bevoegd datgene weg te laten, wat zij niet ter zake acht.
2.
De Kamer kan besluiten dat een commissie over in haar handen gestelde stukken, die naar het oordeel van de commissie niet in het openbaar kunnen worden behandeld, geen verslag hoeft uit te brengen.
3.
Een commissie brengt in ieder geval verslag uit van door haar gevoerd openbaar mondeling overleg met een minister.
4.
Alle door een commissie uit te brengen verslagen worden opgesteld onder verantwoordelijkheid van de griffier van de commissie.
1.
De commissie komt op door haar zelf te bepalen tijdstippen bijeen. Heeft zij hieromtrent geen besluit genomen, dan bepaalt haar voorzitter deze tijdstippen.
2.
De voorzitter roept haar in ieder geval binnen een redelijke tijd bijeen zo dikwijls hetzij de regering, hetzij een vierde van haar leden onder opgave van redenen de wens daartoe te kennen geeft.
1.
Leden en plaatsvervangende leden van een commissie hebben toegang tot al haar vergaderingen.
2.
Tot een wetgevingsoverleg, een begrotingsoverleg en een notaoverleg hebben alle leden van de Kamer toegang. Zij hebben het recht aan de beraadslaging deel te nemen.
3.
Een commissie kan een of meer leden van de Kamer, die lid noch plaatsvervangend lid van de commissie zijn, op hun verzoek toestemming verlenen een andere commissievergadering dan bedoeld in het tweede lid bij te wonen; in dat geval is het desbetreffende lid bevoegd aan de beraadslaging deel te nemen.
1.
De voorzitter van een commissievergadering heeft dezelfde bevoegdheden als aan de Voorzitter van een vergadering van de Kamer toekomen, met dien verstande dat een uitsluiting ingevolge artikel 60 slechts geldt voor de openbare vergaderingen van die commissie gedurende de dag waarop de uitsluiting plaats heeft.
2.
Een gezamenlijke vergadering van twee of meer commissies wordt voorgezeten door de commissievoorzitter, die het langst in de Kamer zitting heeft. Bij gelijke zittingsduur gaat het oudste lid in leeftijd voor.
1.
Besluiten worden alleen door de leden van de commissie genomen, met dien verstande dat bij ontstentenis of afwezigheid van een lid zijn plaatsvervanger zijn bevoegdheden uitoefent.
2.
Besluiten in een gezamenlijke vergadering van twee of meer commissies worden door elk van de commissies afzonderlijk genomen. Indien de besluiten niet gelijkluidend zijn beslist zo nodig de Kamer.
3.
De commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven kan geen besluit nemen, indien niet meer dan de helft van haar leden of hun plaatsvervangers aanwezig zijn.
4.
Indien een voorstel eenvoudig en spoedeisend van aard is, kunnen de leden van de commissie langs schriftelijke weg over dat voorstel besluiten. De voorzitter van de commissie beslist of een voorstel eenvoudig en spoedeisend van aard is. Het besluit, bedoeld in de eerste volzin, wordt genomen als ware de Kamer in voltallige samenstelling bijeen en zou zij stemmen als bedoeld in artikel 69, derde lid.
1.
De vergaderingen van commissies zijn openbaar. De Kamer kan besluiten dat vergaderingen van een bepaalde commissie besloten mogen zijn.
2.
Een commissie kan besluiten dat een procedurevergadering, of een gedeelte daarvan, besloten zal zijn.
3.
Een commissie kan besluiten een besloten vergadering te houden op voorstel van een lid van de commissie of een minister. Wordt het voorstel gedaan tijdens een openbare vergadering, dan worden de deuren gesloten tot over het voorstel is beslist.
4.
Een besloten commissievergadering kan alleen worden gehouden in het gebouw van de Kamer. De leden die deelnemen aan een besloten commissievergadering dienen in de vergaderzaal in persoon aanwezig te zijn. In het geval van bijzondere omstandigheden kan de Voorzitter besluiten dat van de vorige twee volzinnen mag worden afgeweken.
1.
Voor het houden van een wetgevingsoverleg heeft een commissie toestemming van de Kamer nodig. De Kamer besluit op voorstel van de Voorzitter en de eerste en tweede ondervoorzitter.
2.
De commissie is niet bevoegd te besluiten tot maximumspreektijden bij wetgevingsoverleg. Wel kan de commissie beslissen dat leden die aan het overleg willen deelnemen de door hen gewenste spreektijd tevoren opgeven.
3.
Van een wetgevingsoverleg wordt een stenografisch verslag gemaakt.
4.
Tijdens een wetgevingsoverleg kunnen moties worden ingediend. Artikel 66 is van overeenkomstige toepassing.
1.
Elke commissie kan over de in haar handen gestelde begroting(en) een begrotingsoverleg houden.
2.
Van het begrotingsoverleg wordt een stenografisch verslag gemaakt.
3.
Tijdens een begrotingsoverleg kunnen moties worden ingediend. Artikel 66 is van overeenkomstige toepassing.
1.
Een commissie kan over een in haar handen gesteld stuk een notaoverleg houden.
2.
Van een notaoverleg wordt een stenografisch verslag gemaakt.
3.
Tijdens een notaoverleg kunnen moties worden ingediend. Artikel 66 is van overeenkomstige toepassing.
1.
Een commissie kan over zaken die betrekking hebben op het haar betreffende beleidsterrein een algemeen overleg houden.
2.
De agenda van een algemeen overleg wordt tevoren door een commissie vastgesteld en meegedeeld op het internet.
3.
Van een algemeen overleg wordt een stenografisch verslag gemaakt.
Artikel 42. Mondeling overleg met rijksambtenaren
In een mondeling overleg kunnen met instemming van de desbetreffende minister inlichtingen worden verschaft door daartoe door de minister aangewezen ambtenaren.
1.
Voor de plenaire afronding van het begrotingsoverleg stelt de Kamer een maximumspreektijd per fractie vast.
2.
De stemmingen over alle begrotingswetsvoorstellen en de bij die wetsvoorstellen ingediende amendementen vinden in samenhang plaats, bij voorkeur in één week.
1.
De beraadslaging over een verslag van een algemeen overleg wordt alleen geopend indien een lid naar aanleiding van dat overleg een motie wenst in te dienen.
2.
In afwijking van artikel 63, eerste lid, voert elk lid slechts eenmaal het woord.
3.
In afwijking van artikel 64 bedraagt de maximumspreektijd per fractie twee minuten, met inbegrip van de benodigde tijd voor de indiening van moties.
1.
De dagen en uren waarop een overleg met stenografisch verslag als bedoeld in de artikelen 39, 39a en 40 zal worden gehouden, worden door de Voorzitter vastgesteld.
2.
Er worden niet meer dan twee overleggen als bedoeld in het eerste lid tegelijk gehouden. Op tijdstippen waarop een vergadering van de Kamer wordt gehouden, kan slechts één overleg als bedoeld in het eerste lid worden gehouden.